Gods stoof
Ds. H. van den Belt | Geen reacties | 25-02-2026| 15:17
Vraag
Aan ds. H. van den Belt. In uw boek "Diep geraakt - emoties in de psalmen" benoemt u met betrekking tot Psalm 99 dat God de Vader tussen de cherubs woont. En dat de ark van het verbond de voetbank van Zijn voeten is. Dat je in gedachten daarachter Zijn troon moet zien. De ark noemt u "Gods stoof". Kunt u daar wat meer over uitleggen?
De hemel is Gods troon en de aarde de voetbank van Zijn voeten. Is de voetbank in beide genoemde situaties als een soort rust-symbool bedoeld? En hoe zit het dan met dat God de Vader de vijanden van Zijn Zoon tot een voetbank van Christus' voeten maakt (Psalm 110)? Dit lijkt op het vertreden en de ondergang van de goddelozen? Ik heb ook wel eens gehoord dat je, als je de Heere zoekt, je jezelf áán Zijn voeten mag werpen in nederigheid. Maar eronder hoeft niet, omdat dat de plaats is van Zijn vijanden?
Antwoord
Hartelijk dank voor deze mooie vraag over mijn boek. Het is mooi om te lezen hoe nauwkeurig de hoofdstukken bestudeerd worden en dat de exegese tot nadere vragen leidt. De vraag naar de ark als “stoof” van God kan ik mij goed voorstellen, omdat dat geen alledaagse uitdrukking is.
Laat ik beginnen bij de ark zelf. God wilde aanvankelijk helemaal niet in een huis van stenen wonen. De tabernakel was een mobiel heiligdom. Dat past bij de pelgrimsreis van Israël, maar het is ook een symbool dat Hij de God van de ganse aarde is, niet gebonden aan tijd of plaats. De ark had draagbomen, omdat God genadig mee wilde trekken met Zijn volk.
De gedachte dat de ark vergeleken kan worden met de voetbank van Gods voeten heeft alles te maken met het bijbelse beeld van de troon van God. Niemand kon de ark zien, Israël mocht daar toch gelovig Gods nabijheid ervaren. De HEERE troont onzichtbaar boven de cherubs, boven de tabernakel en later boven de tempel. De plaats waar hemel en aarde elkaar raken is het Heilige der heiligen, daar werd ook jaarlijks het verzoenende bloed gesprenkeld. In 1 Kronieken 28:2 zegt David dat hij een “huis van rust voor de ark van het verbond van de HEERE” wilde bouwen, en hij voegt eraan toe: “en voor de voetbank van de voeten van onze God.” In de Hebreeuwse manier van spreken is dat een parallellisme: de tweede uitdrukking verklaart de eerste. Als in Psalm 99:5 staat "buigt u neder voor de voetbank van Zijn voeten", dan wordt daarmee de ark aangeduid; vers 1 spreekt immers over het tronen van God tussen de cherubs.
Dat neemt niet weg dat hetzelfde beeld van de voetbank ook gebruikt kan worden voor de overwinning op Gods vijanden, zoals in Psalm 110:1. Daarachter zit het beeld van de overwinnaar die zijn voet op de nek van de vijand zet om zijn overwinning te symboliseren, zoals letterlijk gebeurt in Jozua 10:24. Daarnaast is ook de gehele aarde de voetbank van Gods voeten. Jesaja 66:1 gebruikt dat beeld om aan te geven dat God niet echt in de tempel woont (vergelijk Mattheüs 5:35 en Handelingen 7:49).
Het belangrijkste is voor ons inderdaad dat wij aan de voeten van de Heere Jezus terechtkomen, zoals Maria, die luisterde naar Zijn woord. “Aan Uw voeten, Heer, is de hoogste plaats”, zoals een lied dat zo mooi verwoordt. Aan zijn voeten en niet ónder zijn voeten. Onder zijn voeten is de plek die wij als zondaren en vijanden van God verdiend hebben. Maar genade brengt ons aan zijn voeten en dat is de beste plaats die er is.
Ds. H. van den Belt
Dit artikel is beantwoord door
Ds. H. van den Belt
- Geboortedatum:08-06-1971
- Kerkelijke gezindte:PKN (Hervormd)
- Woon/standplaats:Woudenberg
- Status:Inactief


