Spanningsveld Gods uitverkiezing en eigen verantwoordelijkheid

Ds. J.D. van Roest / geen reacties

10-12-2005, 00:00

Vraag

Hoe moet je omgaan in je gebed en in je leven met het spanningsveld tussen Gods uitverkiezing en je eigen verantwoordelijkheid?

Antwoord

Je kent waarschijnlijk dat voorbeeld wel: Het Koninkrijk van Gods genade voorgesteld als een heerlijk heiligdom, waar een verloren zondaar alleen maar durft binnengaan omdat boven de poort met grote, duidelijke letters geschreven staat: "Die dorst heeft, die kome; en die wil neme het water des levens om niet!" Binnengekomen in zoveel heerlijkheid keert de bedeesde pelgrim zich om en ziet aan de binnenkant van diezelfde poort geschreven staan: "Het is niet desgenen die wil, noch desgenen die loopt, maar des ontfermenden Gods!"

Pas na onze bekering in de verborgen omgang met de Heere zullen we het diepste geheim van onze weg beseffen: Ik kwam wel, ik dronk, maar het was God die in mij werkte beide het willen en het werken naar Zijn welbehagen. Hij maakte dat ik kwam, Hij maakte dat ik dronk.

De uitverkiezing is geen muur, waartegen wij ons in lege lijdelijkheid óf in zelfdoenerig activisme te pletter lopen, maar het is een poort. De poort van Gods vrije genade. En het geeft een rechteloze, verloren zondaar zo'n machtige troost, dat er toch voor hem of voor haar nog doen aan is juist omdat er een uitverkiezing is. anders zou het zeker een verloren zaak voor hen zijn, maar door het geloof in Christus mag ik opklimmen tot Gods Vaderhart, en daarin al de vastigheid van mijn zaligheid vinden. Daarom is de uitverkiezing zo'n machtig rijke troost voor een in zichzelf straatarme zondaar.

Nu zijn er altijd al mensen geweest die de leer van de uitverkiezing verdraaien tot hun eigen verderf. Zij vinden dat God het heel anders had moeten doen. Zij beschuldigen Hem van onrechtvaardigheid, omdat Hij de één aanneemt en de ander verwerpt. Zij menen: Zo kan het nooit wezen, en ze beweren dan ook met veel ophef, dat de leer van de uitverkiezing door mensen is uitgedacht en dat zo'n leer ons alleen maar als een verschrikkelijk besluit (decretum horribile) vreselijk in de war kan brengen. Zij komen nooit verder dan: Grijp maar aan, het ligt voor u klaar! De uitverkiezing is voor hen een muur waarop zij zich te pletter lopen.

Maar er zijn ook altijd echte, diepgelovige, godvrezende mensen geweest, die aan deze leer van vrije genade een onuitsprekelijke troost hebben beleefd. Zij ontdekten, dat het voor hen mogelijk was, omdat er een uitverkiezing is. Zij konden het wonder niet op, dat Gód al van eeuwigheid gedachten van vrede met hen gehad had, hoewel zij niet anders gedaan hadden dan zondigen. Zij klommen door het geloof in Christus op tot het vaderhart van God, waarin zij al de vastigheid van hun zaligheid vonden. Voor hen is de uitverkiezing geen muur, maar een poort.

Laten we duidelijk voorop stellen: Gods aanbod van genade komt tot ieder, die het Woord hoort. Het aanbod is gul en ruim en welgemeend. Letterlijk zegt Gods eigen Woord: God wil niet dat enigen verloren gaan (2 Pt. 3:9). Maar, hoewel Gods genadeaanbod tot ieder komt, is het toch niet zo dat ieder het ook gelooft. En hoe komt dat? Hoe komt het dat velen het Evangelie dat hun eeuwige redding bedoelt, als vergif uitspuwen, terwijl anderen het als honing opeten? Wordt het Evangelie aan de willekeur van mensen uitgeleverd, en moeten we dan tot de conclusie komen dat er gelukkig ook nog goede mensen zijn die Gods genade aannemen?? M.a.w. is het geloof vanuit de mens te verklaren?

Als het goed is weet je beter. Weet je dat je er nooit aan begonnen zou zijn als God er niet een begin aan gemaakt zou hebben. Wij zullen ooit eens een keer voor God en Zijn Christus moeten kiezen. Dat doet immers het ware geloof. En als we het ooit hebben gedaan, dan dringt datzelfde geloof er toe om het steeds opnieuw te doen. Christus is een Zaligmaker tegen wie de mens van harte "JA" mag zeggen.

Maar je hebt er misschien wel eens erg in gehad dat aan je keus een andere keus ten grondslag ligt: die van God! Hij koos en daarom kan ook Zijn kind tot een keus komen. En dat noemen we dan uitverkiezing. Als die keuze van God er niet was, zou er niemand zijn die Christus begeerde. Dan zou er geen Bijbel geweest zijn, geen prediking, geen kerk, geen christen. Alles hangt af van de eeuwige raad van God.

God wil aan Zijn eer komen, doordat Hij van een dienaar van de zonde, een ik-zoeker, een vijand een Kind van Hem, een Godzoeker, een vriend maakt. Daarvoor heeft God gekozen. Dat is uitverkiezing. Hij koos en het wonder is zo toch zo onvoorstelbaar groot, als je er aan toe kunt voegen: Hij koos mij. O God, dat U naar mij omzag om dit machtige heerlijke doel te bereiken. Wij moesten er allemaal buiten gezet worden. Dat U er mij bij wilde rekenen, wilde binnentrekken in uw wonderbaar licht. Heere, hoe bestaat het.

Zegt dan toch alstublieft niet: "Heere, als dat dan zo geweldig is, zal het voor mij wel niet weggelegd zijn. Als men voor een arme in de wieg gelegd is, wordt men nooit rijk." Denk niet zo fatalistisch over God. Zeg liever: Heere, als U de mens dus niet uitverkoren hebt omdat de één beter of waardiger is dan de ander, dan vraag ik U, of ik óók mee mag doen, meedoen in het eeuwig groot maken van Uw naam." Vraag dat gerust! Ook dat gebed is immers meegenomen in de eeuwige raad van God.

Het tweede waar we niet overheen mogen zien, is dit: In Efeze 1 staat nadrukkelijk van alle ware gelovigen dat de Heere ons heeft uitverkoren in Christus. God kan niet verheerlijkt worden buiten Christus om. In Christus staat de uitverkorene volmaakt voor God, gewassen door Zijn bloed, gereinigd door Zijn Geest. Christus is de poort van de verkiezing, waardoor het licht van Gods genadig welbehagen naar buiten stroomt. In Hem en door Hem heeft God het mogelijk gemaakt, dat verlorenen verkorenen zijn. En als wij er soms geen raad mee weten, misschien wel echt het te kwaad hebben met de gedachte, dat wij er toch nooit bij kunnen horen, wanneer wij letten op onszelf en als we misschien constant van binnen beschuldigd worden dat de Heere zo'n mens zoals wij wel niet zal willen hebben, let dan op Christus. Hij is de spiegel van onze verkiezing. Daarom moet een dominee ook niet de christen, de verkorene prediken, maar hebben we de opdracht: verkondig het Evangelie, de blijde boodschap (want dat is het) van Jezus Christus.

Een derde facet dat ik je wel op het hart zou willen binden is dit: Laten we nu alstublieft niet menen dat de leer van Gods uitverkiezing ons toestaat om het nu verder maar op zijn beloop te laten. zo van: "Dus als je uitverkoren bent, zit het wel goed. Dan kom je er toch wel en dan kun je dus maar aan leven. Die er komen moeten, die komen er toch wel. En ook omgekeerd: Als ik niet uitverkoren ben, is toch alle moeite tevergeefs en kan ik er hier maar beter op los leven. Dan heb ik dát tenminste gehad (alsof dat het meest aantrekkelijke is op aarde)en als ik dan eeuwig om moet komen, dan moet dat maar.

Over allebei zou ik wel wat willen zeggen. De verkiezing wordt uitgewerkt in de tijd, in ons leven. Doordat God -door Zijn Woord en Geest- de zijnen eerst overtuigt van hun vloekwaardigheid en hen daar persoonlijk (bevindelijk, dat is dat ze er wéét van hebben) van verlost door het zaligmakerswerk van de Heere Jezus in hun harten te laten doorwerken. Dat gaat dus door de zelfveroordeling heen. Dat kost ons ons bestaan. Daarvoor raken we onszelf kwijt, zodat we in ons leven worden vrij gesproken van de schuld. Ook van de uitverkorenen geldt dat zij zolang zij niet in de Zoon geloven: de toorn van god op hen blijft! (Joh.3).

Maar God volvoert Zijn werk en Hij doet geen half werk. hij maakt door zijn Geest plaats in een zondaarshart, plaats voor Christus. En dan moeten we op de volgorde letten. Wij beginnen niet met te geloven dat we uitverkorenen zijn, om pas daarna overtuigd te worden van onze schuld voor God en vervolgens te gaan geloven in Christus in de weg der middelen door de prediking van Wet en Evangelie. Nee, echt niet. Het is hoogmoedige dwaasheid eerst te willen weten of we uitverkoren zijn. Daar hebben wij geen lor mee te maken. Nee, zelfs in Gods besluit van de verkiezing is Hij niet begonnen met gelovigen, maar met ellendigen, met vijanden. Vijanden besloot Hij zalig te maken door ze te leren geloven in Christus.

Zo begint Hij ook de uitwerking van Zijn verkiezing in het hart van de zijnen met goddeloze mensen, die er geen erg in hebben dat ze op weg zijn naar de eeuwige ondergang. Zulke mensen brengt Hij onder het Woord (Ja Hij brengt jou onder het Woord, dat is genade, dat maakt ook verantwoordelijk). En daar in dat krachtencentrum van het gepredikte Woord, waar Christus wordt groot gemaakt en verkondigd als de enige en volkomen Zaligmaker voor verloren zondaars, daar gebeuren de grootste wonderen. Want daar haalt God zondaren op uit hun diepe val en verzoent ze met Hem door Christus. Daar opent Hij de fonteinen van Zijn eeuwige verkiezende liefde.

Hoe dat gebeurt? Doordat God de zijnen niet alleen uitwendig door de prediking van het woord, maar ook inwendig door de krachtdadige en onweerstaanbare ("onwederstandelijke" zeiden ze vroeger), door de onweerstaanbare kracht van Zijn Geest trekt. Hij vermurwt genadig de harten van de uitverkorenen, hoewel ze hard zijn (precies even hard als van die
anderen) en Hij buigt ze om te geloven.

Door Zijn wederbarende Geest noemt Hij je dan bij de naam. Je zegt: "Het is om mij begonnen", dan lijkt het wel of de preek precies voor jou bestemd is, je wordt dan precies verteld wie je bent. En je hebt er dan ook geen bezwaar meer tegen, dat je -ook weer heel persoonlijk- in de preek tegenover de rechterstoel van God schuldig verklaard wordt. Dan klagen we niet meer: wat is het hard, wat is het scherp, dan stemmen we toe: Heere, het is waar, het klopt precies voor mij, zo ben ik, zo verkeerd. En het harde hart breekt. En dan is het voorgoed gedaan met onze rust. Dan kunnen we niet meer leven voor de dingen waarin we eerst zo opgingen. We gaan er haast mee maken om God te zoeken. Dan rusten we niet totdat we vrede hebben. En waar zouden we die anders vinden dan in Hem die gezegd heeft: Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en beladen zijt en Ik zal u rust geven (Mat. 11:28).

Dat maakt ons leven ook totaal anders. Dat staat er in Ef. 1 ook bij: "Uitverkoren van voor de grondlegging der wereld, opdat wij zouden zijn: Heilig en onberispelijk voor god in de liefde!!"

Nee, wie meent wel te kunnen gaan rusten op zijn uitverkiezing, wie meent wel te mogen pronken met wat hij of zij zoals meegemaakt heeft, die heeft er geen weet van. Nee, als we blijken van uitverkiezing willen bezitten, dan moeten we ons leven er maar op na kijken. Wat God werkt, legt beslag op ons hele bestaan. Een overspelige man kan een uitverkorene zijn, een meisje dat tot diep in de nacht boemelt met haar vrienden uit de wereld, kan een uitverkorene zijn. Maar als zij door God gegrepen worden, zeggen zij het zondepad vaarwel. Dat zijn de blijken van de uitverkiezing. Daarom kan ook geen kind van God zich veroorloven ook maar één zonde goed te praten met een beroep op het feit dat hij toch uitverkoren is. Nee, juist de zonden van Gods kinderen zijn nog des te erger, omdat zij nog meer dan anderen zoveel te beter weten kunnen hoezeer zij de Heere er verdriet mee doen. Uitverkorenen zondigen niet goedkoop. Dat doet trouwens niemand.

Nog één ding tot slot. Iemand gelooft misschien dat hij een verworpene is. Er staat tenslotte in onze belijdenis ook duidelijk dat Hij -rechtvaardig- anderen láát in hun val en verderf, waarin zij zichzelf gestort hebben. "Maar dan kan ik het toch niet helpen als ik er niet kom!? Al heb ik nog zo gebeden en geschooid!" Laat ik je dan wel zeggen dat ik nooit van een verworpene heb gehoord, dat hij zo bad, of het moest zijn dat hij het deed als Ezau die wel van de straf wilde verlost worden, maar niet om God zelf verlegen zat. En dat maakt zo'n letterlijk hemelsbreed verschil!

Wie door God is uitverkoren, raakt verlegen om Hem. Dat kun je ook omkeren: Wie in zijn verlegenheid om God is gaan roepen, die hoeft niet bang te zijn dat hij een verworpene is. Hij heeft het wel verdiend en je leert het ook wel zeggen: Heere, U zou eeuwig gelijk hebben als U mij zoudt verwerpen. Maar verloren hoeft zo iemand niet te gaan.

Sta er toch op om te ontkomen aan de toorn van God, opdat straks tegen jou niet gezegd hoeft te worden: Ook deze heeft niet gewild dat Christus Koning over hem zou zijn." God gebiedt je nergens in zijn Woord dat je moet geloven dat er voor jou geen doen meer aan is. Wel komt Hij tot jou met Zijn geopenbaarde wil: Wendt u tot Mij en wordt behouden! Alle gij einden der aarde, want Ik ben God en niemand meer. En dat zijn dan de echte, diepgelovige, godvrezende mensen die een onuitsprekelijke troost beleven aan Gods verkiezende genade en, hoewel ze het tevoren nooit konden of wilden, nu gehoor zijn gaan geven aan de vriendelijke lokstem van het Evangelie. "Zie hier zijn wij en wij komen tot U, want Gij zijt de Heere onze God (Jer. 3:22)

Ds. J. D. van Roest

Ds. J.D. van Roest

Ds. J.D. van Roest

  • Geboortedatum:
    23-08-1940
  • Kerkelijke gezindte:
    PKN (Hervormd)
  • Woon/standplaats:
    Lunteren
  • Status:
    Inactief

Tags in dit artikel:

uitverkiezingverantwoordelijkheid
geen reacties

Terug in de tijd

Ik heb een vraag over het huwelijk. Waarom is het huwelijk, wat m.i. zo heilig en vast is, een weerspiegeling van Gods t...
geen reacties
10-12-2008
Samen met twee vriendinnen hield ik twee weken een docent in de gaten. We vonden dat hij close was met twee andere meide...
geen reacties
10-12-2019
In reactie op deze vraag. Daarin stelt meneer Doeven: “Dé wetenschap bestaat niet en komt voort uit een door de zondeval...
geen reacties
10-12-2014
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering