Vertrouwen op je geloof
Ds. B.M. Meuleman | Geen reacties | 16-04-2026| 12:18
Vraag
Hoe kun je nou steeds het oog op Christus houden en niet op je eigen werken/ of iets dergelijks vertrouwen? Al 2-3 jaar zit ik met deze vraag. Ik weet dat je niet op jezelf moet vertrouwen, dat er niks van jezelf bij kan, maar toch doe ik het steeds. Mijn geestelijke gesteldheid hangt af van hoeveel ik Bijbel lees, bid, voel, denk aan God, enzovoorts. Ik weet dat dit niet moet, dat je op God alleen moet vertrouwen, maar het lukt me niet. Ik zou precies kunnen vertellen hoe een bekering moet gaan, wat er mis gaat in de kerk en wat dwalingen zijn rondom hypercalvinisme, maar in de praktijk geloof ik zelf totaal niet dat God mij kan redden; ik vertrouw alleen maar op mijzelf.
Ik heb voor mijn idee God al zo vaak gevraagd om op Hem gericht te zijn, maar er verandert niets. Terwijl ik weet dat het alleen aan mij ligt en dat God mij niets verplicht is, voel ik toch de laatste maanden steeds meer verbittering richting God. Ik voel gewoon de oorlog in mijn hoofd: zonden die aan mij trekken, zeker op momenten als ik worstel met mijn ongeloof. Ik moet vaak denken aan wat er weleens wordt gezegd: pas op dat je niet te verbitterd/ verhard raakt, dan wil en kan God niet meer in je werken. Zou dat bij mij dan nu het geval zijn?
Nu, op dit moment worstel ik hier heel erg mee, maar morgen kan deze worsteling ook weer even weg zijn en word ik helemaal meegenomen in deze tijd en wereld. Ik weet het met mijn verstand: vertrouw op God, maar hóe? Ik heb al zo vaak gedacht nu geloof ik dat mijn zonden zijn vergeven, maar steeds vertrouwde ik weer op mijzelf. Hoe kan ik ooit uit deze cirkel komen en alleen op God vertrouwen? Hoe weet ik dat God mij ook nog genadig wil zijn, ondanks mijn verharde hart?
Antwoord
Beste vraagsteller,
Om te beginnen met je vraag of het kan zijn dat je nu zo verbitterd of verhard bent dat God niet meer in je wil en kan werken: nee, dat kan het niet zijn en is het ook niet. Op het moment dat je zo verhard bent dat God je over laat aan jezelf, heb je niet de minste zorg en vraag je niet of je misschien verhard bent. Denk aan de Farao van Egypte. Hij verzette zich alleen maar tegen God en wilde het volk van God niet laten gaan. Het feit dat je deze vragen stelt laat duidelijk zien dat je niet onverschillig en verhard bent tegenover God en Zijn genade.
Bovendien, wanneer gezegd wordt dat God niet meer kan en wil werken in harten die verhard zijn, moet je niet vergeten dat van Gods kant de deur van Zijn genade toch altijd wagenwijd open staat. Het meest verharde hart staat de almacht van Zijn genade niet in de weg. Het is de verharde mens die niet naar binnen wil gaan en voor zichzelf de deur van Gods genade toesluit, zoals de Farao deed. Eén ding moet je en mag je helder voor ogen staan: God wil niet de dood van de zondaar, maar dat hij zich bekeert en leeft. Hij wil dat alle mensen zalig worden en tot erkenning van de waarheid komen. God staat je hele leven met open armen op je te wachten als je Vader in Christus Jezus en omwille van Hem. Je hoeft je alleen maar in Zijn armen te laten vallen.
Nu kunnen we over het geloof verkeerde opvattingen hebben, het tweede dat ik wil noemen. Een misverstand kan zijn dat je het geloof onbewust ziet als een prestatie, als iets dat je bij God kunt inwisselen. Als tegenprestatie geeft God je dan Zijn genade. Maar dat is niet de aard van het geloof. Zo ‘werkt’ het geloof niet. Dat is wel de misvatting die in je hart kan leven wanneer je telkens ziet op je geloof, of het wel echt is, of het wel sterk genoeg is, of het wel voldoende op God vertrouwt. Maar dan maak je Gods genade en je zaligheid afhankelijk van jouw geloof. Dat is wat ik proef wanneer je schrijft: “Ik heb al zo vaak gedacht, nu geloof ik dat mijn zonden vergeven zijn, maar steeds vertrouwde ik weer op mijzelf.” Kan het zijn dat je niet zozeer op jezelf vertrouwde maar vooral op je geloof? En daarmee is het dan toch een vertrouwen op jezelf.
"Het geloof is slechts de lege hand van de bedelaar die wordt opgehouden om hem door God Zelf te laten vullen"
Wat ik bedoel te zeggen is dat het de aard van het geloof is om van zichzelf af te zien en alleen te letten op wat God gedaan heeft in Christus Jezus en wat Hij vandaag nog voor jou doen wil. Het geloof is eenvoudigweg wat ik hierboven al schreef: je hoeft je alleen maar in Gods armen te laten vallen. Blijf niet op jezelf staren of je wel echt geloof hebt of dat er vooral ongeloof in je hart leeft. Zie alleen op Jezus en kom tot Hem mét al je ongeloof en je harde hart, maar ook met datgene waarvan je denkt dat het geloof is maar misschien niet is. Leg jezelf in Christus’ doorboorde handen mét je verbittering, je worstelingen en al je zonden. Het geloof is slechts de lege hand van de bedelaar die wordt opgehouden om hem door God Zelf te laten vullen. Het geloof is leeg in zichzelf, heeft niets van zichzelf en verwacht alles van God alleen.
Het geloof zoekt daarmee de zaligheid buiten zichzelf, het derde dat ik je wil voorhouden. Leven door het geloof is iets anders dan leven uit je gevoel of leven van je geestelijke ervaringen. We wandelen door geloof en niet door aanschouwen, zegt Gods Woord. Daarmee staat het geloof boven het gevoel en gaat er zelfs vaak tegen in. Ons gevoel is immers aangetast door de zonde en ons hart houdt ons telkens voor: je gelooft niet goed genoeg. Onze zonden brengen ons aan het twijfelen en anders de duivel wel. Maar het geloof zegt: toch is het zo. Toch is God mijn God en Vader en is Christus mijn Zaligmaker. Niet omdat ik het voel, niet omdat mijn ervaringen zo geestelijk zijn, niet omdat ik geen zonden heb, maar omdat Gods Woord betrouwbaar is. Het geloof verlaat zich op Gods beloften en al Gods beloften zijn in Christus ja en amen. “Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen”, is zo’n belofte.
Er staan talloze beloften in de Bijbel die allemaal hetzelfde verzekeren: al wie tot Christus komt, wordt door Hem aangenomen. Hij is immers gekomen om zondaren zalig te maken en je merkt zelf hoe zondig je bent en hoezeer je Hem nodig hebt. Daarom moet je als het ware uit jezelf uitgaan, afzien van jezelf en alles wat in je hart leeft. Je mag in het gebed jezelf aan Christus’ voeten neerleggen en je zelf vastklemmen aan Zijn beloften. En als je gedoopt bent dan is je doop een zegel en ontwijfelbaar getuigenis dat je een eeuwig verbond der genade met God hebt. In de doop heeft Hij je beloofd om Christus’ wil en in Hem je God en Vader te zijn die je door Zijn Geest werkelijk alles geeft wat je nodig hebt om zalig te worden. Zie daarom maar op je doop, waaruit blijkt dat God de Eerste is in je leven. Jij hoeft niets te hebben of mee te brengen om tot God te komen. Hij is in de doop al tot jou gekomen en heeft alles meegebracht wat je nodig hebt.
"Geloofszekerheid hebben, is iets anders dan het geloof zelf te hebben"
Het geloof bouwt daarmee op Gods beloften en houdt daaraan vast, dwars tegen je gevoel in dat misschien hele andere dingen spreekt. Daarom is het ook goed om een onderscheid te maken tussen het geloof dat toevlucht neemt tot God en Zijn beloften en de ervaring van de zekerheid van het geloof, het volgende dat ik onder je aandacht breng. Geloofszekerheid hebben, is iets anders dan het geloof zelf te hebben. Het gaat er niet om dat je denkt: nu geloof ik toch echt dat mijn zonden vergeven zijn. Het gaat erom dat je de toevlucht neemt tot Christus. Het gaat om zoveel meer dan ‘alleen’ de vergeving van je zonden. Het gaat om een nieuw leven met Christus tot Zijn eer, dat je alles van Hem verwacht. En dan kan het zijn dat je de zekerheid van het geloof niet direct ervaart. Maar of je dat nu wel of niet ervaart, Gods beloften veranderen er niet door en worden er niet meer of minder betrouwbaar van.
Je schrijft dat je geestelijke gesteldheid afhangt van hoeveel je Bijbel leest, bidt, voelt en aan God denkt. Maar is dat echt een geestelijke gesteldheid? Ja, het is waar, wanneer je hart in liefde tot God uitgaat en je vol bent van de vreugde van je zaligheid, doe je niets liever dan voortdurend God zoeken in Bijbelstudie en gebed. Dan is de gemeenschap met Hem het heerlijkste wat er is en zoek je de verborgen omgang met de Heere waar en wanneer je maar kunt. Maar het gevaar is er ook dat je door zoveel mogelijk de Bijbel te lezen en te bidden, etcetera, ten diepste met angstige zorg in je hart probeert op te klimmen tot Gods genade. Dan worden deze genademiddelen werken van het vlees, om een eigen gerechtigheid mee op te bouwen.
Daarmee kom ik bij het laatste dat ik wil noemen, namelijk dat het geheim van het geloof het geheim van de Heilige Geest is. Je merkt zelf al dat verstandelijke kennis niet voldoende is om Christus’ in het oog te houden. Je kunt het geloof niet vangen in bepaalde formules waardoor je automatisch tot het vertrouwen op Christus komt. Er is geen vast recept dat je kunt volgen zodat je kunt zeggen: als je dit doet of zegt of bidt, komt het gegarandeerd goed. Dat is wel duidelijk, want anders zou er op Refoweb vast een of ander antwoord staan dat voor iedereen afdoende was om te lezen.
Het is de Heilige Geest Die het geloof geeft, in je hart werkt en in stand houdt. Hij versterkt het geloof en doet je toenemen in de kennis en genade van Jezus Christus. En Gods Geest weet precies wat je nodig hebt, wat past bij jouw geestelijke situatie en de vragen die je hebt. Gods Geest doorzoekt de harten en hij weet ook wat voor jouw hart het beste medicijn is. Hij kan je leiden en onderwijzen in Gods Waarheid, zo, dat je precies dát Bijbels onderwijs voor je hart krijgt, dat het brengt tot de volle overgave in het geloof aan je Zaligmaker. Daarom kan ik in mijn antwoord slechts een richting aangeven, de hoofzaken noemen, je wijzen op Christus, maar het is de Heilige Geest Die je brengt tot het persoonlijke vertrouwen op Hem. En het is juist ook de Heilige Geest Die God je in de doopbelofte heeft geschonken. Het doopwater getuigt ervan dat Christus je wast in Zijn bloed en dat Zijn Geest je alles wil toe-eigenen wat je in Christus hebt.
"Het beste wat je kunt doen, is je onvoorwaardelijk overgeven aan de Geest der genade en des gebeds"
Daarom is het beste wat je kunt doen, je onvoorwaardelijk overgeven aan de Geest der genade en des gebeds. Je mag God smeken of Hij Zelf alles in je wil werken wat je nodig hebt voor je zaligheid en de eer van Zijn Naam. Je mag het tegen Hem zeggen: “Heere, ik heb zoveel ongeloof en mijn hart is zo hard. Ik heb verbittering en vele zonden. In mezelf heb ik helemaal niets, ook geen geloof. Maar wilt U mij alles geven en in mij werken wat ik nodig heb.”
Dan hoef je niets meer te hebben, dan mag je alles loslaten. Dan mag je heel je zaligheid in Gods handen leggen en Hem in je laten werken. Dan zal de Heilige Geest Zelf je oog op Christus richten en gevestigd houden. Dan heb je in jezelf geen kracht meer maar is Christus je kracht, je leven, je zaligheid. Je leert om alleen nog uit Hem te leven en in Hem te blijven zoals de rank in de wijnstok blijft. Je draagt rijke vrucht tot verheerlijking van Gods Naam, niet omdat je zelf zoveel doet, maar omdat je niets anders doet dan eenvoudig te blijven in Christus en Hem in je te laten werken. Hij Zelf draagt zorg voor de vrucht van Zijn Geest in je hart en leven!
Met hartelijke groet,
Ds. B. M. Meuleman
Dit artikel is beantwoord door
Ds. B.M. Meuleman
- Geboortedatum:20-05-1972
- Kerkelijke gezindte:Hersteld Hervormd
- Woon/standplaats:Hoogeveen
- Status:Actief


