Overlevering van Joodse feesten en gebruiken

prof. dr. M.J. Paul | Geen reacties | 25-06-2026| 10:03

Vraag

Kwam Jezus via Maria uit een geslacht wat Mozaisch-Hebreeuwse feesten en gebruiken volgde die door God aan Mozes waren gegeven? En observeerde en bekritiseerde Jezus de in die tijd de door Joden van gemixte afkomst, gepraktiseerde gebruiken en feesten afkomstig uit Babylon?


Antwoord

Beste vraagsteller,

In het eerste deel van je vraag ga je uit van de Mozaïsche oorsprong van de Israëlitische feesten en gebruiken. Ik neem aan dat je de Bijbelboeken Exodus tot en met Deuteronomium in de tijd van Mozes dateert. Niet alleen Maria, maar ook Jozef, Zacharias, Simeon en Anna behoorden tot degenen die rechtvaardig waren en trouw aan de God van Israël. In de loop der tijd zijn sommige gewoonten uit de tijd van Mozes iets aangepast. Dat gebeurde in de tijd van de koningen (bijvoorbeeld door Hizkia) en ook in de tijd van Ezra en Nehemia. In het Nieuwe Testament lezen we over het feest van de inwijding van de tempel (Johannes 10:22). Dit feest is terug te voeren op de herinwijding van de tempel door Judas Makkabeüs in 164 voor Christus, na een periode van ontheiliging (vgl. 1 Makkabeeën 4:36-59; 2 Makkabeeën 10:1-8, Flavius Josephus, Oudheden12,316-325).

Voor zover bekend zijn de Joodse feesten altijd zo nauwkeurig mogelijk gehouden overeenkomstig de voorschriften uit de Thora. Soms kwamen er gewoonten bij, zoals de traditie om bij het Wekenfeest niet alleen de inzameling van de oogst, maar ook de wetgeving op de Sinaï te gedenken.

In de vraag klinkt de suggestie dat Joden van gemixte afkomst gewoonten uit Babylon ingevoerd zouden hebben. Hiervoor bestaan geen aanwijzingen. Voor zover bekend zijn de groepen die uit Babel terugkeerden strikt in opvattingen geweest. De boeken Ezra en Nehemia getuigen daarvan. Zij bekritiseren sterk de gemengde huwelijken die de identiteit van het volk in gevaar brengen (Ezra 9-10; Nehemia 13). Dat zijn dus geen verkeerde Babylonische invloeden. Ik weet niet op welke gewoonten de vraag betrekking heeft. 

Een volgend punt is de verhouding tussen Jeruzalem en de Joden in de verstrooiing (diaspora). Voor zover wij geïnformeerd zijn, wijst alles erop dat de Joden in Jeruzalem een sterk centraal gezag hadden. De beslissingen van het Sanhedrin werden doorgegeven aan de Joden in het buitenland. Die beslissingen betroffen ook de Joodse kalender, vanwege de ingewikkelde berekeningen wanneer bepaalde feesten gehouden moesten worden en wanneer er een extra maand Adar ingelast werd.
Zolang de tweede tempel er stond, was Jeruzalem het geestelijke centrum en kwamen er geen Babylonische invloeden. In het Jodendom was er één stroming die het niet eens was met dit centrale gezag en met bepaalde gewoonten in tempel en zich daarom in isolement terugtrok. Dat betreft de stroming die de geschriften geproduceerd heeft die in Qumran gevonden zijn. 
Het is waar dat Jezus allerlei Joodse praktijken bekritiseerde, maar dat betreft vooral gegroeide praktijken. Hij veroordeelde de praktijk van het geld wisselen in de voorhof (zie Mattheüs 21:12-13) en Johannes 2:13-17). Verder moeten we goed in de gaten houden wie bekritiseerd worden. In Mattheüs 23 veroordeelt Jezus diverse praktijken van de Farizeeën, maar dat heeft te maken met hun stelsel om extra voorschriften te maken als ‘haag om de wet’ (zie hiervoor mijn boek “Mattheüs. Bijbelcommentaar met Joodse en archeologische achtergronden”). Dit zijn geen Babylonische invloeden.

Jezus vergelijkt de Joodse leiders in Zijn dagen met slechte wijnbouwers en kondigt aan dat het beheer van de wijngaard (Israël) aan andere leiders gegeven zal worden (Mattheüs 21:43).

Ondanks alle kritiek en ondanks alle corruptie die er in het hogepriesterlijke geslacht was, hebben Jezus en de apostelen meegedaan met alle Joodse feesten. Dat blijkt uit de evangeliën en het boek Handelingen. De discipelen gingen na de opstanding steeds weer naar de tempel. Paulus doet ook zijn best om feesten in de tempel bij te wonen (Handelingen 18:21). De gemeente van Jakobus bestaat uit duizenden leden die trouw zijn aan de Thora (Handelingen 21:20). In contact met deze gemeente is Paulus bereid om met vier mannen die een gelofte afgelegd hebben naar de tempel te gaan en daar te offeren (Handelingen 21:23-28). Voor gelovigen uit de volken was die trouw aan de voorschriften van Mozes niet nodig, maar voor de Joodse gelovigen wel (zie het besluit van Handelingen 15). Paulus verklaart tegenover Festus: “Ik heb niet tegen de wet van de Joden, niet tegen de tempel en ook niet tegen de keizer enige zonde bedreven.” Later zegt hij tegen de Joden in Rome: “Ik, die niets gedaan heb tegen het volk of de gewoonten van de vaderen” (Handelingen 28:17). Kortom: de Joodse gelovigen in Jezus zijn trouw aan de tempel gebleven, zolang die bestond (tot het jaar 70). Hoe dit alles zich verhoudt tot de brief aan de Galaten laat ik nu rusten; ik bereid daarover een nieuwe publicatie voor.

Samengevat: er is geen spoor te ontdekken van Babylonische Joden van gemixte afkomst die de feesten en gewoonten in Jeruzalem aangetast hebben. De oorsprong van de kritiek van Jezus heeft andere oorzaken.

Na de verwoesting van de tempel is in het Jodendom in het land Israël de Misjna ontstaan, een geschrift met allerlei ethische voorschriften. Later zijn die voorschriften uitgewerkt in de Jeruzalemse en Babylonische Talmoed. In de praktijk van het Jodendom heeft de Babylonische uitwerking meer gezag gekregen dan de eerste. Uit die Talmoed blijkt de behoefte God zo strikt mogelijk te gehoorzamen.

Prof. dr. M. J. Paul

Lees meer artikelen over:

(Messiasbelijdende) Joden

Mis niks, abonneer je op onze WhatsApp en wekelijkse nieuwsbrief

Dit artikel is beantwoord door

prof. dr. M.J. Paul

  • Geboortedatum:
    13-03-1955
  • Kerkelijke gezindte:
    PKN (Hervormd)
  • Woon/standplaats:
    Oegstgeest
  • Status:
    Actief
285 artikelen
prof. dr. M.J. Paul

Bijzonderheden:

-Eindredacteur Studiebijbel OT
-Senior docent Oude Testament (CHE)
-Deeltijd hoogleraar OT te Leuven (B)

Bekijk ook:

 

 


Dit panellid heeft meerdere artikelen geschreven
Geen reacties
Je kunt niet (meer) reageren op dit bericht. De reactiemogelijkheid is niet geactiveerd of de uiterste reactietermijn van 1 maand is verstreken.

Terug in de tijd

Moeite om mezelf te accepteren

Ik heb er soms veel moeite mee om mezelf te accepteren. Ik ben nl. erg verlegen, onzeker en gesloten. Daarnaast ben ik ook niet zo knap. Soms ben ik jaloers op vriendinnen die er leuk uitzien, leuke v...
Geen reacties
23-06-2006

Aanzien om te begeren of iemand knap vinden

In de Bijbel staat dat wie een vrouw aanziet om haar te begeren al overspel met haar doet in zijn hart. Hoe kan een man dan naar een vrouw verlangen en tot een relatie en huwelijk komen zonder te zond...
2 reacties
23-06-2020

Predikanten moeten kennis Hebreeuws en Grieks hebben (2)

Aan ds. R. W. Mulder. Deze vraag stel ik n.a.v. "Predikanten moeten kennis Hebreeuws en Griek hebben". Hoe kijkt u dan naar predikanten van nu in andere kerkverbanden die weinig tot geen kennis hebben...
Geen reacties
23-06-2023
design website door design website by Mooimerk website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis hosting website door hosting website by STH Automatisering
Stel hier
een vraag