Augustinus over de uitverkorenen
Ds. C. Harinck | Geen reacties | 25-02-2026| 08:04
Vraag
Aan ds. C. Harink, over De Stad Gods van Augustinus, boek 14. Mijn gedachte was altijd: was de mens niet gevallen. dan waren alle mensen die nu leven en geleefd hebben in de gelukzalige staat gebleven. Augustinus zegt in zijn boek dat dan alleen die uitverkoren zijn, zonder de val hadden geleefd. Dan lijkt het net of de ‘verworpenen’ er later zijn bijgekomen en ze, als Adam staande was gebleven, dan nooit geleefd zouden hebben. Klopt dat? Nu weet ik wel: God is niet onrechtvaardig, maar is dit ook vanuit het Woord aan te tonen?
Antwoord
Ik denk dat je deze uitspraak van Augustinus moet zien in het licht van Gods eeuwig voornemen om door een bepaald getal van mensen eeuwig gekend en aangebeden te worden. Wat Augustinus en ook andere grote theologen beklemtonen is: Gods eeuwige voornemen wordt zeker en altijd vervuld en kan door geen andere gebeurtenissen worden verijdeld. Zo zou dus Zijn uiteindelijke doel ook bereikt zijn indien er geen val in zonde was geweest.
Je kunt dit alleen aanvaarden wanneer je diep doordrongen bent van de hoogheid en de heerlijkheid van God. Dat geldt ook voor het niet verkiezen van anderen. Je merkt bij Augustinus, Calvijn, Owen en anderen dat Gods heerlijkheid boven alles staat. Ons hart is gericht op onszelf. Maar die grote theologen waren gericht op de Gods heerlijkheid. Alles is daaraan onderworpen. Trouwens ook in de Bijbel. Zie Romeinen 9 en zie de opvolging in de verzen 21, 22 en het einddoel Gods heerlijkheid in vers 23.
Het loopt alles uit op de verheerlijking van God. Ook ons leven met al zijn raadsels, indien we slechts in Christus geloven, de door God gegevenZaligmaker. Laat dit laatste je grootste zorg zijn. Dat zal uiteindelijk beslissend zijn.
Ds. C. Harinck
Dit artikel is beantwoord door
Ds. C. Harinck
- Geboortedatum:09-04-1933
- Kerkelijke gezindte:Gereformeerde Gemeenten
- Woon/standplaats:Kapelle
- Status:Actief
Bijzonderheden:
Emeritus
Bekijk ook:


