Aan ds. Paul, Ede. Ik hoorde een preek van u over de opstanding van de Heere Jez...

prof. dr. M.J. Paul / geen reacties

23-05-2008, 00:00

Vraag

Aan ds. Paul, Ede. Ik hoorde een preek van u over de opstanding van de Heere Jezus. Nu zegt u dat de Heere dat voor ons heeft gedaan. Ik heb het al jaren zo moeilijk met of ik dat nu ook mag geloven dat Hij dat voor mij heeft gedaan. Ik hoor dat het alleen voor de uitverkorenen is. En ik weet niet of ik dat ben. Als ik de reformatoren lees, die zeggen ook dat dat voor ons allen is geschied. Maar hoe komt het dan dat dat niet overal wordt geleerd? En mag ik dat dan geloven dat Hij dat voor de hele gemeente heeft gedaan?

Vraag: Aan ds. Paul in Ede. Wat moet ik doen om met Christus verbonden te zijn. Als ik uw preek hoor, dan voel ik dat daarin het GELUK ligt. Maar hoe kom ik daar? De Bijbel zegt: gelooft in de Heere Jezus Christus, maar ik voel dat ik dat nu juist niet kan. Ook voel ik niet dat Hij bestaat. Ik heb de laatste tijd zón aanvechting: is Hij er wel? Begrijpt u dat? Hoe kom ik bij Christus, nee: Hoe kom ik IN Christus. Wanneer weet ik dat veilig ben?

Antwoord

Beste vraagsteller,

De preek die u beluisterd heeft, ging over 2 Korinthe 5:15 “En Hij is voor allen gestorven, opdat degenen, die leven, niet meer (voor) zichzelf zouden leven, maar (voor) Die, die voor hen gestorven en opgewekt is.”
 
Wat uw eerste vraag betreft, sluit ik mij bewust aan bij de reformatoren. Die leer wordt niet overal gebracht, omdat er vrees voor misbruik bestaat. Dat is begrijpelijk, maar het is net zo goed een misbruik als mensen bij Christus vandaan worden gehouden. We moeten niet eigen schema’s en dogmatieken laten overheersen, maar steeds weer luisteren naar de Bijbel.

Wat is het bijbelse antwoord als iemand tot geloof wil komen? Wat zegt de Heere Jezus en wat zeggen de apostelen? Ze geven nooit als antwoord dat de beloften alleen voor de uitverkorenen zijn en dat je eerst moet weten uitverkoren te zijn. Enige bijbelse antwoorden zijn: “Geloof in de Heere Jezus, en gij zult zalig worden” (Hand. 16:31). En: “Indien gij van ganser harte gelooft...”, waarna de kamerling zegt: “Ik geloof, dat Jezus Christus de Zoon van God is.” Er worden dus geen voorwaarden in de uitverkiezing gelegd. Die verkiezing is wel een realiteit, maar kan alleen maar achteraf vanuit het geloof gezien en bewonderd worden, ze is niet bedoeld als een belemmering vooraf (Hand. 13:48). Daarom staat er in Joh. 1:12 “Zovelen Hem aangenomen hebben, die heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden.”
 
Steeds weer wordt in de Bijbel het geloof benadrukt en wij mogen dat niet anders doen. Kunnen we dan zelf geloven? Dat is het punt niet. Het gaat erom dat we de Heere aangrijpen op Zijn woord en beloften en ons daaraan toevertrouwen. M.a.w.: geloven dat Hij doen zal wat Hij heeft beloofd en dan ook het geloof zal schenken. In feite is het net als bij de vader van de maanzieke jongen: “Ik geloof, Heere, kom mijn ongelovigheid te hulp”  (Mark. 9:24). Dit is de bijbelse lijn en we moeten ons daar niet vanaf laten brengen door allerlei andere opvattingen.

Het is het goed om in dit verband iets van dr. D. Martyn Lloyd-Jones te citeren. Hij heeft een boek geschreven: “Onuitsprekelijke vreugde” (uitgegeven in Nederlandse vertaling bij De Banier in Utrecht). Er is heel veel dor en formeel gemeenteleven, maar als de Heere werkt met Zijn Geest, kan er een onuitsprekelijke vreugde zijn. Hij schrijft dit op grond van de tekst: “In Welken gij u verheugt met een onuitsprekelijke vreugde” (1 Petr. 1:8). Hij stelt dan ook heel eerlijk de vraag: Hoevelen van u kennen de vreugde in God? Het gaat hier om meer dan een verstandelijke toestemming en ook om meer dan het innerlijk betrokken zijn bij bepaalde zaken. Het gaat erom dat God díe plaats inneemt, dat we ons werkelijk in Hem verheugen en verblijden. De auteur ziet dat als de grootste ervaring die mensen ten deel kan vallen. Maar, en dat is nu heel belangrijk, hij zegt ook: Niet iedereen hoeft dit te ervaren. Hij noemt dan drie stappen van zekerheid (pag. 80-82).
 
De eerste trap is de trap die vanuit de Schrift tot ons komt. In een pastoraal gesprek met iemand die twijfelt, mag gewezen worden op de belofte van Joh. 3:16: “Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.” Als iemand gelooft dat de Bijbel het Woord van God is en de waarheid van deze tekst erkent, mag de volgende conclusie getrokken worden: “U bent behouden. U moet behouden zijn. Ga niet teveel op uw gevoel af, geloof het Woord van God.” Dat is volgens Lloyd-Jones (die wij beslist niet van Arminianisme kunnen beschuldigen) iets wat wij allemaal moeten doen. Maar hij noemt dit wel de laagste trap van zekerheid.

Tegenover mensen die tegenwerpen dat dit toch alleen maar verstandelijk toestemmen is, geeft hij aan dat de tweede trap van zekerheid gebaseerd is op de praktijk van het leven. Wanneer mensen bijvoorbeeld hun broeders liefhebben en Gods geboden niet meer zwaar vinden, mag de conclusie getrokken worden: “U bent overgegaan uit de dood in het leven.” Deze conclusie is mogelijk op basis van 1 Johannes 3:14.

Maar hij zegt erbij dat wij in beide toetsen zelf de conclusies trekken. In de derde trap van zekerheid hoeft dat niet, dan is het God Zelf Die deze zekerheid schenkt. Aan de hand van Romeinen 8:15-16 kan dit verduidelijkt worden: onze geest roept “Abba Vader!”, maar daar bovenuit getuigt nu de Geest met onze geest, Hij bevestigt wat wij roepen. Dat is het onmiddellijke getuigenis van de Geest en daarom volkomen en zeker. Dat kan door een bijbeltekst of een indruk in hoofd en hart, en juist dat geeft een onuitsprekelijke vreugde.

Lloyd-Jones zegt dus: er zijn drie vormen van zekerheid. De eerste vorm van zekerheid is de conclusie die iemand mag trekken op grond van bijbelteksten, op grond van beloften. God heeft Zich kwijtgeschonken in Zijn Woord, Hij heeft gezegd: als u dit doet, dan schenk Ik u dat. En volgens Lloyd-Jones, als je daar aanspraak op maakt, mag je er ook op vertrouwen dat God dat schenkt. De tweede vorm is, zoals die ook in de Heidelbergse Catechismus naar voren komt, dat mensen vanuit de vruchten uit het geloof, de vruchten die ze in hun eigen leven zien, verzekerd worden (Zondag 32). De derde vorm is natuurlijk de hoogste vorm, waarbij het niet meer om onze conclusies gaat, maar om de ervaring dat Gods Geest getuigt met onze geest dat wij kinderen Gods zijn.

In de praktijk van in het kerkelijke leven zijn er bepaalde kerken en richtingen die alleen de derde vorm van zekerheid maar erkennen en de andere twee veel te gevaarlijk vinden. Dan is het goed om daarbij de Bijbel open te doen om te zien hoe daar met dit probleem wordt omgegaan.

Spurgeon heeft een prachtig boekje geschreven over “Rondom de enge poort”. Hij kwam ook veel mensen tegen die daar omheen cirkelden, die zo verlangden om er binnen te gaan, maar het niet konden of niet durfden. Hij bemoedigt ze en wijst ze op de vele beloften dat ze mógen gaan. Hij noemt ook een vrij kras voorbeeld: een zondagsschoolonderwijzer heeft een horloge en hij vraagt aan een groep jongeren: Wie van jullie wil dit horloge hebben? En heel de groep denkt: Hier zit wat achter, dit kan niet, het bestaat gewoon niet dat hij zijn horloge weggeeft, dat is toch dom, dat doe je toch niet? En niemand van de groep reageerde, behalve één eenvoudige jongen uit de groep, die zei: Ja, ik wil het wel hebben. Waarop de man zei: Asjeblieft, hier heb je het. Daarop reageerde heel de groep: Als we geweten hadden dat u het echt bedoelde... Zo zegt Spurgeon: “Waarom twijfel je steeds aan de beloften van God, waarom twijfel je aan Zijn bereidheid om de genade te geven?”

Vervolgens wil ik á Brakel noemen en zijn boek dat in 1700 verschenen is, de “Redelijke Godsdienst”.  In het slot van deel 1 schrijft hij over de doop. Hij stelt de vraag “Wat betekent het dat de kinderen van het verbond in Christus geheiligd zijn?” Dat wil volgens Brakel niet zeggen dat de dopelingen het beginsel van geloof en wedergeboorte deelachtig zouden zijn. Ook niet dat ze uitverkoren zijn. Daarover doen we geen uitspraken, maar wel dat ze uit kracht van het verbond recht hebben op de goederen en die in bezitting deelachtig zullen worden. Dus het recht op het bezit is geschonken en het bezit zelf bovendien plechtig beloofd. “Dat verbond is geen uitwendig verbond, maar pertinent het genadeverbond, dat de zaligheid beoogt en belooft.”

Vervolgens roept Brakel zijn lezers op om een goed gebruik van de doop te maken. Dat betekent allereerst dat we telkens, wanneer we onze naam horen noemen, hebben te bedenken dat we onder die naam aan de Heere zijn toegeëigend en dat de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest over ons is uitgeroepen. We zijn niet van onszelf. In de tweede plaats dienen we te beseffen wat een bron van troost er in de doop gelegen is. Brakel is er zelf niet zo gerust op, of we van die bron wel echt gebruik maken. Velen denken nauwelijks over hun doop na en als ze dat als doen, gebeurt het oppervlakkig, zonder door te dringen tot de kern. Brakel weet raad: “Welnu dan, vraag met het oog op uw doop gedurig: Is Christus niet voor mij gestorven? Is Zijn bloed niet tot afwassing van mijn zonden en tot verzoening met U? Bent U niet mijn Vader en ik Uw kind? Is de doop voor mij geen zegel? Kan dit zegel wel verbroken worden? Nee immers! Zo heb ik dan deel aan de vergeving van mijn zonden, aan de verzoening met U en aan al de goederen van het genadeverbond. Dit houd ik dan ook vast en ik wil vrolijk en goedsmoeds mijn weg gaan.”

Brakel geeft prachtige passages om niet alleen de doop te gebruiken tot vertroosting, maar ook tot heiliging, tot levensheiliging. In de derde druk van de “Redelijke Godsdienst” van 1707, komt er ook nog een heel hoofdstuk bij dat de titel draagt “Over het leven van het geloof op de beloften”. Het gaat erom dat Jezus in het Evangelie wordt aangeboden. En gaat om een grond die door de onbedrieglijke God wordt aangeboden en beloofd. En Jezus Zelf biedt Zich daarin aan. Het is deze Bodem waarop het zaligmakend geloof zich fundeert. Een citaat: “Omdat in Jezus al de volheid is en deze volheid u, ù in het bijzonder aangeboden wordt door de goede Jezus, zo neem Hem aan met een volvaardig en gewillig gemoed, tot uw Jezus. Geef u hartelijk aan Hem over en vertrouw uw ziel geheel aan Hem toe, om u door Hem alle goederen van het verbond deelachtig te worden.” Het zaligmakend geloof is volgens Brakel niets anders dan dit kiezen, dit aannemen, dit zich overgeven en dit zich toevertrouwen. Voor ieder die dat beoefent zijn de beloften. (Een samenvatting van de doopleer van Brakel is te vinden in A. de Reuver, “Meer dan een teken”.)

Er zijn hierop natuurlijk ook allerlei tegenwerpingen: men vindt het soms Arminiaans, men zegt “de wil is gebonden”, en: “zijn we wel uitverkoren?” Is dit niet teveel een redenering? Spurgeon en Brakel moesten niets hebben van een vrije wil, maar ze hebben niet de conclusie getrokken: “Je kunt niets, dus wacht dan maar af”. Ze hebben gezegd: “Je kunt niets en dáárom hanteren we de beloften, en daarom gaan we tot die God Die het doen zal!.”

En dan is vandáág de welaangename tijd!

Met vriendelijke groet,
Prof. dr. M. J. Paul

prof. dr. M.J. Paul

prof. dr. M.J. Paul

  • Geboortedatum:
    13-03-1955
  • Kerkelijke gezindte:
    PKN (Hervormd)
  • Woon/standplaats:
    Ede
  • Status:
    Actief
  • Bijzonderheden:

    -Eindredacteur Studiebijbel OT
    -Senior docent Oude Testament (CHE)
    -Deeltijd hoogleraar OT te Leuven (B)
    -Directeur-bestuurder THGB

geen reacties

Terug in de tijd

Ik ben een meisje van 16 jaar en zit met een heel vervelend probleempje. Ik ben nog niet zo lang ongesteld (25 december ...
1 reactie
23-05-2011
Hoe moet ik omgaan met faalangst? Ik ben bijna dertig en heb er in mijn dagelijks leven er nog steeds dagelijks mee te m...
geen reacties
24-05-2016
Waarom was God afwezig tijdens mijn zwangerschap? Misschien een hele lastige vraag om te beantwoorden. Maar tijdens mijn...
5 reacties
23-05-2014
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering