Toelichting van curatorium wenselijk

J.P. van den Brink / geen reacties

21-06-2021, 13:57

Vraag

Een algemene vraag n.a.v. het antwoord m.b.t. het curatorium van de Gereformeerde Gemeenten. Kunnen hoogleraren/predikanten die bij de opleiding betrokken zijn niet een keer een toelichting geven, bijvoorbeeld in de Saambinder? Het is, wat de studie zelf betreft, toch een mogelijkheid om na vwo/gymnasium naar een opleiding te gaan, zodat de student aan twee zijden wordt ‘geadviseerd’, zeker niet in de laatste plaats als de student biddend deze weg gaat. Het is toch bekend dat meerdere predikanten al in Utrecht/Amsterdam geweest zijn en daarna via een ‘examen’ van het curatorium hun studie bij de eigen theologische opleiding vervolgen?

Nog een vraag: hoe wordt de bewuste broeder beoordeeld die op ‘tal’ wordt gezet voor het ambt in de gemeente waar hij lid is? Ik zou dit wel eens belicht willen zien vanuit het curatorium en de kerkenraad van de gemeente van de aanstaande student. Vaak lees je van de student die toegelaten wordt dat hij diaken/ouderling is. Is dat een voordeel? Of komt nu juist hier niet uit dat de beoordeling van curatorium en kerkenraad hetzelfde is?

Ik hoop dat dit tere onderwerp ook eens heel praktisch wordt besproken. Het zal m.i. veel vragen weg nemen, zeker bij die jongere die worstelt met dit onderwerp, waar niemand van weet behalve de HEERE Zelf en geen kerkenraad of curatorium! Ik zie uit naar behandeling van dit onderwerp!

Antwoord

Beste vraagsteller,

Je stelt een aantal vragen:

  1. Kunnen docenten/predikanten die bij de opleiding betrokken zijn niet een keer in de Saambinder een toelichting geven  op de inhoud van de opleiding op de Theologische school in Rotterdam?
  2. Kan iemand, die een roeping in zijn hart gevoelt al niet in opleiding of ervaring ernaar staan om alvast iets te doen wat hem later in Rotterdam of in de gemeente van nut kan zijn? Je denkt dan aan het volgen van een universitaire opleiding theologie; maar kan ook de praktische ervaring van een periode ambtsdrager zijn (diaken/ouderling) van nut zijn als voorbereiding op het ambt van herder en leraar? Is een theologische opleiding en/of ambtelijke ervaring een voordeel?
  3. Hoe worden in de kerkenraad potentiële nieuwe ambtsdragers beoordeeld? Hoe komt men op een tweetal om daarna door de gemeente verkozen te worden. En hoe verhoudt zich deze ‘selectieprocedure’ met die van predikant, waarbij het curatorium betrokken is?
  4. Hoe kan dit alles van nut zijn voor een jongere die met zijn roeping in eenzaamheid worstelt, waar geen mens, geen kerkenraad of curatorium van weet. Niemand, behalve de Heere weet er nog van?

 

Antwoorden:

1. Met enige regelmaat verschijnen er in de Saambinder artikelen over het curatorium en/of de opleiding.
 
a. Ds. Schreuder schreef een tweetal artikelen in de Saambinder (Een wonderlijk ambt; 8 en 15 april 2021). 
b. Bij het afscheid van ds. P. Mulder, ls rector  van de Theologische school verscheen: “Ten dienste van het Woord. Gedachten over leren en leven in de gemeente” (Den Hertog, Houten, 2020); N.a.v, dit boek verscheen  in het RD een interview met hem .
c. Ds. Labee in de Saambinder van 16-7-2020 over: 'Roeping en zending
d. Twee curatoren (ds. van Eckeveld en ds Moens) in de Saambinder  (7-3-2019) over 'Toezicht op de studie over de werkzaamheden van het curatorium'.
e. Ds P. Mulder in jongerenblad de Daniel  van 16-2-2001 over 'Roeping tot het predikambt'.

Als je op Digibron alle Saambinder artikelen selecteert onder de zoekterm Theologische School, vind je veel meer artikelen.

2. Veel predikanten hebben voorafgaand aan hun studie in Rotterdam een (gedeeltelijke) Theologische opleiding op een van de Universiteiten gevolgd. Sommigen van hen zijn een aantal jaren godsdienstdocent geweest. Anderen  hebben ervaring opgedaan als evangelist of als diaken/ouderling in een gemeente. Dit zijn ‘vooropleidingen’ met de meest duidelijke link naar het predikantschap. 
Er zijn meer ‘voorbereidingen’ van a.s. predikanten bekend (onderwijzer, docent/bestuurder middelbaar onderwijs, maatschappelijk werker, msychiater), waarbij van elk van die ervaringen gezegd kan worden dat ze van nut kunnen zijn bij het latere werk van predikant.  Er zijn ook predikanten die een verleden hebben waarvan  de raakvlakken met het latere ambt op het eerste gezicht minder aan de oppervlakte liggen (metselaar, makelaar, hovenier, drogist, hoogleraar arbeidsrecht, internist, oncoloog...).

Er is een grote verscheidenheid in de achtergrond en voorkennis van onze predikanten. Dat was ook zo bij ambtsdragers die uit de Bijbel bekend zijn. Van Mozes weten we dat hij zijn opleiding heeft genoten aan het Egyptische hof. Mozes’ jarenlange ervaring als woestijnherder bij zijn schoonvader Jetro was een prima leerschool om later het volk Israel door de woestijn naar Kanaan te leiden.

Een aantal discipelen van de Heere Jezus  had een vissersberoep als vooropleiding. De Heere zegt hen: ik zal u vissers van mensen maken. De zendingsapostel Paulus, om niet meer te noemen, ontving zijn vooropleiding aam de voeten van de Farizeeër Gamaliel (NB: hij was de enige uit de kring van de apostelen met een theologische opleiding!). Hij heeft zijn verdere opleiding genoten tijdens een verblijf van een aantal jaren in Arabie waarvan we inhoudelijk verder niets afweten.

Het is nuttig om als predikant een brede theologische vooropleiding te hebben gehad. Studenten die vooraf ambtelijke ervaring in een kerkenraad opdeden, hebben een “voorsprong” op hun medestudenten die deze ervaring missen. 

Kortom, een passende vooropleiding/werkervaring kan een voordeel zijn, maar is geen voorwaarde of ‘free ticket’ om toegelaten te worden tot de opleiding in Rotterdam. Anders gezegd: wees niet bevreesd als je in eigen ogen een totaal ongepaste vooropleiding hebt om door het curatorium gehoord te worden. Maar ook: denk niet dat je door je uitstekende vooropleiding als zodanig een “recht” zou hebben verworven om tot de opleiding toegelaten te worden.

3. Je vindt in de Bijbel geen vaststaand protocol voor het verkiezen van ambtsdragers. Bij de verkiezing van Matthias als apostel in de opengevallen plaats van Judas lezen we over het stellen van een tweetal. De finale verkiezing kwam tot stand via het werpen van het lot (Hand. 1:29 ).  De uitkomst van het lot wordt met algemene stemmen van de gemeente aanvaard. Als later uit het zendingswerk van Paulus en Barnabas gemeenten in Klein-Azië ontstaan worden daar ouderlingen aangesteld via een open stemming (opsteken van handen), Hand. 14:23.

In onze gemeenten is de verkiezingsprocedure van ambtsdragers geregeld in de kerkorde. De kerkorde is erop gericht om inhoud te geven aan de Bijbelse lijn dat de gemeente geleid en gediend wordt door mannen met gaven van hoofd en hart. De gemeente moet niet geleid worden door slechts één of enkelen ter voorkoming van persoonsverheerlijking en ongewenste machtsvorming (formulier bevestiging ambtsdragers). Als een kerkenraad een vacature voor ouderling of diaken wil vervullen wordt er in de meeste gevallen binnen de kerkenraad (anoniem) gestemd wie er op de tweetallen komen te staan. Bij het samenstellen van de tweetallen nemen de zittende kerkenraadsleden hun kennis  en oordeel van mogelijke kandidaten mee. De kerkenraad kent de kandidaten uit huisbezoeken en van andere gelegenheden waar  gemeenteleden in het gemeenteleven worden ingezet (jeugdwerk, evangelisatie werk, diverse commissies, kringwerk en verenigingen...). De kerkenraad gaat daarbij biddend op zoek naar mannen bij wie Godsvrucht, een voorbeeldige levenswandel en gaven van de Heilige Geest herkenbaar zijn. Daarom is het in de beslotenheid van de kerkenraadskamer en onder strikt ambtsgeheim mogelijk dat omstandigheden, gaven en godsvrucht van potentiële kandidaten worden besproken en dat dit meeweegt in de anonieme persoonlijke afwegingen van elk individueel kerkenraadslid. Uit deze tweetallen kiest de manslidmatenvergadering de betreffende ambtsdrager.
 
In de procedure voor het stemmen van gewone kerkenraadsleden en het beroepen van een predikant is geen wezenlijk verschil. Ook bij het beroepen van een predikant stelt de kerkenraad een tweetal uit de binnen het kerkverband beroepbare predikanten/kandidaten. Verschil is dat voor de ouderlingen of diakenen er tweetallen worden gesteld uit de belijdende leden van de gemeente terwijl voor het tweetal voor predikant het broeders betreft die in de meeste gevallen (nog) geen lid van de gemeente zijn, maar van elders worden geroepen. Een ander verschil is dat ouderlingen en diakenen geen speciale opleiding vooraf hebben gehad. Wel kijkt de kerkenraad zoals gezegd naar wat bekend is over de gaven en godsvrucht van de kandidaten, en in ons kerkverband zijn er gelukkig in onze tijd allerlei mogelijkheden via toerustingsavonden om je verder te bekwamen in bepaalde aspecten van het ambt, maar dat is niet voorgeschreven. 

Ds. Rietveld beantwoordde de vraag: Hoe is het ambt van predikant ontstaan? Hij schrijft daarin ondermeer: “Al in 1568 werd op de eerste kerkelijke vergadering van de reformatorische kerk te Wezel besloten dat niemand tot de dienst des Woords zou worden toegelaten zonder wettige roeping, verkiezing, goedkeuring, behoorlijke onderzoeking en wettige orde. Om wildgroei te voorkomen moest alles volgens de kerkelijke orde verlopen. Vanaf de persoonlijke roeping tot het kerkelijk onderzoek en het beroepen worden door een gemeente. De Heere roept ambtsdragers immers door middel van Zijn kerk.”
In het vorige antwoord 'Verhouding curatorium en plaatselijke kerkenraad' heb ik al uiteengezet dat de beroeping van de gemeente het beslissend moment is of een kandidaat daadwerkelijk ook predikant wordt. Het onderzoek door het curatorium verleent een kandidaat slechts toegang tot de opleiding. Nadat de kandidaat door een gemeente beroepen is en het beroep werd aangenomen, wordt op de classis een examen afgelegd waarna de classis de kandidaat toelaat om tot predikant bevestigd te worden.

4. Misschien is dit wel je eigenlijke vraag. Ik verwijs in het kort naar eerdere antwoorden 'Hartewens om dominee te worden' en 'Voorbereiden voor het curatorium'; ik ga niet herhalen wat ik in die antwoorden heb gezegd. De belangrijkste voorbereiding is om Gods Woord naarstig te onderzoeken en jezelf gedurig te oefenen in de overlegging van de verborgenheden des geloofs (formulier bevestiging ambtsdragers). Daarbij: blijf niet in jezelf met deze vragen worstelen. Zoek een ervaren, godvrezend kind van God met wie je hierover kunt en durft te spreken. Je moet je worstelingen niet aan de grote klok hangen, maar een eerlijk gesprek met een vertrouwd iemand de weet hoe hij of zij naar je luisteren kan en hoe hij of zij met je bidden moet kan veel verlichting geven.

Is dit antwoord  voldoende praktisch? Laat ik met een persoonlijke noot afsluiten. Niet alleen toekomstige predikanten worstelen namelijk met de vraag welke weg de Heere wil dat wij zullen gaan. Bij mijn eigen studiekeuze overwoog ik met welke keuze de Heere het best gediend kon worden. Ik heb een uitgesproken beta profiel. Moest ik iets op de landbouw universiteit van Wageningen gaan doen om daarmee ondersteunend in de zending te kunnen gaan werken? Ik overwoog een studie theologie, maar kwam biddend en worstelend tot de conclusie dat deze studie niet optimaal bij mijn talenten en mogelijkheden aansloot. Het werd wis- en natuurkunde. Ik was goed in die vakken, wat ook is gebleken toen ik na afloop op de universiteit gevraagd werd om een promotie onderzoek te doen. Met deze bagage ben ik in de high tech industrie terechtgekomen en mocht ik daar mijn goddelijk beroep vinden. Die keuze wordt bevochten, want dat goddelijke van mijn beroep ligt er niet dagdagelijks duimendik bovenop! In deze weg heeft de Heere het zo geleid dat ik nu bijna 30 jaar, naast mijn taken in gezin en werk, ouderling in de Gereformeerde Gemeente in mijn woonplaats mag zijn. 

Ieders weg is persoonlijk. Och of dat al het volk profeten ware, wenste Mozes in Numeri 11:29. Maar elkeen van ons is de genade gegeven naar de mate der gave van Christus, zegt Paulus in Efeze 4:7; en even verder in Efeze 4 vers 11-13: Dezelve heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten en sommigen tot evangelisten en sommigen tot herders en leraars; tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing van het lichaam van Christus; totdat wij allen zullen komen tot de enigheid des geloofs en der kennis van den Zone Gods. Om dat einddoel te bereiken geeft God ons allemaal de taak waarvan Hij vindt dat die bij ons past. Dat geloof ik vast en ik hoop en bid dat de Heere ook jou brengt op de plaats waar Hij je hebben wil.

Beantwoordt bovenstaande je vraag onvoldoende? Wil je verdere verduidelijking? Laat het weten!

Hartelijke groet,
J. P. van den Brink

 

(met dank aan Perfectkeur voor de foto)

J.P. van den Brink

J.P. van den Brink

  • Geboortedatum:
    10-06-1960
  • Kerkelijke gezindte:
    Gereformeerde Gemeenten
  • Woon/standplaats:
    Eindhoven
  • Status:
    Actief
  • Bijzonderheden:

    Functie: Ouderling

Tags in dit artikel:

curatorium
geen reacties

Terug in de tijd

Ik vraag me af of ik mezelf moet (blijven) verachten om mijn zondaar zijn en hoe ik dan tegelijk naar mezelf kan kijken ...
geen reacties
18-06-2019
Sinds vier maanden heb ik een relatie met een christelijke jongen. Hij is 26 en ik ben 20 jaar oud (bijna 21). Ik vind h...
5 reacties
17-06-2013
Ik ben nu tien jaar getrouwd en heb vijf jaar lang een verhouding gehad met een andere man zonder dat mijn eigen man dit...
geen reacties
17-06-2006
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering