Verwarring over bijbeltekst m.b.t. Israël

Ds. K. van den Geest / 1 reactie

18-05-2021, 09:58

Vraag

Ik (jongen van 16 jaar) ben de laatste tijd meer bezig met Bijbellezen. Ik las laatst een tekst die nogal verwarring bij mij opriep. “Zie, zij zullen zeker samenscholen –niet door Mijn toedoen– wie tegen u ten strijde trekt, die zal om u ten val komen”, Jesaja 54:15 (HSV). Als ik het goed begrijp betekent dit dus dat Israël dan niet veroverd zou worden? Maar als ik kijk naar de geschiedenis van Israël dan zie je dat bijvoorbeeld de Romeinen het alsnog gewoon gelukt is om Israël te veroveren.

Kunt u mij misschien uitleggen wat hier wordt bedoeld? Wordt er misschien bedoeld dat mensen die God volgen niet worden ‘veroverd’ of wordt er misschien iets anders bedoeld?

Antwoord

Wat mooi dat je je op deze leeftijd meer voor de Bijbel begint te interesseren! Dat wil ik graag allereerst opmerken. En blijkbaar ben je ook zo intensief mee bezig, dat je teksten tegenkomt die je op de een of andere manier zo raken, dat je dieper wilt doordringen in het geheimenis van deze woorden! Dat is zegen van de Heere en Zijn Geest is daarin met jou bezig.

Nu over deze tekst zelf, Jes. 54:15. Dit hoofdstuk gaat over Jeruzalem als de bruid van de HEERE. Het is een echte verbondsprofetie: God heeft trouw gezworen aan zijn volk en belooft dat het weer een toekomst zal krijgen. In het eerste deel van het hoofdstuk wordt Jeruzalem vergeleken met een onvruchtbare, kinderloze vrouw. Voor Israël was een vrouw zonder kinderen niet allereerst een vrouw met een diepe pijn, maar eigenlijk bijna meer een schande, een gebrek aan eer. Jeruzalem is Gods bruid, maar ze is verstoten (vers 1). Dat is gebeurd, toen Juda en Jeruzalem in ballingschap werden gevoerd om hun afgodische leven. Het was Gods straf en oordeel dat hen trof.

Maar in vers 6 komt de wending: God kan zijn eerste liefde niet vergeten. Hij kan zijn verstoten bruid niet loslaten. Hij gaat haar weer bevrijden en een nieuwe toekomst voor haar openen. Dat is de prachtige belofte in deze tekst. En in dat licht en verband moet je dan ook vers 14 allereerst zien: dat God zijn volk niet langer straft maar zal beschermen tegen vijanden. “Zij zullen zeker samenscholen”: de vijanden van Gods volk zullen ook als ze naar Jeruzalem zijn teruggekeerd haar blijven lastigvallen. Maar nu mogen ze het zien als “niet door Mijn toedoen”: het is niet langer Gods straf die hen treft, God keert het zelfs om: wie haar aanvalt zal zelf gestraft worden.

Betekent dit nu inderdaad dat Israël niet meer aangevallen zou worden? Nee, dat betekent het uiteraard niet. De tekst zegt het zelfs: volken en vijanden zullen blijven samenscholen en samenspannen tegen het volk van de HEER. Maar in het Nieuwe Testament krijgt deze tekst in Jezus Christus een diepere en rijkere betekenis en vervulling. Gods kinderen die schuilen bij Jezus en leven uit Gods genade, zijn voorgoed veilig bij Hem. De aanvallen van de vijanden van Gods kinderen zullen blijven komen, ook vandaag tegen Gods kerk. Maar Gods kinderen mogen geloven, dat God ze zal vasthouden tot het einde! Want Christus is opgestaan, en zo heeft Hij zijn volk gered. Wat er ook gebeurt, wat er ook op de kerk en op jou als kind van God af zal komen, de duivel kan het niet meer winnen. Want Christus is Heere. Hij regeert. En Hij komt terug. Dan zal Hij de wereld tonen dat Hij almachtig is.

Ds. K. van den Geest

Ds. K. van den Geest

Ds. K. van den Geest

  • Geboortedatum:
    12-10-1957
  • Kerkelijke gezindte:
    Gereformeerd Vrijgemaakt
  • Woon/standplaats:
    Deventer
  • Status:
    Actief

Tags in dit artikel:

Jesaja
1 reactie
Jesaja40
31-05-2021 / 12:21
Beste jongeman ook ik wil graag reageren op uw vraag. Boeiend is de uitleg en ik doe dat vanuit mijn Joodse achtergrond. De woorden die de profeet Jesaja uit moet spreken van de Eeuwige moeten worden gelezen in de context van die tijd. In de Bijbel worden altijd oorzaak en gevolg weergegeven. Al lezende in uw Bijbel volgt u de geschiedenis van mijn volk.
Het is beslist niet verheffend als u met mij leest dat mijn voorgeslacht keer op keer de fout ingingen en zich lieten verleiden door afgoderij en het versloffen van de leefregels die de Eeuwige aan ons heeft gegeven. De eerste straffende correcties komen uit de buurlanden. De Eeuwige staat het toe om ons via de buurlanden tijdelijk te straffen met als doel: terugkeer tot Zijn instellingen en geboden. Als mijn volksgenoten leerden om te roepen naar de Eeuwige gaf Deze ons rechters die streden tegen de onderdrukkers. De sancties op overtredingen leest u in Deuteronomium 28. Jaren later roept de Eeuwige profeten om Israël tot de orde te roepen. Ten tijde van de profeet Jesaja en Jeremia was de Eeuwige vastbesloten om ons tijdelijk in ballingschap te doen gaan. De maat van overtreding was op dat moment vol voor ons. Met alle vechtlust die nog aanwezig was hebben wij ons verzet tegen de vijanden. Als wij hadden gebogen voor de onderdrukkende vijand was het aantal gesneuvelden laag geweest. Achteraf gezien bleek dat onze koppigheid grotere verliezen bracht. In dit geval was het dus een strafgericht van de Eeuwige die dit toeliet. De onderdrukkende vorst moest zelfs bekennen dat de Eeuwige de machtige was. Hierin zien wij de machtige hand van de Eeuwige die enerzijds straffend is en anderzijds waarschuwend om niet nog meer slachtoffers te maken.

Het verstaan van de door u aangehaalde tekst zit in de tussenzin:

“niet door Mijn toedoen” מִי-גָר אִתָּךְ

Hier wil de Eeuwige door de mond van Jesaja aan mijn volksgenoten kenbaar maken dat volkeren rondom zich aan ons zullen vergrijpen door alle eeuwen heen. Geen corrigerende hand van de Eeuwige richting mijn volksgenoten. Hier wordt expliciet genoemd dat er vijanden zullen komen die zichzelf toestemming geven om ons te onderdrukken. De door u aangehaalde Romeinen zijn zelf ten val gekomen. Zij waren nog wreder dan de Grieken die onder de voet werd gelopen. Eigenlijk zijn wij verlost van de wrede Grieken en werd het alleen maar erger.

Om de toenemende wreedheid te verklaren verwijs ik u naar Daniël 2. De droom van Nebukadnezar en de structuur van de opkomende machten legt Daniël haarfijn uit.

In diverse Europese landen waren wij Joden welkom en werden die landen rijk gezegend door onze aanwezigheid. Jaloersheid op onze Joodse welvaart was een oorzaak om ons te onderdrukken. Het gevolg daarvan: het eens gastvrije land verviel in diepe armoede of een nietszeggende economie. Het Bijbelse principe “oorzaak en gevolg” overkwam eigenlijk ieder volk met het wel/niet aanvaarden van Joden in hun gebied.

Wat dat betreft worden wij Joden door de tussenzin מִי-גָר אִתָּךְ gewaarschuwd voor opkomende machten en hun wreedheden.

Daaraan verbind ik ook de individuele vijand “het collectief wegkijken” als een passieve wreedheid.

Vele onderdrukkende volken zijn vergaan maar hun daden staan opgetekend bij de Eeuwige.

Heel bijzonder is dat het sterk gedecimeerde Joodse volk bestaansrecht heeft. Zij zijn niet allen ten onder gegaan. Hieruit blijkt de trouw van de Eeuwige aan Zijn volk. Maar ook onder hen houdt de Eeuwige uiterst nauwkeurig hun daden bij en zal daarover Zijn oordeel vellen.

Terug in de tijd

Psalm 40 wijst op de betrekkelijkheid van de offers die onder het Oude Testament gebracht werden. Hoe moeten we dit zien...
geen reacties
17-05-2006
Ds. De Lange, allereerst hartelijk bedankt voor het antwoord op mijn vorige vraag. Ik zou nog één keer een beroep op uw ...
1 reactie
17-05-2011
Met schrijven tijdens de preek leid ik mezelf af en hoor ik niet wat er op dat moment gezegd wordt. Hoe kan ik dan wel p...
geen reacties
18-05-2016
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering