Farao verzwolgen in Rode Zee

Ds. M.W. Muilwijk / geen reacties

29-04-2006, 00:00

Vraag

Toen de Joden uit Egypte ontsnapten ging de Rode Zee open en verzwolg de Farao. Is daar ook bewijs van in Egyptisch geschriften te vinden en wie was die Farao precies?

Antwoord

Dit is een hele interessante vraag. Over het antwoord op deze vraag is geen éénduidige mening te geven en ik heb nog een keer de verschillende meningen doorgenomen en naar houdbaarheid gewogen. In onderstaande vat ik die kort samen. Ik begin met in te gaan op welke farao nu precies verdronken is in de Rode Zee. Daarover zijn drie meningen:

1. Ramses II (1279-1213 voor Christus). Dit heeft men afgeleid uit de stad die door de Israëlieten in Egypte gebouwd moest worden. In Exodus 1:11 wordt die genoemd: Raämses. Deze naam is gelijkgesteld aan Pi-Ramese, een stad die ten tijde van Ramses II is gebouwd. Deze farao heeft echter een aantal problemen: er heeft ruim 400 jaar tussen de uittocht en de bouw van de tempel heeft gezeten: dat laatste wordt in 966 gedateerd en dus zouden we minimaal in 1366 terecht moeten komen. Ten tweede blijkt uit de Merneptah-stèle (een herdenkingsmomument ter ere van farao Menerptah, de zoon van Ramses II) dat bij een veldtocht van Egypte Israël een grote nederlaag heeft geleden: deze stèle wordt in 1210 gedateerd en dus kan er nooit 40 jaar tussen uittocht en intocht hebben gezeten. Wanneer Ramses II in 1213 is gestorven, kan dat dus niet. Ten derde rijst er een probleem bij een Egyptisch hiërogliefentekst met de aanduiding “Askelon, Kanaän, Israël.” Deze tekst op de sokkel moet vóór Ramses gedateerd worden en dus ook de intocht vóór Ramses II. Dit kan dus al helemaal niet. Archeologische vondsten van de laatste decennia hebben laten zien dat Pi-Ramese en Raämses ten onrecht gelijkgesteld zijn. Het gaat in Exodus 1:11 om de stad Qantir, die al eind 16e eeuw gebouwd is en later na uitbreiding door Ramses II de naam Pi-Ramese kreeg. De lagen onder deze stad (die op eerdere bouw en bewoning wijzen) zijn veel ouder dan Ramses II: hiermee is archeologisch deze farao gefalsifieerd en de uittocht hoeft dus niet ten tijde van Ramses te hebben plaatsgevonden.

2. Thoetmoses III (1479-1425). Dit leidt men af uit de optelsom van 966 (het jaar waarin de tempel is voltooid) en 480 (1 Kon 6:1. Het vierde jaar van Salomo is het 480e jaar na de uittocht) die totaal uitkomt op 1445: dus in 1445 voor Christus vond de uittocht plaats. Hieraan zitten echter drie problemen. Ten eerste is de farao bij de doortocht door de Rode Zee nog niet verdronken: dit is hij echter volgens Psalm 136:15 wel. Ten tweede heeft deze farao nog veel veldtochten tegen Azië ondernomen, iets dat moeilijk wordt, wanneer je heel veel strijdwagens verliest: dit is gebeurd bij de doortocht door de Rode Zee. Ten derde heeft zijn oudste zoon (volgens Exodus 12 waren deze allemaal overleden in de paasnacht), Amenhotep II, hem opgevolgd. Drie problemen dus.

3. Amenhotep II (1425-1401). Dit leidt men af uit het feit dat de drie problemen die bij twee worden genoemd bij deze farao worden opgelost. Dit was een wrede farao, die gestorven is in de kracht van zijn leven op 45-jarige leeftijd. Zijn dood was hoogst onverwacht. Zijn opvolger was niet de oudste zoon, maar een jongere zoon, Thoetmoses IV. Allerlei andere archeologische vondsten lijken te corresponderen met het gegeven dat de uittocht in 1401 heeft plaatsgevonden, bijvoorbeeld dat Egypte een tijd van zeer zwak bestuur heeft gekend, iets dat verklaard kan worden uit het feit dat er sprake is van een verzwakt leger. Een ander voorbeeld is de verwoesting van Jericho rond 1360 (40 jaar na de uittocht) en het feit dat Israël redelijk ongestoord heeft kunnen rondtrekken in de woestijn: ook een feit dat kan verklaard worden uit het feit dat Egypte militair zwak was. Dit laatste wordt ook bevestigd door brieven die de lokale heersers naar hun oppergezag Egypte hebben gestuurd, de Amarna-brieven, die nooit zijn beantwoord. Het enige probleem hierbij is dat de tijdsaanduiding 480 jaar in de Statenvertaling niet klopt. Dit jaartal is gebaseerd op de Hebreeuwse tekst van de 10e eeuw na Christus. In een Griekse vertaling van het OT, de Septuaginta, wordt echter het getal 440 genoemd. Deze vertaling is een stuk ouder dan de oudste volledige Hebreeuwse tekst van het OT, namelijk wel 12 eeuwen: de Septuaginta is rond 200 voltooid. Wanneer het getal 440 dan klopt (maar dit is weer een heel andere discussie, die ik hier achterwege laat) is dit probleem verholpen.

Tot zover de farao: ik denk dus dat de farao die in Exodus 14 verdrinkt, Amenhotep II is: dit concludeer ik uit het feit dat deze farao niet in tegenspraak komt met de Bijbelse gegevens én allerlei vondsten uit die tijd de hele Exodusgeschiedenis in sterke mate historisch verklaren en verduidelijken.

Wat betreft het tweede deel van je vraag of er ook bewijs is uit Egyptische geschriften, het volgende antwoord. Ik heb geen direct bewijs kunnen vinden, hoewel ik in bovenstaande wel naar een paar indirecte bronnen heb verwezen: de bronnen van rondom Egypte lijken de Exodusgeschiedenis op een paar afgeleide punten te ondersteunen. De Egyptische bronnen zelf, daarin ben ik eerlijk, zwijgen over de hele geschiedenis van de Rode Zee. Er is dus geen bewijs uit de Egyptische geschiedenis.

Ik weet niet precies waarom je dit wilt weten, maar laat ik dan ter afsluiting van dit tweede punt en het antwoord op de vraag het volgende zeggen. Dat er geen bewijs uit de Egyptische geschiedenis is, hoeft geen enkel probleem te vormen, want afwezigheid van bewijs bewijst nog geen afwezigheid. Het is bovendien helemaal niet vreemd dat die Egyptische bronnen zwijgen over deze geschiedenis. Alles wat geschreven werd over de regering van de farao’s is bedoeld om deze farao in de ogen van latere mensen groter te maken: dus alle successen worden breed uitgemeten. In een dergelijke weergave van een regering past dus niet echt (echt niet) een weergave van een totale afgang. Bovendien gaan onze ogen nu ook wel open dat slechts een heel klein deel van alles wat in de oudheid geschreven is, nu nog over is: ik sluit niet uit dat er nog een bron gevonden wordt, maar lig er niet wakker van als het niet gebeurt.

Ik hoop dat dit een afdoende antwoord is geweest: het heeft mij in elk geval weer gewezen op hoe God Zijn volk geleid heeft: God streed voor Zijn volk aan het water, zoals die prachtige woorden uit Exodus 14:13 en 14

(13) “Maar Mozes zei tot het volk: “vrees niet, staat vast, en ziet het heil des HEEREN, dat Hij heden aan u doen zal, want de Egyptenaars, die gij heden gezien hebt, zult gij niet weer zien in eeuwigheid. (14) De HEERE zal voor u strijden en gij zult stil zijn.”

Deze tekst van vers 14 deelde iemand mij mee vlak nadat ik belijdenis had gedaan: een tekst om je aan vast te klampen in de geestelijke strijd, die Christus voor ons gestreden heeft en nog strijd: Zijn naam ten eeuwige ere!

M. W. Muilwijk

Ds. M.W. Muilwijk

Ds. M.W. Muilwijk

  • Geboortedatum:
    23-12-1980
  • Kerkelijke gezindte:
    Hersteld Hervormd
  • Woon/standplaats:
    Aalst
  • Status:
    Actief

Tags in dit artikel:

faraouittocht
geen reacties

Terug in de tijd

Hebben doodgeboren kinderen van ouders die niet gelovig zijn, ook een ziel? Gaan zij naar de hel, omdat hun ouders niet ...
geen reacties
29-04-2009
Ik weet niet meer wat ik voor waar moet aannemen of geloven. Ik heb verschillende wereldreligies onderzocht en ook aller...
11 reacties
29-04-2011
Op dit moment zijn er in ons gezin vele zorgen, dat komt omdat ikzelf psychisch niet in orde ben. Ik heb daar hulp en me...
geen reacties
29-04-2009
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering