Snakken naar de hemel
Ds. P. van der Kraan | Geen reacties | 29-10-2026| 12:52
Vraag
Ik ben zo depressief, extreem angstig, bang mijn man te verliezen, ben afhankelijk en niet zelfredzaam, hij is mijn mantelzorger. Ook qua gezondheid ben ik niet sterk. Ik heb geen vangnet verder, totaal niemand! Als er wat zou gebeuren met hem, sta ik niet voor mezelf in vrees ik, terwijl ik oprecht in de Heere Jezus geloof. Maar ik zie het niet meer zitten om te bidden, te danken en Bijbel te lezen! Het landt niet. Ik kijk wel naar Family 7. Bedroef ik nu de Heilige Geest?
Ik heb antidepressiva. Tot nu toe helpt dat niet. Daarnaast heb ik gesprekken met christelijke psycholoog. Ben ik voor eeuwig verloren als ik -wat ik niet hoop- de hand aan mezelf zou slaan in wanhoop? Graag een antwoord. Ik snak naar de hemel!
Antwoord
Beste bangerd!
Ja, zo noem ik je maar. Want je bericht is één langgerekte angstschreeuw. Je schrijft niet veel over jezelf, maar wat je schrijft laat duidelijk zien dat je in angst gevangen zit. Angst voor wat er is en angst voor wat er niet is en wat misschien ook nooit komt en jou dus ook niet overkomt. Maar wie dat tegen je zegt, helpt jou daar niet mee. Want jij ziet alleen maar leeuwen en beren op je weg.
Je bent in gesprek met een christelijke psycholoog, maar laat niet weten hoe lang je daar al in behandeling bent. De antidepressiva die je gebruikt (op wiens voorschrift?) hebben naar jouw mening tot nu toe niet merkbaar geholpen.
Ik ga je niet vertellen dat je je niet bang hoeft te maken dat je je man zult verliezen omdat daar niets op wijst (die indruk krijg ik in ieder geval niet en je schrijft ook niet dat hij ziek is of iets dergelijks). Voor jou is dat een echte bedreiging, want als je man wegvalt sta je alleen op de wereld, hou je niemand over om op terug te vallen terwijl je jezelf niet kunt redden, niet weerbaar bent en een zwakke gezondheid hebt. De dreiging dat je man iets overkomt, hangt als een donkere dreigende wolk om je heen. Het is voor jou werkelijkheid.
Er zullen nog wel meer dingen zijn waar je bang voor bent. Het zal wel niet blijven bij die ene situatie die jij tekent. Tussen de regels door lees ik dat je in je in angst en noden (Psalm [berijmd] 25:8) gevangen zit. Psalm 116 [berijmd] vers 2 lijkt voor jou geschreven: “Ik lig gekneld in banden van de dood, daar d’ angst der hel mij alle troost doet missen. Ik ben benauwd, omringd door droefenissen, maar riep den Heer dus aan in al mijn nood…”
Ja, die woorden lijken over jou te gaan… behalve het slot: “ik riep de Heer dus aan in al mijn nood.” Want dat doe je niet. Je ziet het niet zitten om te bidden, te danken en de Bijbel te lezen, schrijf je.
Je schrijft niet waarom je het niet ziet zitten om te bidden, te danken en de Bijbel te lezen. Heb je dat wel gedaan, maar kreeg je de indruk dat het niet hielp? Omdat je je angst en depressiviteit niet kwijtraakte en je daaruit de conclusie trok dat God naar jou niet luistert? Of vind je het moeilijk om te bidden, enzovoorts?
"God is zo goed dat Hij ons toch op audiëntie wil ontvangen in Zijn paleis"
Ik wil je een vraag stellen. Maar eerst dit: bidden, danken, Bijbellezen… dat is de enige manier waarop wij contact kunnen maken met God. Wij hebben de deur naar God dicht gegooid en Hem de rug toegekeerd. Maar God is zo goed dat Hij ons toch op audiëntie wil ontvangen in Zijn paleis.
Allereerst gaf Hij Zijn Woord, waar de hele Bijbel vol van is, als bewijs dat Hij met ons niet gebroken heeft, maar verbinding zoekt. Daarbij gaf Hij ons de mogelijkheid van het gebed om met Hem in contact te komen door op Zijn spreken te reageren. Daarbij laat God ons stellig weten dat Hij het gebed hoort. Echt waar! Dat heeft de Heere Jezus ons gezegd. En als er Eén is die kan weten hoe God (de Vader van de Heere Jezus!) is en doet, dan is het Jezus wel.
Wat Jezus over bidden en luisteren naar ons gebed heeft gezegd, kun je lezen in Mattheüs 7:7 en verder. Eerst bindt Jezus ons op het hart om te bidden door de opdracht driemaal te noemen: Bid! Zoek! Klop! Daaraan verbindt Hij de belofte dat God hoort (vers 7): “Bid en u zal gegeven worden, zoek en u zult vinden, klop en er zal voor je open worden gedaan.” Dat is de eerste verzekering dat God ons bidden hoort en erop reageert.
Vervolgens laat Hij nog eens de bevestiging horen dat God het gebed werkelijk hoort en ermee aan het werk gaat (vers 8). “Want ieder die bidt ontvangt, wie zoekt die vindt en wie klopt, zal worden opengedaan.” Dat is de tweede verzekering dat God naar ons gebed luistert en er iets mee doet.
En alsof dat niet genoeg is, onderstreept Jezus wat Hij over het bidden heeft gezegd met een prachtig voorbeeld. Een voorbeeld waardoor Hij je laat weten: je mag er zeker van zijn dat God naar je bidden luistert. In vers 9-11 schildert Jezus het beeld van een jongen die hongerig thuiskomt en om iets te eten vraagt. Geven zijn ouders hem dan in plaats van brood een steen? Of geven ze hem in plaats van en vis een (giftige) slang? Dat doen ouders toch niet! Die jongen krijgt iets goeds om zijn maag mee te vullen: een stuk brood of vis dat is overgebleven van de maaltijd.
Jezus voegt eraan toe: zo doen ouders voor hun kinderen. En die ouders zijn slecht (in de betekenis van: zondig). Vervolgens besluit Jezus: als aardse ouders, die slecht, want zondig zijn, zo met hun kinderen omgaan, zou dan de hemelse Vader (die niet slecht, maar uitsluitend goed is) niet horen als we tot Hem bidden? (vers 11). Dat is de derde verzekering dat God luistert naar ons gebed en erop reageert.
Je kunt dus niet anders dan vaststellen dat Jezus, de Zoon van God, die Zijn hemelse Vader beter kent dan wie ook, ons driemaal verzekert dat God naar ons bidden luistert en dat Hij er iets mee doet.
"Jezus, die Zijn hemelse Vader beter kent dan wie ook, verzekert ons driemaal dat God naar ons bidden luistert en dat Hij er iets mee doet.
En nu de vraag die ik je wil stellen. Als God nu zelf het gebed aan ons heeft gegeven als de weg waarlangs we ondanks ons weglopen toch bij Hem mogen terugkomen … en als Jezus er bij ons op aandringt om daarvan gebruik te maken (Bid! Zoek! Klop!)… en als Jezus ons er driemaal van verzekert dat God naar ons gebed luistert… durf je het dan toch aan om niet te bidden?
Je voelt zelf wel aan dat er hier iets niet klopt. Want vrijwel direct volgend op de mededeling dat je niet ziet zitten om te bidden, te danken en Bijbel te lezen, vraag je: “Bedroef ik nu de Heilige Geest?” Dat je die vraag stelt, zegt mij dat je er niet gerust op bent.
Ik zeg in antwoord op je vraag of je de Heilige Geest bedroefd nu niet zonder meer ja of nee. Daarvoor ken ik je veel te weinig. Ik moet het doen met de enkele regels van je mailbericht en me daaruit proberen een beeld van jouw situatie te vormen. De veiligste koers gaan we als we varen op het kompas van Gods Woord. Daarheen wil ik je nu meenemen.
De woorden over het bedroeven van de Heilige Geest staan in Efeze 4:30. In de kanttekening van de Statenvertaling bij Efeze 4:30 wordt verwezen naar Jesaja 63:10 waar van Israël staat geschreven dat ze Zijn Heilige Geest (de Geest van God) smarten hebben aangedaan (of: bedroefd hebben). Hoe heeft Israël dat gedaan? Ze zijn wederspannig geworden (of: zij rebelleerden) (zie kanttekening 37 bij Jesaja 63). En zij hebben de Heilige Geest bedroefd doordat zij de wil van God, die de Heilige Geest hen door het Woord had geopenbaard, moedwillig tegenstonden (ongehoorzaam waren) (zie kanttekening 38 bij Jesaja 63).
Het is een heel verhaal, maar het maakt veel duidelijk. Jezus heeft ons maar liefst driemaal achtereen op het hart gebonden (opgedragen, geboden) om te bidden (zie Mattheüs 7:7). Zonder dat Hij dat aan ons verplicht was, voegt Hij er tot onze vertroosting en bemoediging aan toe dat God naar ons bidden luistert en er ook op reageert. Intussen is de opdracht, het gebod dat Jezus ons heeft gegeven helder: bidden!
Via de Bijbel, het Woord van God, heeft die boodschap jou/ons bereikt. Dat is niet vanzelf gegaan, dat is dankzij het werk van de Heilige Geest die zorg heeft gedragen voor Gods Woord en heeft gemaakt dat het ons heeft bereikt. Dat is het Woord waarin ons (onder meer) wordt opgedragen om te bidden). En als we dat vervolgens nalaten, wat doen we dan? Dan doen we de Heilige Geest smarten aan (bedroeven de Heilige Geest). Je ziet: voor je het weet, zit je in de gevarenzone.
We kunnen/mogen niet zomaar het Woord (bevel/ gebod) dat God/ Jezus ons gaf (dat is hetzelfde, want Hij en de Vader zijn één) en dat door de Heilige Geest ons via het Woord/de Bijbel wordt geopenbaard naast ons neerleggen. Het is niet aan ons om te beslissen wat we met Gods Woord/gebod zullen doen. Er is maar één reactie die op Gods goedkeuring en zegen kan rekenen: gehoorzamen aan Gods stem.
Nu reageer jij (en het klinkt mij bijna wat wanhopig in de oren): ik zie het niet meer zitten om te bidden, te danken, Bijbel te lezen. Denk nu niet dat ik over die woorden heen lees en dat ik er de (vermoedelijk) wanhopige ondertoon niet in hoor. En ik vermoed/weet wel bijna zeker dat dit te maken heeft met je depressiviteit. Bij iemand die werkelijk depressief is, gaan alle deuren en luiken dicht en blijft er alleen duisternis.
Maar luister nu eens goed en onthoud vooral wat ik je nu ga zeggen: jouw bidden hangt er niet van of jij het wel of niet ziet zitten om te bidden. Als het werkelijk zou afhangen van de vraag of jij het ziet zitten om te bidden, ben ik bang dat het er voorlopig niet van komt en dat het er tenslotte helemaal niet meer van komt.
Nee, het hangt niet van mij af en van de vraag of ik het zie zitten om te bidden. Dan zou ik moeten wachten tot ik me geschikt, vroom, eerbiedig en godsdienstig genoeg voel om tot God te bidden. Nou, ik kan je verzekeren dat ik me meestal heel anders gevoel: niet geschikt en vroom, maar zondig, oneerbiedig en echt niet zo godsdienstig, maar vaak werelds gestemd. Als ik op die ‘goede’ gevoelens moet wachten voor ik kan gaan bidden, dan kan ik wachten tot… Want die ‘goede’ gevoelens komen me niet vanzelf aanwaaien. Daarom begin ik te bidden zoals ik me op dat moment tegenover God ervaar: zondig, schuldig, met een hart dat nog zo wereldsgezind is, met een leven dat voor God niet geschikt is, niet vroom genoeg (wanneer ben ik dat wel?). Want bij het bidden hangt het alleen van God af hoe Hij erover denkt. En wat God van je vraagt. weet je (zoals Jezus heeft bevolen in Mattheüs 7). En Hij heeft er niet bij gezegd dat je eerst beter, minder zondig, meer hemelsgezind en minder aardsgericht en eerbiediger moet zijn voor je kunt bidden. Het spreekt voor zich dat je eerbiedig moet zijn en dat je niet kunt blijven vasthouden aan de zonde. Want de Heere is heilig en haat de zonde (niet de zondaar!).
"Al breng je het niet verder dan een schreeuw tot God, dan is dat voor God ook een waardevol gebed"
Maar ook al zijn al die dingen er niet en durf je nauwelijks in het gebed tot God te gaan, dan zegt Jezus tegen je: Bid! Zoek! Klop! En al kom je niet verder dan de kreet: “O God, ik moet bidden, maar ik kan helemaal niet bidden, leert U mij bidden”, dan is dat voor God een waardevol gebed. En al breng je het niet verder dan een schreeuw tot God, dan is dat voor God ook een waardevol gebed. Het laatste wat God van je verwacht (zeker in jouw depressieve toestand) is een mooiklinkend en aan alle kanten opgepoetst en gepolijst gebed. Ga tot God zoals je je voelt. En spreek voor Hem uit wat er in je hart leeft.
De reden dat ik er bij jou zo op aandring om met bidden en dergelijke niet op te houden, is deze: er zijn in deze wereld en in ons leven (ook in het jouwe en het mijne) invloeden en krachten van heel verschillende herkomst werkzaam. Er is het goede Woord van God dat ons door de goede Geest van God wordt geopenbaard, waarmee God tot ons komt en tot ons spreekt. En er zijn boze geesten, in deze wereld gezonden door de tegenstander van God. Zij proberen je met slechte woorden en gedachten te beïnvloeden. Wij hebben zelf de deur van ons leven voor Gods tegenstander opengezet en krijgen hem en zijn handlangers niet meer uit deze wereld weg. Hij is er en stelt alles in het werk om Zijn boze en slechte invloed rond te strooien zodat mensen zich van God afkeren en niet doen wat God van ons vraagt. En wij leven ons leven in een wereld die één groot krachtenveld is waar de goede Geest van God de goede woorden van God tot klinken brengt, maar waar ook de boze geest van Gods tegenstander, satan, zijn invloed op mensen maximaal probeert uit te oefenen. En satan weet daarbij listig en handig van al onze zwakheden gebruik te maken. Hij kent die zwakheden, die momenten van inzinking, dat gevoel van hopeloosheid en die angsten beter dan jij ze zelf kent. En satan is zo intens gemeen dat hij daarvan gretig gebruik maakt. Hoe zwakker je bent, hoe meer je bloot staat voor zijn achterbakse aanvallen en invloeden.
Als je in zo’n situatie van zwakheid en weerloosheid al een makkelijke prooi voor de negatieve invloeden van satan bent, dan word je nog zwakker en weerlozer als je in jouw zwakke en weerloze situatie geen bescherming tegen de aanvallen van satan zoekt door in het gebed te vluchten tot God en al biddend te schuilen bij God. God die in Christus satan al overwonnen heeft. Als je dat doet: in het gebed de toevlucht nemen tot God en schuilen bij God, kan satan je veel minder kwaad doen. Hij probeert het wel, maar het lukt hem niet of veel minder. Want het gebed is als een schild waar satan niet doorheen breekt.
"Iemand die niet bidt is als een vesting, een fort waarvan alle deuren en ramen openstaan. Zodat de vijand er zonder slag of stoot binnen kan komen"
Maar iemand die niet bidt (ook al zegt hij te geloven in de Heere Jezus; geloof zonder gehoorzaamheid aan Gods Woord is echter geen geloof) is als een vesting, een fort waarvan alle deuren en ramen openstaan. Zodat de vijand er zonder slag of stoot binnen kan komen. En die kans buit hij volledig uit.
Ik zeg niet dat de gedachte die je aan het eind van je bericht uitspreekt (en waarvan je hoopt dat het niet gebeurt) van satan afkomstig is en niet uit je eigen depressieve gedachten kan ontstaan. Dat laatste is zeker mogelijk (al zal de boze ook hiervan gebruik proberen te maken). Het leven kan op den duur zo loodzwaar zijn, het donker kan je zo volledig rondom opsluiten en de angst kan je op den duur zo de keel afknijpen dat er geen moed meer is om te leven.
Hoe we daarover oordelen moeten? Niet anders dan bij ieder ander die een ‘natuurlijke’ dood sterft. Dat wil zeggen: het oordeel aan God overlaten en niet op Gods rechterstoel gaan zitten. Wij zijn maar mensen. Wat weten wij van wat er huist in het hart en de gedachten van een ander? De mens ziet slechts aan wat voor ogen is, maar God ziet het hart aan (1 Samuël 16:7b). En daar komt het tenslotte op aan: hoe ons hart is ten opzichte van God.
Maar het zal toch wel duidelijk zijn dat wie al zwak van geest is als gevolg van een psychiatrische aandoening (waaronder ook depressiviteit valt) en niet in het gebed een schuilplaats bij God zoekt, zich nog meer blootgeeft en dus zwakker staat tegenover de aanvallen van satan dan als iemand in dezelfde omstandigheden die tot God vlucht in het gebed.
Wat bidden betreft, geef ik direct toe dat het voor ons zondige mensen een moeilijk en zwaar werk is. Maar daar is al mee gerekend. Er staan in de Bijbel zoveel gebeden die we ons ‘eigen’ mogen maken. We mogen als het ware meeliften op de gebeden van vele gelovigen voor ons. Neem alleen al het Psalmboek – het is feitelijk een gebedenboek. Je mag daar ook de berijmde Psalmen bij betrekken. Neem nu dit Psalmvers: “ ‘k Roep, Heer, in angst tot U gevloden/ Ai haast U tot mijn hulp en red/ Hoor naar de stem van mijn gebed/ Daar ik U aanroep in mijn noden” (Psalm 141:1). Lijkt dat Psalmvers/ gebed niet voor jou geschreven? Bid het eenvoudig na en het zal de Heere aangenaam en voor jou een veilige schuilplaats zijn. En wie zal zeggen of de Heere vroeg of laat niet verlichting geeft van de extreme angst die je nu nog gevangenhoudt.
Er blijven nog tal van vragen liggen die nu niet aan bod komen. Vragen rond gebed en gebedsverhoring. Vragen rond het feit dat God lang kan laten wachten op een antwoord. Vragen rondom de kwestie dat God het gebed ook wel eens heel anders verhoort dan waarop je gehoopt en waarom je gevraagd hebt. Al die vragen moeten nu blijven liggen. Voor nu houden we het hierbij. Het is, lijkt mij, wel even genoeg.
Tot besluit: Je hebt hiervoor gelezen dat Jezus (zie Mattheüs 7:7) je indringend op het hart bindt: ‘Bid! Zoek! Klop!’ Dat zegt Hij voor ons bestwil omdat biddeloze mensen als stuurloze schepen zijn. Maar weet ook dat diezelfde Jezus zo mogelijk nog dringender en in ieder geval je heel hartelijk uitnodigt al je angsten en zorgen bij Hem te brengen: “Komt tot Mij, u allen die vermoeid en belast bent en Ik zal u rust geven” (Mattheüs 11: 28). Ik bid dat je dat je dat zult doen omdat Jezus Zijn woord wáár maakt door al jouw onmogelijkheden heen!
Dank en hartelijke groet,
Ds. P. van der Kraan

Dit artikel is beantwoord door
Ds. P. van der Kraan
- Geboortedatum:06-02-1948
- Kerkelijke gezindte:PKN (Hervormd)
- Woon/standplaats:Middelburg
- Status:Actief
Bijzonderheden:
Emertitus


