Zekerheid voor de eeuwigheid

C.A. Hoekman / geen reacties

13-08-2019, 09:59

Vraag

De laatste tijd ervaar ik soms weer de nabijheid van de Heere en als ik dan terug kijk naar de afgelopen jaren zie ik Zijn trouwe zorg in mijn leven. Ik mag zeker zeggen dat Hij van mij afweet. Juist nu ik merk dat ik bepaalde principes die bij het reformatorische wereldje horen moeilijk vast weet te houden -ook de kerkgang staat op een laag pitje- is mijn verwondering groot dat ik Zijn goedheid mag ervaren. Dit overtreft al het aardse goed. Dit is ongeveer hoe het ervoor staat in het tijdelijke leven. Toch mis ik de zekerheid voor de eeuwigheid. Ik heb op dat gebied geen rust. Hoe en waar ga ik die rust wel krijgen, hoe kom ik daar? Naar mijn mening is dit alles geen zekerheid voor de eeuwigheid, maar wat maakt het dan dat mensen kunnen zeggen Zijn kind te zijn? Mag ik antwoord van iemand die bekend is met de Ger. Gem.?

Antwoord

Beste vraagsteller,

Je mist de zekerheid voor de eeuwigheid ondanks dat je de laatste tijd soms weer de nabijheid van de Heere ervaart en je bij het terug kijken naar de afgelopen jaren je Zijn trouwe zorg ziet in je leven. Je mag zeker zeggen dat Hij van je afweet. Juist nu je merkt dat je bepaalde principes die bij het reformatorische wereldje horen -ook je kerkgang staat op een laag pitje- moeilijk weet vast te houden, is je verwondering groot dat je Zijn goedheid mag ervaren. Dit overtreft al het aardse goed.    En dan je conclusie: dit is ongeveer hoe het ervoor staat in het (jouw!) tijdelijke leven.

Toch geen zekerheid voor de eeuwigheid, toch geen rust op dat gebied. Daarom eerst een vraag aan jou. Heb je misschien gedacht/verwacht dat je zekerheid en rust zou hebben/ontvangen omdat je de laatste tijd weer Gods nabijheid ervaart en Zijn trouwe zorg in je leven? Terwijl je juist bij jezelf hebt geconstateerd dat je leven daar eigenlijk mee in tegenspraak is, omdat je bepaalde reformatorische principes moeilijk vasthoudt en ook je kerkgang  op een laag pitje staat. En toch, tot je verwondering, Zijn goedheid ervaren.  Hoe is dat toch met elkaar te verenigen? Echter, verwondering over Gods zorg vind je terug in de Bijbel.

Zullen we samen Psalm 147 eens lezen? Een lied tot Gods eer, nadat ze teruggekeerden uit Babels ballingschap, de stad Jeruzalem en de tempel weer hadden herbouwd. De psalmdichter is een en al verwondering. God telt de sterren, hoe is dat mogelijk? God geeft ze zelfs allemaal namen. Onze God is  groot en geweldig in kracht. Deze God bedekt de hemel met wolken, geeft Zijn regen op de aarde, laat het gras op de bergen groeien. Die zelfs aan het vee zijn voedsel geeft en aan de jonge raven als zij roepen. Zielloze schepselen worden door God gezien en onderhouden. Onbegrijpelijk maar waar! Hij geeft sneeuw als wol en Hij strooit de rijm uit als as. Als kristal schittert dan alles. Hij werpt Zijn ijs als stukken en wie kan bestaan voor Zijn koude? En de feestvierende gemeente wordt opgewekt om de HEERE haar God te roemen en te loven (vers 12). Een echte lofpsalm op Gods onverdiende zorg.  

Wat denk je, zou de gelovige Israëliet genoeg gehad hebben aan het feit dat de HEERE Jeruzalem weer bouwt? Prachtig toch die stad, muren en tempel. Zou hem dat zekerheid gegeven hebben voor de eeuwigheid en rust voor zijn ziel? Waar kwam die gelovige Israëliet eigenlijk vandaan? Uit de ballingschap in Babel, waar hij om zijn zonde 70 jaar had moeten wonen. In Babel was hij gescheiden van de dienst van God. Daar kon hij niet zingen: O Jeruzalem! Roem de HEERE; O Sion! Loof uw God. In Babel was geen tempel, daar vloeide niet het bloed van de geslachte dieren. Bloed dat wees naar het bloed van het Lam, onze Heere Jezus Christus. Dat alles had de HEERE aan Jakob bekendgemaakt.  En nu alles weg, om eigen schuld.  Lees Psalm 137 eens.

En nu weer in het herbouwde, prachtige Jeruzalem. De HEERE bouwt Jeruzalem weer op en Hij vergadert Israëls verdrevenen (vers 2). Zie je die gelovige Israëliet lopen door de stad? Alles getuigt weer van Gods trouw en goedheid. En hij kijkt terug en hij belijdt het voor God: Babel was er (is er) door mijn zonde en de verlossing uit Babel was (en is) alleen vanwege uw trouwe zorg, omdat U nooit loslaat wat Uw hand begint. Uw vergevende liefde heeft mij teruggebracht. Hoor het hem zeggen: Hij geneest de gebrokenen van hart en verbindt hen in hun smart (vrs. 3). Mijn hart huilde in Babel en ik kon niet bij U komen. Vroeger wilde ik niet naar de kerk, alles stond op zo’n laag pitje en nu kan ik niet naar de kerk. O God, vergeef mij al mijn zonden, die Uw hoogheid schonden.  Hoe vind ik genezing, wie verbindt mij in mijn verdriet? Hoe vind ik zekerheid voor de eeuwigheid en hoe vind ik toch rust?

Zullen we nog eens verder met deze gelovige Israëliet meelopen. Hij verbaast zich meer en meer over het mooie Jeruzalem en zingt het uit: O God, wat bent U goed voor mij, zondaar. Maar o, God, ik heb geen zekerheid voor de eeuwigheid, ik heb geen rust. Help me, red me.

Wat denk je? Zou God redden en verlossen van de zonde buitenom Zijn Woord? Hij maakte Jakob Zijn woorden bekend, Israël Zijn inzettingen en Zijn rechten (vers 19). Terug in Jeruzalem en toch geen rust. Zie je die Israëliet bij de tempel staan na zijn tocht door de stad? De tempel waar de heilige God wilde wonen bij de mensen. De tempel waar schuldige zondaren welkom waren. Hij wist van het zondoffer en van het bloed van het onschuldige lam, dat vloeide tot verzoening van de zonde. Het vloeide voor mij en het stierf in mijn plaats. In gedachten zie ik deze nakomeling van Jakob staan en hij kijkt en kijkt en de ogen van het geloof zien het... vergevend bloed ook voor mij! Het oud-testamentische lam wees heen naar het Lam, Jezus Christus en Die gekruisigd. Gods weg van vrede en verzoening loopt over de kruisheuvel Golgotha. Toen en nu.

Hoe kun je nu zeggen dat je kind van God bent? Niet door te blijven steken in de verwondering dat je de nabijheid van de Heere ervaart en Zijn trouwe zorg in je leven. Jeruzalem was prachtig herbouwd en geeft reden om je te verwonderen over Zijn trouw en zorg. Daar kun je wel mee leven, maar niet mee sterven. Het probleem zit dieper. Je zonden moeten vergeven worden, niet alleen de zonde van je verwaarloosde kerkgang of van andere ondergesneeuwde Bijbelse principes. Kind van God ben je wanneer je met al je zonden en zorgen op Jezus mag zien. Lees de gelijkenis van de Farizeeër en de tollenaar uit Lukas 18. De tollenaar sloeg op zijn borst en noemde zichzelf zondaar. Hij kon zichzelf niet verlossen van zijn zonde en daarom ging hij naar de tempel. Het geloof wil zijn waar God wil wonen en Zijn genade schenkt. En hoe kunnen God en een zondaar samen komen? Alleen door het geloof in Jezus’ verzoenend lijden en sterven. Moede, kom je, arm en naakt, tot de God Die zalig maakt. En dan zegt Jezus: deze ging gerechtvaardigd terug naar zijn huis. En jij?

Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid (1 Joh. 1:9). Deze ontvangt zondaren en eet met hen. Geloof je dat?

Hartelijke groet,
C. A. Hoekman, Kapelle

C.A. Hoekman

C.A. Hoekman

  • Geboortedatum:
    23-09-1943
  • Kerkelijke gezindte:
    Gereformeerde Gemeenten
  • Woon/standplaats:
    Kapelle
  • Status:
    Actief
  • Bijzonderheden:
    Ouderling Ger. Gem. Kapelle-Biezelinge
geen reacties

Terug in de tijd

Ik heb nog een vraag voor ds. Goudriaan. Een vraag die me nogal bezig houdt. Geachte ds. Goudriaan: in uw vorige antwoor...
geen reacties
13-08-2008
Ik ben opgevoed in een kerkverband waar het "niet kunnen" van de mens en de uitverkiezing een belangrijk punt in neemt (...
42 reacties
13-08-2012
Ik ben een vrouw van in de 20; geen relatie. Ik ben erg afstandelijk als het gaat om lichamelijk contact. Iemand omhelze...
2 reacties
13-08-2012
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering