Jozef en zijn broers in Egypte

Ds. W. Arkeraats | Geen reacties | 18-06-2026| 10:00

Vraag

In Genesis 43 komen de broers van Jozef voor de tweede keer bij hem om voedsel. Ze zijn ongerust over het geld dat ze weer terug in hun zakken hadden gevonden en zeggen tegen de man die de leiding over het huis van Jozef heeft dat het een misverstand betreft. Deze geeft aan dat ze niet bang hoeven te zijn en benoemt dat hun God dat gedaan heeft. Opvallend dat deze man God noemt. Had hij gehoord of begrepen dat zijn baas tot dat volk behoort, of was hij misschien zelf in die God gaan geloven?

Als men aan tafel gaat is er apart gedekt voor de broers en voor de Egyptenaren. De laatsten houden niet van Hebreeërs. Die zijn een gruwel voor hen, staat er zelfs. Wisten zij wel dat Jozef ook tot dat volk behoorde? Of was het normaal dat zij zich als Egyptenaren ondanks de positie van Jozef op deze manier opstelden? Of betrof de afstand alleen die tot de broers?

Dan nog een vraag. In Genesis 44 gaat het over de beker die gestopt is en gevonden bij Benjamin. In de Statenvertaling gaat het over de beker "waaruit mijn heer drinkt en waarbij hij (iets) zekerlijk waarnemen zal", waarbij wij altijd dachten dat hij er zeker achter zou komen dat die beker was ontvreemd. In de Herziene Statenvertaling staat "de beker waarmee hij dingen met zekerheid kan waarnemen." De basisbijbel zegt "de beker die hij gebruikt om in de toekomst te kijken." In de Naardense Bijbel is het "de beker waarmee mijn heer drinkt en waarin hij bij het waarzeggen waarzegt." Wat hiervan te denken?


Antwoord

Beste vriend of vriendin,

Als je aandachtig in de Bijbel leest kunnen bepaalde uitdrukkingen je opvallen. Zo ook in dit hoofdstuk van Genesis. Ineens bedenk je: bijzonder, dat een Egyptenaar de naam van de God van Israël noemt. 
 
We kunnen als verklaring twee mogelijkheden noemen. Allereerst kan het zijn dat Jozef hem zo had voorgezegd. Maar er is toch meer van te zeggen. Het lijkt er sterk op dat deze dienaar van Jozef de Hebreeuwse taal beheerste. Uit niets blijkt dat er een tolk was die de gesprekken over en weer vertaalde. Vooral na de ontdekking van Jozefs beker in de zak van Benjamin zijn de gesprekken heel erg direct. Het kan dus heel goed zijn dat ook deze hofmeester uit Kanaän afkomstig was. Verder lijkt het erop dat het steeds dezelfde man was die de broers te woord stond.

Zo kan het dus heel goed mogelijk zijn dat deze dienaar van Jozef van het handelen van God afwist. En dan is het ook begrijpelijk dat Jozef juist aan deze man de opdracht gaf om het contact met zijn broers te onderhouden. Persoonlijk vind ik deze verklaring best wel aannemelijk, al zeg ik er bij, dat we het nooit precies zullen weten. En of deze hofmeester ook persoonlijk in God geloofde? Ik hoop het van harte!

En dan dat ‘aparte’ eten. Dat hangt samen met de afkeer die de Egyptenaren hadden van de mensen die vanuit het noorden, dus vanuit Kanaän, het land binnen kwamen. Dat waren Aziaten en met zulke mensen wilden de Egyptenaren niet aan één tafel zitten. De broers van Jozef werden ook als ‘Aziaten’ beschouwd. En dus aten ze apart.

Dat ook Jozef aan een aparte tafel zat, heeft te maken met het feit dat een koning nooit met iemand aan dezelfde tafel zat. Dat Jozef dus ook een tafel voor zichzelf had, staat dus los van het feit dat hij een Hebreeuwse man was. Misschien wisten ze trouwens ook niet dat hun onderkoning van oorsprong uit Kanaän afkomstig was.

Ja en dan die beker die in de zak van Benjamin gevonden werd. Over die wat bijzondere zin: “waarmee hij met zekerheid iets kan waarnemen” is veel nagedacht. Het Hebreeuwse woord, dat gebruikt wordt kan inderdaad op een occulte praktijk wijzen. En dat brengt ons in verlegenheid: hoe kan een man als Jozef zich daar nu mee bezig houden? Heel veel uitleggers zijn in de loop van de tijd van een vorm van helderziendheid uitgegaan. Toch is dat meer zeer de vraag.

Ik noem een aantal argumenten die een heel andere kant op wijzen. In Egypte kende men inderdaad een toekomstvoorspelling door middel van een beker. Men vulde dan een beker met water en gooide er wat olie op. Aan de manier waarop die olie (die bleef drijven) zich op het water verspreidde, las men af, wat de toekomst zou brengen. Deze manier van toekomstvoorspelling was het werk van een groep ‘deskundigen’. Er is geen enkele aanwijzing dat de Farao’s zich hier ook persoonlijk mee bezig hielden.

Verder werd éénzelfde beker nooit gebruikt, om er zowel uit te drinken als er de toekomst mee te voorspellen. De beker die in de zak van Benjamin werd gevonden werd door de hofmeester nadrukkelijk een drinkbeker genoemd. En dat is ook te begrijpen, want het ligt het meest voor de hand dat Benjamin na de maaltijd die mooie, zilveren drinkbeker zou hebben meegenomen.

En wat nog belangrijker is: als Jozef de dromen van de schenker en de bakker in de gevangenis verklaart en de dromen van de Farao uitlegt, is er geen spoor van occulte gebruiken. Zo is het evenmin als hij aangeeft hoe in de komende jaren overvloed en hongersnood elkaar zullen opvolgen. Dan spreekt Jozef duidelijk over wat God hem bekend maakt.

Tenslotte dit: uit de Hebreeuwse tekst is niet persé op te maken dat Jozef een occult gebruik maakte van zijn beker. De hofmeester kan ook wijzen op de gewoonte van zo’n beker gebruik te maken om de toekomst te voorspellen. Maar door de manier waarop de woorden gekozen worden zullen de broers ongetwijfeld de indruk krijgen dat zij niet zomaar een willekeurige drinkbeker hadden ‘gestolen’, maar dat het een beker was die iets met de goden te maken zou kunnen hebben. En dat was een veel grotere misdaad. En dan is het te meer te begrijpen, hoe verslagen ze waren: de straf zou vast en zeker heel zwaar zijn!

Je begrijpt dat we over je vraag het laatste woord niet kunnen zeggen. Maar door de teksten nauwkeurig te lezen kunnen we wel iets verhelderen.

Maar wat is de les hieruit, los van de vraag hoe het allemaal precies in z’n werk is gegaan? Deze, dat we belijden mogen dat ons leven niet door geheimzinnige dingen bepaald wordt, maar in Gods hand is. En wat dat inhoudt weten we helder uit het Woord van God. Dat geeft houvast in ons onzekere bestaan ook al kunnen we Zijn weg niet altijd begrijpen. Maar wat Jozef tegen zijn broers zei: “God heeft het kwade ten goede gekeerd”, geldt voor alle tijden. Dat is onze enige hoop!

Ds. W. Arkeraats

Lees meer artikelen over:

jozef

Mis niks, abonneer je op onze WhatsApp en wekelijkse nieuwsbrief

Dit artikel is beantwoord door

Ds. W. Arkeraats

  • Geboortedatum:
    09-08-1946
  • Kerkelijke gezindte:
    PKN (Hervormd)
  • Woon/standplaats:
    Hardinxveld Giessendam
  • Status:
    Actief
146 artikelen
Ds. W. Arkeraats

Bijzonderheden:

Emeritus


Dit panellid heeft meerdere artikelen geschreven
Geen reacties
Je kunt niet (meer) reageren op dit bericht. De reactiemogelijkheid is niet geactiveerd of de uiterste reactietermijn van 1 maand is verstreken.

Terug in de tijd

Mijn menstruaties zijn heel regelmatig, (om de 26, 27 dagen) maar wel erge pijnklachten (...)

Mijn menstruaties zijn heel regelmatig, (om de 26, 27 dagen) maar wel erge pijnklachten; ben er vaak echt ziek van. Nu is het zo dat ik de laatste tijd ook steeds tussentijdse bloedingen heb en bij in...
Geen reacties
17-06-2008

Eerwaarde heer als hulpprediker

Op de website van de Hersteld Hervormde Kerk las ik dat zij een zogenaamde hulpprediker hebben. Deze voert echter niet de titel dominee, maar staat vermeld als eerwaarde heer. Wat is de status en ople...
Geen reacties
17-06-2006

Angst na stuitligging

Na de geboorte van ons eerste kindje d.m.v. een spoedsectio (i.v.m. stuitligging) ben ik angstig geworden voor een mogelijke tweede zwangerschap/bevalling. Hoewel ik een fijne zwangerschap heb gehad e...
Geen reacties
17-06-2009
design website door design website by Mooimerk website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis hosting website door hosting website by STH Automatisering
Stel hier
een vraag