Uitlegkunde of inlegkunde in preek

Ds. C. Harinck / geen reacties

24-09-2019, 15:54

Vraag

Aan ds. C. Harinck. Ik heb twee vragen naar aanleiding van een preek die in onze gemeente gehouden is door een predikant. Ik vind het lastig om deze zaken op de juiste manier te plaatsen. Vandaar dat ik een beroep doe op u, vanwege de evenwichtige Schriftuurlijke wijze waarop u vragen beantwoordt. Het betreft een preek over de Naäman die gereinigd werd in het water van de Jordaan.

Mijn eerste vraag is in hoeverre je een dergelijke preek mag over zetten naar het geestelijke? De weg die Naäman eerst ging naar de koning van Israël (i.p.v. rechtstreeks naar de profeet) werd geestelijk overgezet. Ook zijn vijandschap tegen de eenvoudige opdracht om zich te wassen in de Jordaan werd volledig geestelijk overgezet: de mens die door God bearbeid wordt komt openbaar als een grote vijand van het Evangelie. Het overheersende thema in de preek was feitelijk: de weg hoe God een mens bekeert, uitgebeeld in de geschiedenis van Naäman, vol van onmogelijkheden. Het ging niet zozeer over Christus, maar vooral over wat Gods kinderen beleven.

Het tweede punt waar ik een vraag over heb is datgene wat de dominee zei over standen in het genadeleven. Hij behandelde expliciet het verschil tussen kennis van Christus en het verzoend zijn met een drieënig God. Ook wel genoemd: “teruggeleid naar het Vaderhart.” Dit is een nadere weldaad t.o.v. de kennis van Christus. Hij had een vrouw in zijn gemeente ontmoet die veel van Christus had geleerd. Toch had zij nog een “levendig vadergemis”. Dit vond de predikant “gezonde taal”.

Mijn vraag is: de “nadere weldaad” omtrent de verzoening met een drieënig God, waar is dit te vinden in de Schrift en in hoeverre is dit in lijn met de Schrift en de oudvaders? Deze theologie lijkt in de eerste plaats namelijk strijdig met de Schrift, zie bijvoorbeeld Johannes 14:10 en zo zijn er nog wel meer Schriftplaatsen te noemen. Anderzijds, wil ik ook in een bepaalde mate recht doen aan de ervaringen van Gods kinderen door de tijden heen, maar dan wel binnen het kader van de Schrift. Ik weet alleen niet hoe ik op een Schriftuurlijke wijze tot dit evenwicht kom.

Antwoord

Beste vraagsteller,

Om uw vraag goed te beantwoorden moet ik u wat gronden aanreiken voor de juiste Bijbeluitleg. De uitleg van de Schrift is immers van het hoogste belang. Er mogen geen menselijke meningen of geschriften heersen over de Heilige Schrift. 

Enkele basisgegevens zijn:

1. De uitlegger moet uitgaan van wat er letterlijk staat. 

2.De uitlegger moet zoeken naar de mening van de Heilige Geest in de tekst. Dat houdt in de context waarin de tekst staat te onderzoeken. Het verband waarin iets gezegd of geleerd wordt.  Je kunt ook zo maar geen zin uit een brief lichten. Dan doe je de briefschrijver geen recht.

3. De dienaar moet de tekst  toepassen op wat de Heere daarmee tot de hoorders  te zeggen heeft. Dat is de belangrijkste zijde van de prediking. Daarvoor is affiniteit met de Bijbel nodig. Met andere woorden: daar is persoonlijke bekering, kennis van God en geloof in Christus nodig. De dominee moet David verstaan als hij zegt: “Gelijk een hert schreeuwt naar de waterstromen, alzo dorst mijn ziel naar God.” En hij moet Paulus verstaan als hij schrijft: “Wij dan gerechtvaardigd zijnde door het geloof hebben vrede met God door onze Heere Jezus Christus.” Hij moet eerst christen zijn en dan pas dominee. Hij moet ervaring met God hebben om over de Bijbelse bevinding te kunnen spreken. En Christus moet hem vooral dierbaar zijn. 

4. De dienaar moet daarvoor naast een biddend bestuderen van de tekst, over de gave van de profetie beschikken: 1 Kor. 12:28, 1 Kor.14:1, enz. Zie ook 1 Tim. 4:14. Daar zou nog veel meer over te zeggen zijn, maar God geeft die Hij roept tot de dienst van het Woord gaven om dit ambt te kunnen uitoefenen. We geloven nog steeds dat wanneer God een mens roept, Hij hem ook bekwaam maakt. Een dominee is gewoon mens en christen, met zonden en gebreken. Maar hij bezit toch iets wat gewone gelovigen niet bezitten: de gave en zalving van de Heilige Geest. Dat geeft bekwaamheid tot de prediking en gezag aan de boodschap en het wordt door de hoorders gevoeld.

Na deze algemene inleiding wil ik nu wat zeggen over hoe omgegaan moet worden met het vergeestelijken van natuurlijke beelden, gebeurtenissen en vooral voorbeelden van  bekering, ervaringen, geloof, volharding en kennis van de Heere, die we  in de Schrift vinden. 

De Bijbel bevat vele stijlfiguren, dat is: manieren om een boodschap over te brengen. Zo zegt Jezus in de gelijkenis van de rijke man en Lazarus: “Zij hebben Mozes en de profeten.” Iedere Bijbellezer begrijpt dat Jezus dit niet letterlijk bedoelt.  Mozes en de profeten waren er niet meer. Hij doelde op de boeken van Mozes en de profetische geschriften. Ik noem  met opzet dit eenvoudige voorbeeld. Dan begrijpt u wat ik bedoel met stijlfiguren.

De Bijbel bevat veel zogeheten metaforen of gelijkenissen. Het is een vergelijking. Een persoon, een gebeurtenis, een ervaring wordt als beeld genomen voor een geestelijke zaak. Zo zegt de Messias in het Hooglied: “Ik ben een Roos van Saron.” 

God spreekt tot ons op menselijke wijze over Zijn ogen, oren, handen, arm, stem, hart enz.  Jezus gebruikte beelden uit het leven van de mensen, de natuur, enz. om geestelijke zaken duidelijk te maken. Zijn gelijkenissen zijn vol betekenisvolle elementen. Zo bevat de Bijbel allerlei beelden, bloemrijke taal, metaforen en voorbeelden. Het toont ons de heerlijkheid van de Auteur van de Bijbel, God de Heilige Geest. 

De vraag die aan de orde is, is: hoe ga je daar mee om? Hoe vul je die beelden in en hoe leg je ze uit? De uitlegger is daarin gebonden aan de Schrift. We zeggen terecht dat de Schrift zijn eigen uitlegger is. De Schrift moet daarom met de Schrift worden vergeleken. Wanneer je voor je uitleg geen steun vindt in de Schrift, deugt ze niet. De vergeestelijking mag geen vrij spel hebben, maar is gebonden aan het geheel van de Schrift. Ketters verdraaien de Schrift. Bekend voorbeeld is om het vagevuur te verdedigen met Luk. 12:59: “Ik zeg u: Gij zult van daar geenszins uitgaan, totdat gij ook het laatste penningsken betaald zal hebben.”
 
We spreken over het verschil van allegorie en allegorese. Allegorie is: geestelijke zaken duidelijk maken door natuurlijke zaken. De invulling rust dan op geestelijke zaken die de Bijbel leert. De Bijbel is daar vol van. Allegorese is: naar eigen goedvinden de tekst invullen met zaken die niet Bijbels zijn en vooral ook: tot in detail alles met allerlei zaken invullen. We spreken dan in bekende taal over uitlegkunde of inlegkunde.

Zo was er eens een student  op de theologische school in de tijd van ds. Kersten, die vertelde  met grote opening gesproken te hebben over de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Hij was echter met één probleem blijven zitten. De barmhartige Samaritaan  was niet moeilijk in te vullen, dat was Jezus. De beroofde reiziger ook niet. Dat was de zondaar. Maar de ezel daar zat hij mee. Ds. Kersten zei toen: dat ben jij! Calvijn noemt de allegorese een uitvinding van de duivel om de Schrift te verdraaien (uitleg Gal. 4:20-31).  Hij zegt  daar belangrijke dingen. 

Het voorbeeld van de predikant dat u noemt lijkt veel op allegorese en inlegkunde. Het is in ieder geval geen gezonde uitleg. Hij mag het beeld van Naäman wel gebruiken, maar  hij moet het invullen met Bijbelse zaken en niet met de eigen visie op de bekering. En dan is er nog een belangrijke zaak. Het gaat altijd in de uitleg om de kern van het voorbeeld. De kern bij Naäman is dat hij de genezing op een andere manier verwachtte. De les is dan dat wij het van opzienbarende dingen verwachten en niet van het eenvoudige evangelie dat spreekt van zaligheid uit genade en slechts door het geloof. Zo vind je dat er door betrouwbare predikers over gesproken is en niet zoals de predikant die u hoorde .  

Ik vrees dat het grote probleem in de bevindelijke prediking is, dat men de eigen mening in de uitleg van de Schrift legt. Er wordt en soort raster over de Bijbel gelegd. Er wordt uitgegaan van een bepaald bekeringsschema en dat wil men in de tekst lezen. Het ergste is dat daardoor God niet meer aan het woord komt in de prediking, maar de mens en menselijke gedachten de inhoud worden. Uw slotopmerking is dan ook meer dan terecht. U wilt de ervaringen van Gods kinderen een plaats geven in de prediking, maar dan wel binnen het kader van de Schrift. We noemen dat een Schriftuurlijk/bevindelijke prediking. Dat is geen bevindingen prediken los van de Schrift, maar vanuit de Schrift aanwijzen wat de gelovigen tijdens een leven met God van Zijn genade, hulp en ontferming ervaren.  

Het is wat uitvoerig geworden, maar het gaat dan ook over een zaak die van groot belang is voor een gezonde prediking.
 
Ds. C. Harinck

Ds. C. Harinck

Ds. C. Harinck

  • Geboortedatum:
    09-04-1933
  • Kerkelijke gezindte:
    Gereformeerde Gemeenten
  • Woon/standplaats:
    Kapelle
  • Status:
    Actief
  • Bijzonderheden:
    Emeritus

Tags in dit artikel:

vergeestelijken
geen reacties

Terug in de tijd

Ik ben een jongen van 24 en heb sinds kort (bijna een jaar) verkering. Ik heb, ik denk al vanaf mijn 14e of 15e, een sek...
geen reacties
24-09-2011
Ik geloof dat alles wat in de Bijbel staat waar is. Als kind geloofde ik in Jezus. Ik ben gedoopt en heb belijdenis geda...
7 reacties
24-09-2012
Ik heb de vragen en antwoorden op deze site gelezen over het onderwerp van mijn vraag, namelijk hoe ver mag je gaan op l...
13 reacties
24-09-2009
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering