Lezing ds. C. Harinck over aanbod van genade
Ds. C. Harinck | Geen reacties | 12-05-2026| 12:30
Vraag
Naar aanleiding van een lezing van ds. C. Harinck over het aanbod van genade (zie onder) de volgende vragen. Eerlijk gezegd kom ik er niet uit. Neem me niet kwalijk, ik ben geen theoloog, maar wil op de volgende vragen graag antwoord:
1. Als we dood zijn door de misdaden en zonden en we willen en kunnen in deze doodstaat God niet recht verstaan, welk voordeel (niet schrikken, ik bedoel het gepast en eerbiedig), hebben wij dat er zo een aanbod tot ons komt? Ja, het zal onze verdoemenis verzwaren.
2. Wanneer ik in de Bijbel de roeping van Jesaja lees in hoofdstuk 6 en vooral kijk naar de uitwerking van die prediking. En ook de uitleg lees van waarom Jezus in gelijkenissen sprak, in Mattheus 13, hoe verhoudt zich dit tot het aanbod van genade? En zal de Heere niet door de dwaasheid van de prediking die mensen zalig maken die Hij verkoren heeft en de anderen in hun doodstaat laat liggen?
Alstublieft, ik wil deze vragen stellen in het besef dat de Dordtse Leerregels ermee beginnen dat we allen verdoemelijk zijn voor God en Hij niet verplicht is om ons daaruit te verlossen. Tenslotte wil ik erop wijzen dat ik bij heel veel mensen die het aanbod ruim willen verkondigen of horen, er velen lijken te zijn die in de praktijk de doodstaat van de mens zo min mogelijk aanwijzen en de eer van God, zoals Die in het billijken van Gods recht naar voren komt, niet aan bod lijken te laten komen.
Antwoord
Beste vraagsteller,
U zegt dat u opzoek bent naar antwoorden. Ik zal trachten u die te geven. Uit uw vragen blijkt dat de logica een grote rol bij u speelt. Het moet allemaal kloppen. Wat dat betreft bent u een echte discipel van wijlen dr. Steenblok, die zelfs meende dat het denkvermogen van de mens niet was aangetast door de zonde.
Laat ik met uw eerste opmerking beginnen. U denkt dat door het Evangelie de verdoemenis van de niet uitverkorenen alleen maar wordt verzwaard. Het Evangelie en de prediking is echter, volgens de Bijbel en onze Dordtse leerregels, bedoeld om mensen tot geloof en bekering te brengen. En opdat mensen tot het geloof worden gebracht, “zendt God goedertierenlijk verkondigers van deze zeer blijde boodschap”, Dordtse leerregels 1-3. Denk ook maar aan de bekende Psalm van uw jeugd, Psalm 81:14 en 17: “Och, dat Mijn volk naar Mij gehoord had. Ik zou ze verzadigd hebben met honing uit de rotsteen.”
Dat wij onze verdoemenis verzwaren door onze verachting van het Evangelie is helaas waar, maar God zoekt door de prediking van het Evangelie ons behoud en niet onze ondergang. Jesaja hoorde inderdaad dat zijn profeteren het volk alleen nog dover en harder van hart zou maken. Dat was een verdiend oordeel. Zo kan het gaan met een volk dat het Evangelie veracht. Maar de profeet vroeg: “Hoe, lang Heere?” Hij ging daaronder gebukt. En het antwoord leert: niet voor altijd. God keert altijd tot Zijn volk terug; Psalm 89:34. Daar zag de profeet naar uit. Jezus haalt die woorden uit Jesaja aan met het oog op de verwerping van Hem en Zijn boodschap door het volk van Israël. Hij tilt dan een slip van de sluier van Gods handelen op en zegt dat God dit naar Zijn voornemen doet met een volk dat Zijn Woord veracht. En ja, dat heeft God Zich voorgenomen, maar dat maakt dat volk niet minder schuldig en God niet minder rechtvaardig in Zijn oordeel.
U moet er voor oppassen om God niet de auteur van de zonde maken. Gods handen zijn rein. Hij zou geen onrecht doen door ons allen in onze ellende te laten omkomen. Wij bewerken onze eigen ondergang. Het bloed is op ons eigen hoofd. Zo wil God dat er over wordt gepreekt en gedacht. Lees daarover Ezechiël 18.
Maar er ís meer. God, door niets bewogen, dat Zijn oneindige goedheid en niet te bevatten liefde zoekt naar mensen en brengt hen tot bekering en geloof in Jezus Christus. En Hij doet dit door de verkondiging van het Evangelie. Daarom is de verkiezing geen noodlotsleer, maar een openbaring van liefde en welbehagen.
"De verkiezing is geen noodlotsleer, maar een openbaring van liefde en welbehagen"
U moet de doodstaat van de mens en de verkiezing van God dan ook niet gebruiken om te stellen dat Gods nodigingen, vermaningen en opwekkingen om Hem te zoeken tevergeefs zijn. Of dat God daardoor alleen onze verdoemenis wil verzwaren. God is waarachtig in Zijn oordelen, maar ook in Zijn nodiging en beloften. En God doet Zijn werk middellijk door deze nodigingen, vermaningen, dreigingen en opwekkingen. Wat God over u besloten heeft weet u niet. Wat u wel weet en in de Bijbel staat is: Bekeert en gelooft het Evangelie.
U bent verantwoordelijk voor uw daden. U zult dan ook eens geoordeeld worden naar hetgeen u gedaan hebt. God heeft u niet als een robot geschapen, maar begiftigt met een wil, die vrij was om te kiezen. Die vrijheid is door de zonde veranderd in een geknechtheid onder het kwade. Maar alles wat u doet, denkt of beslist heeft nog wel te maken met uw wil, al is dat nu een verdorven wil. Het is alles uit uw willen afkomstig, dus bent u er verantwoordelijk voor. Daar helpt geen beroepen aan op God, Die alles besloten heeft. U zult in de dag van Gods oordeel niet kunnen zeggen: ik kon niet geloven omdat U mij niet uitverkoren had.
Beste broeder. U hebt een slecht deel. U redeneert in alles door middel van argumenten die voor u verborgen zijn. U laat uw leven, uw lezen van de Bijbel, uw luisteren naar preken, uw bidden, uw hopen, geheel regeren door dingen die voor u verborgen zijn. U zou Deuteronomium 29:29 ter harte moeten nemen dat zegt: “De verborgen dingen zijn voor de Heere onze God, maar de geopenbaarde voor ons en onze kinderen.” Denk daar eens ernstig aan.
En, beste broeder, wat dunkt u van de Christus? Hoe denkt u over de tranen die Hij weende over mensen zoals u. En hoe goed is God niet voor u, dat u horen mag: “Dit is een getrouw Woord en alle aanneming waardig, dat Jezus Christus in de wereld is gekomen, om de zondaren zalig te maken.” Schaam u voor uw redenaties en vernedert u en je zult ervaren: “Want Ik ben goedertieren, zegt de Heere”, Jeremia 3:12.
En tot uw geruststelling: het aanbod van genade loochent de doodstaat, de grote zondeschuld van de mens en Gods oordeel niet. Het komt juist tot veroordeelden en doemschuldigen. Het is een aanbod van genade en niet van verdienste en het komt van een God, Die genadig is. Het Evangelie wordt ook niet ontvangen als goede gelovige of ernstig levende mens, maar als staande op het schavot. Je ontvangt dan genade! Pure, rijke, onverdiende genade. Dat wens ik u toe.
Ds. C. Harinck
Lees ook: Het nut van ruim aanbod van genade
Dit artikel is beantwoord door
Ds. C. Harinck
- Geboortedatum:09-04-1933
- Kerkelijke gezindte:Gereformeerde Gemeenten
- Woon/standplaats:Kapelle
- Status:Actief
Bijzonderheden:
Emeritus
Bekijk ook:


