De toeleidende weg (reacties)

Redactie Refoweb / 24 reacties

23-11-2011, 15:33

Vraag

Vanwege alle commotie en onduidelijkheid m.b.t. de visie van ds. Moerkerken versus Comrie, hieronder de antwoorden van de predikanten dr. C. A. van der Sluijs en ds. C. Harinck. Dr. Van der Sluijs laat bovendien weten dat hij het met de bijdrage van ds. Harinck van harte eens is.

Antwoord

Gezien de verwarrende discussie die nu dreigt te ontstaan, ga ik een en ander kort in een breder kader plaatsen.

Comrie theologiseerde in zijn dagen in reactie op het toenmalige arminianisme. Hij wilde het sola gratia (alleen door genade) veilig stellen. De Heilige Geest legt volgens hem eerst het vermogen in onze ziel om het Woord van God te ontvangen. Vergeleken met de Reformatie trok hij Woord en Geest te veel uit elkaar. Het ging in de Reformatie om het sola gratia (alleen door genade), het sola fide (alleen door het geloof), en het sola Scriptura (alleen door het Woord). Tegenover de toenmalige Wederdopers (geestdrijvers) stelde de Reformatie bewust niet: solo Spiritu (alleen door de Geest). Woord en Geest werden onlosmakelijk met elkaar verbonden en vormden bij Luther zelfs min of meer een eenheid. Ook bij Calvijn was er van de Geest geen sprake zonder het Woord. Evenmin was er sprake van het Woord zonder de Geest. Maar dan wél in deze volgorde/rangorde. Het sola Scriptura bleef ook bij Calvijn gehandhaafd.

Vanwege zijn beduchtheid voor het arminianisme maakte Comrie op een filosofische wijze (N.B.) de Geest eerst los van het Woord om deze dan daarna weer met het Woord te verbinden. Maar filosofie behoort niet in de theologie. Want zij hóórt niet naar het Woord van God. Want het kan ook niet. Zijn bedoeling was goed, maar hij scheidde wat God samengevoegd had. Daarom spreken wij als goed gereformeerden van Woord en Geest en niet van Geest en Woord.

In de lijdelijkheid ontbeert de Geest ten principale eigenlijk en feitelijk het Woord. Het (her)scheppende Woord geeft dan niet de doorslag maar de Geest, terwijl bijbels en reformatorisch gezien het Woord de doorslag (genadeslag) geeft door de Geest. De Geest werd losgemaakt van het Woord. Als je wilt spreken van een toeleidende weg, dan is zij als de loopplank of de ophaalbrug die neergelaten werd uit de ark van Noach (vanuit de prediking van Christus). Maar let wel, die brug werd opgehaald toen de ark ging drijven op de grote wateren van het oordeel van God. Alleen zij die in de ark (in Christus) waren werden behouden!

Anderzijds is het zo in een groot deel van de reformatorische kerken in ons land dat het Woord te veel losgemaakt wordt van de Geest. Het grote gevaar bestaat dan dat men de beloften van God verstandelijk aanneemt zonder het werk van de Geest. Het Woord wordt dan losgemaakt van de Geest. Het gevolg is een geesteloos activisme. En daarvoor ben ik niet minder beducht dan voor de lijdelijkheid! Een hol (klinkend) en leeg gemeenteleven en zelfbedrog zijn het gevolg. Naar ik meen komt dit op grote schaal voor. En het is geenszins minder erg! Wat er gebeurd is, is dit: de erfenis van de Reformatie is onder ons uit elkaar gevallen. Dit wordt zichtbaar in een onnoemelijk grote verdeeldheid tussen kerken onderling, maar ook in dezelfde kerk en in dezelfde gemeente.

Tezamen hebben wij gezondigd, tezamen zijn wij afgeweken! Dit geldt de héle kerk in ons land inclusief de héle gereformeerde gezindte. Het Arminianisme maakt zich op grote schaal breed, zowel naar links als naar rechts. Broodnodig is de integrale theologie en prediking van de Reformatie, dan wel het Woord van God Zelf in de kracht van de Heilige Geest.

God zij ons genadig in een hernieuwde bediening van de verzoening, die geen plaats laat aan lijdelijkheid noch aan activisme. Deze waarlijk bevindelijke prediking komt van Hogerhand. Als een verrassing van Godswege in het “Alzo spreekt de HEERE…”. Onvoorspelbaar! Zó wordt de genade gespeld in onze harten. Zo genadebehoeftig gemaakt dient er nu een einde te komen aan de te verward wordende discussie. Bedenkt dat God overal Zijn dienaren en kinderen heeft, ook in de Gereformeerde Gemeenten.

Wij mogen bezorgd zijn over het gruis van Sion, en dit ook uitspreken, maar laten we van nu voortaan onze mond pas open doen als we gezwegen hebben voor God.

Dr. C. A. van der Sluijs



Antwoord:

Ik heb begrepen hoe groot jouw verwarring en de verwarring van velen is omtrent het juiste verstaan van met name vraag 20 van onze Catechismus. Er is ook nogal wat ongezonde kritiek ontstaan op de Gereformeerde Gemeenten. Ik wil daarom trachten wat licht op deze vragen te werpen. Je zult je wat moeten inspannen, maar dat is niet erg.

Vraag 20 van de Catechismus luidt: "Worden alle mensen wederom door Christus zalig, gelijk zij door Adam zijn verdoemd geworden?" Het antwoord is dan: "Neen, zij, maar alleen degenen, die Hem door een waar geloof worden ingelijfd en al Zijn weldaden aannemen."

Het antwoord van de Catechismus op deze belangrijke vraag is voluit Bijbels. Het is de gehele teneur van de Schrift dat niet alle mensen zalig worden, maar alleen zij die in Christus geloven. Dit geloof moet verder een "waar" geloof zijn. Er is immers ook veel geloof dat niet echt is en het stempel van de Heilige Geest mist. We denken hier aan het historisch geloof, het tijdgeloof en het wondergeloof.
 
De Catechismus spreekt over: "die Hem door een waar geloof ingelijfd worden." We ontmoeten hier het begrip "inlijving." De begrippen incorporatie, inplanting, inenting, inlijving en vereniging met Christus behoren tot het geloofsgoed van de Reformatie. Het hart van de Reformatie klopt in deze woorden. Inlijven is: één lijf worden. Toen ons land in 1810 bij Frankrijk ingelijfd werd, werden wij allen Fransen. Wanneer een jonge man soldaat wordt, wordt hij het leger ingelijfd. Zo lijft de Heilige Geest ons Christus in. Wij worden één lijf met Hem. Maarten Luther sprak over “één koek met Christus worden.”  Calvijn sprak uit: “Al wat Christus tot zaligheid van het menselijk geslacht geleden en gedaan heeft is voor ons zonder nut en van geen gewicht, zo lang Christus buiten ons is en wij van Hem gescheiden worden. Dus moet Hij, om ons te kunnen meedelen wat Hij van de Vader ontvangen heeft, de onze worden en in ons wonen.” Zoals al onze ellende het gevolg is van ons begrepen zijn in Adam, zo vloeit onze redding uit het begrepen zijn in Christus. Het is dus voor ieder van ons nodig om met Christus verenigd of Hem ingelijfd te worden.

Maar hoe worden wij met Christus verenigd? Het antwoord is: door een waar geloof. Het gaat daarbij niet om een groot geloof of sterk geloof, maar om een waar geloof. Door dit middel alleen worden wij een deelgenoot van Christus en al Zijn weldaden. De vraag is echter: wat verstaan wij hier onder het ware geloof? Het geloof in zijn werkzaamheden of het geloof zoals de kiem daarvan in het hart wordt ingeplant in de wedergeboorte? 

Omdat de Catechismus  hier in de lijdende of passieve vorm spreekt over: "worden ingelijfd", denken sommigen dat hier niet het geloof wordt bedoeld waardoor een schuldverslagen zondaar Christus aangrijpt, maar dat hier het zogeheten 'vermogen' tot geloven wordt bedoeld dat in de wedergeboorte in het hart wordt geplant. Het zou dan in dit antwoord van de Catechismus gaan over de inlijving in Christus door de wedergeboorte en niet door een dadelijk geloven. Men wil dan vooral de inlijving in Christus door de wedergeboorte en het aannemen van Zijn weldaden sterk onderscheiden. Je wordt Christus ingelijfd door het geloofsvermogen in de wedergeboorte, maar je komt pas veel later -en sommigen in het geheel niet- tot de geloofskennis van Christus en het  aannemen van Zijn weldaden.

De gevolgen van deze verschillende manieren van verstaan zijn ingrijpend en hebben vooral implicaties voor de prediking. Wie zegt dat wij alleen door daden van geloof met Christus worden verenigd, stelt dat de mens pas deel aan Christus krijgt als hij in zijn nood en verlorenheid Christus in de belofte van het Evangelie aangrijpt en omhelst. In deze benadering krijgt de noodzaak om in Christus te geloven alle nadruk. Wie zegt, dat we reeds door het 'ingestorte geloof in de wedergeboorte met Christus verenigd zijn, stelt dat de zondaar reeds deel heeft aan Christus vanaf de wedergeboorte, maar zich dit bewust moet worden uit de merktekenen van de wedergeboorte. In deze benadering krijgt de noodzaak van de wedergeboorte alle nadruk.

Hoe moeten we over deze verschillen denken?

Sommige theologen, met name Alexander Comrie, hebben om te benadrukken dat de zondaar eerst geestelijk levend wordt gemaakt in de wedergeboorte en daarna pas begint te geloven,  onderscheid gemaakt tussen de "habitus" (hebbelijkheid) en de "actus" (dadelijkheid) van het geloof. Het is een filosofisch begrip, dat gehanteerd is om de genade van het geloof te onderstrepen. Het geloof komt niet van ons. De Heilige Geest plant het geloof eerst door het Woord in ons hart en daarna is men in staat tot daden van het geloof. Je kunt het vergelijken met de gedachte, dat iemand eerst ogen moet bezitten om daarna te kunnen zien. Het ontvangen van ogen gaat aan het zien vooraf. Zo gaat het "vermogen" om te geloven, vooraf aan het met "daden"  geloven, zoals hongeren, dorsten, komen, vertrouwen, aannemen enz.

Deze onderscheiding tussen de planting van het geloof en de daden van het geloof die daaruit voortvloeien kent een lange traditie. Het is een goede en rechtzinnige onderscheiding, die vooral gehanteerd moet worden om aan te tonen dat Gods werk aan al ons werk voorafgaat.  Het is vooral bedoeld om te benadrukken dat de wedergeboorte aan het geloof in Christus voorafgaat. De geestelijk dode zondaar kan niet en wil niet geloven. Er is dus niets mis met de stelling, dat er een habitus en actus van het geloof is. Het verzet daartegen kan hoogstens zijn, dat men bezwaar heeft tegen filosofische begrippen in de theologie. De zaak zelf is bijbels.

De vraag is echter: waardoor wordt een zondaar met Christus verenigd? Is dit door de habitus of de actus van het geloof?  Wanneer wij vanuit Gods kant daarop kijken, verenigt Christus Zich eerst met ons, voordat wij ons met Christus verenigen door het geloof. Het is een rechtzinnige stelling om te zeggen: Christus grijpt ons eerst aan door Zijn Geest en daarna grijpen wij Hem aan door het geloof. Dit is de bijbelse volgorde. De vereniging begint dus bij Christus. Christus verenigt Zich eerst met ons door het geloof en daarna verenigen wij ons met Christus door het geloof. Deze vereniging geschiedt van de kant van de zondaar niet door het ingestorte geloofsvermogen, maar door werkelijke daden van het geloof.

Over deze geloofsvereniging met Christus gaat het in Zondag 7. Vraag 20 stelt niét aan de orde hoe Christus Zich met een zondaar verenigt, maar hoe de zondaar verenigd wordt met Christus. Alle nadruk ligt op de vraag "wie" er door Christus zalig zullen worden. Het antwoord is dan natuurlijk het bijbelse antwoord, dat alleen zij zalig worden die door een waar geloof met Christus worden verenigd en al Zijn weldaden aannemen. Ursinus zegt dan ook dat hier bedoeld wordt: "Die het evangelie geloven en door een oprecht geloof zich de verdienste van Christus toeëigenen." Ook de verwijsteksten bewijzen dit. Er wordt verwezen naar Joh. 3:16: "Opdat een iegelijk die in Hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe." Het is dan ook fout om hier te denken aan de inlijving en aanneming door een geloofsvermogen. Men leest dan iets in de Catechismus wat er niet staat. De zogeheten lijdende vorm is een gewone een manier om te zeggen dat wij alleen door het geloof met Christus verenigd worden en daardoor deel krijgen aan Zijn weldaden. De slotconclusie moet hier zijn: De vereniging  met Christus "van de kant van de zondaar" geschiedt niet door een ingeplant geloof, maar door de geloofsdaden.

Schadelijke gevolgen

Een gevolg van een verkeerd inzicht tussen wat God doet in de wedergeboorte en de zondaar doet van zijn kant, kan allerlei schadelijke invloeden hebben op het geloofsleven. Zo kan men  een grote afstand scheppen tussen het zogeheten 'geloofsvermogen' en het echte geloven met daden. De zondaar is dan wel wedergeboren en bezit het geloof als een ingeplant geloofsvermogen, maar van geloven weet hij of zij nog niets. Men creëert dan een wedergeboren mens die niet gelooft. Zodra de zondaar echter ogen (habitus) heeft ontvangen, begint hij te zien (actus). Eerst niet helder en klaar, maar trapsgewijze helderder. Het is belangrijk deze zaken dicht bij elkaar te houden. Dit gebeurt ook in de Dordtse Leerregels. Zij spraken uit: "Alzo dat al diegenen, in wier harten God op deze wonderbaarlijke wijze werkt, zekerlijk, onfeilbaar en krachtiglijk wedergeboren worden en metterdaad geloven" (DL.3/4-12). Zij geloven daarna direct met daden van het geloof. De geloofsdaden, zoals hongeren en dorsten, komen en vertrouwen en aannemen van Christus  volgen dus direct op de instorting van het geloof in de wedergeboorte. We laten hier de vraag rusten of er direct een heldere kennis is van Christus en de verlossingsweg, maar stellen wel dat het geloof niet werkeloos in het hart ligt. Het geloof zoekt in zijn nood en vervloeking door de Wet naar verlossing en een Verlosser. Er ontstaan geloofswerkzaamheden, hoe bestreden en gering ook.

Men moet niet over mensen spreken die het geloof bezitten maar niets van geloofsdaden  weten. Het geloof is geen dode, maar werkzame genade. Al gaat de overtuiging van zonde en de beleving van ons verloren zijn aan de geloofsdaden van hongeren en dorsten, komen, toevertrouwen en aangrijpen van Christus vooraf, zo is het toch ongezond en bedriegelijk om over gelovigen te spreken, die geen enkele geloofswerkzaamheid omtrent  Christus kennen.

Het meest schadelijke gevolg is, dat de noodzakelijkheid om met Christus verenigd te worden afgezwakt wordt. Al kent men Christus niet en al weet men niet van geloofsonderhandelingen met Jezus, men is toch wedergeboren en door het geloofsvermogen van de wedergeboorte Christus ingelijfd. De merktekenen van de wedergeboorte acht men voldoende grond te zijn om vast te stellen dat men toch een lid van Christus lichaam is. Men beweegt zich dan buiten de paden van de Schrift en de gereformeerde Confessie. Men kweekt dan christenen zonder een band met Christus. De Bijbel stelt met grote nadruk: "Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden. Maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden."

Het houdt ook het grote gevaar van zelfbedrog in. Jezelf buiten Christus tevreden stellen is zoveel als jezelf buiten de Vrijstaat veilig achten.

Tot slot: Het is een uitgebreide uiteenzetting geworden. Ik heb met het oog op de gebleken verwarring en ongenuanceerde kritiek gemeend dit toch te moeten doen.

Jonge mensen, houd je aan de Schrift en onze Gereformeerde Belijdenis. Laat het vooral volkomen  duidelijk voor je zijn en de beleving van je hart worden of zijn: "Ik moet Christus vinden, of  anders eeuwig verloren gaan." 

Ds. C. Harinck

 

Redactie Refoweb

Redactie Refoweb

  • Kerkelijke gezindte:
    Divers
  • Woon/standplaats:
    Divers
  • Status:
    Actief
  • Bijzonderheden:

    Mailadres: vragen@refoweb.nl

24 reacties
Omega
29-11-2011 / 00:44
@plderoos

Mijn Bijbelkennis gaat in ieder geval zo ver dat ik weet dat Christus juist tegen onbekeerde 'gelovigen' preekte, de kinderen van het huis Israëls, het verbondsvolk. Door op te roepen tot bekering, zoals Christus ook deed, accepteer je het onbekeerd zijn juist niet. Je voelt je toch niet te 'heilig' en te 'goed' om deze mensen, jouw kerkgenoten (?), aan hun lot over te laten? Wie meent te staan...

Maar aangezien jij dus blijkbaar niet met deze mensen omgaat of wil omgaan (althans, dat maak ik op uit jouw woorden), begrijp ik dat je thuislezer bent of helemaal niet kerkelijk meelevend? Het lijkt me tenminste vreselijk om jezelf iedere zondag geweld aan te moeten doen, door je tussen onbekeerde mede-christenen te begeven. Dat is toch niet vol te houden?

O ja, en mocht je iets willen lezen over de opstanding van de doden in het OT... gewoon even je Bijbel openslaan ;-) Hier alvast een paar teksten: Jesaja 26:19; Daniel 12:2; soms collectief (Ezechiel 37); Ps. 63:4; Ps. 73:23-24 en Ps. 49:16.
plderoos
29-11-2011 / 07:32
@ Omega

Ik vind het jammer dat je opmerkingen afleiden van waar het mij om gaat. Het gaat mij er om dat met een trend van prediking zoals die in reformatorische kringen gewoon is, twijfel wordt gezaaid. Ik vind het van het allergrootste belang dat dat onderkend wordt. En daar heb ik nog nergens een bevestiging van gezien. ds. van der Sluijs kwam met zijn eerste reactie heel dicht in de buurt, en daar moeten we het over hebben.

Dus ook al heb ik de neiging weer te reageren, ik doe dat niet, is mij te ver of topic.
Omega
29-11-2011 / 09:37
@plderoos

Tja, ik doe echt niets anders dan reageren op jouw opmerkingen en gedachten. Overigens zijn die -en dat verbaast me echt van je- soms net zo eenzijdig en aantoonbaar onjuist als je zelf het hypercalvinisme verwijt. Alleen dan omgekeerd evenredig.

En als ik zie dat ds. Van der Sluijs het antwoord van ds. Harinck van harte onderschrijft, dan valt het met de prediking in reformatorische kringen (waar ds. Van der Sluijs ook toe behoort) blijkbaar nogal mee. Immers, beide predikanten kun je bepaald geen voorstander van de toeleidende weg noemen. Maar of je nu in je linker- of je rechterbil gebeten wordt, het doet beiden evenveel zeer. Kortom, eenzijdigheid in prediking komt aan beide flanken van het kerkelijk spectrum voor.
plderoos
29-11-2011 / 20:29
Aantoonbaar onjuist, en dat verbaast je. Dan leg ik het toch nog maar even uit. Als mij een uitlating van iemand verbaast dan denk ik, dat bedoelt hij vast niet zo, dat ga ik eens bij hem navragen. Het hoeft niet, het is maar een tip, dat maakt het misschien allemaal wat gemoedelijker.

Als je nou zomaar een paar teksten uit het OT kunt opnoemen waarin een dode weer levend zal worden, denk je dan niet dat ik die vast wel ken? Maar sterker nog, denk je niet dat Jezus die wel kent? Waarom zou hij dan die teksten er niet bijhalen maar zo'n omslachtige keuze maken als 'de God van Abraham Izaäk en Jacob'? Omdat de teksten die je aanhaalt slechts zeggen dat een dode weer levend kan worden gemaakt. God kennende zou ik zeggen, what else is new, als hij van klei levende mensen kan maken kan hij dat ook van vlees en bloed. Maar dat is niet het antwoord dat Jezus gaf. Want nadat Hij God zo benoemd heeft is Zijn verdere opmerking: God is geen God van doden maar van levenden want voor Hem leven zij allen. Hij zegt dus dat Abraham, Izaäk en Jacob nú in leven zijn, er is nu leven na de dood. En dat gaat nog verder dan de opstanding der doden die de sadduceeën ontkennen.

Ik zeg daarmee dat het goed is om dieper over teksten na te denken dan alleen maar hun directe betekenis. En dus kan de opmerking van Paulus over het niet omgaan met onbekeerden heel goed over de verhouding binnen een gemeente gaan. Ik haal die tekst dus aan om mijn manier van redeneren te onderbouwen. Ik heb het er met 1a2b3c ook wel eens over gehad, je moet aan een tekst allereerst zijn primaire betekenis toekennen. Maar daarnaast kun je dus, met bijbelse onderbouwing, best dieper over een tekst nadenken.

En daarmee zeg ik weer niet dat ik niet met ze om wíl gaan, wel dat de bijbel het zo zegt. En ik zeg al helemaal niet dat ik te heilig ben om met ze om te gaan, dat is het verdraaien van mijn woorden en dat vind ik niet heel erg netjes. (en wat is trouwens een thuislezer?) Maar ik erken wel alles wat er in de bijbel staat. Ik erken dat de liefde niemands gevoel beschadigd (1 cor 13:5) én ik erken dat we wie niet deugen wil uit ons midden weg moeten doen (1 cor 5:13) Het staat er allebei, voor de duidelijkheid: in dezelfde brief, zelfde schrijver, zelfde publiek. Dat is niet eenzijdig, ik breng beide in rekening en aan beide wil ik me houden.

Ik ben er al eens vaker op aangesproken maar dat heeft mij niet kunnen overtuigen. Zeg nu zelf, als ik, bekeerd zijnde, overspel pleeg, houdt mij dat af van mijn behoud? nee, dan wordt mij die zonde, om Jezus wil, vergeven. Maar als ik geen overspel pleeg maar mij ook niet tot God bekeer. Kan ik dan behouden worden? Nee, want alleen door ons geloof in Christus kunnen wij ons Zijn offer toe-eigenen. En over precies de zonde van overspel schrijft Paulus, doet wie niet deugt uit uw midden weg. En dus blijf ik van mening dat we het niet mogen accepteren dat er onbekeerde mensen in dezelfde kerkzaal zitten als bekeerden.

Natuurlijk werd in de tijd van Jezus opgeroepen tot bekering binnen het volk van God, Buiten het volk van God was daar nog geen enkele sprake van, Jezus was nog niet naar de hemel gegaan. Maar dat kun je niet zomaar één op één op ons overzetten. Dan moet je kijken hoe er, na de hemelvaart, met de heidenen wordt omgegaan. En daar werd eerst geëvangeliseerd, en alle brieven van Paulus laten zien dat hij er vervolgens van uit gaat een gelovige gemeente aan te schrijven. Waarom moeten wij dat dan beter weten? Jij zegt dat het al of niet bekeerd zijn niets te maken heeft met het laten aanhoren van de prediking. Ik heb juist laten zien dat het onbekeerd zijn groter zonde is dan overspel en dat we dat in de kerk niet mogen toelaten. Als we alle zijstraten eens vergeten en je geeft hier antwoord op? Dán hebben we het weer over het onderwerp.

Terug in de tijd

Hoe ga ik om met iemand die veel prikkels op mij afstuurt, waardoor ik snel geïrriteerd terug reageer? Ik vind het heel ...
1 reactie
24-11-2016
Ik ben n.a.v. evangelisatiewerk in contact gekomen met iemand die nu veel vragen gaat stellen over geesten, occultisme, ...
1 reactie
23-11-2013
Ik ben een meisje van 17 jaar en zit in vwo 6. Sinds het begin van mijn puberteit voel ik me totaal niet aangetrokken to...
2 reacties
24-11-2015
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering