Farao die het volk van Israël onderdrukte

prof. dr. M.J. Paul / geen reacties

06-07-2018, 08:01

Vraag

Ik heb een vraag over de farao die het volk van Israël onderdrukte. Mij is altijd verteld dat de farao de oudste van een gezin was: zijn oudste zoon zou weer de volgende farao zijn. Nu las ik over de tiende plaag, waarin alle eerstgeborenen gedood worden. Is het dan zo dat deze farao is overgeslagen? Hij sterft namelijk pas bij de Rode Zee.

Antwoord

Beste vraagsteller,

Waarom is altijd verteld dat de farao van de onderdrukking de oudste was in het gezin? Er is onzekerheid over de naam van de farao, de gezinssamenstelling is moeilijk te achterhalen en deze farao is niet gestorven tijdens de tiende plaag. Op grond hiervan is de bewering onzeker en zelfs onwaarschijnlijk.

Bij de datering van de uittocht uit Egypte zijn er twee hoofdstromingen: een uittocht in de 15e of in de 13e eeuw voor Christus. Volgens Exodus 1:11 moesten de Israëlieten de voorraadsteden Pitom en Raämses bouwen. Het gebruik van de naam Raämses zou erop wijzen dat deze stad gebouwd werd in opdracht van farao Ramses II (1279-1213), dus in de 13e eeuw. Er zijn echter diverse aanwijzingen dat de uittocht beter in de 15e eeuw gedateerd kan worden. 

In 1 Koningen 6:1 staat dat de bouw van de tempel in het vierde jaar van Salomo plaatsvindt, in het 480ste jaar na de uittocht uit Egypte. Die uittocht moet dan 480 jaar voor 966 zijn, dus 1446 v.Chr. Die datering wordt ondersteund door een uitspraak van Jefta (rond 1100) in Richteren 11:26, waarin hij aangeeft dat de Israëlieten al zo’n 300 jaar in het land wonen. Een derde aanwijzing is te vinden in een geslachtsregister in 1 Kronieken 6:33-37. Daar worden minstens 18 generaties genoemd tussen Korach ten tijde van de uittocht en Heman, de zanger aan het hof van David. Als we aannemen dat voor elk van deze generaties 25 jaar geldt (de gemiddelde tijd is hoger), komen we aan zo’n 450 jaar tussen de uittocht en David. De aanhangers van de datering in de 15e eeuw wijzen erop, dat steden in later jaren gemakkelijk een andere naam kunnen krijgen (bijv. Richt. 18:29, Dan i.p.v. Laïs). Zo zal de naam ‘Raämses’ uit later tijd stammen, toen deze farao de stad liet vergroten.

Wanneer we op zoek gaan rond 1446 v.Chr. naar de farao die toen regeerde, komen de meeste geleerden uit bij Amenhotep II. De details van de dateringen laat ik hier buiten beschouwing. Wanneer die identificatie juist is, was Thoetmoses I de farao van de onderdrukking en kan zijn dochter Hatsjepsoet Mozes uit het water gered hebben. Zij werd later zelf farao.

Amenhotep II was een sterke persoonlijkheid met grote lichamelijke kracht. Hij stond bekend om zijn wreedheid. Uit het onderzoek van zijn mummie bleek dat hij stierf in de kracht van zijn leven, op 45-jarige leeftijd. Zijn graf is in haast ingericht; er werd dus nog niet gerekend op zijn dood. Hij werd niet opgevolgd door zijn oudste zoon, maar door een jongere zoon, Thoetmoses IV.

Na de dood van Amenhotep II hebben enige farao’s op zwakke wijze geregeerd. Buitenlandse machten profiteerden daarvan. De verzwakking van Egypte kan te maken hebben gehad met de ondergang van de keurtroepen van het Egyptische leger in de Schelfzee (Rietzee) en met de dood van de eerstgeborenen. 

Is de farao van de uittocht gestorven in de Schelfzee? Dat staat niet uitdrukkelijk vermeld in Exodus 14-15. Het lijkt erop dat Psalm 136:15 dat wel aangeeft, maar mogelijk is dit een poëtische weergave van de ondergang van het leger van de farao. In dat geval is het niet strikt nodig aan te nemen dat hij toen zelf stierf. 

Douglas Petrovich heeft in recente tijd uitgebreid onderzoek gedaan naar farao Amenhotep II en hij meent dat die na de uittocht bleef regeren. Deze farao heeft tijdens zijn tweede veldtocht (in zijn 9e regeringsjaar) ruim 100.000 slaven buitgemaakt in Kanaän en die meegenomen naar Egypte. Ook heeft hij in de resterende jaren van zijn regering geen veldtochten meer ondernomen. Petrovich acht het aannemelijk dat het halen van slaven een compensatie was voor de ontvluchte Israëlieten en dat het leger te zwak was om nog verdere krijgstochten te ondernemen. Ook werd de stad Avaris, waar Semieten woonden, toen plotseling verlaten. Zie hiervoor 'De uittocht uit Egypte'.

Voor uitgebreidere informatie, zie M. J. Paul, G. van den Brink, J. C. Bette (red.), “Bijbelcommentaar Genesis – Exodus” Excurs 1, ‘Chronologie’ (in de digitale editie www.studiebijbel.nl bijgewerkt tot 2015).

Prof. dr. M. J. Paul

prof. dr. M.J. Paul

prof. dr. M.J. Paul

  • Geboortedatum:
    13-03-1955
  • Kerkelijke gezindte:
    PKN (Hervormd)
  • Woon/standplaats:
    Ede
  • Status:
    Actief
  • Bijzonderheden:

    -Eindredacteur Studiebijbel OT
    -Senior docent Oude Testament (CHE)
    -Deeltijd hoogleraar OT te Leuven (B)
    -Directeur-bestuurder THGB

Tags in dit artikel:

egypteexodusfaraouittocht
geen reacties

Terug in de tijd

Ik ben een meisje van 17 jaar. Mijn vader zegt steeds dat hij verliefd op me is en naar me verlangt. Is dat normaal!? In...
geen reacties
05-07-2019
Ik ben drie keer bij een prostituee geweest. Ik zag echt geen andere uitweg zonder iemand te beschadigen. Mag ik nu nog ...
geen reacties
05-07-2003
Wij zijn 36 en 39 (moeder) en zwanger, ontzettend blij, maar we moeten volgende week beslissen of we wel of geen prenata...
7 reacties
05-07-2014
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering