De geadresseerden van Paulus’ brieven

Ds. C. den Boer / geen reacties

24-01-2011, 11:30

Vraag

Aan wie schreef Paulus zijn brieven? Neem nou de brief aan de Korinthiërs. In de eerste brief staat: "Aan de gemeente Gods, de geheiligden in Christus Jezus...". Wie zijn dat? Kun je dat nu overzetten tot de waarachtig gelovigen, alle leden van de kerk, of ...? Neem nu de eerste brief van Petrus. Die is geadresseerd aan "de uitverkorenen". In hoeverre is de inhoud dan bestemd voor de overige mensen? Natuurlijk, je weet niet of je uitverkoren bent, maar kun je zeggen dat de inhoud van de brief voor alle gemeenteleden is bestemd? Vers 3 van het eerste hoofdstuk geldt toch ook niet voor alle gemeenteleden? Volgende vraag: Veel dominees hebben het over christenen. Wie spreken ze dan aan? Hen die van Christus zijn door waarachtig geloof en bekering, of iedereen die gedoopt is? Ik vind dit moeilijke vragen, maar ook wel heel belangrijk. Moet je alle mensen in de kerk aanspreken op wat ze behoren te zijn, namelijk bekeerde mensen? Het komt op mij over dat dat in de brieven in het Nieuwe Testament wel zo gebeurd. Behoort er dan ook zo gepreekt te worden in onze kerken? Vaak worden ongelovigen aangesproken en gelovigen, maar ik heb het idee dat Paulus en Petrus dat in de brieven niet doen. Kunt u mij verder helpen?

Antwoord

Beste vraagsteller/-ster,

De geadresseerden van/ in Paulus’ brieven zijn zij die door de Evangelieverkondiging uit de zondige wereld weggeroepen zijn en bijeengebracht om door bekering en geloof in gemeenschap met de Heere en met elkaar te leven. Denk maar aan 1 Korinthe1:2:  Aan de gemeente Gods die te Korinthe is, (aan) de geroepen geheiligden (= afgezonderden) in Christus Jezus (apart gezet om te zijn als een de Heere toegewijd volk). We kunnen ook zeggen: aan de uitverkorenen (d.i. weggegroepenen). Hier wordt dan het woord uitverkiezing gebruikt in de zin van: uitverkiezing en roeping tot geloof en bekering. Zie ook het doopformulier (vraag 1 aan de ouders): "Of u niet bekent, dat uw kind in Christus geheiligd is en daarom als lidmaat van Zijn gemeente behoort gedoopt te wezen."
 
Tevens richt  Paulus zich ook over het hoofd die gemeente tot allen die (daar en overal en ooit) de Naam des Heeren aanroepen. Daarom schrijft de apostel in 1 Kor.1:2: "met allen die de Naam van onze Heere Jezus Christus aanroepen in alle plaats, beide hun en onze Heere." In principe zijn dus ook alle aanroepers van de Heere bedoeld, dichtbij en ver weg toen en ook nu, waar dan ook ter wereld en ook in jouw/uw woonplaats Dus: ook u, vraagsteller (ster)(!

Dit houdt niet in, dat allen die tot deze Godsvergadering van de gemeente behoren ook uitverkoren zijn in persoonlijke zin. Daartoe is nodig de verzegeling met de Heilige Geest der belofte( Ef.1:13). Denk ook aan 1 Kor 10:1vv. Zie ook wat Jezus tot Nicodemus zegt, dat wij wederom geboren moeten worden (Joh3:3).
 
Intussen was de gemeente van Korinthe Gods gemeente ondanks vele misstanden: verdeeldheid en zondige praktijken (1 Kor.5 bijv.), twistzaken, op onwaardige wijze avondmaal houden, enz. Calvijn schrijft dat het een gevaarlijke verzoeking is te denken dat er geen sprake kan zijn van een kerk als daar geen volmaakte zuiverheid in te zien is. Van de 130 keer dat Paulus over medegelovigen als broeders spreekt, komt dit 39 keer in 1 Korinthe voor. Daardoor spreekt de apostel de gemeente aan op dat waartoe zij als verbondsgemeente is geroepen.

Paulus ziet de gemeente dus bij hoger licht (als een Godsvergadering, zoals oudtijds Israël). Dogmatisch gesproken betekent dit, dat de gemeente/kerk drie kenmerken heeft (de zgn. notae ecclesiae: a) de zuivere verkondiging van Gods Woord, b) de zuivere bediening van de sacramenten en c) de tucht.

Het lijkt mij, dat we als dienaar van het Woord de gemeente in onze preek dus kunnen en mogen aanspreken als gemeente van Jezus Christus. Toch heb ik dat nooit gedaan, omdat ik mijn preek niet wil beginnen met het wekken van een misverstand, als zou ik heel de gemeente voor ware gelovigen houden.  Wij zijn immers in onze kerkdiensten al begonnen in de naam van de Heere. En dan behoeft dat niet nog eens herhaald te worden als inzet van de preek. In de preek zelf maak ik dan wel duidelijk, hoe rijk het is om bij Gods verbondsgemeente te behoren, maar dat wij daardoor ook worden opgeroepen tot bekering en geloof en wat dat inhoudt voor allen die onder het Woord zijn. Zie ook Heid. Cat., zondag 21 (vr. en antw. 54).

Ds. C. den Boer

Ds. C. den Boer

Ds. C. den Boer

geen reacties

Terug in de tijd

Ik ben gewend om niet op zondag te kopen, met als reden dat anderen dan voor je werken. Hoe zit dat met een onbemand tan...
geen reacties
25-01-2018
Ik kom uit een gezin met huiselijk geweld en ben vroeger misbruikt. Hulp gevraagd m.b.t. huiselijk geweld aan oom en lat...
11 reacties
24-01-2013
Laatst woonde ik een begrafenis bij van een familielid die vanuit de kerk werd begraven. De dominee leidde de rouwdienst...
geen reacties
24-01-2007
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering