Ziekenverzorgende in een verzorgingshuis

Ds. J. het Lam / geen reacties

21-09-2006, 00:00

Vraag

Ik heb een aantal vragen die me al een poos bezighouden, die betrekking hebben op mijn werk als ziekenverzorgende in een verzorgingshuis. Wil graag antwoord van een PKN (hervormd) panellid/dominee. Op de afdeling waar de demente bewoners wonen hebben wij twee vrouwtjes die vaak vloeken wanneer je ze verzorgt. Het doet me zeer als ze dat doen. Ze zijn verward en hebben geen besef meer van tijd, plaats en persoon. Je kunt ze er dus niet op aanspreken. Nu is het gebod: misbruik de naam van de HEERE uw GOD niet want wie Zijn naam misbruikt laat Hij niet vrijuit gaan (NBV). Worden deze vloeken deze mensen toegerekend? Bij ons overlijden veel mensen, soms gaat daar een ziekbed aan vooraf soms zomaar plotseling. Er zijn dan collega’s die zeggen, ach het is beter voor het mensje!! En dan denk ik, nu is de genadetijd van die persoon voorbij en heeft hij/zij God ontmoet. Moet ik hier mijn collega’s over aanspreken? Wanneer er een bewoner slecht ligt -geen eten en drinken meer neemt- wordt er wel eens met familie en arts een beleid afgesproken over wat als de patiënt pijn krijgt of onrustig wordt. Vaak wordt er dan morfine en dormicum (slaapmiddel) gespoten om de patiënt rustig te krijgen. Nu heb ik van de arts weleens de opdracht gekregen om dat toe te dienen bij een bewoner. Er was duidelijk afgesproken dat de arts de eerste keer zou spuiten (het was in de avonddienst dus de arts had weinig tijd). Ik heb de arts toch laten komen en die heeft de eerste dosis gegeven: een uur later was mevrouw overleden. Een andere situatie was een meneer met hartklachten. Er kwam een arts in opleiding die wilde meneer in het ziekenhuis hebben. Even later kwam de arts binnen met wie zij meeliep en die zei:” Nou meneertje met de juiste medicijnen doet dat oude hart het nog wel jaren”. Meneer werd niet naar het ziekenhuis gestuurd en nog geen 24 uur later troffen we meneer aan in zijn kamer: overleden. In zulke situaties denk ik als die mevrouw dat ‘medicijn’ niet gespoten had gekregen, was ze dan toch op dat tijdstip overleden? En als meneer toch naar het ziekenhuis was gebracht, was hij dan niet overleden? Moet ik mijn bewoners wijzen op HEM? Ik ben daar voor hun lichamelijke zorg. Soms voel ik me wel eens schuldig en denk ik: had ik ze niet op Hem moeten wijzen? Die gedachte komt dan wel eens als mensen zijn overleden en je kijkt nog even bij ze om afscheid te nemen.

Antwoord

De vragen die je stelt hebben allemaal te maken met je werk in een verzorgingshuis.

A. De eerste vraag gaat over het vloeken: als iemand in je omgeving vloekt doet het je pijn. De Naam van de Heere is je lief en je weet dat Hij het hoog opneemt als Zijn Naam ijdel wordt gebruikt. Ik stel me zo voor dat je als verzorgende probeert om deze mensen niet te vermanen of zo, maar een beetje kalmeren of op andere gedachten brengen doe je misschien wel eens. Het zal niet zoveel helpen. Ik denk niet dat de Heere dit aan deze mensen toerekent. Ze vloeken niet omdat ze de Heere willen beledigen maar omdat hun gedachten niet meer goed werken. Veel belangrijker is de vraag of ze de Heere Jezus kennen als hun Verlosser, of ze Zijn eigendom zijn. Dat is bepalend voor hun behoud.

B. De tweede vraag gaat over een plotseling overlijden: ik begrijp mensen wel die zeggen: beter zo, mooie dood, niet geleden. Maar als christenen denk je inderdaad de genadetijd is voorbij. Als de overledene de Heere Jezus kende, mag je wel danken: dan is een koningskind binnengegaan. Of je je collega’s daarover moet aanspreken? Dat klinkt zo berispend. Of bedoel je het zo niet? Als er een goede gelegenheid is om met een collega te delen hoe jezelf het sterven van zo’n bewoner ervaart, ja dat kan heel goed zijn. Het is de toon die de muziek maakt.

C. De derde vraag gaat over de tijd van overlijden. Als een bepaald middel tot gevolg heeft dat iemand eerder overlijdt, dan zou die persoon niet overleden zijn als dat middel niet werd toegediend. Zo eenvoudig ligt het. Mensen hebben verantwoordelijkheid voor wat ze doen. Ik kan persoonlijk niet zoveel met een vastgestelde tijd van sterven als een onwrikbaar gegeven. Wat moet je dan b.v. zeggen van de profetie van Jesaja over koning Hizkia dat hij moet sterven? Even later krijgt hij er vijftien jaar bij. Hoe zit het dan met die vastgestelde tijd? Of begrijp ik de vraag nu verkeerd?

D. De vierde vraag gaat over het wijzen op Christus. Ik weet niet welke afspraken er in je werk gelden over het spreken over je persoonlijke geloof. Als het een christelijke instelling is kun je er over spreken. Als er afspraken over zijn dat je er niet over mag spreken, heb je die geaccepteerd? Als je akkoord gegaan bent met afspraken moet je je eraan houden of ander werk zoeken. Maar ik zou persoonlijk niet kunnen zwijgen over de hoop die in me is. Het is belangrijk het niet op te dringen, geen misbruik maken van de zwakte van mensen. Ook hier geldt: de toon maakt de muziek.

Dan tot slot: alle vragen tonen een zeer groot verantwoordelijkheidsgevoel tegenover mensen, maar vooral tegenover de Heere. Dat is goed, zolang je staat in de vrijheid van Christus staat en zolang de vreugde om Hem de boventoon heeft. Anders kun je zomaar wettisch of krampachtig worden.

Ds. J. het Lam

Ds. J. het Lam

Ds. J. het Lam

  • Geboortedatum:
    07-01-1956
  • Kerkelijke gezindte:
    PKN (Hervormd)
  • Woon/standplaats:
    Harderwijk
  • Status:
    Inactief

Tags in dit artikel:

gezondheidszorgwerk
geen reacties

Terug in de tijd

Aan een dominee van de Ger. Gem. Ik vind het moeilijk uit te leggen.In mei dit jaar in een morgendienst was ik onder de ...
1 reactie
21-09-2015
Mag je ook peetouders worden van je eigen kind? Ik wil graag het kind gedoopt hebben, maar vindt na twee kinderen geen g...
1 reactie
21-09-2015
Ik zou graag een vraag stellen over Handelingen van de apostelen 8:14-16. Daarin staat dat bepaalde mensen (Samaria) het...
geen reacties
21-09-2015
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering