Bijwonen of assisteren van homohuwelijk
Herman van Wijngaarden | Geen reacties | 13-08-2026| 11:29
Vraag
Broeder, ik begrijp uw vergelijking met Jezus die met zondaars at. Toch zie ik een verschil. Jezus zocht zondaars op om hen tot bekering te roepen, maar Hij nam nooit deel aan een daad die de zonde bevestigde of ondersteunde. Daarom vraag ik me af of het bijwonen of zelfs assisteren bij een homohuwelijk niet iets anders is. Een huwelijk is immers een viering en een bevestiging van een verbintenis. Geeft actieve deelname dan niet, bewust of onbewust, de indruk dat je die verbintenis ondersteunt? Dat lijkt mij een ander soort betrokkenheid dan simpelweg omgang hebben met iemand die homoseksueel is. Hoe ziet u dat verschil?
Ruim 900 christelijke boeken op uw tablet en telefoon
Bijbelstudie, dagboeken, romans en kinderboeken in de Geloof-Digitaal app, op telefoon of tablet. 14 dagen gratis proberen, daarna € 7,95 per maand.
Antwoord
Beste vraagsteller,
Het is een goed punt dat u in uw vraag aan de orde stelt. Het laat zien dat we een moeilijk onderwerp bij de hand hebben. Op zich genomen kan ik me dan ook voorstellen dat iemand hierom ‘nee’ zegt op een uitnodiging om een homobruiloft bij te wonen.
Mijn verwijzing naar het voorbeeld van de Heere Jezus stond overigens niet op zichzelf. Het was onderdeel van een breder betoog met daarin verschillende mitsen en maren. Die ga ik nu niet herhalen, maar ik verwijs er wel graag nog even naar. Mensen die onderstaande lezen, moeten niet denken dat ik zonder meer heb gepleit voor het bijwonen van een homobruiloft. Wat ik in dat artikel gedaan heb, is kanttekeningen maken bij een al te beslist ‘nee’ tegen het bijwonen van een homobruiloft.
Maar inderdaad, ik heb daarin onder andere het volgende geschreven. “Als christenen hebben we voortdurend te maken met mensen die een keuze maken die naar ons inzicht niet goed is. En toch vraagt de Heere Jezus ons om met hen te blijven omgaan. Dat deed Hij zelf ook. Hij zocht contact met bijvoorbeeld Zacheüs en de Samaritaanse vrouw bij de bron.” Graag wil ik daar wat meer over zeggen.
Terecht zegt u dat Jezus zondaars opzocht om hen tot bekering te roepen. Maar in de geschiedenissen die ik noem, valt op dat Hij dat niet expliciet doet. Tegen geen van beide personen zegt Hij zoiets als: u moet zich bekeren van uw zonden. Dat zowel Zacheüs als de Samaritaanse vrouw zich ondertussen wel degelijk bekeren, lijkt meer het gevolg van het feit dat Jezus hen liefdevol bejegent dan van een expliciete veroordeling van hun levensstijl. Ik denk dat hier een parallel ligt. Een liefdevolle bejegening kan méér (geestelijk) effect hebben dan een expliciete veroordeling.
Nu is het inderdaad waar dat Jezus nooit deelnam aan een daad die de zonde bevestigde of ondersteunde. Opvallend is ondertussen dat het daar wél op leek. Bij mensen in de omgeving wekte Hij de indruk dat Hij de zondige levensstijl van Zacheüs ondersteunde. Want ze “morden onder elkaar en zeiden: Hij is bij een zondige man binnengegaan om daar Zijn intrek te nemen” (Lukas 19:7). Het gevaar waar u op wijst, wordt dus door Jezus -met eerbied gesproken- op de koop toe genomen.
Zo kán het bijwonen van een homobruiloft lijken op een ondersteunen daarvan, terwijl het dat niet is. Het verschil heeft ermee te maken hoe transparant je bent (geweest) over jezelf en jouw principes. In mijn artikel Genodigde voor een homobruiloft geef ik aan dat je moet voorkomen dat het trouwkoppel jouw aanwezigheid ziet als een instemmen met de principes daarachter. Als het goed is, wéét het homokoppel al hoe je er zelf in staat. Zo hoorde ik van een homokoppel dat het enorm gewaardeerd had dat hun ouders op de bruiloft waren, juist omdat ze beseften dat het voor hen heel moeilijk lag.
Een soortgelijk dilemma hadden de ouders van Simson. Als Simson een vrouw neemt uit het heidense Timna, keuren ze dat duidelijk af: “Is er onder de dochters van je broeders en onder heel mijn volk geen vrouw, dat je weggaat om een vrouw te nemen van die onbesneden Filistijnen?” Maar wat doen ze vervolgens? Ze gaan met hem mee naar de bruiloft in Timna… (Richteren 14:1-4). Ze zullen met pijn in hun hart hebben gezien hoe hun zoon zich verbond met een heidense vrouw. Maar vóór alles wilden ze hem niet loslaten.
Hiermee is het laatste woord niet gezegd. Ik geef slechts extra overwegingen bij de stelling dat we niet per se ‘nee’ hoeven te zeggen op een uitnodiging voor een homobruiloft. Hoe dan ook geloof ik dat we moeten voorkomen dat een eventueel ‘nee’ door het betrokken koppel opgevat wordt als een liefdeloze afwijzing van hen om wie ze zijn.
Hartelijke groet,
Herman van Wijngaarden
Lees ook: Uitgenodigd voor huwelijksdag homo's
Dit artikel is beantwoord door
Herman van Wijngaarden
- Geboortedatum:06-02-1963
- Kerkelijke gezindte:PKN (Hervormd)
- Woon/standplaats:Driebergen
- Status:Actief
Bijzonderheden:
- Mede-oprichter stichting Hart van homo’s
- Auteur van o.a. ”Oké, ik ben dus homo – over homoseksualiteit en het volgen van Jezus” en “Om het hart van homo’s – pastoraat aan homoseksuele jongeren” en "Leven als vrienden – een hoge vorm van liefde"
Bekijk ook:


