Zondebeleving na bekering
dr. J. Hoek | Geen reacties | 02-09-2026| 13:41
Vraag
Hoe ernstig -in de zin van verdriet/berouw- beleeft een kind van God de zonden die hij/zij doet na de wedergeboorte/bekering? Sommige zonden meent men in de praktijk zwaarder te wegen dan andere, ook omdat dit soms zo voelt, maar naar de wet is men even schuldig: indien u een gebod overtreed, dan overtreed u de gehele wet. Toch?
Ruim 900 christelijke boeken, altijd bij de hand
Bijbelstudie, dagboeken, romans en kinderboeken in één app. Geen e-reader nodig: u leest gewoon op uw telefoon of tablet.
Probeer de app 14 dagen gratis, daarna € 7,95 per maand.
Antwoord
Beste vraagsteller, u vraagt naar de ernst van het verdriet over de zonde die Gods kinderen doen. Is dat verdriet bij sommige zonden groter dan bij andere? En zo ja, is dat dan wel terecht, omdat zonde toch zonde is en elk gebod even zwaar dient te wegen? Het is een duidelijke vraag, waar ik graag op inga.
Terecht gaat u ervan uit dat elk kind van God, dus iedere oprechte gelovige, verdriet heeft over de zonden en zwakheden die nog tegen zijn of haar wil overgebleven zijn ondanks het vernieuwende werk van de Heilige Geest in hart en leven. De Bijbelse visie hierop is treffend samengevat in het vijfde hoofdstuk van de Dordtse Leerregels. Aan het begin van dit pastorale hoofdstuk wordt gezegd dat God hen die Hij wederbaart wel van de heerschappij en slavernij van de zonde verlost, maar Hij verlost hen in dit leven niet geheel van het vlees en het lichaam van de zonde. In de tweede paragraaf lezen we:
“Hieruit spruiten de dagelijkse zonden van de zwakheid, en ook aan de allerbeste werken der heiligen kleven gebreken. Hetwelk hun gestadig oorzaak geeft om zich voor God te verootmoedigen, hun toevlucht tot de gekruisigde Christus te nemen, het vlees hoe langer hoe meer door de Geest van het gebed en heilige oefeningen van godvruchtigheid te doden, en naar het eindperk der volmaaktheid te zuchten, totdat zij van dit lichaam des doods ontbonden zijnde, met het Lam Gods in de hemel zullen regeren.”
Nu is het zo dat in het leven van de bekering de zelfkennis zeker niet volmaakt is. Er kunnen dan ook blinde vlekken zijn ten aanzien van bepaald zonden. Om een voorbeeld te noemen: een gelovige kan aan God oprecht belijden dat hij gekweld wordt door onreine gedachten op seksueel gebied en diep verdriet hebben over deze zwakheid en zich toch langere tijd schuldig maken aan roddel of aan oneerlijkje handelspraktijken zonder daar in het geweten last van te hebben. Het gebed van Psalm 139 blijft zeer nodig: “Zie of er bij mij een schadelijke weg is, en leid mij op de eeuwige weg.”
De apostel Jakobus wijst er duidelijk op dat wie één gebod overtreedt, schuldig is aan de gehele wet van God. De wet des HEEREN bestaat immers niet uit losse bepalingen, zodat je zou kunnen zeggen: “Ik heb in elk geval een hoog percentage van die bepalingen opgevolgd, dus het zit wel goed met mij. Al haal ik geen 10 op mijn rapport, in elk geval heb ik wel een voldoende.” Nee, zegt Jakobus dan: “Want wie de hele wet in acht neemt, maar op één punt struikelt, die is schuldig geworden aan alle geboden” (Jakobus 2:10).
Dr. J. Hoek
Dit artikel is beantwoord door
dr. J. Hoek
- Geboortedatum:04-09-1950
- Kerkelijke gezindte:PKN (Hervormd)
- Woon/standplaats:Veenendaal
- Status:Actief
Bijzonderheden:
Emeritus


