Opwekkingslied “Heer ik kom tot U”

J.P. van den Brink / geen reacties

10-10-2019, 10:04

Vraag

Aan iemand van de Gereformeerde Gemeenten. In onze klas verschillen we van mening over het opwekkingslied “Heer ik kom tot U.” Wilt u daar iets over zeggen?

Heer, ik kom tot U,
hoor naar mijn gebed.
Vergeef mijn zonden NU*,
en reinig mijn hart.

*Is dit niet een soort van bevel richting de Heere? In Psalm 79:4 als je dat terug leest in de Bijbel staat dit er in vers 9 (onberijmd): “Doe verzoening over onze zonden om Uws Naams wil.” En een stukje daarvoor staat er ook: “Ter zake van de eer Uws Naams.” Maar om het te laten rijmen in de regels hebben de psalmdichters voor het woord “bewijs” gekozen. Dat is ook meer een bevel richting God. Hoe zit dat dan?

Met uw liefde*, Heer,                           
kom mij tegemoet,
nu ik mij tot U keer**,
en maak alles goed.


*Wordt je Godsbeeld dan niet vertroebeld, dus ga je dan niet de kant op van God is liefde en nog eens liefde? Over straf wordt niet gesproken?
**Een zondaar roept van nature niet uit zichzelf naar God, hoe kan dit dan gezegd worden? Vandaar mijn vraag, is het in onze kringen verantwoord dit lied te zingen?

Zie mij voor U staan,
zondig en onrein.
O, Jezus raak mij aan,
van U wil ik zijn.

Jezus op uw woord,
vestig ik mijn hoop.
U leeft en U verhoort*
mijn bede tot U.

*Je weet toch heel niet zeker of de Heere je gebed verhoort?

Antwoord

Beste vraagstel(l)(st)er,

Het christelijk lied is een dankbaar onderwerp òf om hartelijk met elkaar in te stemmen in de lofprijzing van Gods Naam, òf om het hartelijk en hartgrondig met elkaar oneens te zijn over de theologische achtergronden van datzelfde lied. De Psalmen en gezangenkwestie kan een gemeente verbinden en eenstemmigheid (of harmonieuze meerstemmigheid) geven òf de gemeente kan hierdoor hopeloos verdeeld en ontstemd raken.

In je vraag is er geen sprake van verschillen in de gemeente, maar kennelijk verschillen jullie in je klas op school van mening over een bepaald lied uit Opwekking. Tsja, verdeeldheid in de kerk zet zich zo maar voort op school...
 
Toch gaat het in het zingen niet om onbelangrijke zaken. De Bijbel getuigt ervan: God woont onder de lofzangen Israëls (Psalm 22:4). Het is er de satan alles aan gelegen om juist in de dienst van het zingen verdeeldheid te brengen onder Gods volk: dit is een aanval op het heiligdom! Ik denk dat we dat in heel de discussie over dit onderwerp te weinig beseffen!

Het is bekend dat vanuit delen van de reformatorische kerken met zorg gekeken wordt naar de toenemende populariteit van opwekkingsmuziek (zie o.a. het RD), niet in de laatste plaats vanwege de invloed die dergelijke liederen hebben op het theologische denkklimaat  van onze jongeren. Die zorg deel ik en ik meen met reden, op goede en Bijbelse gronden. Ik ga de argumentatie hiervan niet in de beantwoording van deze vraag behandelen, daarover is al heel veel op Refoweb geschreven. Zie onder andere:

In deze antwoorden wordt naast de kritiek op opwekkingsliederen ook erkend dat er veel mooie liederen tussen zijn. Het probleem in nogal wat opwekkingsliederen is dan ook niet zozeer in wat erin gezegd en gezongen wordt, maar in wat er niet in gezegd of gezongen wordt. Ik wil dat proberen te illustreren aan de hand van twee ‘klassiekers’, die ook een plaatsje in de Opwekkingsbundel hebben gekregen. Het betreft Opwekking 244 - Welzalig de man die niet wandelt (Psalm 1:1-3) en Opwekking 281 - Als een hert dat verlangt naar water (Psalm 42:2).

Als jongere vond ik zelf destijds (en vind ik trouwens nog steeds) dit heel mooie liederen, juist ook omdat ze zo dicht bij de oorspronkelijke Bijbeltekst blijven. Toen ik deze liederen een keer wat nader bestudeerde, kwam ik erachter waarover deze liederen niet gingen - niet over het lot der goddelozen (Psalm 1:4-6) en niet over de tranen van vertwijfeling (Psalm 42:4) of de onrust in de ziel (42:6). Toen ik me dit realiseerde verloren de liederen voor mij een stuk diepgang, die ik zo terugvind in onze psalmbundel. Overigens gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen dat de traditie in onze kerken om van een psalm slechts een of enkele verzen te zingen een vergelijkbare ‘eenzijdigheid’ met zich meebrengt... Het deed mij weldadig aan om vorig jaar tijdens onze vakantie in Schotland in diverse FPC kerken een andere traditie mee te maken om van een gekozen lied een groot deel, zo niet alle strofen, te zingen.
 
Ik had deze wat uitgebreide inleiding nodig voordat ik toekom aan de beantwoording van je vraag over het lied Opwekking 125 “Heer ik kom tot U.” Ik wilde duidelijk maken waarom ik in algemene termen geen pleitbezorger ben van het gebruikmaken van liederen uit de Opwekkingsbundel. De muziekstijl is niet de mijne en ik deel het oordeel van ds. De Heer dat veel opwekkingsliederen een onevenredig appel doen op ons gevoel. Dat laat onverlet dat ik vind dat in deze bundel mooie liederen zijn opgenomen. En we moeten wel eerlijk blijven in onze beoordeling van deze  liederen en ze niet afkeuren op het enkele feit dat ze nu eenmaal in de bundel Opwekking zijn opgenomen, een bundel, die in zijn geheel een geestelijk klimaat ademt waar wij bezwaar tegen maken.

Misschien is het nu voor jou een ontdekking, maar: eerlijk is eerlijk, de meeste van jouw kritiekpunten op Opwekking 125 zijn Bijbels te weerleggen!

1. “Vergeef mijn zonden NU”. Is dit niet een oneerbiedig eisen van God? Kijk eens naar Psalm 22:4; 26:12; 94:1; 98:1, 2; 118:12; 119:66, allen berijmd (1773) waarin het woord “nu”  of “thans” in voorkomt. Of onberijmd in Psalmen 118:25 Och HEERE! geef nu heil; och HEERE! geef nu voorspoed. De  zaak van de Koning heeft haast. En als dat opgebonden is, mag je dat ook met deze klem van de Heere vragen! Niet morgen, maar NU, Heere! Het gaat immers Uw zaak en Waarheid aan!

2. “Met uw liefde, Heer” Ga je dan niet de kant op van God is liefde en nog eens liefde? Mijn lieve vriend(in) ik begrijp zo goed wat je bedoelt, wij moeten niet een Godsbesef “kweken” waarin de huiveringwekkende werkelijkheid van  Gods rechtvaardige oordelen en straffen wordt genegeerd, maar laten we alstublieft niet vergeten dat er slechts Eén volmaakt is in de liefde en dat is God Zelf! Zie Psalm 25:5, 31:17 (berijmd). Wie kan er bestaan voor Gods toorn? Maar als Hij, als die liefhebbende Vader, de gehele dag op de uitkijk staat om verloren zonen en dochters in Zijn armen te ontvangen, is er hoop en verwachting voor de grootste der zondaren!

3. “Nu ik mij tot U keer.” Dit laatste sluit aan bij het vorige citaat uit de gelijkenis van de verloren zoon. Hij kwam tot zichzelf en keerde terug tot zijn vader. Natuurlijk werd de zoon niet gered door zijn terugkeer als zodanig, maar door de ontfermende armen van zijn vader! Toch moest hij wel terug naar zijn vader om die ontfermende armen te mogen ontvangen. Denk ook aan Psalm 25:10: Want ik kom tot U gevloden. Het klinkt wat klassieker en vertrouwder, maar er staat wezenlijk hetzelfde als in dit lied!

4. “U leeft en U verhoort.” Je weet toch heel niet zeker of de Heere je gebed verhoort? Ik begrijp wat je hier bedoelt, maar toch schrik ik als ik dit zo lees. Je kunt wel bidden, maar God is vrij in Zijn handelen. Je moet dus maar afwachten of Hij wil verhoren, zo beluister ik uit jouw kritiek op dit vers. Dat klinkt heel ootmoedig en rechtzinnig, maar het is echt een dwaling! Laat je nooit de waarheid ontnemen dat de Heere een hoorder is van de gebeden. De Heere Jezus Zelf heeft het geleerd: “Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden. Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden”, Mattheüs 7:7-8. Hoe komt het dan, als wij niet ontvangen wat wij bidden? Omdat wij kwalijk bidden. Dat ligt niet aan het al dan niet verhoren van God, maar aan onze eigen gebeds(wan)gestalte!

Dus ik ben bang dat ik je moet teleurstellen. Ik dacht bij dit lied aan Psalm 116:4: “D' eenvoudigen wil God steeds gadeslaan; 'k Was uitgeteerd, maar Hij zag op mij neder. Keer, mijne ziel, tot uwe ruste weder; Gij zijt verlost; God heeft u welgedaan.”

En ja, ik ben Psalmenliefhebber genoeg om te zeggen dat ik liever Psalm 116 zing dan Opwekking 125, omdat ik een rijkere diepgang in de Psalm vind; maar laten we elkaar de maat niet nemen op de liederen die we zingen. Onze Dordtse vaderen namen een wijs besluit om de gemeentezang zich te laten concentreren rond de Psalmen. Met dit besluit zijn de gezangen lange tijd buiten de meeste protestantse kerken gehouden en hebben niet tot een splijtzwam geleid. Toen in bepaalde gemeenten het zingen van gezangen werd ingevoerd, heeft dat geleid tot scheiding en vervreemding. Maar zelfs over de verandering van Psalmberijmingen en zangtempo ontstonden vergaande twisten (Psalmenoproer). Geen strijd waar we trots op kunnen zijn!

Er zijn meer en goede geestelijke liederen die buiten de eredienst gezongen kunnen worden. De GB binnen de PKN heeft “Op Toonhoogte” (hierin staan overigens nogal wat liederen uit “Opwekking”) en “Weerklank” Er is een interkerkelijke poging gedaan met de bundel ”Uit aller mond”. Bij de Jeugdbond van de Gereformeerde Gemeente is er een liedbundel voor de jeugdverenigingen en zomerkampen. En wellicht zijn er nog meer bundels verschenen. Het valt buiten de scope van dit antwoord om al die bundels te wikken en te wegen. Telkens moeten we ons de vraag stellen: welk doel dienen we met ons zingen? Ik stond eens bij een zendingsverkoping bij een stand waar kooruitgaven werden verkocht. Naast mij waren mensen de kwaliteit van een bepaalde uitvoering aan het bespreken. Ze waren kennelijk lid van een koor. “Dit lied zingen wij veel beter dan op deze plaat” zo hoorde ik uit hun mond. Tot wiens eer wordt er hier gezongen, dacht ik toen. 

Nogmaals: er zijn belangrijker fronten waarop wij moeten strijden dan rondom het christelijke lied. Laten we elkaar die fundamentele vragen stellen: Is de zonde ons de dood geworden? Kennen we de Persoon en het werk van de Heere Jezus? Want Hem te kennen is het leven! Hebben we onze hand mogen leggen op het hoofd van het Lam, want Hij alleen is in staat om door Zijn bloed onze zonden weg te dragen buiten de legerplaats! En dan zullen we een eeuwigheid nodig hebben om te zingen voor de troon en voor het Lam: “Na dezen zag ik, en ziet, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natie, en geslachten, en volken, en talen, staande voor den troon, en voor het Lam, bekleed zijnde met lange witte klederen, en palm takken waren in hun handen. En zij riepen met grote stem, zeggende: De zaligheid zij onzen God, Die op den troon zit, en het Lam”, Openb. 7:9-10.

Zie je ernaar uit om met dat koor mee te mogen zingen? De audities voor dit koor worden nu reeds gehouden. Meld je aan, zou ik zeggen! Als je nog niet kunt zingen: bij de aanmelding worden zanglessen aangeboden, voor elke toonhoogte. Gratis!

Laat je niet van de wijs brengen!

J. P. van den Brink

J.P. van den Brink

J.P. van den Brink

  • Geboortedatum:
    10-06-1960
  • Kerkelijke gezindte:
    Gereformeerde Gemeenten
  • Woon/standplaats:
    Eindhoven
  • Status:
    Actief
  • Bijzonderheden:

    Functie: Ouderling

Tags in dit artikel:

liederenopwekking
geen reacties

Terug in de tijd

Ik zou heel graag willen geloven. Een echt en levend geloof te bezitten is het mooiste, maar ik word heen en weer  gesme...
geen reacties
09-10-2008
Als jongere denk ik de laatste tijd veel na over het volgen van belijdeniscatechisatie en het afleggen van belijdenis e....
29 reacties
09-10-2017
De plaatselijke SGP van de gemeente Neder-Betuwe, mijn woongemeente, brengt iedere maand een folder uit waar op de achte...
1 reactie
09-10-2010
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering