De Gereformeerde Gemeenten onder vuur

Ds. H. Paul / geen reacties

20-11-2003, 00:00

Vraag

Op het forum van Refoweb wordt een discussie gevoerd met de titel "De Gereformeerde Gemeenten onder vuur". Een van de forumleden (ook Ger. Gem.) neemt daarin stelling met de punten die ik hieronder weergeef. Zou een van de GG-predikanten hier zijn reactie op willen geven? Het doet mij pijn als het kerkverband wat mij lief is wordt verguisd. Anderzijds ben ik er niet zeker van of ik de 'officiële leer' zal verwoorden in mijn reactie erop.

"De Ger. Gem. liggen wel degelijk onder vuur, als het aan mij ligt. De oorzaak is het feit dat de Ger. Gem. ondertussen sektarische trekjes beginnen te vertonen doordat:

1. Slechts een klein deel van de leden als gelovig gezien wordt.

2. Degenen die als gelovig gezien worden garant staan voor de juiste interpretatie van de bijbelse boodschap.

3. Er allerlei onbijbelse voorwaarden aan het geloof gesteld worden.

4. Niet God, maar de bekeerde mens centraal staat (toelichting: het gaat over hoe God een mens bekeert, waarbij meestal meer nadruk ligt op wat de mens ervaart dan op wat God doet.

5. De Ger. Gem. niet meer de bijbel, maar de eigen interpretatie van de bijbel laten spreken.

6. De Ger. Gem. alle kritiek in het hoekje van "vijandschap tegen de ware leer" duwen.
 
7. Het (te)veel nadruk leggen op Jezus en Zijn offer als een ketterij beschouwd wordt (zie laatste SB, over de "Jesus Movement").
 
8. Het avondmaal, mede onder invloed van de standenleer, door veel gelovigen (in mijn omgeving, Ger. Gem.) als 'te heilig' gezien wordt.

9. Het verbond (de doop) puur tot een teken verworden is en van alle beloften ontdaan.

10. Belijdenis geen belijdenis van het geloof maar van de leer is.

11. Er in de preken vaak meer nadruk ligt op uiterlijke dan innerlijke heiliging.

12. Gelovigen die niet in de gereformeerde traditie staan vaak als verloren beschouwd worden en niet erkend worden als het lichaam van Christus.

Antwoord

Beste vraagsteller/ster,

Verschillende zaken worden ten nadele van de Geref. Gemeenten opgesomd. Die zouden bewijzen dat onze gemeenten sektarische trekken vertonen. Nu zou ik allereerst willen zeggen dat ook onze gemeenten buiten het paradijs liggen en niet volmaakt zijn. Wel is het onze roeping de boodschap van het Woord zo getrouw mogelijk weer te geven en alles te toetsen aan dit Woord. Daar gaat niets van af.

1. Maar dat het feit dat slechts een klein deel van de gemeente als ware gelovigen beschouwd wordt zou wijzen op sektarisch denken, moet ik met kracht afwijzen. De Heere Jezus spreekt van een klein kuddeke en dat velen geroepen zijn, maar weinigen zijn uitverkoren. Calvijn spreekt ervan dat nauwelijks een op de tien een ware gelovige is. Wij zijn geen hartekenners. Het oordeel moeten we aan God overlaten. Maar anderzijds moeten we ook waarschuwen tegen een oppervlakkige gemeentebeschouwing. Gevaren zijn er altijd aan twee kanten. Letten we slechts op één zijde, dan gaan we vaak verkeerd aan de andere zijde. Persoonlijk onderzoek blijft nodig en toetsing aan Gods Woord en de belijdenis.

2. De tweede stelling, dat zij die als gelovig gezien worden garant zouden staan voor de juiste interpretatie van de bijbelse boodschap, is er volkomen naast. De enige norm is Gods Woord zelf en de daarop gegronde belijdenis. Die ligt nooit in de mens. Onze opvattingen moeten daaraan getoetst worden. Nooit is in onze gemeenten anders geleerd.

3. Dat allerlei onbijbelse voorwaarden gesteld worden aan het geloof is een onbewezen stelling, een slag in de lucht. Ook hierin is Gods Woord en de belijdenis norm. Die geven ons houvast en niet wat mensen bedenken.

4. Dat niet God, maar de mens centraal staat, als gezegd wordt hoe God mensen bekeert, kan als zodanig worden geïnterpreteerd. Maar het mag nooit zo in werkelijkheid zijn. Gods werk staat centraal, maar de wijze waarop de
Heere dit werk in de Zijnen uitvoert heeft ook in de prediking een plaats. Prof. Wisse noemt dit : "De functionering van de Christus in de christen". Dit mag ter toetsing van het geloof niet ontbreken in de prediking. De oprechte christen verlangt er naar dit te horen. Die is bevreesd voor zelfbedrog. Het gaat om ons eeuwig heil.

5. De juiste interpretatie van de bijbel is niet individualistisch, maar is met onze belijdenissen gegeven. Daar mag en moet ieder op worden aangesproken.

6. Dat alle kritiek als vijandschap tegen de ware leer wordt gezien, kan als zodanig worden geïnterpreteerd. Voor opbouwende kritiek moet men openstaan, al is vaak de achtergrond van kritiek herkenbaar als een niet willen aanvaarden wat als onomstotelijk vast moet staan op grond van Gods Woord.

7. Het ( te) veel nadruk leggen op Jezus en Zijn offer wordt als een ketterij gezien. De vraag is wat dat "te veel" inhoudt. Welke plaats het in de verkondiging heeft. Gaat het gepaard met opvattingen van de algemene verzoening of van Arminianisme, dan kan het ketterse gedachten bevatten. Zonder meer dit te stellen, is uiteraard een slag in de lucht. Want Christus staat centraal in de prediking.

8. Het Avondmaal wordt door velen als te heilig gezien. Er kan Avondmaalsmijding zijn als gevolg van verkeerde opvattingen. Het is goed het Formulier van het H. Avondmaal als toetssteen te nemen, omdat het op Gods Woord gegrond is. En het is niet onduidelijk. Schriftuurlijk onderwijs is ook hier noodzakelijk. Ook de Catechismus werpt hier juist licht op. Geven de catechismusverklaringen, die onder ons gelezen worden zo'n verkeerde voorlichting? We kunnen onze gemeenten toch niet beoordelen naar een individueel geluid? Waarom dan geen objectievere maatstaf ter beoordeling?

9. Het verbond is puur tot een teken verworden. De Doop is een zichtbaar Evangelie en dus nooit alleen maar een teken. Het is een boodschap van God, die ook aan Abraham is gegeven. Wat de Heere de Zijnen sacramenteel bevestigt, biedt Hij elk aan die het teken ontvangt. Dat houdt een grote verantwoordelijkheid in. Maar het geeft ook een pleitgrond.

10. Belijdenis van het geloof is meer dan instemmen met de leer. Het woord zegt het zelf al. Daarom mag niemand tevreden zijn met een uiterlijke belijdenis. De Heere vraagt ons hele hart. Met minder kan het niet toe. Daar moet op gewezen worden en daar wordt in onze gemeenten op gewezen. Zie de verschenen boekjes (b.v. van de Jeugdbond).

11. Er ligt in de preken meer nadruk op de uiterlijke heiliging, dan op de innerlijke heiliging. Beide zijn nodig. Waar innerlijke heiliging is, volgt ook de uiterlijke. Het moet allereerst van binnen nieuw en goed zijn. Denk aan de boom die eerst goed moet zijn voor hij goede vruchten voortbrengt. Anders is er gevaar voor  wetticisme.

12. Gelovigen die niet in de gereformeerde traditie staan worden als verloren beschouwd. De Heere is de hartekenner. Niet wij. Wel mogen we zeggen, dat het werk van de Heilige Geest herkenbaar is in wezenlijke zaken, die niet gemist mogen worden. De Heilige Geest werkt niet op totaal verschillende manieren. In Joh. 16:8 tot 11 wordt Zijn werk aangewezen. In Gal. 5 wordt de vrucht genoemd, die niet mag ontbreken.

We mogen dankbaar zijn voor hetgeen de Heere in onze gemeenten nog geeft. Maar ze zijn ook onvolmaakt. Toch heb ik ze lief, omdat de Heere er ook nog in wil werken. Maar kerkisme moet ver van ons zijn. Hoewel er wel kerkelijk
besef dient te zijn.

Ds. H. Paul

Ds. H. Paul

Ds. H. Paul

Tags in dit artikel:

Gereformeerde Gemeenten
geen reacties

Terug in de tijd

Ik heb sinds twee weken verkering met een hele leuke vrouw. Toen ik haar leerde kennen zo'n driekwart jaar geleden was h...
geen reacties
20-11-2014
Ik ben een vrouw van 33 jaar. Ik heb veel moeite met mijn familie. Heb me altijd het zwarte schaap gevoeld. Ik doe de di...
geen reacties
21-11-2017
Naar aanleiding van een artikel over nieuwetijdskinderen kwam ik erachter dat ik precies in het plaatje van een nieuweti...
1 reactie
20-11-2014
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering