Weblog: dominee in de bajes

Ds. van Binnendijk / geen reacties

15-09-2012, 11:25

Refoweb-panellid ds. M. F. van Binnendijk verbleef in Kampala, Oeganda, om daar zes weken lang als vrijwilliger te werken onder gevangenen in Kigo Prison. Namens "Second Support Chance", een project van Victor Wildeman en zijn vrouw, wilde ds. Van Binnendijk helpen gevangenen een tweede kans te geven, zowel binnen als buiten de gevangenis. Naast persoonlijke ondersteuning in de vorm van gespreksgroepen, Bijbelstudie en contacten met de veroordeelden, wilde de predikant zich vooral richten op renovatie van het sterk in verval geraakte kerkgebouw van de staf. Refoweb volgde hem op de voet.


Donderdag 18 oktober 2012 – Goodbye

Tja, de laatste dag is aangebroken. In Kampala gingen we met voorganger Peter en Henry Dyogo gordijnen voor de boma halen alsook de regengoten. Begin van de middag waren we op Kigo. Bij de kerk werden we opgewacht door een vrouwelijke collega van Peter, die zelf ook diensten leidt wanneer Peter er niet is. Opnieuw bleek hoe blij de mensen – zij in het bijzonder – zijn en het als ‘Gods blessing’ ervaren wat ze nu meemaken en een mooi kerkgebouw krijgen.

Had ik tot eergisteren nog het gevoel dat er nog maar weinig van terecht was gekomen, toen er gisteren zo fervent geschilderd was en werd, kreeg het gebouw ineens een bepaald karakter. Wat vooral door de wit/grijze combinatie is. Vincent heeft veel gedaan aan de bedrading. De afwerking komt nog, maar eerst zal de vloer moeten worden geschilderd. Met een ‘rode loper’ van voordeur tot aan het platform.

Ik heb voor de jongens maar ook voor Walter, Vincent en Henry een staaf zeep gekocht. Afscheid van de kinderen. Afscheid ook van een aantal jongens waarmee toch een bepaalde band is ontstaan. Dat maakt het afscheid doorgaans niet eenvoudig.

Dan is er ‘Jude’, voorzitter van de Kigo Prisoners Football Associations… puike jongen, katholiek maar met een fors gehalte born again

Machmoud, iemand die weinig zei, maar steeds naast Eddie zat en alleen maar luisterde… maar toen Eddie naar de lunch was mij zijn verhaal vertelde. “Mij was geleerd blanken te haten, vooral Amerika als de grote vijand. Maar toen ik in de gevangenis kwam was de eerste die mij zag en hielp… een blanke. Ik schaam me dat ik door een leugen heb leren haten. Nu ligt dat anders…”

En ja, als laatste natuurlijk Alex. Dat werd méér dan een big hug. Zijn mond lachte wel, maar zijn ogen vertelden iets anders. Ik las een gevoel van hechting en gemis. Kiene jongen, geweldige vent.

Neem Eddie, die een boek gaat schrijven. “You will trust me if you have the manuscript…”.

Tja, toen moesten we toch de boma verlaten en naar huis gaan. De avond valt. Opmerkelijk is het dat zowel Vincent als Henry met ons meelopen tot aan de slagboom (‘carport’). De matatu is er nog niet en achter het wachthuisje zitten we gezamenlijk te herkauwen op enkele bakjes. Wanneer Robert Masareka, die bij ons in Pearl is geweest en zich in het Linux Programma verdiept voor het studie centrum, zich bij ons voegt, wordt het een soort nabetrachting.

Wanneer de matatu in de verte nadert, staat Victor op en wil al weglopen. Maar Henry die naast mij zit, buigt zich ineens naar mij toe en vraagt of hij met mij een gebed mag doen. Hij grijpt mijn handen vast en op het moment dat ik mijn ogen dicht doe voel ik nóg een paar handen. Het is Robert, die zich bij het gebed voegt. Ook dit is Oeganda! Als Henry ‘amen’ zegt, leg ik mijn rechterhand op het hoofd van Robert en zegen hem. Ook Henry buigt zich naar mij toe, en ik zegen ook hem. Heilig, geweldig, kostbaar, onvergetelijk moment. Langzaam lopen we naar de matatu en ik heb sterk de indruk dat we allemaal dit moment zo lang mogelijk willen rekken. Dan start de matatu zijn motor, maar vertrekt nog niet. Victor is inmiddels op zijn ‘vaste’ plaats helemaal achterin bij het raam gaan zitten. Vincent en Henry lopen al keuvelend samen terug naar Kigo, met nog een laatste zwaai uit de verte. Toen ik dit moment wilde vastleggen, bleek Victor haarfijn aan te voelen hoe ik mij voelde, toen hij vanuit de matatu zachtjes zei: “Dag Swiebertje…”
 

Woensdag 17 oktober 2012 – Uit de mond van kinderen…

In de kerk aangekomen ben ik meteen met schilderen begonnen. Hoewel ik het liefst op een steile ladder schilder, stond Henry erop dat – vanwege de veiligheid de ladder tegen een plat op de vloer liggende ladder werd gestut… wat inhield dat ik al balancerend op een vervaarlijk wiebelende ladder stond. Henri probeerde het eerst uit of ik lang genoeg was om erbij te kunnen. Met zijn goedkeuring (en die staat buiten twijfel) kon ik de ladder op. Het werd een leuk half uurtje, waarbij het niet mogelijk was om in de emmer vast te houden en de kwast. Dus bood de ladder-vast-houder aan om de emmer vast te houden.

Na het kruis in de kerk volgde het tweede buiten boven de voordeur.

Ondertussen werd de voordeur gerepareerd, wat bij mij nog wel wat vragen opriep. Cement in plaats van puti? Drie keer die deur dicht en het rolt eruit… een simpel plankje is genoeg. Maar ja… TIU. Overleg, plannen, geld, materiaal… soms wat moeizaam manoeuvreren… maar ik kan het gerust aan Henry overlaten.

Zijn planning staat als een huis, en dat zo’n jongen de dingen op een rijtje heeft, het blijft amazing. Wat ik als typisch Afrikaans waarneem – niet zeggen wat je denkt – is iets dat Henry óf vreemd is óf hij heel goed weet te verbergen. Op mijn vraag (ik stond buiten net op de ladder en hij was foto’s aan het maken) of hij dit gedacht had de eerste dag dat hij mij zag, zei hij frank en vrij: “No, I thought: This must be someone who is going to boss around, saying to others: ‘Do this’ and ‘Do that’. But when I saw you coming up the roof that first day, and standing with me, I knew it: This is going to be good.” Over inzicht gesproken. TIH (This is Henry).

Rond de middag ben ik de boma in gegaan, waar ik opnieuw met diverse mensen in gesprek kwam. Zoals in de kliniek waar iemand mij vroeg hoe het is om in de vliegtuig te zitten, of geboortebeperking in Nederland een politiek issue is enz. Hoewel zijn gezicht mij vaag bekend voorkwam, bleek later dat hij eergisteren onder mijn gehoor zat, vlak voor de katheder.

Uiteraard – hoe kan het anders – een uitvoerig gesprek gehad met Eddie. Toen Jozef erbij kwam – hij lijkt in gezicht, uitdrukking en lichaamsbouw sprekend op Ghandi – wees hij op Eddie en mij, samen zittend op een smal bankje (als Jut en Jul) en zei bedachtzaam: “Friends?” Zegt Eddie: “No, brothers!” (Eddie is moslim).

Aan het eind van de middag ben ik teruggegaan naar de kerk. De meeste jongens waren al weer in de boma wegens ‘sluitingstijd’. Heb zelf nog een aantal luiken geschilderd. Ook de vanmorgen aangebrachte dorpel heb ik grijs geschilderd.

Kostbaar moment, toen drie meisjes van een jaar of vier tot zeven bij mij kwamen kijken wat die muzungu toch met zijn verfblik en kwasten aan het doen was.Ik kon het niet nalaten om één van hen naar mij toe te wenken. Ze kwam, ik gaf haar mijn verfkwast in handen, liet haar hand ontspannen en samen verfden we enkele streken van de drempel. Die smoeltjes met die glunderende ogen… puur goud!

Toen ik later wegliep richting matatu ‘kwam de troep’ hun huizen uit gestormd met hun vrolijke “muzungu, muzungu…” en daar gingen we weer!

Een geweldig ritueel, om steeds je bezoek aan Kigo af te sluiten… of te beginnen… of gewoon tussendoor (als ze uit school komen). Hoe ze in vijf weken tijd van argwanende toeschouwers veranderd zijn in een ‘kudde’ losgeslagen jonge kalveren in de wei, die komen aanrennen en mij gewoon omverlopen van plezier. Universal language.

Met Henry speek ik af dat we morgen ochtend in de stad regengoten gaan kopen. Vanavond bel ik Peter (de predikant annex bewaker) dat ook hij in de stad besteld is, om samen gordijnen te kopen.

Thuis kreeg ik van Victor een plastic tas en hij vroeg of ik die in mijn koffer mee naar Nederland wilde nemen. Ik zei: “Naar Woerden?”, doelend op Bea, SCS. Victor: “Neehee, naar Néderland”. Tja, toch wat nieuwsgierig, keek ik dan maar in de zak, en wat blijkt? Er zat een prachtig kado in voor mij, waarmee Victor (namens SCS) mij bedankt voor de tijd hier in Uganda. Tja, dan schiet er toch even iets in je keel, en dat was dit keer geen Ugandees stof.

 

Dinsdag 16 oktober 2012 – smart smart

Vanwege de ‘hagenpreek’ in de boma heb toch maar iets ‘anders’ aangetrokken, dan mijn dagelijkse kloffie van tropenbroek met kleurrijke overhemden of shirts. Kennelijk maakte dat bij sommigen een zekere indruk, want ik werd links en rechts erop aangesproken, dat ik er vanmorgen bepaald ‘smart’ uitzag. Dat betekent hier niet anders dan ‘netjes’. Iemand riep zelfs smart smart! Ook de jongens, die in de Staff Church bezig zijn, zagen mij aankomen en vroegen aan Henry Dyoko of “die man die daar aan komt lopen dezelfde is als die schildermeneer van gisteren…” Zalig de armen van geest.

Alex sprak met de predikant die al een soort dienst belegd had, en ik kon aansluiten. Na nog een lied gezongen te hebben (gitaar, Afrikaanse violen en drie drums) werd ik hartelijk welkom geheten (in 2 talen). Even voorstellen, Schriftlezing en een korte uitleg. Heerlijk zo onder de boom, met een blauwe Afrikaanse hemel boven je.

In de kerk was men flink bezig. De muren waren wit, de buitenkant had al een eerste laag gekregen, de vloer was nota bene al geschrobd.

En zo ziet het vandaag uit.

Met dat ik wilde vertrekken, kwam Henry me nog namens Walter om geld vragen voor parafine, die op was. Gelukkig is er een heel klein winkeltje tussen de barakken. Daar werd twee-en-een-halve liter afgemeten door een klein vrouwtje, van wie de kinderen zonder pardon bij mij op schoot kropen. Dat ze voor fotograaf Henry wat bedremmeld kijken, komt omdat ze nog nooit een camera hebben gezien. Mooi spul.

Links ‘God Bless’, rechts ‘Adventure’
 

Maandag 15 oktober 1212 – Rejoice

Vandaag was een topdag. Yusuf bracht me met de boa naar Kigo. Als je vanmorgen lekker gedouched hebt, en dan een boda tochtje hebt, kun je dat eigenlijk wel vergeten. Enkele vrachtwagens voor ons wierpen zoveel stof op dat Yusuf de brommer op een gegeven moment gewoon even aan de kant zette…

Bij Kigo ben ik meteen naar de boma gelopen. Terwijl ik wachtte tot de hoofddeur achter mij dicht was, en ik door het traliehek de boma in kon (deze staan nooit tegelijk open, net als tegenwoordig in de verpleegtehuizen e.a., zij het om een andere dan een klimatologische reden)… hoorde ik iemand op het veld gitaar. Maar toen ik even later aan Alex vroeg of de gitaar al terug was, zei hij stralend:  ”Kijk daar eens?”

Wat bleek… Victor heeft namens SCS een gitaar gedoneerd. Alex is hoofd van de muziek- en dramagroep (naast het feit dat hij verpleger is). Hij gaf ook gitaarles aan deze en gene. Daaronder was ook een vrouwelijke gevangenbewaarder. Op een dag was de gitaar verdwenen. Tot ik er vorige week lucht van kreeg en ik “tegen wat steentjes heb aangeschopt” - I kicked some rocks - die weer andere steentjes aan het rollen brachten. Vanmorgen was de gitaar weer terug in de boma. Grote vreugde alom.

Ook bracht ik een verlengsnoer mee voor de barbershop… de scheerderij (kapsalon is nou niet het juiste woord… er wordt alleen maar kaal geschoren!). Je wilt niet weten hoe blij de jongens daarmee waren. Niet zozeer het ding dat zij nodig hebben bepaalt dat, maar het feit dat je hen niet vergeet en nakomt wat je afspreekt. Dat heeft hier in de gevangenis een heel andere dimensie. Dagelijkse leerschool, vooral voor mij dan.

Omdat Alex gevraagd had naar een A4-tje met at foto’s van mijn persoontje (om die in de werkplaats op te hangen naast foto’s van Victor, Bea en andere vrijwilligers) had ik die vanmorgen bij me. Toen ik hem Alex liet zien, kwamen er meteen tig jongens omheen staan en ja, toen ze de ‘dominees-foto’ zagen (tijdens de huwelijksbevestiging van mijn neef afgelopen 6 september) hing ik. Morgen wordt er dus van mij een preekdienstje verwacht, midden in de boma. “Je bent dominee of niet…”

“Don’t worry, wij verzorgen de muziekgroep (Praiseband) en de kerkzaal (kleden op de grond, bankjes, lessenaar enz).” Op mijn vraag of een predikant hier iets van een stola of zoiets heeft, zegt Jozef: Het wordt protestants… kom maar gewoon, zoals je bent.”

Hier de dienst van vanmorgen.

Ik heb er zin in. Dit is wellicht precies datgene, dat ik voor ogen had voor ik naar Oeganda ging. Iedereen in de boma (heel Kigo dus) weet nu wie ik ben en wat ik doe. Waarom dat niet verzilveren? Ik ben heel benieuwd. Tegen elven ging ik richting kerk. Daar was al beduidend veel gedaan. Alle afval was weg, de muren werden al geschilderd.

 

Zondag 14 oktober 2012 – Embrace

Vanmorgen met de boda naar Upper Prison (Luzira). Alleen al de entree maakte op mij bepaald indruk. Ik mocht opnieuw niet fotograferen, dus helaas geen beeldmateriaal. Upper is heel anders dan alle gevangenissen tot nu toe. Een flink poortgebouw, alles overspannen met gaas en tralies. We moesten alle bezittingen bij de ingang afgeven. Tas, sleutels, jas, mobiel. Alleen mijn pen en mijn preek (een A5-je met notities) mochten mee naar binnen.

Via de centrale ingang gingen we niet rechtdoor naar de boma – waar ik mannen in geel zag, de zogenaamde capital offenders (geweldsmisdrijf) – maar slaan rechtsaf, weer door enkele zwaar metalen en gesloten deuren, die steeds opnieuw door een bewaker geopend en achter ons gesloten worden. De condemned hebben in tegenstelling tot alle andere gevangenen, niet de fel gele, maar dit keer witte gevangeniskleren aan: korte broek, shirt, met eenzelfde grijze streepje.

Vervolgens liepen Victor en ik, geassisteerd door en bewaker, door een enorme corridor, weliswaar van boven open, maar zijdelings met muren van minstens 5 meter hoog. Het leek net een filmdecor – zoals in Jim Hensons Labyrinth – maar ‘decor’ is het hier allerminst. Na vijftig meter sloegen we links af, waar eenzelfde corridor zich nog eens honderd meter uitstrekte. Op de hoek van deze muur een somber wachthuisje, zo’n zes meter boven de grond, de enige onderbreking van de lange rol prikkeldraad boven op de muur.

Bijna aan het eind van de corridor was links een kleine metalen deur. Hier gingen we naar binnen, waar enkele bewakers ons (voor de derde keer sinds we binnenkwamen) lieten inschrijven. Doel van onze komst (preaching), adres, tijdstip van aankomst, tijdstip van vertrek, enzovoort. Victor gunde mij de egards.

Na nog een laatste metalen deur te zijn doorgegaan (waren dat er nou zes of zeven?) kwamen we op een met zeildoek overspannen binnenplaats van 5 bij 18 meter, waar een dertig tal mannen zat te wachten. Voorin een katheder en een klein tafeltje, waarop de liturg (een inmate) enkele Bijbels en boekjes had neergelegd. Midden tussen de mannen in lagen op de grond enkele Afrikaanse ‘violen en celli’, drie flinke trommels en er was een heus keyboard.

Evenals bij de vrouwen was de kerkzaal afgebakend met kleedjes, matten en dekens, die speciaal voor de dienst worden neergelegd. Ons werd beiden gevraagd de sandalen (Victor) en schoenen (mijn zondagse zwarte, helaas al enkele weken niet gepoetst, terwijl mijn moeder dat zeer zou waarderen voor de zondag) uit te doen. Ik zette ze bij de deur, naast de sandalen van Victor.

Mijn nieuwsgierigheid kon ik niet bedwingen, dus liep ik naar het keyboard zoals Mozes naar de brandende braamstruik. Mijn schoenen hoefde ik niet meer uit te doen. Wel waarschuwde de ‘organist’ mij waar ik mijn voeten plaatste, want tussen keyboard en orgelbank liep een soort rioolgootje vol water. Voor het eerst in 6 weken weer ‘europese’ klanken.

Zonder dat ik het eigenlijk zelf in de gaten had, werd ik door de maats verleid tot het geven van pianoles, uitleg van klank, akkoorden, en vooral de stand van de hand en de houding van de vingers. Achteraf zei Victor dat de ‘organist’ niet de enige was, die aandachtig luisterde. Zit daar een muzungu (een witte) met een zwarte hand in zijn witte hand diens vingers te buigen tot hamertjes. Dat moet inderdaad een heel koddig gezicht zijn geweest.

Na de preek van de gevangenispredikant kreeg Victor het woord. Hij vertelde wie hij was, en legde vanuit zijn naam Musana (sunshine) de link naar mijn naam, die in het Luganda nauwelijks is uit te spreken, en doorgaans verbasterd wordt tot ‘Rain’ (regen), of voor de Ugandezen: Enkuba (=regen, regenbui). Het is nu een soort openings-grapje geworden, dat Victor de naam ‘zonneschijn’ heeft en ik de naam ‘regen’.

Heel ad rem haakte de liturg aan het eind van de dienst daarop in door bij het bedanken op te merken dat de planten niet alleen zonlicht maar ook regen nodig hebben om te kunnen groeien. Ongeveer op hetzelfde moment barst er een hevige (en dan bedoel ik: een hevige!) regenbui los, zodat het tentzijl ineens gutsen van water langs de zijkant laat afvloeien. Dat werd dus dubbele regen. Grote hilariteit onder de maats.

Na Victors entree heb ik gelezen uit Lukas 15 (the lost son, zoals het opschrift in de mij aangereikte Engelse Bijbel zegt, waar iemand met pen ‘prodigal’ naast geschreven had). Iemand las vervolgens dit gedeelte in het Luganda. Kern: Are you lost or found? Nou, dat was aan geen dovemans oren, want er werd van diverse kanten al antwoord gegeven over “de staat der bekering” nog voor de vertaling doorkwam. Omdat ik aan Lukas 15 doorgaans het verhaal van de hemdenboom koppel, was het bijzonder om op te merken, dat achter de maats in dezelfde ruimte vijf draden gespannen waren waar alle broeken en shirts te drogen hingen.

Toen ik aankwam aan de toepassing, vertelde ik het verhaal van de hemdenboom: “Now, the son looked out of the window, looking for that one tree, looking for that one shirt… or no shirt at all. And what did he see?” Toen viel ik stil, liep weg van de katheder, naar opzij, waar de waslijnen hingen. Daar hing ik mijn zakdoek op, naast de broeken van de maats. En ik begon te tellen, al wijzend op de kledingstukken: “Emu, bili, satu…bingi” (=een, twee, drie, veel). Groot gelach! Dat behoefde verder geen uitleg.

Conclusion: “Are you LOST or are you FOUND? There is only one thing to find out: to know and to acknowledge that we have a God of LOVE. For LOVE is LIFE! Amen.”

Na de dienst werden er ongekend veel handen geschud en waren er welgemeende omhelzingen. Moments to embrace. Zoals Einstein het ooit verwoordde:

Menselijke wezens zijn deel van een geheel, door ons universum genoemd, een deel dat begrensd is door ruimte en tijd. We ervaren onszelf, door onze gedachten en gevoelens, als afgescheiden van de rest – een soort van optische misleiding van het bewustzijn. Deze misleiding is een gevangenis voor ons, beperkt ons tot onze persoonlijke verlangens en tot het tonen van liefde en aandacht voor enkele personen die het dichtst bij ons staan. Het is onze taak om onszelf te bevrijden uit deze gevangenis door onze cirkels van mededogen te verruimen, door alle levende wezens te omarmen, alsmede het geheel van de natuur in al zijn schoonheid.

Na de dienst kwam iemand met een paar sandalen en zwarte schoenen naar ons toegelopen. Wat denk je? Waren ze in de tussentijd gepoetst. Ik zeg: GEPOETST! Pikzwart en glimmend, nog mooier dan toen ik ze kocht. Omdat de inmates niets te bieden hebben, is dit hun manier van dankjewel-zeggen. Geweldig toch?! Nee, ik voel met echt geen koloniaal… zoiets moet je met eenvoud en dankbaarheid (leren) aanvaarden.

Bij vertrek moesten we toch nog een kwartiertje wachten vanwege een geweldige regenbui, die gelukkig snel wegtrok naar het noordwesten. Terwijl we onderweg naar huis waren, belde Bas Terlouw mij nog om afscheid te nemen, omdat we elkaar niet meer zullen zien.

De matatu bracht ons bij Pearl, waar ons rond 13.50 uur nog een flinke regenbui wachtte… maar toen zaten we al weer (vier verdiepingen) hoog en droog.


 

Vrijdag 12 oktober – Forgiveniss

Met een flinke storm, regenbui en onweer – zoals ik in Nederland nog niet eerder heb meegemaakt – werd ik vanmorgen rond 6.00 uur wakker gebulderd. Kort, maar zeer krachtig. De overhemden van Victor, die aan de waslijn hingen in de hal, lagen beneden aan de trap. Om 10.00 uur had ik afgesproken met Vincent (hij had nog conduits nodig), maar… opnieuw werd het half twaalf eer dat hij er was. En zijn lijstje was iets langer. Enfin, de ontmoeting met CO Apollo liep dus spaak, maar hij bleek de hele middag niet meer te komen. Ongehoord. Victor: “Zo ga je niet om met NGO’s!” (= non gouvermental organisation, niet aan de overheid gelieerd).

In de Staff Church aangekomen was er toch even wat meer gedaan dan ik verwachtte… duidelijk de hand van Henry Dyoko. De gaten in de vloer en die van het hekwerk van ‘the altaar' (ik noem het maar de bema, het liturgisch centrum, niet te verwarren met de boma, de binnenplaats van de eigenlijke gevangenis) zijn grotendeels van cement voorzien, zelfs die in het dak.

Samen met Henri en de voorzitter van de KR bespreken we enkele kleurvoorstellen:

* Binnen- én buitenmuur kraak wit, onderrand buiten oxide (ik prefereer zwart of donkergrijs)
* Vloer binnen: donker grijs (als in kliniek)
* Bema van lichtere tinten grijs, de opstaande randen een eigen kleur
* Luiken: van binnen en buiten donker grijs
* Horen, sponningen enz. : wit
* Kruis: lichtgrijs of houtkleur 

Ik wil van het oxid af, vind ik een prison-kleur (de gevangenissen in Uganda hebben standaard beige/crème bovenkant en een oxide onderrand, dit vanwege het doorgaans roodkleurige vuil), dus we kiezen voor een grijstint voor het kruis!

Het had handig geweest om het van de muur te halen, zowel voor de kruisschilder (ik dus) als de muurschilder, maar hij blijkt met bouten zodanig te zijn bevestigd - of in de toen nog natte muur óf van buitenaf door de muur – dat hij niet te verwijderen is of we moeten alles open beitelen. Dat kost mij te veel tijd, dus het wordt handschilderen op de muur zelf.

In de boma kwam ik Eddie en Alex tegen. Ze waren allebei blij, toen ik kon zeggen dat ik tegen wat steentjes heb geschopt en dat die steentjes in beweging zijn gekomen. Dat was mijn - door hen heel goed begrepen - cryptische omschrijving dat de gitaar, die iemand van de staf ‘geleend en en niet teruggebracht heeft, weer terug komt in de boma.

Van deze eerste begroeting kwamen we zomaar ineens in de diepte. Toen Eddie weg moest om te gaan lunchen (je wilt niet weten wat er hier gegeten wordt!), kwam Alex met zijn levensverhaal. (Omwille van het ambtsgeheim kan ik dat hier niet vermelden). Het werd een diepgaand pastoraal gesprek waarbij vergeving niet alleen werd aangezegd maar ook plaatsvond. Wat gebeuren er soms wonderlijke dingen, terwijl je samen gewoon op de stoep zit en “elkaars nieren proeft”.

Ontwerp: Alex 

Deze dag, die voor mij wat somber begon (een vervelende mail met een afwijzing gisteravond) kreeg zo ineens een bijzondere glans. God works in a mysterious way indeed, for sheep and shepherds!

 

Donderdag 11 oktober 2012 – Endurance

Na enkele afspraken gemaakt te hebben over nieuwe conduits, die ik morgen met Vincent ga halen, ben ik eerst in de vrouwen gevangenis gaan kijken hoe ver het werk stond. Omdat ik vandaag enigszins plaatsvervangend voor Victor kom kijken en vanavond kan rapporteren.Geweldig om te zien dat vandaag het ‘slangenprobleem’ wordt aangepakt. Wegens weersinvloeden is het cement vlak boven het fundament verbrokkeld. Nu kan het gebeuren dat slangen daar hun toevlucht zoeken, maar die gaten komen rechtstreeks in douche, toilet en slaapzaal uit.

Dit heeft al eens tot ongelukken geleid, zo niet: dan is dit bepaald geen prettige ervaring voor de vrouwen. Zelfs ratten weten de weg naar binnen te vinden. “Henry, dat heb je goed aangepakt”.

 Ik kon niet nalaten even het gangetje in te lopen naar een zaaltje achterin, waar een twaalftal vrouwen aan het handwerken (vlechten) zijn. Ik heb me tussen hen ingezet, nadat het “ugambadji Nyabo” (= goedemorgen, mevrouwen) van mijn kant een vrolijke, eenstemmige instemming bij de vrouwen ontlokte. Toen ik me naast hen neerzette in kleermakerszit en me een paar stroken vlechtwerk toeëigende om hen na te doen, werd het een vrolijke (en voor mij zeer leerzame) boel. Steeds weer reikten diverse armen naar mij toe, om het voor te doen, maar ja, vier dubbele stroken in twee kleuren om en om, en als het te kort is weer aanvullen door een nieuwe strook van boven in te schuiven… daar kon ik toch echt niet aan tippen. Gegiechel was mijn deel. En ja, toen ik ineens achter mij een baby op de grond ontwaarde in een paar dekentjes gerold, en het oppakte… quis non jubilat? Minder ‘vrolijk’ maakt de gedachte, dat kinderen vanaf hun geboorte tot hun vierde levensjaar bij hun moeder – dus: in de gevangenis – verblijven.

Daarna ging ik naar de de boma van de mannenafdeling, waar ik het grootse deel van de dag bleef. Of om het anders te zeggen: waar ik de tijd vergat! Ik heb ‘gewoon’ met deze en gene gesprekken gehad. Nu eens lopend, dan weer zittend op de stoeprand. Al doende ervaar ik steeds meer, dat hier mijn hart nog het meest naar uitgaat. Praten met de jongens. Luisteren, helpen, aanhoren, adviseren, bemoedigen, begrip tonen en begrip hebben. Vandaag viel me opnieuw op, hoe gemakkelijk dat gaat. Life found me again!

Het trof mee enorm, dat Eddie me vertelde dat iedereen rond 17.00 uur weer in zijn ‘ward’ (gezamenlijk ’hok’ van 8×8 meter) moet zijn en de hekken dicht gaan. Ik vroeg hem, hoe hij dat kan opbrengen… zonder te kunnen lezen in het donker of iets te doen. Hij zei, met een wijze maar ook vrolijke blik in zijn ogen: Endurance! (volharden). Ik schaam me een beetje voor mijn vraag. ”Dat leer je wel. Als je voor de komend 25 (!) jaar hier vastzit.” Nog reeds kan ik me dat niet voorstellen. Op de vraag wat iemand gedaan moet hebben, krijg ik geen antwoord. Ik begrijp uit zijn verbale als non-verbale reactie wel, dat niemand in de boma met anderen over zijn conviction spreekt, terwijl er toch ook zeker vriendschappen zijn (en dat niet maar enkel om te overleven). Toen ik vroeg naar mogelijk geweld, pikorde, misschien zelfs verkrachtingen, zei hij dat er veel is veranderd. Maar dat het nog voorkomt, zeker, maar dan vooral in Upper (Convicted and Condemned).

Vandaag was het ook medisch onderzoek voor de nieuwkomers. Ze werden getest op HIV. Elke drie maanden worden alle 1000 en meer inmates gescand.

 

Dinsdag 9 oktober – Golden Jubilee Uganda

Vandaag viert Uganda 50 jaar onafhankelijkheid – Golden Jubilee. De laatste dagen was dat al te merken aan overvliegende straaljagers, extra politie en militie op de weg. En een road block richting Speke Resort (waar dit keer niet de ACSA, maar alle genodigden world wide verblijven), met een heuse tank – ik meende een voormalige Britse Centurion te herkennen - langs de weg.

In Kigo aangekomen (Yusuf bracht ons per boda door de Wetlands) werden we om 12.00 uur verwacht. Midden in de doorgang van de twee hekken (tussen boma en buiten) lag een enorme stapel aan boomstammen en takken, die verhakt zullen worden tot brandhout in de keuken. Victor en ik konden niet nalaten om de jongens te helpen. Sommige liepen met hele boomstammen.

De voetbalwedstrijd (de finale) begon echter pas ruim na enen, omdat er onverwacht een appèl was (counting of the prisoners).

In die tussentijd van wachten werd ik ineens aangesproken door een jongen doe zich voorstelde als Vincent (niet die van de elektra). Hij is hier vorige week binnengebracht vanuit een andere gevangenis  Ik meende dat er een volgende bedelbrief mij werd toegedacht, maar opnieuw werd ik verrast door niet alleen de woorden, maar ook de intentie en gedrevenheid van deze jongen. Hij vertelde mij het volgende.

“Ik ben vorige week pas hier binnen gekomen. Maar twee weken geleden had ik een droom. Er kwam een autobus voorbij met allemaal Ugandezen. Maar er zat een blanke man in. Hij keek zò (hij deed mij exact na) uit het raam naar buiten. Gisteren zag ik u over de boma lopen en ik dacht: ‘Dat kan niet waar zijn, dat is dezelfde man als uit mijn droom’. Ik heb op dat moment u niet aangesproken want ik kon mij vergissen. U was in gesprek met anderen. Maar toen ik langer keek was ik ervan overtuigd: It was you. I praise God that He brought you here.” Op dat moment denk je: “OK, nu komt het, dit was de captatio benevolentiae…” Maar nee, hij geeft mij een hand, groet mij met de meest innemende glimlach, draait zich om en loopt weg. Niets geen “Heeft u? Mag ik? Kunt u…? Wel bizar, maar tegelijk ook heel mooi. Een fenomeen dat ik nog niet direct kan plaatsen. Ik heb hem vandaag niet meer teruggezien… Is dit bijzondere Afrikaanse spiritualiteit, of neemt mijn fantasie nu een loopje met mij?

Het werd een leuke, zelfs fanatieke wedstrijd. Victor was voor de ploeg Hygiene in grijszwarte shirts (rechts), terwijl ik team-mate van de blauw-hemden was, met de naam Charity. Als guests of honor hebben Victor en ik de mannen toegesproken en de hand gedrukt.

De inzet was (voor hen) behoorlijk hoog: het winnen van een levende bok voor de winnende partij, en diverse aantallen eieren, suiker en staven zeep voor allen die deze dag een inzet hadden (voetbal, scheids, dans, zang een organisatie. Victor heeft niet alleen de wedstrijd geregeld, maar ook gefinancierd.

Omdat de eretribune net in de windrichting lag, waardoor de rook van de keuken onze kant uitdreef (dat brandde in mijn ogen) en de trommels van de muziekgroep non-stop doorgingen (vier volle uren!, ook tijdens de wedstrijd) kwam ik in een zodanige sfeer van trans en moeheid, dat ik maar besloot een ommetje over de boma te gaan lopen, voordat iemand in de gaten kreeg dat voetbal nou niet mijn grootste hobby is. Hoe leuk de sfeer ook was.

Non stop…

Ik kwam al meteen met diverse mensen in gesprek. Iemand zat een soort zondagsschool-boekje te lezen met Bijbelse verhalen. De dominee annex docent annex pastor in mij stak vanzelf de kop op en het mondde uit in een onderhoudend gesprek  Leergierig dat deze jonge vent was. Na zijn vrijlating wil hij theologie gaan studeren en voorganger worden. Je kunt je oren soms nauwelijks geloven. Maar dat heb ik al eerder opgemerkt…

Verderop zat Alex (de “arts”) met iemand gitaar te spelen. Samen hebben we enkele jazznummers gezongen. Nu ben ik helemaal geen jazz-kenner, maar een vliegende kraai vangt wel eens wat muziek op…

Alex zei niet van moderne muziek te houden “because that’s no music, it’s just sound”. Daarbij deed hij met zijn mond enkele stijlen na, die zelfs een leek zou herkennen als house en heavy metal. Op zijn vraag, hoe ik Uganda vind, kon ik niets anders antwoorden dan het gevoelen dat de laatste dagen steeds sterker in mij bovenkomt, en voor iemand buiten Uganda vreemd zal overkomen. Ik vind Kampala town te onrustig. Zelfs Pearl Apartment in zekere zin (om 6.00 stipt begint de moskee met de RK-kerk te wedijveren, afgewisseld door een speciale vogel met een dominante riedel, de me steevast wakker kakelt). De matatu’s vind ik een regelrechte ramp (terecht dat ze in 2014 vervangen worden door stadsbussen).

Maar zodra ik bij Kigo aankom, en langs de slagboom loop, word ik omringd door een deken van onverklaarbaar feeling comfortable. De vriendelijke, niet corrupte, niets eisende manier waarop je binnen en buiten de boma, vooral door de inmates wordt bejegend is zo anders dan ik mij thuis had voorgesteld. Het ontneemt mij voortdurend de gedachte dat ik tussen gevangenen verkeer. Dat zal ook grotendeels bepaald worden door het feit dat er met regelmaat en oprecht dankbaar lovend over Victor wordt gedacht en gesproken. Dat ondergetekende er niet aan ontkomt in die slipstream mee te worden genomen, ligt voor de hand.

Tegen vijf uur was de prijsuitreiking met natuurlijk de nodige toespraken. Ik had wel wat medelijden met de geit, die werd aangevoerd voor team Hygiene. De geit zou vanavond in de pan en vervolgens in elf magen verdwijnen.

Toen Victor en ik de boma verlieten en huiswaarts togen, was er bij de vrouwengevangenis ook een evenement gaande, zowel binnen als buiten het gaas. Enkele inmates, moeders en vrouwen van het personeel speelden een wedstrijd basketbal. De kinderen kwamen in horden op ons af. ”Hallo muzungu” echode het van alle kanten. Eén knulletje in het bijzonder, de kleinste nota bene, kwam (dit is al de derde keer) direct op mij toegerend alsof ik zijn persoonlijk eigendom ben, en slaat zijn armen om mijn benen en knuffelt mij strak tegen zich aan. Terwijl de meeste kids doorgaans van een muzungu terugschrikken. Dit ventje wacht (terwijl ik mij over hem heenbuig) op een roffel op zijn achterwerk, waarna ik hem optil en over mijn hoofd zwaai. Tja, wat je er met één doet… (universal language). Het High Five en Low Five en nog wat andere “Fives” is iets, waar ze geen genoeg van krijgen. Waar bén ik aan begonnen…

Victor vraagt Harriet, die er bij zit, of er ook prijzen zijn voor de vrouwen. Het blijkt dat het winnende team 10.000 UGX (3 euro!) krijgt, die ze samen moeten verdelen. Victor loopt ineens naar de kantine en komt met 11 staven zeep terug. Je wilt niet weten wat een gejoel er ineens uit de menigte opging toen ze beseften wat er gebeurde.

Dat maakt deze dag tot een extra feest. Een feest dat bekroond werd met het feit dat ik na drie dagen weer internet had. Tot in de kleine uurtjes bijgewerkt.

 

Maandag 8 oktober 2012 – Overleg

Het bezoek aan Kigo vandaag is een verademing, al is Victor deze dagen – vooral na thuiskomst van de conferentie – behoorlijk down. Ik hoor hem al drie dagen niet meer zingen en fluiten. En dat niet zonder reden. Er blijkt van UPS een schenking gedaan aan Upper Prison (Luzira) van niet minder dan 20 computers. Terwijl Victor er 14 nodig heeft voor Kigo, maar die zelf mag betalen. Like Kigo doesn’t exist. De kerkzaal in de Vrouwen Gevangenis van Luzira, waar ik gistermorgen voorging, zo zei Victor na afloop, was vanwege de ACSA-conferentie ‘even’ helemaal opgeknapt, geschilderd en van een nieuw plafond voorzien. Kigo? Bestaat niet…De angel. Voor zover ik enigszins verwaardigd ben mij enigszins ‘politiek’ uitdrukken, kun je wel stellen dat de angel zit in de manier waarop Kigo naar UPS ‘verkocht’ (aan de man gebracht) wordt. Quod non. (Niet dus).

Hoewel mijn afspraak voor de ochtend vandaag in de agenda van OC Apollo, had hij niets klaar liggen aan rekeningen en bonnen. Victor heeft het gesprek zodanig richting gegeven dat Apollo wel moet aanvoelen dat er in Kigo zaken zijn die behoorlijk scheef liggen en dat hij niet maar de man is die het allemaal aanhoort en er aantekeningen van maakt.

We zagen Henry bij de waterpartij van Womens Prison, en zochten hem daar op. Victor was enthousiast over de vorderingen van de laatste dagen. Ook al heeft het ‘kerkproject’ de werkzaamheden aan de kliniek, school en study centre stilgelegd, bepaalde zaken gaan in between gewoon door.

We vertrekken naar de STAFF Church. Apollo loopt mee en wil wel eens zien wat de vorderingen zijn. Daar aangekomen heeft Victor al meteen enkele lumineuze ideeën ten aanzien van de ligging van de kabels en het breekwerk in de muur. Hier blijkt een communicatie-misser die ons minstens een dag werk had kunnen schelen.

Vincent is pertinent tegen het gebruik van (de oude) metalen leidingen. Maar in plaats van die weg te halen, en de al gestucte muur (de zwakste plek) open te breken, heeft hij er ruim een dag over gedaan door een nieuwe sleuf te laten beitelen (de bovenste op de foto). Ik nam een hamer en beitel en ramde in zes minuten de hele sleuf open van de oude leiding (de onderste, doorlopend de hoek om tot boven de ingang).

Ik pakte hamer en beitel en heb de hele leiding er in één keer uitgebroken at voelde hele goed, es even wat fors breekwerk doen, in plaats van plannen en aanwijzen. De inmates stonden toch even allemaal stil, paf dat deze muzungu annex pastor even zijn handen liet wapperen. Stof en gruis vlogen om oren. Het enthousiasme sloeg over, het idee aan. En al gauw werden hamer en beitel uit mijn handen genomen en ging een ander even enthousiast verder. Now that’s the spirit.

Hoewel ik al een week of vier de kerk ben in en uitgelopen, viel mij nu pas op dat de muur bij de deur met pennen is beschreven. De vermeende schuttingtaal van een kerkelijke onverlaat bleek kerkmuurtaal te zijn, met een boodschap die geen uitleg nodig had:

“God is good”

Daarna vragen Walter (hout), Nicolas (water), Vincent (elektra) en Henri (supervisor) – de voormannen in Kigo – om een persoonlijk gesprek met zowel Victor als mij. Zowel hun positie in Kigo – ze zijn gewoon bewaker, maar onbetaald met een extra taak belast, terwijl degene in Upper bijvoorbeeld wel betaald worden voor alle neventaken) als ook de positie van SCS binnen UPS in het algemeen en binnen Kigo in het bijzonder worden met elkaar besproken.

Iedereen is enthousiast over de voetbal finale die morgen zal worden gehouden. Victor is, zeker na de ontmoeting met Susan gisteren, meer dan benieuwd wie er morgen clementie krijgt, mede vanwege de Jubilee (50 jaar Onafhankelijkheid).

Heel jammer dat TIU hier weer de kop opsteekt. Hoe mooi was het geweest als de overheid al een week eerder clementie had uitgesproken, zodat de vrijgelatenen op de Jubilee zelf met hun familie verenigd waren en feest konden vieren. Nu schijnen er mensen hoop te hebben gekregen, terwijl er pas over een week of nog later een brief rond gaat óf en aan hoeveel inmates clementie wordt verleend. Ongehoord…

Tegen 15:30 uur vinden we het welletjes. Als we naar de slagboom lopen, zien we bij de waterplaats enkele vrouwen en kinderen. Dat maakt Victors dag weer goed. This is so rewarding.

Het water wordt vanuit de grond opgepompt in de twee grote tanks, en van daar gaan twee buizen de grond in. Vroeger moesten ze daarvoor twee (!) kilometer lopend afleggen naar en van Lake Victoria. Vroeger water van Victoria, nu water van Victor, zogezegd. Het scheelt twee letters, maar ook twee kilometer.

Per matatu en boda terug naar Pearl. Tijd voor mij om te gaan koken en warempel… terwijl de spaghetti in de pan gaat, hoor ik Victor, na dagenlange radiostilte, ineens weer fluitend door de gang.

 

Zondag 7 oktober – kerkdienst in Luzira Women Prison

Victor heeft me vandaag uitgenodigd voor een bezoek te brengen aan de kerkdienst in de vrouwengevangenis. Zijn vrouw Bea heeft hier veel (kring)werk opgezet. Victor komt hier zo eens in de drie maanden, maar hij wordt door iedereen verwelkomd alsof hij hier elke dag is. Nou ja, zo niet aan de poort, want de OC (ene Stella) schijnt niet bepaald van bepaalde muzungus gediend te zijn. Ze laat ons minstens een half uur op kantoor wachten (bij haar afgevaardigde) voordat wij naar binnen mogen. Gelukkig zijn aanvangstijden hier een ruim begrip, en wij worden met tromgeroffel en vrolijk (!) gezang verwelkomd. Als gast wordt ik geacht mijn schoenen aan te houden, en door het middenpad (van kleedjes) naar voren te lopen en op de rij stoelen plaats te nemen. Victor loopt met sandalen in zijn hand ook naar voren, maar gaat bij de vrouwen op een kleedje tegen de muur zitten.

Als het gezang, heupwiegen en handgeklap begint, heeft dat onverwacht én onverhoopt een merkwaardige uitwerking op zowel mijn traanklieren als mijn nekharen. Wat een intense spiritualiteit komt er vrij in de kerkzaal, met deze vrouwen waarvan je niet weet of ze remands zijn of condemned…voor God liggen de verschillen doorgans zo heel anders dan wij (willen) ervaren of bedenken.

Op allerlei manieren en in vele bewoordingen werden we welkom geheten, en je merkt al snel het verschil tussen protocol of gemeende hartelijkheid. Van het eerste was vanmorgen absoluut geen sprake.

Hoewel ik wist dat mij gevraagd kon worden iets te zeggen en ik een gedeelte uit Exodus in gedachten had (naamgeving, mijn naam, naamloosheid in de gevangenis) werd ik ter plekke – door het gezang van deze honderd ‘Lydia’s’  – bepaald bij Handelingen 16: zingend de gevangenis openbreken.

Ik werd, na een preek van de plaatselijke gevangenisevangelist (de enige andere man naast ons), door de gevangenis-predikante Irene gevraagd “for sharing the gospel with us”. Nadat ik even bezig was, vroeg Susan mij om mij nog even aan de vrouwen voor te stellen, voor ik uit de Bijbel ging lezen. Susan leidde liturgisch de dienst, maar is zelf een inmate. Een kei van een vrouw. Je zou niet denken dat zij ter dood veroordeeld was, en clementie heeft gekregen. Nu wacht zij op generaal pardon, wat misschien a.s. dinsdag zou kunnen gebeuren vanwege de onafhankelijkheids-viering.

Ik begon met in het Luganda iedereen te begroeten (Ugambadji Nyabo, Ugambadji Ssebo Victor, Ugambadji Nyabo Susan enz.). Dat wekte zoveel plezier bij iedereen, dat de preek erna alle aandacht kreeg. Susan vertaalde in het Luo (of Luganda), ik deed het in het Engels. Maar kon niet nalaten in het vuur van het betoog er enkele woorden Luo tegen aan te gooien… “Paulus? Neda! (=niet dus!). Silas? Neda. Jesu? Eèèhhh!” (=Jazeker).” Dat behoefde geen vertaling…

Daarna kreeg Victor het woord, en hij heeft daarvoor een rammelaar gekocht (een handtrommel, die samen met de grote trommels een typisch Oegandees geluid te weeg brengt). Hij vergeleek de grote trommels met de grote bazen (van ACSA, of de gevangenis, of wie je maar kunt bedenken). De handrammelaar was de kleine stem van de kleine mens. Die toch gehoord wordt. Hij legde de link met Susan, maar ook met de gevangen vrouwen. “Hun stem telt en wordt gehoord!” Een groot gejoel en langdurig applaus en gejodel was Victors deel.

Irene bracht ons na afloop met de auto tot aan de weg. Vanwege enkele wegafzettingen (Kampala Road) reed de matatu om, zodat we toch vlak bij Café Pap uitkwamen. Hoewel ik Victor een zondags bakkie thuis had aangeboden, trakteerde hij mij spontaan op een Capu Pap. Dit keer kregen we een tekst verdeeld over twee koppen. Mijn tekst luidde “Two men” en die van Victor “of wisdom”.

Het was bijzonder aangenaam om richting Cooper Complex – waar onze aansluiting wachtte – midden op het asfalt van Kampala Road te kunnen lopen. Thuisgekomen maar een zondags uiltje knappen. Je merkt toch wel dat de afgelopen week bijzonder intens was. Omdat fotograferen in Luzira Women strikt verboden is, heb ik mijn camera maar thuisgelaten. Helaas kon ik de feestelijkheden onderweg niet vastleggen, maar dat ze weten wat feestvieren is mag je van mij aannemen. Ook op zondag.
 

Zaterdag 6 oktober 2012 – luchtmachtoefeningen

Vanmorgen zijn Victor en ik boodschappen gaan doen. Je merkt in de stad al behoorlijk wat ‘onrust’ vanwege de aanstaande Onafhankelijkheidsdag (dinsdag 9 oktober). We merken dat des te meer als we over Parliament Road richting winkelcentrum Uchumi lopen. Ineens komt er met donderend geraas een straaljager over. Het verbaast me dat deze straaljagers boven dicht bewoond gebied zo laag vliegen, en capriolen uithalen die op een vliegshow thuishoren.

Een pass by van het Franse stuntteam over de Champs Elysees is er niks bij. Duikvluchten, loopings, curves, kurkentrekkers, het hele scenario trekt aan ons voorbij. Zelfs in formatie van drie met de kleuren van de Ugandese vlag in rook achter zich aan.

Victor, as usual, vindt het maar niks. Eén tank kerosine tegenover wat je met dat geld voor de jongens in Kigo zou kunnen kopen.

De rest van de dag (daar blijft vanwege transport en oponthoud niet veel van over) besteden we aan het bijwerken van de blogs, en contacten met thuis. Mijn dag om te koken. Kip kerrie, heerlijk op het balkon met een bak yoghurt na.
 

Vrijdag 5 oktober – Roofpainting and drilling

Rond de middag ben ik weer op Kigo. Heb vanmorgen nog een fruitschaal gekocht op het marktje, en ben daarna vanaf de witte olifant (aan Gaba Road) met de benenwagen naar het centrum gelopen. Onderweg heb ik enkele video-opnames gemaakt van het verkeer in Kampala. Met geluid en beeld (helaas nog zonder geur) krijgen de thuiskijkers straks een behoorlijke impressie van de geordende chaos in het verkeer en de durf (zo niet het risico) dat je soms moet nemen bij het oversteken.

Op Kigo aangekomen ben ik eerst even wat mensen gaan groeten en opzoeken. Otim vroeg mij op kantoor voor een gesprek onder vier ogen. Eerst vroeg hij mij advies in zake  non-verbale communicatie in gesprekken (oogrichting van gesprekspartners inzake waarheidsgehalte, leugen, reflectie e.d.). Vanwege zijn studie communicatie kan ik deze vraag naar de visie van derden plaatsen. Dit verwerkt hij in zijn thesis, die hij momenteel aan het schrijven is. Verder vroeg hij informatie over netwerken, linken en het zoeken naar contracten abroad. Waaronder ondergetekende. En in persoonlijke sfeer zijn positie binnen het gevangeniswezen, vooral waar corruptie, leugen en diefstaldwang aan de orde komt.

Omdat Victor vier dagen op de ACSA ‘gevangen’ zat, heb ik wat foto’s genomen over de voortgang in het studiecentrum. Terwijl ik daar aankwam was er ineens een vurig geschreeuw links en rechts. Bij navraag bleek er een onverwachte telling te worden gehouden.

Bij de kerk schalde de radio mij tegemoet. De eerste indruk was helaas weer een tikkie teleurstellend, omdat overal op het horrengaas verfspatten druppels. Niet schokkend, maar wel zodanig at het oude meuk lijkt in plaats van renovatie. Later praat Henry Dyoko mij bij, en hebben de jongens met de verfkwasten de wespen willen dood meppen… nou vraag ik je!

Maar de mannen waren ondertussen toch al een fors eind opgeschoten. De helft van het dak is al wit, een gedeelte moet nog een tweede laag, en voorin moet nog begonnen worden.

Vincent heeft ondertussen de muur gefreesd.

Het dak is al voor de helft gedaan.
 

Donderdag 4 oktober 2012

Vanmorgen met Vincent afgesproken tussen 12.00 en 13.00 uur. Het werd 13.20 toen hij kwam. Hij had nog speciaal draad nodig voor de TL-lampen (de speciale sockets) zowel in de kliniek als voor de stafkerk. Ik heb boodschappen gedaan (niet mijn grootste hobby). Maar de koffie gaf mij nieuwe inspiratie: Sense life.

Halverwege de terugweg belde Victor me op: “Ben jij op Gaba Road? Ik kom zo meteen voorbij in konvooi met gillende sirenes…” Hij was vanaf de ACSA conferentie op weg naar Upperprison (alle delegaties bezochten een bepaalde gevangenis. Ik stond net inde winkel, maar hoorde. “Een konvooi gaat overigens ‘gewoon’ over de tegenligger-baan en jast iedereen aan de kant” aldus Victor. ‘t Konvooi volgt.

Omdat de ACSA ‘s avonds diner had, had ik de avond voor mijzelf… zonder internet. Tijd om de videofragmenten te ordenen en alvast wat filmpjes te maken.
 

Woensdag 3 oktober 2012

Om 10.00 uur heb ik afgesproken met Vincent in de stad, om samen de materialen voor de verlichting te gaan kopen. Snoer, kabels, TL-lamp-fittingen (wel de juiste, want we kregen eerst China imitatie Philips), conduits (buizen), sockets (verbindingsstukken), bends (hoekstukken), enz. Daarna moesten we nog een beitel en zaag hebben. Om niet in dezelfde muzungu-prijsstijging te vervallen, spraken we af dat Vincent een meter of tien voor mij uit zou lopen en links en rechts naar prijzen zou informeren. Ik was de ‘Einzelgänger’ die hoegenaamd zelf op zoek was. Het leek net een fragment uit en film.

Bij aankomst in Kigo even een plensbui op ons hoofd, maar toen Vincent mij bij hem thuis nodigde en we een Colaatje dronken, was het snel weer opgedroogd. In de kerk aangekomen stond de steiger er al in.

Deze was ter plaatste in elkaar getimmerd. Op het moment dat ik binnen kwam waren ze het hele gevaarte aan het versjouwen. Dat ging rakelings langs de horren. Inzicht is hier een marginaal begrip, lijkt het soms. Morgen laat Walter 6 jongens simultaan schilderen, van de muur in één lijn naar boven. Dat zal ook te maken hebben met de constructie van de steiger.

 

Dinsdag 2 oktober 2012 – This is Uganda (TIU)

Vanmorgen, na een flinke storm, ben ik in de matatu gestapt. De rit – ik weet het, waarde Droogstoppel, het wordt eentonig – is altijd weer een opgave. Maar vanmorgen was het zelfs een crime. Zat ik voorin in de bus van Old Park naar Kigo (hij was leeg, dus dat werd drie kwartier wachten) komt er een knul van zo’n 13 jaar oud voorin zitten. Hij rechts van mij, tegen de chauffeur aan, ik links van hem bij het open raam. Komt er (zoals gebruikelijk) iemand langs om spullen te verkopen. Dit keer iemand met een mobiel-oplader op batterij. Dat ging dus letterlijk “over mij heen”. Vervolgens koopt die knul een zakje knabbelstaafjes en gaat die de komende drie kwartier (!) zitten opeten. Heb je wel eens iemand naast je op droge zoutjes horen knagen? En dan één voor één. Een Mister Bean-achtig tafereel ontrolde zich voor mijn geest: “Ik zag mij het nog halfvolle zakje met knaabbelstaafjes uit zijn handen pakken, en het met een effen gezicht uit het raam gooien. Voor de nu enigszins geschokte lezertjes…this is Uganda. Het viel me overigens nog mee dat – toen hij het zakje leeg had – hij niet de euvele moed had het voor mij langs uit het raam te gooien. Wellicht zag hij uit zijn ooghoeken iets vanuit mijn ooghoeken…mijn gezicht zal op dat moment bepaald niet herderlijk hebben gestaan. Eerder honds.

In Kigo aangekomen vond ik Henri Dyogo. We liepen samen naar de kerk. Walter was al bezig, had in plaats van drie maar eventjes vier meter gaas gekocht (TIU?).

Bij het tweede raam aangekomen zag ik een forse scheur in het gaas wat provisorisch met een klein stuk was dicht gestikt. Eén van de jongens was met het andere raam bezig, en toen viel het ene naar binnen, met het gaas boven op een paal. Een jaap van 20 cm. Dat vind ik niet acceptabel, dus…haal er maar weer uit. Zei je niet dat je een meter extra had? Dat moet echt vernieuwd.

 

This is Uganda – de matatu

  • De matatu – al diverse keren genoemd – functioneert hier even iets anders dan bij ons in Nederland. Sta je aan de weg, waar dan ook, en je ziet er een komen: gewoon je hand op steken, en hij stopt. Ook als je niet mee wilt, toetert hij voortdurend “om klanten te trekken”.
  • Er mogen maximaal 14 passagiers mee, maar er zijn records bekend van 21. Een ritje van bijvoorbeeld stad naar Kigo kost 2000 (dat zijn 2000 Ugandese shilling, gedeeld door 3000 maakt ongeveer 75 eurocent). Het bedrag staat in rood op het bord dat op de voorruit ligt. Er valt over de prijs te onderhandelen, maar dat doe je voor je instapt (door wel mee te willen maar uiterst ongeïnteresseerd te kijken). Wie vanaf Old Park of Cooper Complex (vanuit de stad) vertrekt neemt weliswaar de eerst beschikbare bus, maar die vertrekt niet eerder dan wanneer hij vol is. Dat levert bij overstappen soms wachttijden van een uur.
  • Een ritje Cooper naar huis kost 1500. Naast de chauffeur is er ook een “conductor” die niet alleen de zijdeur bedient, maar ook het geld ontvangt en onderweg met zijn hand uit het raam passagiers “lokt”.
  • Je betaalt hem niet eerder dan vlak voor het eind, afhankelijk van groot of kleingeld. Betaal je bijvoorbeeld meteen, dan wil het gebeuren dat de matatu begin Gaba Road door de politie van de weg wordt gehaald. Moet iedereen uittappen, ben je je geld kwijt. Vandaar dat de meesten pas na dat punt beginnen te betalen. This is Uganda.

This is Uganda – zwarte markt, blanke prijzen

  • Vanmiddag ben ik met Walter verf wezen kopen voor het plafond van de kerk. Getweeën naar Old Taxi Park, en daar omhoog, Market Street. We liepen door de ‘verfstraat’ om prijzen te vergelijken. De eerste wilde 145.000 voor een 20 liter emmer. Een ander om de hoek pakt het anders aan… en daar gebeurde iets ‘grappigs’. Die man vroeg ineens 160.000 voor dezelfde emmer van hetzelfde merk. Waarom zo’n belachelijk groot verschil? Omdat ze een muzungu (blanke) zagen. Walter kende het spel en deed of hij gek was. Hij sprak de eigenaar en enkele gasten erbij aan in het Engels. Omdat hijzelf uit het noorden komt spreekt hij naast Luganda ook Luo (een dialect uit het noorden).
  • Zoals eerder opgemerkt zijn er binnen Oeganda 31 stammen waarbij iedere stam zijn eigen taal spreekt. Ze verstaan elkaar niet.
  • Wat wil nu, terwijl Walter Engels spreekt, hoort hij die gasten, zo’n 4 bij elkaar in dat winkeltje, smoezelen in het Luo dialect, en de prijs opdrijven vanwege de muzungu. Met dat Walter ineens in het Luo antwoordt, verbleken die gasten waar we bij staan. Deze winkel wordt het dus niet. This is Uganda.

Heerlijk, om echte Hollandse koeien hier te zien (zgn. Frysians) die d.m.v. crossbreading met de Afrikaanse worden gekruist: veel melk, en sterk in het klimaat.
 

 

Lees hier de blogs van de voorgaande dagen.

Ds. van Binnendijk op 15-09-2012, 11:25
geen reacties

Meer nieuws

Het bestuur van de stichting Herziene Statenvertaling (HSV) heeft een toelichting op haar website gepubliceerd bij de he...
8 reacties
11-09-2012
De veertienjarige Rimsha uit Pakistan zit al sinds 17 augustus gevangen op basis van een valse aanklacht, zo laat Open D...
4 reacties
04-09-2012
Homoseksuelen die samenwonen zijn van hartelijk welkom om actief te worden binnen de ChristenUnie. Ze moeten de partijli...
4 reacties
22-08-2012
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering