Geen bijbelse roeping om ongehuwd te blijven

Ds. P. van der Kraan | Geen reacties | 17-07-2026| 15:57

Vraag

Ik ben een vrijgezelle man van begin twintig en worstel al enkele jaren met een vraag waar ik zelf niet goed uitkom. Ik ben sociaal, heb fijne vrienden en ben niet op mijn mondje gevallen. Dus als ik zo vrij mag zijn; het kan niet uitsluitend worden afgedaan als onzekerheid of verlegenheid. Binnen mijn omgeving en kerk zie ik dat veel leeftijdsgenoten een partner vinden, trouwen en een gezin stichten. Dat lijkt vaak de normale weg. Tegelijk merk ik dat ik iets ervaar waar ik nauwelijks anderen over hoor. Het initiatief nemen richting een vrouw voelt voor mij niet alleen moeilijk, maar roept een allesoverheersende angst op. Waar anderen daar ogenschijnlijk vrij gemakkelijk in zijn, ervaar ik een blokkade die mij volledig kan verlammen. Alleen al de gedachte dat ik op een vrouw zou moeten afstappen kan mij met angst vervullen. Ik heb zelfs nachtmerries gehad waarin ik op vrouwen af moest stappen.

De afgelopen weken heb ik, ondanks die angst, wel een aantal stappen gezet richting vrouwen. Dat kostte mij veel, maar het gevoel dat dit mij van nature afgaat of dat ik hiervoor gemaakt ben, heb ik nog altijd niet. Daardoor vraag ik mij soms af of de Heere mij misschien roept om ongehuwd te blijven. Ik denk daarbij aan wat Paulus schrijft in 1 Korinthe 7 over het ongehuwd zijn. Ik zie ook dat een ongehuwd leven tot eer van God een waardevol leven kan zijn. Tegelijk weet ik niet of dit een roeping is, of dat mijn angst juist iets is waar ik doorheen moet groeien.
 

"Het initiatief nemen richting een vrouw voelt voor mij niet alleen moeilijk, maar roept een allesoverheersende angst op"


Die vragen houden mij inmiddels al ongeveer zes jaar bezig. Op dit moment probeer ik mij open te stellen voor de mogelijkheid dat dit de weg is die de Heere voor mij heeft. Het grootste deel van de tijd mag ik daarin rust ervaren en Gods nabijheid beleven. Tegelijk doet het pijn wanneer ik mensen om mij heen zie trouwen en kinderen krijgen. Ik geloof wel dat, als dit de weg is die de Heere voor mij wil, Hij ook de kracht zal geven om die weg te gaan. Mijn vragen zijn daarom:

1. Hoe weet je of je geroepen bent tot het ongehuwd blijven, zoals Paulus daarover schrijft in 1 Korinthe 7?

2. Roept God vandaag de dag nog steeds mensen tot een leven als alleenstaande?

3. Hoe kun je zo’n mogelijke roeping onderscheiden? Wanneer mag je concluderen dat God je die weg wijst en wanneer is het juist belangrijk om ondanks die angst te blijven proberen?

Ik ben vooral op zoek naar een Bijbels antwoord op deze vragen.


Antwoord

Beste tobber,

Allereerst een compliment. Wat goed van je dat je met je getob voor de dag gekomen bent. Je hebt er lang genoeg alleen mee geworsteld. Van harte hoop ik dat ik je een beslissende stap verder kan helpen. 

Ik begin waar jij eindigt. Je geeft namelijk aan het eind van je vraag aan dat je op zoek bent naar een Bijbels antwoord op de vraag of je ook geroepen kunt zijn om ongehuwd te blijven (waarbij je verwijst naar 1 Korinthe 7 - inderdaad het enige hoofdstuk in heel de Bijbel dat uitvoerig op deze kwestie ingaat). En zo ja, hoe je dat vanuit de Bijbel weten kunt. Je hecht eraan om een duidelijk Bijbels antwoord te vernemen, omdat je (zo geef je aan) gaandeweg het besef krijgt dat God jou kan hebben voorbestemd tot een ongehuwd leven. Hoewel de gedachte om niet te trouwen en een gezin te stichten je niet onberoerd laat, ga je er echter vanuit dat als God een leven als ongehuwde voor jou in het verschiet heeft, Hij je wel sterken zal om de levensweg alleen te gaan. Ik begrijp intussen heel goed dat (nu je voor je eigen bewustwording op dit punt bent beland) je voor jezelf volstrekt zeker moet weten dat die keuze een Bijbelse grondslag heeft, zodat je grond onder de voeten hebt als de weg alleen je zwaar valt. Ik ga ervanuit dat ik tot hiertoe je situatie op de juiste manier heb ingeschat. 

En nu het antwoord, waar zoveel van afhangt. Echter: zo’n duidelijk Bijbels getuigenis, waardoor je op goede, stevige Bijbelse gronden ontdekt dat je geroepen bent om eenzaam en niet tweezaam door het leven te gaan, is er niet!  Ook niet in 1 Korinthe 7. Daarmee is niet gezegd dat iemands leven niet zodanig geleid kan worden dat hij/zij niet tot een huwelijk komt. Hij/zij kan (doorgaans achteraf) Gods hand ontdekken in de leiding van zijn/ haar leven, die tot de ongehuwde staat heeft geleid. En hij/zij kan zelfs ontdekken dat (en soms ook: welke) bedoeling God daarmee heeft. Maar dat is heel iets anders dan uit het Woord te kunnen afleiden dat je wordt geroepen om als ongehuwde door het leven te gaan, waarbij je ook nog vanuit de Bijbel kunt weten: dat is de weg die jij moet gaan. 
 

"Zo’n duidelijk Bijbels getuigenis dat je geroepen bent om eenzaam en niet tweezaam door het leven te gaan, is er niet!"


Kort en goed: er bestaat geen Bijbelse roeping om ongehuwd te blijven. En er zijn evenmin Bijbelse kenmerken aan de hand waarvan je kunt vaststellen: die roeping geldt mij. God heeft mij vanuit Zijn Woord duidelijk laten zien: dat is de weg die je moet gaan.

En 1 Korinthe 7 dan? Veelzeggend is dat er slechts een Bijbelgedeelte over ongehuwd zijn of blijven in heel de Bijbel (met zijn 66 boeken) te vinden is. En dat dit ene gedeelte ook nog eens geen uitgewerkte (geloofs)leer bevat over deze zaak, maar een aantal pastorale adviezen telt. Pastorale adviezen naar aanleiding van vragen die Paulus vanuit de jonge christengemeente van Korinthe hebben bereikt, samen met meer andere vragen (onder andere ook over de opstanding van de doden, waarover Paulus wel een hoogstaand en krachtig getuigenis geeft; echt een machtig stuk geloofsleer). En dan ook nog vragen over het huwelijk en ongehuwd zijn. 

Paulus laat er geen twijfel over bestaan dat hij zelf voorkeur heeft voor een leven als ongehuwde (1 Korinthe 7:7a). Hij heeft ook argumenten om die keus te onderbouwen: 

  1. de aanstaande nood (1 Korinthe 7:26; vs. 28: als je trouwt, zondig je niet, maar staat je verdrukking in het vlees te wachten – het is niet geheel duidelijk wat Paulus hiermee bedoelt; er is wel gewezen op vervolging en verdrukking van christenen door de Romeinse overheid; bedoeld is waarschijnlijk: als dat jou als gehuwde overkomt, draag je ook de pijn van de ander met je mee); 
  2. de tijd is kort (vers 29 – wij hebben er geen idee van hoezeer de eerste christenen geleefd hebben bij de gedachte dat Jezus elk moment kon weerkomen; met de uitstorting van de Heilige Geest was immers het “laatste der dagen” (Handelingen 2:17) begonnen en regelmatig klinkt dan ook door het Nieuwe Testament het vermaan ‘Kinderkens, het is de laatste ure’ (1 Johannes 2:18); zo ook in 1 Korinthe 7: 29 – als de tijd tot de komst van Christus zo kort is dat je kunt spreken van de laatste ure, waarom zul je je dan nog de zorgen van een huwelijk op de hals halen? Waarom zou je jezelf door een huwelijk meer vastpinnen aan de wereld en de daarmee verbonden zorgen, terwijl Jezus al onderweg is om Zijn bruid op te halen? 
  3. Als je getrouwd bent, gaat de aandacht naar de ander uit, vers 34 – wie ongetrouwd is, bekommert zich over de dingen van de Heere, terwijl de gehuwde man of vrouw druk is om de ander te behagen (vers 32 en 33). Al met al redenen te over om ongehuwd te blijven. 

Maar dan lijkt Paulus het ineens over een andere boeg te gooien als hij in 1 Korinthe 9:5 aan de Korinthische christenen vraagt: “Hebben wij niet de macht om een vrouw, een zuster zijnde, met ons om te leiden, gelijk ook de andere Apostelen en de broeders des Heeren en Cefas?” HSV: “Hebben wij niet het recht om een zuster als vrouw mee te nemen, zoals ook de andere apostelen, en de broers van de Heere, en Kefas?” De kanttekening bij de Statenvertaling legt het zo uit (als meest waarschijnlijk): “…dit is te verstaan als van een huisvrouw, niet die hij (= Paulus) had, maar die hij zou hebben kunnen nemen en vervolgens ook met zich leiden, zoals sommige andere apostelen deden.”

Je ontkomt niet aan de indruk dat Paulus in de kwestie van het gehuwd/ongehuwd zijn enigszins ambivalent is: als je trouwt, zondig je niet (1 Korinthe 7:28); dat doe je ook niet als je je dochter ten huwelijk geeft (vers 38); maar die zijn dochter niet ten huwelijk geeft, doet beter (vers 38b). En dezelfde Paulus, die zo duidelijk kiest voor de ongehuwde staat en daar zijn redenen voor heeft, kan omdraaien als een blad van een boom en alsnog een vrouw kiezen. In ieder geval verbiedt niemand hem dat. Het is duidelijk: Paulus geeft hier geen afgerond, goed bijbels gefundeerd leerstuk over het huwelijk, maar geeft welgemeende pastorale adviezen naar aanleiding van concrete vragen uit een nog jonge christengemeente die door de leer van Christus en de praktische gevolgen daarvan voor veel en velerlei vragen kwam te staan, zoals alleen al uit 1 Korinthe 7 blijkt. Daarom geldt van dit gedeelte: als we er meer in willen horen of uit willen halen, dan overvragen wij dit Bijbelgedeelte. Dat wil echter niet zeggen dat de antwoorden die Paulus toen in de Korinthische situatie heeft gegeven, ons vandaag niet behulpzaam kunnen zijn bij hedendaagse vragen van dien aard. Maar dat is een andere kwestie.

Tenslotte (om dit deel van het antwoord af te ronden) vergeten we niet dat dezelfde Paulus, die in 1 Korinthe 7 wat halfslachtig over het huwelijk lijkt te schrijven, in Efeze 5:22 en verder de prachtigste dingen over het huwelijk schrijft en op een verheven jubeltoon de lof van het huwelijk bezingt. ‘Deze verborgenheid (mysterion, namelijk van het huwelijk) is groot. Waarom? Omdat het iets laat zien van de bruidsverhouding tussen Christus en Zijn gemeente (Efeze 5:31- 32). Wil je het nog luisterrijker gezegd hebben?

Met opzet heb ik een vrij brede bespreking van 1 Korinthe 7 ingelast om duidelijk te laten zien dat er geen enkele Bijbelse grond is voor de gedachte dat we kunnen geroepen worden om ongehuwd te blijven. En nog minder dat er Bijbelse kenmerken zijn die dat in iemands leven aantonen en bevestigen. Dat zou tegen de hoofdlijn van de Bijbel ingaan. 

  1. Immers in de weergave van de scheppingsgeschiedenis is relatief veel aandacht gegeven aan de schepping van de mens als man en vrouw. 
  2. Verder zou het ook strijdig zijn met het feit dat Jezus Zijn verlossend en vernieuwend werk begonnen is op een bruiloft. 
  3. En tenslotte doet dat uitgangspunt evenmin recht aan het beeld dat ons getekend wordt van de toekomstige heerlijkheid: de bruiloft van het Lam. 

Heel de Bijbel door komen we het huwelijk tegen en zeker niet bij de minste momenten en gebeurtenissen.

Nu we hebben aangetoond dat de Bijbel ons niet roept om ongehuwd te blijven en daarvoor evenmin kenmerken aanwijst, ontstaat er ruimte om het eigenlijke probleem onder ogen te zien. Ik kreeg namelijk het vermoeden dat je voor dat probleem wilde wegkruipen. Vanwege jouw opmerking dat je langzamerhand begint te vermoeden dat Gods weg met jou die van een ongehuwde is, ook al brengt dat de pijn van gemis met zich mee: gemis van een gezin en gemis van kinderen. En dus ook gemis van de ervaring echtgenoot te mogen zijn en het vaderschap uit te oefenen.
 

"De gedachte dat Gods bedoeling met jou is dat je ongehuwd blijft, lijkt heel vroom. Maar dan is het dubbel oppassen geblazen"


De gedachte, die langzamerhand de overhand in jouw denken krijgt, namelijk dat Gods bedoeling met jou is dat je ongehuwd blijft, lijkt heel vroom. Maar juist als we vroom worden, is het dubbel oppassen geblazen. Niet zelden zit er een addertje onder het gras. Want de gedachte dat het mogelijk Gods bestemming met jouw leven is om ongehuwd te blijven en dat Hij jou Zijn steun en troost zal bieden als het inderdaad zo gaat, levert als ‘winst’ op dat je geen nachtmerries meer krijgt omdat je nooit meer ‘achter een vrouw aan hoeft’. Die gedachte moet voor jou bewust of on(der)bewust (het onderbewustzijn speelt hierbij een voorname rol, juist omdat angsten voor een belangrijk deel uit het onderbewust afkomstig zijn) heel aantrekkelijk lijken. 

Even heel kort door de bocht geconcludeerd: dankzij Gods leiding met jouw leven ben jij je angsten kwijt, gaan je nachtmerries er vandoor, om nooit meer terug te komen. Op dat laatste zou ik trouwens maar niet te hard rekenen. Want die spoken en angsten, die nachtmerries en dromen blijven in jouw onderbewustzijn zitten (als ze niet aangepakt worden) en zoeken vroeg of laat een andere uitweg. Dan zou zomaar kunnen blijken dat het middel erger is dan de kwaal. Hier zie je hoe het toegaat bij wat Jeremia onder woorden brengt: “Arglistig is het hart, meer dan enig ding, wie zal het kennen?” (Jeremia 18:9). Vooral als ons hart de vrome pias gaat uithangen, moeten we extra waakzaam zijn.

Nu we in de beantwoording van jouw vraag zover zijn gekomen (ik ga er vanuit dat je voldoende van bovenstaande schets bij jezelf herkent…, al zal er ook wel sprake van verrassing zijn: dat je jezelf zo voor de gek kunt houden, bedriegen, toneel kunt spelen… dat had je waarschijnlijk niet gedacht. Nou, ga er maar van uit dat dit wel zo is.

Nu we dus in het voorgaande een aantal ‘zaken vooraf’ op een rij hebben gezet, kunnen we eindelijk het echte probleem onder ogen zien. 

Je schrijft dat je een leuke vriendenkring hebt, sociaal bent en je mond weet te roeren. Is die vriendenkring gemengd? Bestaat die uitsluitend uit (jonge) mannen? Of behoren er ook meisjes bij? Geen meisjes om verkering mee te zoeken, maar gewoon gezellige meiden, met wie je een leuk of ook een serieus gesprek kunt voeren, maar bij wie je niet aldoor denkt aan verkering en trouwen. Ik bedoel met deze vraag: zijn er ook situaties via vriendenkring, Bijbelkring, werkkring of iets dergelijks waarbij je vrouwen ontmoet met wie je ‘gewoon’ spontaan kunt omgaan? En als dat zo is, lukt jou dat dan ook? Lukt het je om ontspannen en ongedwongen met jonge vrouwen om te gaan zonder in een kramp te schieten en nachtmerries te krijgen? Denk goed over deze vraag na en beantwoordt hem zo eerlijk mogelijk voor jezelf.

Maar dan komt de volgende fase. Je oog valt op een leuk meisje (jij vindt ze in ieder geval leuk), ze is aardig, vriendelijk, behulpzaam, tegemoetkomend. Ze komt je op ongedachte en onverwachte momenten in gedachten. Je droomt zelfs een keer van haar. Kortom: je bent verliefd! En dan ga je het spelletje spelen dat alle verliefden de eeuwen door spelen: het aantrekken en afstoten, het vliegen als een mot om de kaarsvlam. Tot je tenslotte de moed vindt om een afspraak te maken en … (je bent helemaal in de wolken!) … ze heeft ‘ja’ gezegd. Je toont wel bravoure, maar je bent maar wat nerveus. Want waarin stelt zij belang? En moet je de hele avond over ‘vrouwendingen’ praten? Maar het verloopt allemaal heel soepel en als vanzelf. Het gevoel ‘vreemd’ voor elkaar te zijn was na 5 minuten al verdwenen en de avond vloog voorbij. Voor jouw besef moest je haar veel te snel naar huis brengen. Maar geen nood: er komt een vervolg, Een tweede afspraak wordt meteen gemaakt. En het duurt niet lang of de eerste kussen worden gewisseld en … zij leefden nog lang en gelukkig.

Ik hoor je verzuchten: “Was het maar zo eenvoudig. Maar zo werkt het voor mij niet.” Word jij dan niet eerst verliefd op dat ene meisje? Of gaat het bij jou zo: ik moet een keer gaan trouwen en een gezin stichten, dus stap ik op de eerste de beste vrouw af om haar te vragen met mij te trouwen. Maar voor het zover is, zijn alle angsten en nachtmerries uit hun hol of hok gekropen en nemen mij in hun wurggreep.

De vraag is dus: hoe gaat dat bij jou? Word je wel eerst verliefd (dat is namelijk het normale patroon) en als je die verliefdheid in daden moet gaan omzetten, blokkeer je dan volledig door de angst? Kom je er dan helemaal niet toe om het betreffende meisje te benaderen? Je geeft aan dat je in de voorbije weken een aantal stappen hebt gezet richting vrouwen. Dat roept bij mij de indruk op dat je aan het experimenteren bent, niet dat je als een verliefde jongeling achter dat ene meisje aangaat, dat je niet meer uit je gedachten kunt bannen. Je voelt dat zelf kennelijk ook aan, want je reageert met: “…het gevoel dat het mij van nature afgaat of de indruk dat ik hiervoor gemaakt ben, heb ik nog steeds niet.”

En zo kom je ertoe te neigen tot de gedachte dat God je voor het ongehuwde leven heeft bestemd. Dat zal ook zijn moeiten wel kennen, maar je vertrouwt erop dat God je daarbij tot een Helper zal zijn. Een ding is in die situatie in ieder geval heel aantrekkelijk: de nachtmerries en angstspoken vertrekken met onbekende bestemming. Denk je dat? Dat is precies de vraag. Omdat ze later in andere gedaanten de kop weer kunnen opsteken om je opnieuw het leven zuur kunnen maken.

Je schrijft: “Ik ben niet gemaakt om een vrouw te benaderen, want het gaat mij van nature niet gemakkelijk af.” Het lijkt voor jou daarop vast te zitten en je neigt er al enigszins toe om dat te accepteren. Dat jij, volgens je eigen woorden, niet gemaakt bent om een vrouw te benaderen, is niet de kern van het probleem. De kern is: kun jij van een vrouw houden? Kun je een vrouw liefhebben op zo’n manier dat die ander (even op menselijk vlak gesproken) alles voor je is?
 

"God kan iemands leven zo leiden dat hij/zij ongehuwd blijft, maar doorgaans is dat onmiddellijk verbonden met werk in Zijn koninkrijk"


Als dat zo is, dan komt het min of meer vanzelf goed. Bij jou lukt dat maar steeds niet en jij veronderstelt dat je er niet voor gemaakt bent om je aan een vrouw te verbinden. Ik ga er echter vanuit dat jij daar wel voor gemaakt bent. Jij bent toch geen uitzondering op de regel die God met betrekking tot de eerste mens sprak: “Het is niet goed dat de mens alleen zij…” Heel de Bijbel, heel de geschiedenis van de mensheid door is het huwelijk, het getrouwd zijn en een gezin vormen de hoofdlijn – een lijn die loopt van schepping, via verlossing en vernieuwing naar herschepping. Uitzonderingen bevestigen de regel. Ik bedoel dit: God kan iemands leven zo leiden dat hij/zij ongehuwd blijft, maar doorgaans is dat onmiddellijk verbonden met werk in Zijn koninkrijk, waar en hoe dan ook. Geldt dat voor jou? Als dat niet zo is, moet je er maar niet van uitgaan dat je voor het alleen zijn bestemd bent. 

Maar als het contact leggen, het verbinding zoeken met een jonge vrouw bij jou niet vanzelf gaat (terwijl dat ‘normaal gesproken’ wel vanzelf gaat) …, zou het dan niet zo kunnen zijn dat bij jou op een of andere manier en door een tot nu toe onbekende oorzaak iets is ontspoord? Zodat er kortsluiting in jouw hoofd/ hart ontstaan bij alleen al de gedachte om een vrouw te benaderen. De zonde heeft op alle terreinen zijn verwoestende en ontsporende werk gedaan en de invloed daarvan laat zich op alle mogelijke terreinen gelden. Somatisch, in lichamelijk lijden. Psychisch, in afwijkingen van ons psychisch bestaan. Het zou zo maar kunnen zijn dat jij last hebt van wat bindingsangst wordt genoemd. Ik zeg niet dat zo is, maar wat je van jezelf hebt verteld, wijst wel in die richting.

Het lijkt me dat je nu inderdaad op een tweesprong staat. En dat je moet kiezen verder leven als ongehuwde (die daarvoor geen speciale aanwijzing uit de Bijbel heeft gekregen, want zo werkt dat niet, ontdekten we hiervoor). Of een relatie met een lieve vrouw aangaan en met haar je leven delen. Dat laatste gaat bij jou niet vanzelf. Daar heb je hulp bij nodig. Hulp om de blokkades te slechten die zich nu bij jou opwerpen bij de minste of geringste poging om een relatie aan te gaan. Die hulp is er. Ook in onze kringen (bijvoorbeeld Eleos). Het is aan jou om die hulp te zoeken en die in afhankelijkheid en onder de zegen van God te gebruiken. Wie weet wat er via de weg van innerlijke heling voor een hartelijk liefhebbende echtgenoot en fijne pappa uit jou groeit. Die op zijn beurt genieten mag van de liefde en de warmte die zijn vrouw en kinderen hem geven.

Ik hoop dat ik je met dit lange verhaal een beslissende stap verder heb geholpen. Vooral hoop ik je niet de (ogenschijnlijk) vrome weg van de minste weerstand kiest. Van harte hoop ik dat je hulp zoekt en dat je door de geboden hulpmiddelen onder Gods zegen genezen mag, zodat je de smaak van het getrouwde leven te pakken krijgt. Die smaak heeft God in het hart van mensenkinderen gelegd. Wat kan daar dan verkeerd aan zijn?

Ds. P. van der Kraan

Lees meer artikelen over:

ongetrouwdsingle

Mis niks, abonneer je op onze WhatsApp en wekelijkse nieuwsbrief

Dit artikel is beantwoord door

Ds. P. van der Kraan

  • Geboortedatum:
    06-02-1948
  • Kerkelijke gezindte:
    PKN (Hervormd)
  • Woon/standplaats:
    Arnemuiden
  • Status:
    Actief
130 artikelen
Ds. P. van der Kraan

Bijzonderheden:

Emertitus


Dit panellid heeft meerdere artikelen geschreven
Geen reacties

Terug in de tijd

Bang voor afkeuring bij kerkovergang

Wij overwegen naar een andere gemeente over te gaan. In onze woonplaats is er geen reformatorische gemeente. Van huis uit ben ik lid van de Gereformeerde Gemeenten. Deze gemeente is op zo'n 20 km afst...
Geen reacties
17-07-2025

Door de oog- en oorpoort

Beste dominee, Het is mijn verlangen en streven om te leven zoals de Heere dat wil, dat Hij in alles de eer krijgt en dat Hij bovenaan staat in mijn leven: Psalm 73:25. Maar nu zit ik ermee dat als...
1 reactie
17-07-2018

Troost ontvangen

Door de jaren heen heeft de Heere en Zijn dienst me nooit losgelaten. Toch kan ik niet zeggen dat de Heere Jezus ook voor mijn zonden heeft betaald. Vanuit mijzelf zal ik nooit kunnen buigen, toch is ...
Geen reacties
17-07-2012
design website door design website by Mooimerk website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis hosting website door hosting website by STH Automatisering
Stel hier
een vraag