Mag een voorbereidingspreek als accent hebben: het waarschuwen voor een onwaardi...

Ds. H. Korving / geen reacties

21-06-2008, 00:00

Vraag

Mag een voorbereidingspreek als accent hebben: het waarschuwen voor een onwaardig eten en drinken? Dit n.a.v.1 Korinthe 11. Het lijkt dan een preek om avondmaalgangers af te houden. Ik sprak iemand die zei: Je zou niet meer durven (alsof het in de bank blijven zitten minder erg is, dacht ik toen). Wat moet ik doen als het accent in de voorbereidingspreek echt ligt op alleen maar waarschuwen voor het onwaardig eten en drinken? Krijgen we zo geen grote scheefgroei? Heel graag raad.

ADVERTORIAL

Ontmoet de vervolgde kerk

Als we iets kunnen leren van de vervolgde kerk, dan is het wel dat de Here God een Baken van hoop is. Hoe de vervolgde kerk hiermee omgaat, horen we tijdens de Open Doors-dag op 8 oktober 2022.

Boek nu je tickets!

Ontmoet de vervolgde kerk

Antwoord

Beste vraagsteller,

Je roert met je vraag een heel belangrijk punt aan: wat is de aard van de voorbereiding? Waarvoor is de voorbereiding c.q. zelfbeproeving bedoeld? Het antwoord vinden we in 1 Kor. 11 : 27-29. Het onwaardig eten en drinken ziet in 1 Korinthe 11 op de misstanden die er in de gemeente waren rond de viering van het Avondmaal, waarbij hebzucht en egoïsme trefwoorden zijn; hoe is het mogelijk dat de een hongerig is terwijl de ander dronken aanzit (vers 21)? Men had geen oog voor elkaar: liefdeloosheid. Hierin prijst Paulus de gemeente niet. Zij beschamen degenen die niets konden meebrengen naar de gezamenlijke maaltijd (vs. 22). We moeten het ons vermoedelijk zo voorstellen dat men vooraf een maaltijd had (een zgn. liefdemaaltijd (agapè) waarbij men niet wachtte op de armen, maar zij die daarvoor eten en drinken hadden meegebracht, zich alvast tegoed deden. Vandaar dat sommigen honger hebben (de armen) terwijl anderen zich te buiten waren gegaan (de rijken). Op deze manier werd de gemeenschap der heiligen geweld aangedaan, terwijl deze gemeenschap der heiligen toch één van de wezenlijke kenmerken is van een ware christelijke gemeente (zie Hand. 2:42). Deelname aan het Avondmaal is weliswaar een persoonlijke zaak, maar geen individualistische aangelegenheid: het gaat om de gemeenschap der heiligen. De catechismus zegt daarvan zo mooi: (zondag 21 vr/a 55) dat de gelovigen allen en een ieder (gezamenlijk èn persoonlijk: NB het gezamenlijke staat voorop) deelhebben aan Christus en aan Zijn schatten en gaven; en dat ieder zich schuldig (verschuldigd) moet weten om zijn gaven ten nutte en ter zaligheid van de andere leden van Christus’ lichaam gewillig en met vreugde aan te wenden. Kortom: gemeenschap de heiligen houdt allereerst in: de geloofsband aan Christus en van daaruit ook aan elkaar.

Alles wat die gemeenschap der heiligen belemmert, is ook een belemmering voor een gezegende avondmaalsviering. De zelfbeproeving is er nu op gericht dat wij onszelf eerlijk voor Gods aangezicht onderzoeken of er geen zaken zijn in de verticale of in de horizontale lijn, die dus de verhouding tot de Heere en/of tot de naaste betreffen, die eerst moeten worden beleden, rechtgezet en opgelost, voordat men toetreedt tot het Avondmaal.

Vandaar dat ook ons Avondmaalsformulier stelt dat de zelfbeproeving nodig is om tot onze troost het Avondmaal te kunnen gebruiken. De insteek is dus positief: het gaat om een troostrijke viering van het Avondmaal. De zelfbeproeving is niet primair bedoeld om mensen van het Avondmaal af te houden, maar om ze tot het Avondmaal te leiden in een rechte weg.

Ik kan je tenslotte niet beter adviseren dan het Avondmaalsformulier nog eens aandachtig na te lezen vanaf het gedeelte dat begint met: “De waarachtige beproeving van onszelf bestaat in deze drie stukken.”

Ik neem dat gedeelte hierbij integraal over: De waarachtige beproeving van onszelven bestaat in deze drie stukken: Ten eerste bedenke een iegelijk bij zichzelven zijn zonden en vervloeking, opdat hij zichzelven mishage, en zich voor God verootmoedige; aangezien de toorn Gods tegen de zonden ô groot is, dat Hij die (eer Hij ze ongestraft liet blijven) aan Zijn lieven Zoon Jezus Christus met den bitteren en smadelijken dood des kruises gestraft heeft.

 Ten andere onderzoeke een iegelijk zijn hart of hij ook deze gewisse belofte Gods gelooft, dat hem al zijn zonden, alleen om het lijden en sterven van Jezus Christus, vergeven zijn, en de volkomen gerechtigheid van Christus hem als zijn eigene toegerekend en geschonken is, ja, zo volkomen, alsof hij zelf in eigen persoon voor al zijn zonden betaald, en alle gerechtigheid volbracht had.
 
Ten derde onderzoeke een iegelijk zijn consciëntie of hij ook gezind is, voortaan met zijn ganse leven waarachtige dankbaarheid jegens God den Heere te bewijzen, en voor het aangezicht Gods oprechtelijk te wandelen; insgelijks of hij zonder enige geveinsdheid (alle vijandschap, haat en nijd van harte afleggende) een ernstig voornemen heeft, om van nu voortaan in waarachtige liefde en enigheid met zijn naasten te leven.
 
Allen dan die alzo gezind zijn, die wil God gewisselijk in genade aannemen, en voor waardige medegenoten van de tafel Zijns Zoons Jezus Christus houden.

Daarentegen, die dit getuigenis in hun harten niet gevoelen, die eten en drinken zichzelven een oordeel. Waarom wij ook, naar het bevel van Christus en van den apostel Paulus, allen die zich met deze navolgende ergerlijke zonden besmet weten, vermanen van de tafel des Heeren zich te onthouden, en hun verkondigen dat zij geen deel in het Rijk van Christus hebben; als daar zijn: alle afgodendienaars; allen die verstorven heiligen, engelen of andere schepselen aanroepen; allen die den beelden eer aandoen; alle tovenaars en waarzeggers, die vee of mensen, mitsgaders andere dingen, zegenen, en die aan zulke zegening geloof hechten; alle verachters van God, van Zijn Woord, en van de heilige sacramenten; alle godslasteraars; allen die tweedracht, sekten en muiterij in kerken en wereldlijke regeringen begeren aan te richten; alle meinedigen; allen die hun ouders en overheden ongehoorzaam zijn; alle doodslagers, kijvers, en die in haat en nijd tegen hun naasten leven; alle echtbrekers, hoereerders, dronkaards, dieven, woekeraars, rovers, spelers, gierigaards, en al degenen die een ergerlijk leven leiden. Deze allen, zolang zij in zulke zonden blijven, zullen zich van deze spijze (welke Christus alleen voor Zijn gelovigen verordineerd heeft) onthouden, opdat hun gericht en verdoemenis niet des te zwaarder worde.
 
Maar dit wordt ons, geliefde broeders en zusters, niet voorgehouden om de verslagen harten der gelovigen kleinmoedig te maken, alsof niemand tot het Avondmaal des Heeren gaan mocht, dan die zonder enige zonde ware. Want wij komen niet tot dit Avondmaal om daarmede te betuigen dat wij in onszelven volkomen en rechtvaardig zijn; maar integendeel, aangezien wij ons leven buiten onszelven in Jezus Christus zoeken, zo bekennen wij daarmede dat wij midden in den dood liggen. Daarom, al is het dat wij nog vele gebreken en ellendigheid in ons bevinden, als namelijk: dat wij geen volkomen geloof hebben, dat wij ons ook met zulken ijver om God te dienen niet begeven, als wij schuldig zijn; maar dagelijks met de zwakheid onzes geloofs, en de boze lusten onzes vleses te strijden hebben; nochtans, desniettegenstaande, overmits ons (door de genade des Heiligen Geestes) zulke gebreken van harte leed zijn, en wij begeren tegen ons ongeloof te strijden en naar alle geboden Gods te leven; zo zullen wij gewis en zeker zijn dat geen zonde noch zwakheid, die nog (tegen onzen wil) in ons overgebleven is, ons kan hinderen dat ons God niet in genade zou aannemen, en alzo dezer hemelse spijze en drank waardig en deelachtig maken.

Verder kan ik over de achtergrond van je vraag niet oordelen. Want dat hangt samen met de geestelijke gesteldheid van de gemeente, die mij onbekend is.

Waar een zekere oppervlakkigheid leeft ten aanzien van het avondmaal, het gerekend wordt tot een soort verbondsautomatisme, is dunkt mij een waarschuwende lijn op zijn plaats. Maar dat een voorbereidingspreek naast een waarschuwend element ook een nodigend element moet bevatten, zal ieder duidelijk zijn. De schuchteren moeten bemoedigd en geholpen worden, terwijl de brutalen moeten worden afgeremd en onderwezen inzake de dingen die gekend moeten worden. Maar meestal trekken de schuchteren zich de waarschuwing aan en de brutalen gaan er met de nodiging vandoor.

God alleen oordeelt over ons hart. Ik ben gelukkig dat terwijl het zelfonderzoek mij een dikke onvoldoende oplevert, God zulke mensen met hun gebreken nog voor waardige gasten aan Zijn tafel houdt. Dan kun je proeven en smaken dat de Heere goedertieren is (Psalm 34).

Met vriendelijke groet,
Ds. H. Korving

Ds. H. Korving

Ds. H. Korving

  • Geboortedatum:
    01-12-1954
  • Kerkelijke gezindte:
    Christelijk Gereformeerd
  • Woon/standplaats:
    Urk
  • Status:
    Actief
  • Bijzonderheden:

    Ds. Korving ging in november 2021 met emeritaat.

    Lees ook het artikel dat Refoweb met ds. Korving had n.a.v. zijn boek 'Taal en teken'.

Tags in dit artikel:

Heilig Avondmaalvoorbereidingsweek
geen reacties

Terug in de tijd

Wat als God (een keer krachtig) tot je gesproken heeft en soms nog spreekt? Wat moet je dan doen?
geen reacties
21-06-2006
Ik bid natuurlijk regelmatig, maar er is een onderwerp wat het bidden altijd erg bijzonder maakt! Als ik over dit onderw...
geen reacties
21-06-2021
Soms snap ik Gods plannen niet meer. Bij de verkiezingen is de SGP weer op twee zetels blijven steken. Ik weet dat er he...
11 reacties
21-06-2010
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering