De zaligsprekingen

Ds. C. den Boer / geen reacties

21-11-2005, 00:00

Vraag

Ik begrijp helemaal niets van Matth 4:3-12, de zaligsprekingen. Zou iemand daar (per vers) enige uitleg bij kunnen geven?

ADVERTORIAL

De Bijbel in 1 dag lezen

God zegt dat we Zijn Woord moeten kennen. Met het gratis E-book ‘De Bijbel in 1 dag’ wordt dat een stuk makkelijker! Het is geen vervanging van de Bijbel, maar wel de ultieme aanvulling.

De Bijbel in 1 dag lezen

Antwoord

Mijn vraagstel(st)ler wil graag enige uitleg over de zogenaamde Zaligsprekingen die we vinden in Matth.5:3-12 (niet in Matth.4, zoals ten onrechte in de vraag is gesteld). Je kunt ze ook vinden in Lukas 6:17vv (hier 4 in plaats 9 zaligsprekingen in Mattheüs). Ik probeer zoveel mogelijk hier en daar in telegramstijl en korte verklaring geven.

Een paar dingen vooraf. De zaligsprekingen vormen het begin van de Bergrede, een rede van Jezus waarmee heel Zijn onderwijs is getoonzet. Jezus is in zekere zin een tweede Mozes. Van hem ontving Israël de geboden van de Heere op de berg Sinaï (leefregels voor alle dag). “Doe dat en gij zult leven.” De leefregels van Jezus, ook op een berg gegeven, zijn ingebed in Zijn Evangelie/ Zijn beloften. Het zijn regels voor alledag. Die kunnen we alleen volbrengen, als we door het geloof in Hem, aan Hem verbonden zijn. En ook dan zullen we vaak struikelen en vallen. Gelukkig, dat in het onderwijs van Jezus Zijn schuldvergevende genade en liefde het draagvlak mag zijn. Je kunt, als je faalt en zondigt, altijd bij Hem terecht.

Als je Mattheüs 5:1-12 eens rustig doorleest, zie je, dat Jezus de zaligsprekingen op de berg uitspreekt, terwijl Zijn discipelen tot Hem gekomen zijn (vs.1). Hij geeft hen onderwijs. Maar uitdrukkelijk gaat daaraan vooraf: En Jezus, de schare ziende...Dus zijn de woorden die Jezus uitspreekt, zeker ook voor de schare bedoeld. Hoe bewogen was Jezus altijd, als Hij naar de mensen keek. Hij brandde van verlangen om hen de weg te wijzen naar de ware vrede.

Dat doet Hij dan nu ook door de zaligsprekingen. Ooit vroeg ik aan mijn catechisanten: Wat betekent het woord welgelukzalig. Als ik zeg: zalig is: vol van...Dan is gelukzalig? Vol van geluk. Goed. En welgelukzalig. Een jonge catechisant gaf een mooi antwoord: Overgelukkig. Een mens is gelukzoeker. Maar hij vindt pas het ware geluk, als hij met al de wonden en zonden van zijn leven rust vindt in Jezus’ verzoenend sterven. Overgelukkig in God.

Jezus’ zaligsprekingen zijn eigenlijk wegwijzers naar het ware geluk; als ANWB borden aan de kant van de weg. Het zijn beloften voor hen die door Gods genade hebben geleerd om naar Gods wil leven. Mensen die zich zondaar weten en van zich afwijzen naar de Heere toe. Je moet er erg in hebben, dat Jezus hier eigenlijk alle waarden die in de wereld gelden, op zijn kop zet (‘Umwertung aller Werte’). In de Griekse wereld was je gelukkig, als je een rijk iemand was of een beroemde held. Maar in het Koninkrijk der hemelen, dat is hetzelfde als het Koninkrijk van God (een leven dichtbij de Heere hier en nu) gaat er dat heel anders naar toe. Om dat te begrijpen moet je wederom geboren zijn. Dat wil zeggen, dat je je oude leven (een leven waarin alles om je eigen ‘ik’ draait) prijsgeeft. Je leven gaat om een andere as draaien, om God en Zijn liefde en genade. Een mooi leven is dat. Wie de Heere mag kennen is goed af.

En dan nog twee dingen vooraf. Alle zaligsprekingen horen bij elkaar. Het zijn kwalificaties van dezelfde mensen. Dus in de tweede, derde (enz.) zaligspreking is precies dezelfde persoon bedoeld als in de eerste zaligspreking.

Het tweede dat ik vooraf moet zeggen, is: Als wij mogen zijn en doen, zoals Jezus ons hebben wil, kunnen wij ons licht laten schijnen en de Heere de eer geven die Hem toekomt. Daar gaat het tenslotte om (vs.13vv). Niet maar dus om een beetje eigen geluk.

En dan nu een korte verklaring vers voor vers. Ik zeg het zoveel mogelijk in eigen woorden.

Vs.3: Zalig zijn de armen van geest; want voor hen is het Koninkrijk der hemelen. 

Zijn hier alleen maatschappelijk armen bedoeld? (Lukas heeft alleen: armen). Hier wordt niet mee bedoeld, dat je maar het beste af bent, als je arm bent. Nee, Jezus ontfermde Zich over de armen. Denk ook maar aan de gelijkenis van de rijke man en Lazarus (Luk.16:25). In het Oude Testament was iemand die zijn landbezit (de erfenis der vaderen) was kwijtgeraakt (bijv.doordat hij het had moeten verkopen) echt arm. Zijn stukje land was een pand van Gods belofte, dat hij erbij gerekend werd. Als hij dat kwijt was, had hij niets om op terug te vallen. Dus ook geestelijk arm. De armen die Jezus op het oog heeft zijn zulke geestelijk armen; zij zijn ontledigd in zichzelf, maar vervuld van Christus. Het zijn mensen die in stoffelijk en geestelijk opzicht er vaak ellendig aan toe zijn. Maar als ze ootmoedig (nulmoedig) op de Heere hopen, als ze als arme bedelaars hun handen bij de Heere ophouden, zullen ze ervaren, dat het goed is om bij de Heere te zijn. Hij zal het alles zo maken, dat ze zich verwonderen kunnen. De Heere let scherp op de arme en verslagene van geest. Vgl. Jes.66 :2; Zefanja 3 : 12 en 1 Kor. 1 : 26vv. Wees een geestelijke bedelaar; leef van Gods gegeef. Dan heb je het goed. Zo blijf je dicht bij Jezus, de Koning van het Koninkrijk der hemelen (= het Koninkrijk van God; nu reeds op aarde). In deze eerste zaligspreking zijn dus niet bedoeld: mensen die arm zijn aan geestvermogens. En let er dan ook maar op, dat Jezus hier niet zegt: Als je arm bent, bal je vuisten maar en sla je je er wel doorheen. En hij zegt al helemaal niet: probeer rijk te worden, geëerd en groot. Nee, want dat geeft geen waar geluk.

Vs.4: zalig zijn die treuren; want zij zullen vertroost worden.

Hoe vreemd is dit. Je zou zeggen: als je treurt, ben je toch niet zalig. Moet je aan de rand van een graf waar je een geliefde in neerlegt, soms juichen? Dat kan, als je mag weten, dat de overledene naar het Vaderhuis met vele woningen is gegaan. Maar in de tweede zaligspreking gaat het vooral om andere treurenden, om hen die bedroefd zijn om hun zonden, om alle ellende daarvan in hun eigen leven en in de wereld, bedroefd ook omdat Gods eer zo vaak door het slijk wordt gehaald. Het gaat dus niet om in rouw gedompelden in het algemeen. Jezus bedoelt ook niet: wees een vertwijfeld en droefgeestig/depressief mens. Het gaat hier om een geestelijk gemis (Godsgemis), om door ons bedreven kwaad. Lees daarover maar eens Zach.12:10. Johannes de Doper en ook Jezus hebben ons opgeroepen tot boete: “Bekeer u ; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen” (Matth.4:17). Wie zijn zonden vergoelijkt, is niet goed af. Maar wie in zijn droefheid naar God bij de Heere Jezus aanklopt, zal een heerlijke troost ervaren. Nu al. Want Door het zoenbloed van Christus komt er vrede in ons hart. En straks in de hemel volkomen. Lees Jesaja 61:1vv

Vs.5: zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen het aardrijk beërven.

Een zachtmoedig iemand is iemand die door Gods Geest van een verscheurende leeuw een volgzaam lam is geworden. Het gaat hier dus niet direct over een bepaalde karaktertrek, al is vriendelijkheid en mildheid hierbij inbegrepen. Een zachtmoedige is iemand die geen egoïstische geldingsdrang heeft, die zich niet met geweld en slimheid door de problemen van het leven heenslaat of zich wreekt en wrok koestert. Een zachtmoedige geeft het liever over in Gods hand en verwacht het in alles van de Heere. Hij houdt niet van harde reacties. Lees Romeinen 12 : 19-21 en Titus 3:2. Hij vertrouwt niet op eigen inzicht. Daar valt hij altijd mee om. Hij onderwerpt zich aan Gods wil, ook als hij zwaar beproefd wordt. Zie Jezus Zelf: zachtmoedig en nederig van hart (Matth.11:28 - 30; 21:5. Wie zo zijn, zullen het land (Israël) en de aarde erf’lijk bezitten. Lees Psalm 37:11. Dus niet zij die er krom voor liggen om de halve wereld of meer in hun bezit te krijgen, de geweldhebbers van de wereld, de tirannen, maar die zachtmoedig zijn -al trekken ze in deze bedeling vaak aan het kortste eind- zij zullen op deze aarde uiteindelijk niets te klagen hebben en op de nieuwe aarde zullen ze in vrede samenwonen (‘sjaloom’).

Vs.6: zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden.

De gerechtigheid, dat is een leven naar Gods wil, zoals die in Zijn wet is gegeven. Wie als een arme bedelaar aan de voet van het kruis is terechtgekomen en in Jezus’ volbrachte werk een gerechtigheid heeft gekregen waarmee hij God onder ogen kan komen, die zal ook vurig verlangen, dat Gods recht in zijn leven en op aarde gestalte krijgt. De Heere is het zo waard, dat Zijn heilzame geboden geëerbiedigd worden. Hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, houdt in, dat ik eronder lijd, als ik zie, dat er zoveel misgaat in huwelijk en gezin, in de maatschappij en de politiek (denk aan de abortuswetgeving), in verdrukkende sociale systemen (discriminatie van minderheden, vrouwen, enz.). Laten we er dus naar staan, dat ook in de wetgeving van ons land en van Europa de zegenrijke geboden van de Heere kunnen doorwerken. Vroeg of laat zullen we de vruchten daarvan plukken. God komt voor Zijn recht op.

Vs.7: zalig zijn de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden.

Kyrieleison, zo bidden wij. Heere, ontferm U onzer. En als we daarvan weten, als we bij God ontferming hebben verkregen, zullen we dan onze naaste laten verkommeren? We moeten van vergeven weten (God Die ons vergeeft; wij die elkaar vergeven). Lees Mattheus 18:23vv. Wij mogen ons dus nooit genadeloos en hardvochtig opstellen tegenover de mensen. Niet verbitterd en hard zijn voor anderen. Maar een hart voor anderen hebben. Dan zullen we daarin ook iets ervaren van wat het is, dat God voor ons barmhartig is.

Vs.8: zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien.

Iemand zou kunnen zeggen: Hoe is dit mogelijk? Wie is er rein van hart? Uitwendig netjes en vroom, ja dat lukt nog wel. Maar rein van hart? We mogen elke dag wel vragen: “Herschep mijn hart en reinig Gij, o Heer”, die vuile bron van al mijn wanbedrijven...’(Ps.51:6 ber.). Maar als de Heere dat dan doet, als Hij ons van binnen herschept door Zijn Woord en Geest? Dan kunnen we toch niet langer in het vuil van ons zondig bestaan blijven leven? Dan komt er een algehele toewijding aan de Heere. En het mooiste komt dan nog: God zien! Die heerlijke God die we zo lief hebben gekregen....! We moeten hier op aarde door het geloof leven. Maar eenmaal gaat het geloof over in aanschouwen. En op die God raken we nooit uitgekeken.

Vs.9: zalig de vreedzamen, want zij zullen Gods kinderen genaamd worden.

De vreedzamen zijn de vredestichters. Mensen zijn van nature ruziemakers; zij liggen soms om de kleine dingen levenslang met elkaar overhoop. Maar God maakt van vijanden vrienden. Zo deed Hij ook met mij. Daarom kan ik ook hen die mij het meest tegen zijn, liefhebben. En dan mag ik de mooie naam van kind van God dragen. De moeder van Augustinus verstond de kunst om twee mensen in de gemeente die onenigheid met elkaar hadden, met elkaar te verzoenen. Hoe deed zij dat? Wel ze ging naar een van beiden toe, bracht het gesprek op de ander en noemde dan van die ander allerlei goede dingen op. Zodat haar gesprekspartner tenslotte geen negatief beeld meer van die persoon had. Daarna deed Monica hetzelfde met de andere ruziemaker. En zo gebeurde het dan, dat die twee weer bevriend werden met elkaar. Zalig de vredestichters. Het zijn mensen die kwaad met goed weten te vergelden.

Vs.10 (11 en 12): zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.Zalig zijt gij, als u de mensen smaden en vervolgen en liegende alle kwaad tegen u spreken om Mijnentwil. Verblijdt u en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij vervolgd de profeten die voor u geweest zijn.

Nu nog mooier, denkt iemand. Is het soms zo’n pretje om christen te zijn in Noord Korea waar volgelingen van Jezus niet eens naar de hemel mogen kijken? Als ze dat doen, krijgen ze ervan langs. Of als je in Zuid Soedan woont en gekruisigd wordt, omdat je gelooft in de enige Zaligmaker Jezus Christus? Ben je dan in het Koninkrijk van God? Ja, zo is het. Politie en justitie kunnen je achtervolgen, omdat je een misdaad op je geweten hebt. Dan ben je niet goed af. Maar een volgeling van Jezus die niet kan en mag ontkennen, dat Jezus zijn Redder is (in Iran of welk Moslimland dan ook) is de koning te rijk, ook al mishandelt men hem. Laat de mensen smaden en vervolgen en allerlei leugens over je rondstrooien, omdat je bij Jezus wilt behoren, het is goed. Het is nooit anders geweest. Ook profeten onder Israël zijn kwalijk bejegend. En wat heeft mijn Meester niet afgeleden! En zou ik dan in Zijn navolging geen kruisdrager willen zijn? Ik ben blij, ik verheug mij, als men mij om mijn lieve Meester kwaad berokkent. Ik zal het niet zoeken. Maar als het mij overkomt, dan weet ik: De satan, de organisator van christenvervolgingen, trekt toch aan het kortste eind. Mijn loon is groot. Straks zal het zijn: “Komt, gij gezegenden Mijn Vaders, beërft dat Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld” (Matth.25:34vv).

Laat ik mogen eindigen met een enkel citaat uit een brief die Guido de Brès, de opsteller van de 37 artikelen van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, schrijft aan zijn moeder vanuit de gevangenis waar hij wacht op zijn terechtstelling: “O, wat een eer! Zelfs aan de engelen verleent God de eer niet voor Zijn Naam te lijden. En wie ben ik, dat mij deze eer geschonken wordt? Inderdaad, ik ben verrukt over de hemel, als ik deze dingen beschouw. En alsof dit nog niet genoeg was, troost Hij mij zonder ophouden in mijn strijd....Ik zie Hem om zo te zeggen, ingesloten in mijn boeien en banden. Ik zie Hem met de ogen van mijn geest in mijn obscure en duistere gevangenis ingesloten, zoals Hij mij beloofd heeft in Zijn zeer waar Woord met mij te zijn al de dagen tot het einde. Hij is hier met mij met een oneindige menigte van engelen, mij vertroostende en versterkende en deze zeer zoete melodie van woorden uit Zijn mond doet Hij in mijn oren weerklinken: aan Hem die overwint, zal Ik geven te eten van de boom des levens die in het midden van het paradijs mijns Gods is. Ik ken uw moeite en armoede, maar gij zijt rijk....O, welk een vertroosting....”.

Ds. C. den Boer

Ds. C. den Boer

Ds. C. den Boer

Tags in dit artikel:

zaligspreking
geen reacties

Terug in de tijd

Wij zijn lid van een gemeente en die is heel klein. De mensen in die gemeente ervaren de gemeente als geweldig open, fij...
4 reacties
21-11-2013
Als je gelooft dan ben je toch eigenlijk ook bekeerd? Want is het zo dat als je zegt dat je wel gelooft en toch onbekeer...
geen reacties
21-11-2003
Ik ben een student die best veel bezig is met geloof en wetenschap. Bij mij in de kerk wordt echter verteld dat ik niet ...
4 reacties
21-11-2014
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering