Hoe passen de hoofdstukken 6, 7 en 8 van de Romeinenbrief in elkaar? En op welke...

Ds. C. den Boer / geen reacties

24-10-2008, 00:00

Vraag

Hoe passen de hoofdstukken 6, 7 en 8 van de Romeinenbrief in elkaar? En op welke wijze kan/moet dit in het leven van de gelovige beoefend worden? Wat is de relatie met bijvoorbeeld Hebr. 10-12? Waar ik over struikel is bijvoorbeeld de plaats van hoofdstuk 7 binnen de hoofdstukken 6-8. Gaat het hier over dezelfde persoon als in 6 en 8 of een andere toestand?


Antwoord

Laat ik ter beantwoording van uw vraag, eerst maar proberen de grote lijn van Paulus’ brief aan Rome te schetsen.

Het gaat de apostel in zijn brief aan Rome aanhoudend om iets dat hem heel hoog zit. Het gaat hem om de vraag, hoe het ligt met de openbaring van Gods gerechtigheid op aarde (Rom 1:16, 17; het thema van de brief). Het punt waar alles om draait, is de vraag wat er van die gerechtigheid van God eigenlijk terecht is gekomen. Vooral ook onder Israël, het volk dat God gunstrijk heeft uitverkoren. Want zou niet juist dit volk het toonbeeld van gerechtigheid op aarde hebben moeten zijn? Is dit niet het volk dat begiftigd is geworden met de heilige wet des Heeren? In de eerste hoofdstukken van zijn brief nu maakt Paulus duidelijk, dat het er op dit punt slecht voorstaat. Gods volk, Israël heeft het verzondigd. Dit volk (onder de wet) is met alle andere volkeren der aarde (zonder de wet) voor God verdoemelijk geworden (Rom. 1, 2, 3).

Maar als dat zo is, dan lijkt er van Gods heilsplan op aarde helemaal niets terecht te zijn gekomen. Een zeer ernstige zaak. Want staat daarmee het verbond met Abraham, de vriend van God niet op het spel? Had de Heere niet Zijn heilsbeloften aan Abraham gegeven? Had Hij niet aan Abraham beloofd, dat in hem alle geslachten der aarde gezegend zouden worden? In één woord: Gods heilsplan lijkt op een fiasco te zijn uitgelopen. De openbaring van Gods gerechtigheid op de aarde schijnt geheel en al in het slop terecht gekomen te zijn. Israël heeft aan Gods bedoelingen niet beantwoord. En daarmee lijkt alle hoop, dat God ooit nog eens Zijn eer terugkrijgt en dat Zijn zaak op de aarde zal zegevieren, teloor te zijn gegaan.

Ja en toch is dat slechts schijn. Want Gods zaak in de openbaring van Zijn gerechtigheid is wel degelijk gelukt. God heeft Zijn gerechtigheid immers geopenbaard onder Israël op een unieke wijze. In Jezus Christus. De ene en enige Israëliet die een gerechtigheid tot stand heeft gebracht, die voor God bestaan kan. Een gerechtigheid die de mens door het geloof ook wordt toegerekend.  Zo was het reeds bij Abraham. Zo mag het ook zijn, wanneer wij in Christus geloven. Daarmee (en daarmee ook alleen) kunnen wij voor God bestaan (Rom. 3, 4, 5).

Die in het geloof toegerekende gerechtigheid krijgt nu verder ook door de Heilige Geest gestalte in een leven van heiligmaking (Rom. 6, 7, 8). De gelovige is met Christus gekruisigd en begraven (6:3vv). En daardoor is die gelovige ook buiten schot van de wet gekomen (7:1-6). Dat doet echter niets af van de heiligheid en de goedheid van de wet (7:7-12) en van het gebod om naar Gods wet te leven. Dat brengt strijd met zich mee: ik ellendig mens..., ik dank God (7:13-26).

Maar wie door het geloof met Christus verbonden is, bespeurt in zijn leven ook de werking van Gods Geest, Die hem levend maakt, hem leert wandelen naar de Geest (niet naar het vlees) en hem doet delen in de vrijheid van het kindschap Gods: Abba, Vader (8:1-17). Die Geest doet de gelovigen ook in al hun lijden hoopvol zuchten met de ganse schepping (8:18-30). In Christus zijn zij meer dan overwinnaars (8:31-39).

In de hoofdstukken 9-11 van de brief maakt de apostel dan voorts duidelijk, dat Gods gerechtigheid toch ook gestalte heeft gekregen in Israël (in Christus, in de gelovende ‘rest’). En in de hoofdstukken 12vv trekt hij daaruit praktische conclusies (over de ‘gaven’, over de liefde, over de overheid, over verdraagzaamheid...) en eindigt hij met een groot aantal personalia (groeten, enz.)

Het gaat in de hoofdstukken 6-8 van de brief aan Rome dus steeds over de gelovige die in Christus Jezus is (hij is ook de “ik” van Rom. 7), in Christus gerechtvaardigd en geheiligd. Zo ligt het ook in Hebr.10-12 (zie o.a. Hebr.10:22) waarin centraal staat: het leven uit het geloof en volharding door het geloof.

Ik hoop, dat u aan dit korte overzicht wat hebt. Ik zou u ook willen aanraden nog eens te lezen wat Kohlbrugge in zijn bekende preek over Rom. 7:14 (“Ik ben vleselijk...”) heeft gezegd. In en van onszelf: steeds vleselijk, verkocht onder de zonde. En toch: een mens met een vermaak in de wet Gods; ik dank God...

Met een hartelijke groet,
Ds. C. den Boer (B)

Ds. C. den Boer

Ds. C. den Boer

geen reacties

Terug in de tijd

Ik spreek zelf in tongen, maar ik lees op deze site dat de dominees dit ontkennen. Waarom doen jullie dit niet meer?
geen reacties
24-10-2005
Welke Bijbelvertaling is geschikt voor iemand met zeer sterke dyslexie? De (H)SV is voor deze persoon te hoog gegrepen.
1 reactie
24-10-2012
Hoe moet ik omgaan met mindfuloefeningen op de basisschool. Ze werken met de methode van Eline Snel, de training “Aandac...
geen reacties
25-10-2019
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering