De relatie tussen verbond, doop en belofte

Ds. G.A. van den Brink / geen reacties

23-11-2021, 11:50

Vraag

Aan ds. Van den Brink. Ik stel deze vraag n.a.v. het antwoord “beloften van verbond en beloften van evangelie.” Ik heb veel geleerd van dit antwoord. Zelf kom ik uit de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (GGiN), waar ik inderdaad heb begrepen dat de beloften alleen voor Gods Kerk zijn, omdat God altijd vervulling geeft als Hij iets belooft, anders zou Hij ontrouw zijn aan Zichzelf. Ik begrijp dit wel en hoewel ik zie dat dit niet volgens de Bijbelse evangelieverkondiging is, vind ik dit moeilijk te weerleggen. Hoe kan God een belofte niet vervullen?

Ik vind het extra moeilijk worden als het gaat om de doop, omdat daar veel minder bijbelse argumentatie voor lijkt te zijn. Men zegt dan in de GGiN (volgens mij) dat er in de doop niets wordt beloofd, want dan zou God die belofte moeten vervullen en niet alle gedoopte kinderen worden zalig. Men heeft ook een afkeer van het pleiten op de belofte van de doop, “alsof wij er recht op hebben.” De brede gereformeerde visie op de doop is echter dat de gedoopte kinderen in een verbond met God staan en daarmee komen hen de beloften toe (hoewel niet zaligmakend). Hoe kan God iets beloven wat niet in elk kind wordt vervuld? Ik zie dat deze redenering niet klopt, maar helaas niet hoe. Ik hoor graag de correctie.

Antwoord

Beste vragensteller,

Het verrassende is dat de Gereformeerde Gemeenten in Nederland in zeker opzicht juist wel aansluit bij de gereformeerde traditie. Het verwarrende is dat de GGiN precies op dat punt vaak vanuit andere kerkgenootschappen bestreden wordt. Ik geef eerst weer hoe veruit de meeste gereformeerde theologen van de 16e tot de 18e eeuw de relatie tussen verbond, doop en belofte hebben gezien. Daarna kom ik terug op de visie van de GGiN.

Het verbond der genade sluit God met de uitverkorenen en met hen alleen. De doop is de verzegeling van dit verbond en van de beloften van het verbond. Daarom zal de kerk alleen die personen willen dopen, van wie ze oordeelt dat zij tot het genadeverbond behoren. Uiteraard weet de kerk niet wie er van eeuwigheid is uitverkoren en wie niet: God alleen kent degenen die de Zijnen zijn. Maar de kerk kan wel een oordeel der liefde toepassen, het zogeheten “judicium charitatis”. Dat betekent dat de kerk op grond van bepaalde zaken mag besluiten dat ze een concrete persoon als uitverkorene beschouwt. In dat geval zal de kerk die persoon toelaten tot de doop. Welke zaken dat zijn, laat ik nu rusten.

Kinderen van gelovigen worden dus gedoopt, omdat de kerk hen naar het oordeel der liefde beschouwt als uitverkoren kinderen. Aan hen komen de beloften van het verbond toe (Gen. 17:7; Hand. 2:39). De kerk vertrouwt erop dat God zijn verbondsbeloften vast en zeker aan de gedoopte kinderen zal vervullen. God doet immers wat Hij belooft. 

Het enige waar (om zo te zeggen) iets mis kan gaan, is dat de kerk een fout maakt in het oordeel der liefde. Misschien heeft de kerk kinderen beschouwd als kinderen van het verbond, als uitverkorenen, als personen in wie God zijn verbondsbeloften zal vervullen - maar uiteindelijk blijkt dat de kerk ernaast heeft gezeten. Echter, ook dan blijft voluit overeind staan dat Gods al Zijn verbondsbeloften vast en zeker vervult en doet wat Hij belooft.

Nu naar de visie van de GGiN. De GGiN zegt eveneens dat God Zijn verbondsbeloften altijd vervult. Daar ligt dus niet de fout. Het gaat ergens anders mis: de GGiN (en ook de Gereformeerde Gemeenten, overigens) snijden de band tussen doop en verbond door. De doop wordt niet meer gezien als verzegeling van Gods verbond en van Zijn verbondsbeloften. Er is geen oordeel der liefde, waarmee de kerk oordeelt dat dit specifieke kind tot Gods verbond behoort, en in wie Gods verbondsbeloften zullen worden vervuld. Sterker nog, in de praktijk gaan de GG en de GGiN ervan uit dat dit kind niet tot Gods verbond behoort, niet is uitverkoren, dat Gods beloften niet voor dit kind zijn. De gereformeerde theologen van vroeger zeiden: wij beschouwen dit kind als uitverkoren, zolang het tegendeel niet blijkt. De GG en de GGiN zeggen: wij beschouwen dit kind als verworpene, zolang het tegendeel niet blijkt. 

Misschien is er een predikant uit de GG of de GGiN die dit leest en zegt: “Dit is geen juiste weergave van onze mening. In onze overtuiging behoort inderdaad niet elk gedoopt kind tot het wezen van het verbond, maar verkeert elke gedoopte wél onder de bediening van verbond.” Maar dit is een vervolgvraag. Wil je daarop het antwoord weten, geef het door aan de redactie van refoweb.

Vooralsnog is dit voldoende als antwoord op jouw vraag. De theologie van de GG en GGiN gaat niet daarin fout dat zij verbond en uitverkiezing nauw op elkaar betrekken, maar dat ze de consequentie ervan niet willen trekken, namelijk dat je dan iedereen die je als kerk doopt, naar het oordeel der liefde als een uitverkorene moet beschouwen.

Met hartelijke groet,
Ds. G. A. van den Brink

Ds. G.A. van den Brink

Ds. G.A. van den Brink

  • Geboortedatum:
    05-01-1974
  • Kerkelijke gezindte:
    Hersteld Hervormd
  • Woon/standplaats:
    Apeldoorn
  • Status:
    Actief
  • Bijzonderheden:

    Emeritus-predikant. Sinds september 2020 als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de TUA.

geen reacties

Terug in de tijd

Aan ds. Goedvree. Ik vind dat u een super helder antwoord geeft op de vraag over geloven. Ik heb het veel mensen laten l...
1 reactie
22-11-2011
Ik heb een collega die bij ons is vertrokken vanwege grensoverschrijdend gedrag op seksueel vlak naar cliënten. Nu heb i...
geen reacties
22-11-2012
Klopt het dat ze in de Chr. Geref. Kerk geen biddag of dankdag hebben, of heb ik het mis?
geen reacties
22-11-2003
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering