Nederhebreeuws in Statenvertaling
Gereformeerde Bijbelstichting | Geen reacties | 09-04-2026| 10:03
Vraag
Er lag een stapeltje post, ondersteboven, op onze tafel. Er langslopend pakte ik het gedachteloos op. Sloeg het open en herkende ineens een Bijbelgedeelte. Mijn ogen gleden snel van boven naar beneden en zagen aldoor het woordje En, En, En... enzovoorts. Ik draaide het blaadje om en ontdekte dat het een soort proefdruk was van de nieuwe Statenvertaling 2027. Wellicht ongevraagd in onze brievenbus terecht gekomen. Opnieuw keek ik en verbaasde me over de vele 'En-nen'.
Helaas kan ik geen grondtalen lezen en heb er de Evangelische Bijbelvertaling 2024 (EBV24) en de Naardense Bijbel bij gepakt. Vergelijk leverde nog meer verbazing op, want in beide bovengenoemde vertalingen beginnen de teksten niet met het woordje En. Kan iemand hierover iets uitleggen? De Statenvertaling, zag ik later, heeft het wel. Maar wat voegt het toe? Toen we vroeger op school opstellen moesten schrijven was een van de eerste dingen die we leerden, dat we niet iedere zin moesten beginnen met “En toen…”
Kom ook naar de jongerenzang!
Welkom D.V. 29 mei op de jongerenzang in Katwijk. Zing je ook mee met 1000 andere jongeren? Meer info: www.jongerenzang.nl
Antwoord
Beste vraagsteller,
Het mooie van de Statenvertaling is dat ze het woordgebruik van de grondtekst op de voet volgt. Voor de Statenvertalers was niet alleen belangrijk wát er in het Grieks en Hebreeuws is geschreven, maar ook hóé het er staat. Als gevolg van hun letterlijke vertaalmethode kreeg de Statenvertaling een taalkleed dat weleens ‘Nederhebreeuws’ en ‘Nedergrieks’ genoemd wordt.
Wat de voegwoorden aan het begin van Bijbelverzen betreft een voorbeeld: in de beschrijving van de Kerstgeschiedenis in Lukas 2:1-21 beginnen 16 van de 21 verzen met het woordje ‘en’. Steeds staat daar in het Grieks ook een voegwoord (meestal ‘kai’ en enkele keren ‘de’). Op grond van de Bijbel zelf belijden we de woordelijke inspiratie. De zinnen, de woorden en ook de woordjes in de Bijbel staan er niet voor niets. Het voegwoord ‘en’ aan het begin van een vers heeft de functie om het vers te verbinden met het vorige vers.
Behalve aan het begin van verzen vinden we ‘en’ aan het begin van Bijbelhoofdstukken. Ook daar staat het niet zonder reden. Denk bijvoorbeeld aan Johannes 2:1a: ‘En op den derden dag was er een bruiloft te Kana in Galiléa …’, aangehaald door Mattheus Gargon (1661-1728) in zijn catechismusverklaring ‘De eenige troost’ (Zondag 8). Volgens de Vlissingse predikant laat ‘en’ in Johannes 2:1a zien dat Johannes 1 en Johannes 2 bij elkaar horen. Het woordje ‘en’ veronderstelt hier namelijk iets wat voorafgaat. Johannes 1, waarin Johannes zo heerlijk de Godheid van de Heiland verdedigt, is dus niet een latere interpolatie. ‘Zoveel geldt het minste woordeke in de Heilige Schrift’, aldus Gargon.
Meermaals staat het voegwoord ook aan het begin van een Bijbelboeken. Bijvoorbeeld in Jona 1:1: ‘EN het woord des HEEREN geschiedde tot Jona, den zoon van Amitthai, zeggende’. De Statenvertalers noteerden daarbij als kanttekening: ‘Het woordje en wordt in het Oude Testament, naar den aard der Hebreeuwse spraak, veel gebruikt in het begin van enig verhaal, alsook bij de evangelisten in het Nieuwe Testament; gelijk andere spraken ook haar woordjes hebben waarmede zij een rede beginnen, dienende tot sieraad der spraak.’
Ds. A. van Brummelen schreef in ‘De Waarheidsvriend’ van 3 mei 1973 een complete meditatie over het woordje ‘en’ in Jona 1:1. Hij wees erop dat, terwijl wij in onze correspondentie toch nimmer een brief met ‘en’ beginnen, de Heilige Schrift het onbekommerd aan het begin van meerdere zelfstandige Bijbelboeken doet. ‘Het woord smeedt openbaringen Gods en geschiedenissen tot één groot geheel aanéén’, zo verwoordde de toenmalige predikant van Hierden. En: ‘De Godsopenbaring van het Oude Testament wordt daardoor aangeduid als een ononderbroken voortgaande stroom. Na het een komt het andere. Gods stem zwijgt niet, maar spreekt voort ... ‘En’ — het verbindt het heden aan het verleden, en hecht het verleden aan het heden.’
Met vriendelijke groet,
Drs. L. J. van Belzen,
wetenschappelijk medewerker GBS
Dit artikel is beantwoord door
Gereformeerde Bijbelstichting
- Kerkelijke gezindte:Divers
- Woon/standplaats:Leerdam
- Status:Actief


