Beloften van verbond en beloften van Evangelie

Ds. G.A. van den Brink / geen reacties

30-06-2021, 16:21

Vraag

Aan dr. G. A. van den Brink. Welke gereformeerd theoloog heeft onderscheid gemaakt tussen beloften van het genadeverbond en beloften van het evangelie? Wie is er begonnen in de kerkgeschiedenis met dit onderscheid? En zo ja, is dat belangrijk voor de prediking?


Antwoord

Beste vragensteller,

Er is een discussie tussen de Gereformeerde Gemeenten (Ger. Gem.) en de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (GGiN) over de vraag of er onderscheid moet worden gemaakt tussen beloften van het verbond en beloften van het Evangelie. Ook speelt het punt in de discussie tussen de Ger. Gem. en de CGK over de betekenis van het genadeverbond. Een grondige bespreking van het onderscheid zou vragen om een wetenschappelijk artikel. Ik houd het hier beperkt. 

Volgens de Ger. Gem. moet het onderscheid tussen beloften van het verbond en beloften van het evangelie wel worden gemaakt, volgens de GGiN mag het niet worden gemaakt. De Ger. Gem. erkent dat sommige beloften onvoorwaardelijk zijn, bijvoorbeeld de belofte van wedergeboorte, de gave van het geloof, de werking van de Heilige Geest. Deze zijn niet afhankelijk van iets dat de mens zou moeten doen. Andere beloften echter zijn wel voorwaardelijk. God belooft de zaligheid op voorwaarde van geloof (Hand. 16:31). De eerste groep beloften noemt de Ger. Gem. “beloften van het verbond”, de tweede noemt men “beloften van het evangelie.”

De GGiN daarentegen stelt dat God elke belofte hoe dan ook vervult, zodat geen enkele belofte afhankelijk is van iets dat de mens doet. Er bestaan dus geen voorwaardelijke beloften. Men spreekt daarom niet over beloften van het evangelie, maar over het preken, verkondigen, voorstellen van het evangelie.

De Ger. Gem. verwijst voor het onderscheid tussen voorwaardelijke en onvoorwaardelijke beloften graag naar Thomas Bostons boek over het verbond der genade. Echter, er zijn twee belangrijke verschilpunten tussen Boston en de Ger. Gem. Ten eerste gebruikt Boston niet de bewoordingen van de Ger. Gem. Hij onderscheidt wel onvoorwaardelijke en voorwaardelijke beloften, maar noemt de eerste niet “beloften van het verbond” en de tweede niet “beloften van het evangelie.” Ik ken ook geen andere gereformeerde theologen uit de zestiende, zeventiende of achttiende eeuw die deze laatstgenoemde tweedeling gebruik zoals de Ger. Gem. dat doet.

Ten tweede spreekt Boston beslist anders over voorwaardelijke en onvoorwaardelijke beloften dan de Ger. Gem. dat doet. Boston stelt dat de beloften van het verbond voor Christus voorwaardelijk waren en tegelijk voor de gelovigen onvoorwaardelijk zijn. Hij denkt namelijk aan de voorwaarde om de zaligheid te verdienen. Wedergeboorte, heiligingmaking, rechtvaardigmaking, zaligheid etc. worden in het verbond beloofd. Deze belofte is voor Christus voorwaardelijk, omdat Hij als Middelaar en hoofd van het verbond deze zaken met Zijn leven en sterven moest verdienen. Deze zelfde belofte is echter voor ons onvoorwaardelijk, omdat Christus immers alles alreeds heeft verdiend. 

Zo wordt er het belangrijke tweede verschilpunt zichtbaar tussen Boston en de Ger. Gem. Onvoorwaardelijke beloften vragen, aldus Boston, nog steeds om geloof. Dat ze onvoorwaardelijk voor ons zijn, betekent niet dat er van ons geen geloof wordt gevraagd! In de prediking van het Evangelie horen wij dat Christus dankzij Zijn verdienste alle voorwaarden heeft vervuld, en dat de beloften dus onvoorwaardelijk worden gepredikt – maar juist mét het bevel om deze onvoorwaardelijke beloften te geloven. De onvoorwaardelijke verbondsbeloften vragen om geloof. Boston schrijft: “Voorts moet u geloven dat Jezus Christus de Zaligmaker van de wereld, en uw Zaligmaker in het bijzonder, is; en dat […] Zijn gerechtigheid (de voorwaarde van het verbond) en het eeuwige leven (de belofte van het verbond) de uwe zijn.” Alle verbondsweldaden zijn door Christus verdiend en nu dus van Christus. “Zou u graag willen weten hoe de grote en dierbare beloften van u worden? Wel, die alle zijn van Hem, zij zijn aan Hem gedaan. Neem Hem, en ze zijn de uwe.” 

Geloven is voor Boston dus geen voorwaarde om de zaligheid te verdienen, maar een voorwaarde om in het bezit van de zaligheid te komen. In het evangelie wordt verkondigd dat de beloften van het verbond onvoorwaardelijk beschikbaar zijn, voor ieder die ze gelooft.  

Je vraagt of dit punt van belang is voor de prediking. Ja, heel belangrijk. In de visie van de GGiN wordt er in de prediking niets beloofd aan alle hoorders. De prediking verschraalt tot wat exegese en beschrijving van hoe God werkt, maar zonder beloften. Overigens strijdt deze visie met de Dordtse Leerregels, artikel 2.5, waar staat dat de belofte van het evangelie verkondigd moet worden aan allen zonder onderscheid, met bevel van geloof en bekering. 

In de visie van de Ger. Gem. wordt het bevel van geloof en bekering verkondigd met het doel om de mensen te wijzen op hun verantwoordelijkheid, niet met het doel om hen te brengen tot de onvoorwaardelijke beloften van het verbond. Het gevaar is groot dat de bewoording wel veelbelovend luidt “beloften van het evangelie”, maar dat de functie en bedoeling ervan niet is om de mensen van hun schuld te verlossen, maar van hun schuld te overtuigen. Die functie hoort echter niet bij het evangelie thuis maar bij de wet. In het ergste geval functioneren de beloften van het evangelie dan als bediening van de wet.

In de visie van Boston vallen de dingen bijbels op hun plek. God belooft rechtvaardiging, heiliging, de Heilige Geest, zaligheid etcetera als de wet is vervuld en de straf gedragen. Aan die voorwaarden heeft Christus voldaan, zodat de beloofde zaken vrijuit en onbeperkt in de prediking worden aangeboden en beloofd aan ieder die gelooft. De beloften van het verbond en de beloften van het evangelie gaan dus over dezelfde zaken. We mogen hier geen tweedeling maken. Gods beloften zijn voor ons onvoorwaardelijk als het gaat om de verdienste, maar voorwaardelijk als het gaat over de toe-eigening. Boston zegt dan: onvoorwaardelijk in het recht van toegang, voorwaardelijk in het recht van bezit.

Ik besef dat het moeilijke stof is. Vind je het te ingewikkeld, dan adviseer ik je: vergeet de tweedeling van beloften van het verbond en beloften van het evangelie, en lees Bostons boek over het genadeverbond.

Met hartelijke groet,
Dr. G. A. van den Brink

Ds. G.A. van den Brink

Ds. G.A. van den Brink

  • Geboortedatum:
    05-01-1974
  • Kerkelijke gezindte:
    Hersteld Hervormd
  • Woon/standplaats:
    Apeldoorn
  • Status:
    Actief
  • Bijzonderheden:

    Emeritus-predikant. Sinds september 2020 als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de TUA.

    Bekijk ook:

geen reacties

Terug in de tijd

De Heere Jezus leefde in een totaal andere cultuur dan de onze. Mijn vraag: In hoeverre heeft dat het evangelie beïnvloe...
6 reacties
30-06-2012
Een vraag voor mevrouw Hoek-van Kooten. Ik las in Het Zoeklicht een artikel over concrete bedreigingen voor de toekomst....
geen reacties
01-07-2022
Beste evangelist Van Dooijeweert. Pas hoorde ik dat de Ger. Gem. in 1945 een aanvulling op de leeruitspraken van 1931 he...
3 reacties
01-07-2015
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering