Onnodig eed zweren
Ds. H. Korving | Geen reacties | 14-04-2026| 09:59
Vraag
In Mattheüs 5:37 zegt de Heere Jezus dat ons ja, ja moet zijn. Dit in het kader van het onder andere onnodig zweren (kanttekening Statenvertaling 46 op vers 34). Waarom wordt er in de kerk zo dikwijls een kerkelijke eed gevraagd? Dan denk ik bijvoorbeeld aan de doop. Bij ieder kind wat men laat dopen vraagt men een kerkelijke eed. Terwijl men al beloofd heeft bij de huwelijksbevestiging om de kinderen die men krijgt op te zullen voeden in de waarachtige kennis en vreze Gods tot Zijn eer en tot hun zaligheid. Verder wordt er bij de doop ook gevraagd om je geloofsbelijdenis te herhalen in de tweede doopvraag. Vanwaar dit dikwijls en mijns inziens onnodig eed zweren?
Kom ook naar de jongerenzang!
Welkom D.V. 29 mei op de jongerenzang in Katwijk. Zing je ook mee met 1000 andere jongeren? Meer info: www.jongerenzang.nl
Antwoord
Beste vraagsteller,
Je vraag betreft twee aspecten van het jawoord dat in de kerk bij bepaalde gelegenheden wordt gevraagd: je noemt dit dikwijls en onnodig eed zweren. Je brengt dit namelijk in verband met Mattheüs 5: 34 waar de Heere Jezus zegt dat de Zijnen in het geheel niet moeten zweren.
Is dat een absoluut verbod? Dan zou een christenpoliticus (Tweede Kamerlid of een minister) bij zijn beëdiging dus ook geen eed mogen afleggen. Toch doen zij dat wel en terecht. Immers hier wordt geen absoluut verbod gegeven op het afleggen van een eed, maar er wordt een dam opgeworpen tegen lichtvaardig zweren.
Waarom doen mensen dat zo lichtvaardig? Om hun eigen woorden kracht bij te zetten. Klaarblijkelijk zijn ze niet erg te vertrouwen en roepen ze Gods naam aan om hun eigen zaakje er mee te dienen. Hun manier van zweren dient hun eigen belang en niet de eer van God. Dit type zweren moet voor een christen niet nodig zijn: laat je jawoord gewoon betrouwbaar zijn (vers 37).
Wie op zo’n manier dikwijls en onnodig zweert, heeft dus de Bijbel niet aan zijn kant. Het is eerder een vorm van Godslastering dan een vorm van eerbied voor Gods Naam.
Om deze reden vind ik je verbinding tussen het jawoord in de kerk en deze woorden uit Mattheus 5 niet erg gelukkig en niet terecht.
"Waag het niet om de kerk ‘ja’ te zeggen en ‘nee’ te doen"
Je hebt wel gelijk dat het jawoord dat bij bepaalde gelegenheden in de kerk wordt gevraagd de waarde en de kracht heeft van een eed. Je staat immers bij je belijdenis, bij je huwelijk, bij de doop of een ambtsaanvaarding voor Gods Aangezicht en God is getuige. Hij kent je hart en Hij toetst je oprechtheid. Waag het niet om de kerk ‘ja’ te zeggen en ‘nee’ te doen.
Als ik je vraag goed begrijp, zeg je eigenlijk: als je toch één keer oprecht je jawoord hebt gegeven, is dat toch genoeg? Dat hoeft toch niet herhaald te worden?
Dat klinkt redelijk aannemelijk, maar toch zie je iets over het hoofd. Het jawoord wordt namelijk in verschillende situaties gevraagd, die niet op ieder gemeentelid van toepassing (kunnen / zullen) zijn. Hoewel allen op enig moment hopelijk komen tot het afleggen van openbare geloofsbelijdenis, zullen niet alle belijdende leden tot een huwelijk komen, kinderen krijgen of tot een ambt worden geroepen. Dit zijn onderscheiden zaken die ieder voor zich een specifieke verantwoordelijkheid met zich mee brengen.
En in die specifieke situatie wordt een jawoord gevraagd “voor God en Zijn gemeente.” Niet alleen de Heere, maar ook de gemeente is getuige van het jawoord dat een jongere geeft als hij/zij belijdenis doet, of bij een huwelijk, doop of ambtsaanvaarding. De gemeente mag zo’n persoon ook houden aan en herinneren aan zijn/ haar jawoord.
De persoon in kwestie krijgt een nieuwe taak, een nieuwe verantwoordelijkheid die vraagt om een hernieuwde belijdenis en belofte om déze taak tot Gods eer en tot opbouw van de gemeente uit te voeren.
Een broeder die voor een tweede keer geroepen wordt tot het ambt dient dan ook opnieuw bevestigd te worden. Hetzelfde geldt wanneer een weduwnaar hertrouwt en het huwelijk wordt voor Gods Aangezicht bevestigd. Hetzelfde is ook aan de orde als er een kindje gedoopt wordt of een tweede of volgend kind in hetzelfde gezin. De ouders beloven opnieuw plechtig dat ze ook dít specifieke kind -wiens naam wordt genoemd!- zullen opvoeden naar de eis van het verbond.
Kortom, iedere specifieke situatie vraagt om een specifieke belofte, een op deze zaak betrekking hebbend jawoord. Ja, dat kan dus in het leven van sommige gemeenteleden in verschillende situaties inderdaad opnieuw een jawoord vragen. Dat heeft zijn reden en zijn betekenis. Om dat ’dikwijls’ te noemen vind ik persoonlijk niet het goede woord. Dan lijkt het net of je geen oog hebt voor het bijzondere van het moment en het bijzondere van de verschillende situaties waarin je jawoord wordt gevraagd. En dat het niet overbodig is, heb ik hopelijk met het bovenstaande voldoende toegelicht.
Met een hartelijke groet,
Ds. H. Korving
Lees ook: Mag je de eed afleggen?
Dit artikel is beantwoord door
Ds. H. Korving
- Geboortedatum:01-12-1954
- Kerkelijke gezindte:Christelijk Gereformeerd
- Woon/standplaats:Urk
- Status:Actief
Bijzonderheden:
Ds. Korving ging in november 2021 met emeritaat.
Lees ook het artikel dat Refoweb met ds. Korving had n.a.v. zijn boek 'Taal en teken'.
En kijk/luister:


