Johannes 3:16 en uitverkiezing

Ds. R.H. Kieskamp / 4 reacties

28-10-2009, 17:10

Vraag

Ik denk de laatste tijd veel na over het geloof/bekering. In Johannes 3:16 staat, dat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Hoe kun je dit dan zien t.o.v. de uitverkiezing?

Antwoord

De Bijbel is er glashelder in dat enkel zij die zich in geloof en bekering tot God wenden om zijn genade in Christus te mogen ontvangen, zalig zullen worden. Tegelijk zegt de Schrift dat dat uitsluitend de uitverkorenen zal betreffen. Beide houden we dus vast, want beide zijn bijbels. Echter, om hierin niet vast te lopen is het  nodig te onderscheiden tussen twee boeken. Ten eerste het boek van God, het boek des levens, waarin Hij in de hemel de namen van de uitverkorenen heeft beschreven. Ten tweede het boek van Gods openbaring dat we Bijbel noemen. Dit boek heeft God aan ons gegeven. Voor ons betekent dit dat we niet moeten proberen in het boek van God te willen lezen. Dat boek is Zijn geheim. Daar moeten wij afblijven.

In vragen van geloof en bekering mogen we dus nooit met de uitverkiezing beginnen. Doen we dat wel dan zijn we  onbijbels bezig, dan gaan we tegen het Woord van God in. We lopen er ook mee vast. We komen in een moeras van vragen en twijfels terecht. Of we bedroeven de Heilige Geest met ons ongeloof, geven God de schuld van ons onbekeerd-zijn en wachten in valse lijdelijkheid af tot God ons een keer in de kraag grijpt. Hierbij menen we een goed argument te hebben om onbekeerd voort te leven, òf  midden in de zonde òf in wettische rechtzinnigheid los van genade in Christus. Ondertussen vergeten we dat we onze schuld al maar groter maken, dat we het risico lopen ons te verharden, terwijl we God gruwelijk onteren. Want we weigeren te geloven. Het staat dus onomstootbaar vast dat we niet met het boek van God, de uitverkiezing, moeten beginnen. Ons startpunt dient te liggen bij het andere boek, de Bijbel. Vandaar dat predikanten alleen uit de Schrift preken. Ook zij moeten het boek van de uitverkiezing in de hand van God laten. Wel dienen zij op wijze en voorzichtige manier te leren wat de Bijbel over de uitverkiezing zegt.

Voor ons allen geldt: “wat verborgen is, is voor de Heere, wat God aan ons heeft geopenbaard in zijn Woord, daar hebben wij mee te maken.” We moeten altijd  met het Woord beginnen. Anders en beter gezegd: “God begint met ons door het Woord.” Hij doet dat door ons te roepen. Hij roept ons weg van zonde en dood. Hij roept ons heen naar Hem voor genade en ontferming. De kwestie is dus wat we doen met die roep van God. Leggen we die in ongeloof naast ons neer door te blijven zitten waar we zitten? Of nemen we die roeping gelovig ter harte door in beweging te komen, weg van de zonde en heen naar Gods genade in Christus? Anders gezegd: blijven we onbekeerlijk voortleven of gaan we ons bekeren?

Iemand zegt:”geloof en bekering zijn gaven van God.” Inderdaad. Doch het zijn gaven die God ons niet alleen geven kan, maar ook geven wil. Hierbij kunnen we denken aan het heel bekende vers uit Psalm 81, waar we zingen: “Al wat U ontbreekt, schenk Ik zo gij 't smeekt, (zelfs) mild en overvloedig”. Ontbreekt ons geloof en bekering, terwijl we beseffen het ons zelf niet te kunnen geven? Dan is er maar één weg, namelijk vluchten tot Hem die belooft te zullen geven wat ons ontbreekt. Weigeren we die weg te gaan, dan maken we ons schuldig aan ongeloof. We onteren God die ons zo rijk belooft te zullen geven wat ons ontbreekt en dat zelfs verzegelt in de Doop. Wie echter de weg gaat met die man die uitriep: “Ik geloof Heere kom mijn ongelovigheid te hulp,” die zal bemerken dat God helpt en ons geloof geeft. Geloof dat o zo klein kan beginnen. In het begin onderkennen we vaak helemaal niet dat we geloven. Ondertussen voelen we ons wel arm en ongelukkig, gaat ons hart uit naar Jezus, vluchten we tot Hem. En dat is vast en zeker geloof. Immers, geloof is altijd hier aan te kennen dat we Jezus nodig hebben. Tegelijk is dit geloof niet los van bekering, want we vluchten in verlangen en liefde tot de Heere.

Hoe zit het bij dit alles nu met de uitverkiezing? Allereerst moeten we vasthouden dat we los van geloof en bekering daar geen verstandig woord over kunnen zeggen. Enkel vanuit het geloof is daar iets van te verstaan. Vaak is dat niet in het begin van ons geloof, maar wanneer we verder op de geloofsweg zijn voortgeleid. We raken in verwondering over het feit dat ook wij mogen geloven. We beseffen dat dat niet ons werk is, maar genade-geschenk van God. We zijn verwonderd over zijn liefde tot ons, terwijl we beseffen dat dat niet aan ons te danken is, doch enkel aan de de Heere. In wezen zijn we dan bij de uitverkiezing terechtgekomen. Berijmde psalm 138 het vierde vers, kan hierbij een rol spelen doordat het gaat zingen in ons hart: “De Heer' is zo getrouw als sterk, Hij zal zijn werk voor mij volenden”. We merken dat ons geloof vastligt bij God. En dat heeft alles met de uitverkiezing te maken. Tegelijk verlangen we dat God ons blijft vasthouden, want we zien zoveel zwakheid bij onszelf. Daarom zingen we verder in Psalm 138: “Verlaat niet wat Uw hand begon, o Levensbron wil bijstand zenden”. Ook dat heeft weer alles met de uitverkiezing te maken. We weten dat we geheel van God afhankelijk zijn. Ondertussen vinden we dat fijn. Het geeft houvast dat buiten ons vastligt in God. We gaan zingen: “Door U door U alleen, om ' t eeuwig welbehagen”.

Uitverkiezing... Calvijn zegt ervan dat we iets van de uitverkiezing gaan verstaan wanneer we naar het kruis van Golgotha kijken waar Christus stierf voor onze zonden, “want daar kijken we God in het Vaderhart”.  Door in geloof op de gekruiste Christus te zien leren we Gods liefde voor ons verstaan en gaat de uitverkiezing voor ons leven. Tot dat zien op Christus roept de Schrift ons op bijkans elke bladzij op. We spannen het paard dus achter de wagen en komen niet vooruit, wanneer we de Bijbel met haar evangelie-boodschap loslaten en bij de uitverkiezing gaan beginnen. Enkel het Woord van God dient de lamp voor onze voet te zijn en het licht op ons pad. Dat Woord roept ons weg van alle onbijbels getob en roept ons heen naar Christus. We mogen dus met volle vrijmoedigheid tot Christus vluchten. Bij Hem vinden we in de bijbel nergens een bordje met “verboden toegang” erop. Integendeel, overal staat: “hartelijk welkom”.

“Moet ik dan mijn zonde niet kennen om te leren geloven”? We antwoorden: “Zonde kennen zonder te geloven is geheel onmogelijk”. Ook zondekennis is geloofskennis. En dat brengt ons tot Christus' kennis. Geloof heeft met meer te maken dan geloven in Christus. We dienen ook te leren geloven dat we zondaar zijn. Opdat we als zondaar leren schuilen bij het gestorte bloed van Christus en vandaar uit zicht krijgen op de uitverkiezing. We gaan verstaan dat het niet aan ons is te danken dat we geloven, maar enkel aan Gods verkiezende liefde waarin Hij redenen uit Zichzelf heeft genomen.

Ds. R. H. Kieskamp

Ds. R.H. Kieskamp

Ds. R.H. Kieskamp

  • Geboortedatum:
    11-11-1935
  • Kerkelijke gezindte:
    PKN (Hervormd)
  • Woon/standplaats:
    Lienden
  • Status:
    Actief
4 reacties
henkie
28-10-2009 / 17:24
Een lijvig antwoord maar geen woord teveel! :-D
Heel mooi!
eduard1
28-10-2009 / 19:17
Ben het dit keer helemaal met je eens henkie!!
;-)
henkie
28-10-2009 / 21:43
Ik zeg zo af en toe hele zinnige dingen inderdaad! ;-D
Antoinette
29-10-2009 / 08:36
Wat een duidelijk antwoord!!

Terug in de tijd

Ik heb bijna verkering. Hoe kun je zeker weten dat God je deze jongen geeft? Ik wil graag zekerheid, dan straks een onge...
geen reacties
28-10-2004
Ik wil echt heel graag de Heere dienen, maar ik vind het voor mezelf zo moeilijk om te zien of dat nu wel uit liefde is....
geen reacties
28-10-2004
"...Is een kind van 10-12 jaar schuldig aan misbruik..." Deze vraag heb ik jaren geleden gesteld. Nu is het zo dat mijn ...
geen reacties
28-10-2011
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering