Mannen- en vrouwenkleding

Ds. M.F. van Binnendijk / geen reacties

21-05-2003, 00:00

Vraag

Uit vorige antwoorden begreep ik dat de bijbel het niet expliciet verbiedt als je als vrouw gewoon een broek draagt. Waarom zijn reformatorische kerken en scholen er dan op tegen? Je maakt dan problemen om niks.

Vraag 2: Ik heb een vraag over het dragen van een rok/broek. Ik weet dat hier al meer vragen over zijn gesteld en dat o.a. ds. Van Binnendijk hier op in is gegaan. Hij stelde dat vrouwen geacht worden een rok te dragen omdat je dan in een oogopslag kan zien of je met een man/vrouw te maken hebt. Hij vertelt dat er in Israël duidelijk onderscheid is in mannen/vrouwenkleding. Ik ben nu echter een boekje aan het lezen (in het land van de bijbel; I. Snoek) waarin juist wordt gesteld dat er nauwelijks verschil zat tussen mannen en vrouwenkleding. Beiden droegen een over en onderkleed, het enige verschil was dat het kleed van de vrouw wat langer was dan dat van de man. Hoe zit dat precies? 

Antwoord

Het hoofd van een reformatorische basisschool in het zuidwesten des lands zei in een oriënterend gesprek met ouders, die hun kind wilden aanmelden, als openingszin het volgende: "Ah, ik zie het al, het is een jongen. Dat bespaart ons minstens tien minuten om uit te leggen, dat meisjes hier verplicht een rok dragen..."

In mijn vorige antwoord over het onderwerp kleding heb ik uitvoerig gesproken over de geestelijke kant van de zaak. De vraagsteller is daarvan op de hoogte, maar wil nog een stap verder. Dit keer leg ik dan ook de vinger bij de exegetische kant van de zaak. Hierbij wil ik Deuteronomium 22:5 als uitgangspunt nemen, waar staat: "Het kleed van een man zal niet zijn aan een vrouw, en een man zal geen vrouwenkleed aantrekken..."

Dit tekstwoord behoeft zeker nadere uitleg, aangezien het nog al eens oneigenlijk en ook te beperkt gehanteerd wordt in de discussie rondom kledingvoorschriften van (met name) meisjes en vrouwen. Ik maak bij de uitleg van onderhavige tekst dankbaar gebruik van het boek "Man en vrouw in de traditie der eeuwen" van dr. R. Seldenrijk, die op dit onderwerp buitengewoon uitvoerig en boeiend ingaat. Beter kun je dit boek zelf ter hand nemen. Ik geef enkele gedachten hieruit weer.

1. Cultuurhistorische achtergrond

Naast het feit, dat kleding tot doel heeft onze lichamelijke naaktheid te bedekken en te beschermen, alsook dat er kleding is voor speciale gelegenheden (bijv. gelegenheids- en ambtskleding), is kleding ook bedoeld om de eigenheid van man en vrouw te ondersteunen. Hier moeten we wel voorzichtig zijn met een beroep op de Bijbel. We lezen niet, dat God voor zowel Adam als Eva onderscheiden rokken van dierenvellen maakte (Gen. 3:21).

Het lichamelijke en psychische onderscheid tussen man en vrouw maakt dat ze zich enigszins onderscheiden kleden. Ze zijn in hun geheel al onderscheiden. Kleding heeft dus niet de functie om onderscheid te máken dat er van nature al is. Kleding wordt bepaald door de cultuurhistorische achtergrond en het doel ervan. In de aanvankelijke West-Europese beschaving -ontleend aan de Griekse (chiton) en oude Romeinse (toga, tunica) dracht- dragen mannen en vrouwen hetzelfde hemd van een eenvoudig patroon. Daarna gaan mannen over van de lange jassen naar en strakke hes en ontstaan rok en broek.

2. Schaamte door schuld

De Schrift laat zien, dat de kleding kwam met en na de zondeval. Door de zonde valt de ongereptheid van het door God zeer goed geschapen naakte lichaam van de mens weg. Adam en Eva merken dat ze naakt zijn, en raken in verlegenheid. Hoewel ze ervan uitgaan wat geen oog van derden hen ziet, vlechten ze een bladerenbedekking om hun lendenen. Wie zich schaamt heft iets voor de ander te verbergen. Deze Ander is aanvankelijk de HEERE GOD.
 
Het is door schaamte vanwege schuld, dat er kleding ontstaat. Het zijn niet de struiken, die de mensen grijpen, maar het zijn de dieren, die God grijpt. God slacht dieren om de schuld te bedekken. Dit is overigens geen 'rok' om de heup hen (zoals de gevlochten vijgenbladeren), maar God hangt de vellen als een chiton (een toga-achtig kleed, zoals Jozefs veelkleurige rok) om hun schouders, dat afhangt tot op de heup.

3. Onderwijs vanuit de Schrift

Vanuit het Oude Testament krijgen wij van God woorden mee die niet alleen tot op de tijd van de apostelen, maar ook tot in onze tijd van kracht mogen en kunnen zijn. De Tien Geboden -die samenvatting zijn van de meer uitgewerkte Thora- hebben tot in onze tijd hun geldigheid niet verloren. In Zijn geboden zegt God: "Zó wil ik dat u bent."

Vanzelf mag onderscheid gemaakt worden tussen geboden die in het Nieuwe Testament (nog) als letterlijk, dan wel geestelijk (lees: in Christus vervuld) beschouwd moeten worden. Daarbij is het Oude Testament zelf norm, waar aan geboden wordt toegevoegd, dat zij voor de Heere een gruwel zijn. Dan gaat het om zaken, die God blíjft haten. Dat doet zich ook voor in de al eerder genoemde tekst van Deuteronomium 22:5.

Volgens de Schrift beschikt de doorsnee Israëliet over een wijde mantel en een onderkleed. Het strakke onderkleed wordt over het blote lijf gedragen. De mantel beschermt tegen kou en regen, en wordt als omslagdoek om het lichaam geworpen. Wie alleen een onderkleed draagt heet in de Bijbel 'naakt'. Dat is dus niet direct het blote lichaam. Al komt het ook voor. Het Griekse gymnos voor naakt komt terug in ons woord gymnastiek, dat terugwijst naar Griekse sporten, die naakt werden beoefend).

Het is opvallend, dat in de tijd van de Bijbel beide geslachten bijna dezelfde kleding dragen, zoals de vraagsteller terecht opmerkt. De HEERE GOD maakte geen onderscheiden kleding voor Adam of Eva. Ook de Heere Jezus schenkt geen aandacht aan kleding. Dit stemt ons voorzichtig, maar tegelijk niet onverschillig. Het verschil tussen mannen en vrouwen zat in de oudheid vooral in de hoofdtooi, de sluier en het meedragen in de kleding van wapens en andere gereedschappen door de man.

4. Deuteronomium 22:5; een veel genoemde tekst

God eist eerbied voor het door Hem in de schepping gegeven onderscheid tussen man en vrouw. Om dit verschil ook in kleding te doen uitkomen, wordt binnen de gereformeerde gezindte voor de in haar kring gangbare dameskleding vaak een beroep gedaan op genoemde tekst. Toch moeten we Deuteronomium 22:5 juist verstaan in verband met verkleedpartijen binnen een Kanaänitische godsdienstige praktijk. Mannen en vrouwen wisselen hun kleding (travestie) om gelegenheid te hebben tot het plegen van ontucht. Het gaat niet alleen om vrouwen, maar ook om mannen. Ook Matthew Henry, Johannes Calvijn en anderen wijzen erop, dat het hier niet simpel gaat om mode, stijl of kleding.

Daarbij verwijst de kanttekening van de Staten Vertaling naar Leviticus 15:4, waar het woord keli (dat in onderhavige tekst doorgaans met kleed wordt vertaald) de veel bredere betekenis heeft van gereedschap, huisraad, vaten, klederen,werktuig, roerend goed enz.

In de regel krijgt het Hebr. woord keli pas zijn betekenis binnen de context waarin het wordt gebruikt. Van de 323 keer dat dit woord gebruikt wordt in de Statenvertaling (met als betekenis o.a. wapen, wapentuig, instrument, huisraad, tas, zak, schip, juweel), wordt het maar één keer als kleed vertaald. In... onze tekst. Dat maakt ons wel heel voorzichtig. Temeer daar Trommius dit ene woord nog eens vertaalt met "eygenlick: gereetschap".

Het Hebr. woord gabar of gèbèr (vgl. ons woord gabber) betekent groot-zijn, sterk-zijn, en wijst op de man in de kracht van zijn kunnen. De in onze tekst gebezigde uitdrukking keli-gèbèr betekent dan "datgene wat mannelijk is". Hierbij duidt het Hebreeuws op wapenuitrusting, vaatwerk, muziekinstrumenten, sieraden, tuigage, tempelgereedschap. Dus niet specifiek mannenkleding.

Kortom het gaat om de mannelijke outfit, ofwel alles wat specifiek past bij de áárd van de man. Díe uitrusting mag een vrouw niet dragen. Het hier gebodene reikt dus veel verder dan enkel het verschil in kledingstuk tussen man en vrouw. Dat laatste zien we juist bij mensen die biblicistich zwart-wit-denken en daarom hechten aan de letter van de bijbeltekst, maar geen rekening houden met het totale verband van de Schrift. In het ergste geval gebeurt het dat leerlingen van reformatorische scholen zeggen dat hun klasgenoten op andere scholen vanwege hun broek(rok) in de hel zullen komen. (Van wie zouden ze dat nu hebben?) Valse profeten zijn aan hun vruchten herkenbaar, niet aan hun kleding (Mat. 7:15-16).

Samenvatting

Er is nog veel meer te zeggen over dit onderwerp. Ik rond het af met het volgende.

Een tekst als Deuteronomium 22:5, die in een geheel andere context staat dan de onze, kan en mag (met bovengenoemde uitleg voor ogen) geen shibbolet zijn of worden ter veroordeling van onze (westerse) kleding, vandaag de dag. Anderzijds heb ik in mijn vorige antwoord al onderstreept, dat wij onze geschapenheid niet moeten willen ontkennen of veranderen, en mag (naast zovele andere functies die kleding heeft, zie: R. Seldenrijk, par. 5.4) onze kleding (mede!) aangeven, dat wij door God onderscheidenlijk als man en als vrouw geschapen zijn.

Ds. M. F. van Binnendijk

Ds. M.F. van Binnendijk

Ds. M.F. van Binnendijk

  • Geboortedatum:
    30-11-1963
  • Kerkelijke gezindte:
    PKN (Hervormd)
  • Woon/standplaats:
    Stadskanaal
  • Status:
    Actief
  • Bijzonderheden:

    Lees ook: het weblog 'Dominee in de bajes'

Tags in dit artikel:

rok-broek
geen reacties

Terug in de tijd

In Matthéüs 5:27 zegt Jezus: “Gij hebt gehoord dat van de ouden gezegd is: Gij zult geen overspel doen. Maar ik zeg u......
geen reacties
22-05-2019
Ik zoek christelijke meditatiemuziek. Welke meditatieve cd’s zijn verantwoord? Liefst iets met zang, maar instrumentaal ...
1 reactie
22-05-2018
Een mens kan aangevochten worden door de vraag: Heb ik wel genoeg zondebesef? Dit gaat dan met name over de vraag: Heb i...
geen reacties
21-05-2008
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering