Wat is er tegen de volwassendoop/geloofsdoop?

Ds. A. Kot | Geen reacties | 21-11-2025| 17:23

Vraag

In Pastorie online besprak dominee A. Kot van alles met betrekking tot de kinderdoop (zie onder). Dit naar aanleiding van een preek die de predikant hield over dit onderwerp. Wat is er eigenlijk tegen de volwassen- of geloofsdoop?

 

 


Antwoord

1. Het is een misverstand dat wij tegen de volwassenendoop zouden zijn. We passen die toe wanneer volwassenen overgaan tot het christelijk geloof en zich voegen bij de gemeente van Christus hier op aarde nadat zij geloofsbelijdenis hebben afgelegd. Wij hanteren daarvoor het daartoe bestemde formulier.

 

2. Wij verwerpen echter de geloofsdoop waarbij de kinderdoop wordt afgewezen men pas gedoopt mag worden nadat men tot geloof is gekomen. Of waarbij men zich laat overdopen hoewel men de kinderdoop reeds ontvangen had omdat men die verwerpt.

 

3. Er zijn echter drie of vier argumenten tegen deze geloofsdoop.

a. Vanuit de Bijbelse theologie te weten:

i. Het genadeverbond
ii. De zogenaamde huisteksten

b. Vanuit de kerkhistorie

c. Vanuit de logica

 

Vanuit de Bijbelse theologie

HET GENADEVERBOND

4. De belangrijkste oorzaak van het verschil in inzicht rondom de doop ligt in het misverstaan van de leer van het genadeverbond.

a. Om goed zicht te krijgen op het genadeverbond en bedelingen en bedieningen daarvan doen we er goed aan om te letten op bedeling en bediening van de Heilige Geest. We mogen wel zeggen dat de bedeling en bediening van het genadeverbond en de Heilige Geest samen opgaan en in wezen op dezelfde zaken betrekking hebben.

i. Oude verbond of oude Testament of oude bedeling of tijdperk vóór de komst van Christus en daaraan verbonden de uitstorting van de Heilige Geest.

ii. Nieuwe verbond of Nieuwe Testament of nieuwe bedeling of tijdperk vanaf de komst van Christus en daaraan verbonden de uitstorting van de Heilige Geest (bediening des Geestes, 2 Kor. 3:8).

iii. Om te begrijpen hoe we het nieuwe verbond t.o.v. het oude verbond moeten verstaan doen we er goed aan om te letten op de Heilige Geest en Zijn werk.

a. Er wordt gezegd dat er een tijd was dat de Heilige Geest nog niet was. Het was de tijd dat Jezus nog niet verheerlijkt was (Joh. 7:39). Er zou ook een tijd zijn die de bediening des Geestes wordt genoemd, de tijd dat Jezus wel verheerlijkt was en de Heilige Geest uitgestort zou zijn (2 Kor. 3:8).

b. De manier van spreken in Joh. 7:39 lijkt te zeggen dat er een tijd was dat de Heilige Geest nog niet was. De manier van spreken in 2 Kor. 3:8 lijkt te zeggen dat er een tijd was dat er geen bediening des Geestes was.

c. Toch is duidelijk dat de Persoon van de Heilige God met de Vader en de Zoon eeuwig God is. Hij was van eeuwigheid, zweefde over de wateren bij de schepping, werkte ook onder de oude bedeling, voor Jezus verheerlijkt was, en woonde ook in de harten van mensen (vgl. David in Ps. 51).

d. Deze manier van spreken kan maar op één manier worden verstaan: de Heilige was van eeuwigheid, werkte altijd al, maar niet zo krachtig en omvangrijk als vanaf de uitstorting op de Pinksterdag. De Nieuwtestamentische bedeling kan nu een bediening des Geestes worden genoemd, heerlijker dan de oude.

e. Parallel hieraan hebben we ook zo het verbond te verstaan, twee bedelingen, een oude en nieuwe bedeling, oud en nieuw verbond genaamd, waarvan de Nieuwtestamentische heerlijker is dan de Oudtestamentische, waarom het een beter verbond genoemd wordt.

f. Het is opmerkelijk dat er zijn die het bovenstaande van de bedelingen van de Geest wel erkennen en belijden (baptisten) maar dit niet willen doen t.a.v. de bedelingen van het genadeverbond hoewel deze beide alles met elkaar te maken hebben en met elkaar verweven zijn.

 

b. God heeft dit genadeverbond met Abraham opgericht (Gen. 17:2).

i. Wij moeten goed begrijpen dat opgericht hier niet wil zeggen dat dit verbond er eerder niet was. Maar nu werd het met Abraham en zijn nageslacht opgericht. Zoiets had God tot dan toe niet gedaan.

ii. Om te begrijpen dat het genadeverbond er voordien ook al was moeten we eenvoudig de vraag stellen: hoe zijn allen vóór Abraham eigenlijk zalig geworden? Antwoord: door genade en op geen enkele andere wijze. Zodra wij dit antwoord geven spreken we over het genadeverbond want er is geen ander verbond waaruit genade voor zondaren voortvloeit. Adam, Eva, Abel, Seth, Henoch, Noach en al de anderen voor Abraham zijn dus door genade op grond van dit verbond zalig geworden.

iii. Het genadeverbond was er dus al voor Abraham maar werd pas als verbond aan Abraham geopenbaard en van een teken voorzien voor hem en allen die bij hem hoorden. Het “opgericht” uit Gen. 17 betekent dus geopenbaard, bevestigd en uitgebreid nl. van de enkeling tot het huis en nageslacht van Abraham.

iv. Het teken van dit verbond werd de besnijdenis (Gen. 17:10).

 

c. Opgericht wil zeggen: d.i. geopenbaard, bevestigd en uitgebreid.

i. Het is geen vreemde zaak om het woord “opgericht” zo te verstaan. Het komt in de Bijbel vaker voor dat er een nieuwe wending komt hoewel de zaak er al eerder was. Denk aan Pinksteren. De Heilige Geest werd beloofd, gezonden en uitgestort. Er wordt zelfs gezegd dat Hij nog niet was (Joh. 7:39). De Heilige Geest was er al van eeuwigheid, ook onder de oude bedeling, daar werkte Hij ook, daar woonde Hij al in de harten (vgl. Ps. 51:13). Toch wordt van Hem gezegd dat Hij met Pinksteren is gezonden, gekomen en uitgestort. Maar we zullen begrijpen dat dit alles verstaan moet worden als in “overvloedige mate” gekomen. De Heilige Geest zou nu in kracht en omvang heerlijker werken dan ooit te voren en zo zou de Nieuwtestamentische bedeling, de bediening van de Geest in heerlijkheid zijn (2. Kor. 3:8).

ii. Op deze zelfde wijze moeten wij het “nieuwe” verbond verstaan waarvan sprake is in b.v. Jer. 31:31 en Heb. 8:8. Het is een beter verbond (Heb. 8:6). Van dit nieuwe en heerlijker verbond is Christus Borg (Heb. 7:22) en Middelaar (Heb. 8:6) geworden. Het is geen nieuwe verbond maar het aloude genadeverbond. Maar de bediening ervan is nu veel heerlijker dan onder de oude bedeling. Daarom een beter verbond. De schaduwdienst is voorbij. Nu hoeft de kerk niet meer als onmondige kinderen te leven maar verkeert ze als volwassene (Gal. 4) is in het volle zonlicht van de Nieuwtestamentische bedeling.

 

d. Wat is de inhoud van dit genadeverbond.

i. Ongetwijfeld zit er een aspect in dat alleen gold voor Israël zoals het de landbelofte. Dat had dus zijn kracht vanaf Abraham aan wie het beloofd werd. Het was trouwens ook een afschaduwing van het hemels Kanaän.

ii. Maar er zat ook een geestelijk aspect in dat gold voor allen die voor Abraham waren, voor Abraham en zijn nageslacht en zelfs voor de heidenen. Op deze wijze is Abraham een vader van alle gelovigen. Dat geestelijk aspect bevat de genade voor zondaren nl. de rechtvaardiging door het geloof alleen (Rom. 4:12), de besnijdenis zonder handen ofwel de uittrekking van het lichaam der zonde (Kol. 2:11). En dit alles is niets anders dan de wedergeboorte (Tit. 3:5).

iii. Uit de bovengenoemde teksten blijkt ook dat de besnijdenis als teken van het genadeverbond deze zaken uitbeeldde. We kunnen de besnijdenis dus niet van deze zaken, zijnde de inhoud van het genadeverbond, losmaken.

iv. Het blijkt dan ook dat het nieuwe verbond geen andere inhoud heeft dan het oude verbond maar dat het in wezen om dezelfde zaken gaat, hoewel heerlijker dan tevoren. Wij moeten dus onder het nieuwe verbond geen nieuw verbond verstaan maar een vernieuwd verbond, een nieuwe bedeling, een hernieuwde bediening.,

 

e. Veranderingen.

i. Het scharnierpunt is de komst van Christus en Zijn werk waarmee Hij de nieuwe bedeling van het verbond heeft verworven (Joh. 7:39). Met Christus’ werk op aarde, Zijn hemelvaart en uitstoring van de Geest gaat het oude verbond (oude bedeling genadeverbond) voorbij en treedt het nieuwe verbond (nieuwe bedeling genadeverbond) in werking.

ii. Dat brengt veranderingen met zich mee. Het nieuwe verbond is heerlijker in kracht en omvang. Niet alleen de Joden maar ook de heidenen. Meer in getal dan ooit te voren. Wereldwijde bediening van het genadeverbond. Maar dit is niet de enige verandering.

iii. Verandering is er ook wat betreft de ceremoniële wetten. We belijden daarvan in NGB art. 25 niet zonder reden dat die met de komst van Christus hebben afgedaan en dat zij door de Christelijke Kerk niet meer onderhouden hoeven worden. Waarom zouden de heenwijzingen naar Christus immers in stand gehouden worden nu Hij gekomen is? Hier ligt dan ook de grondslag voor de verandering van bloedige tekenen en zegelen naar onbloedige. Besnijdenis en Pascha zijn bloedige tekenen en zegelen maar die zijn nu niet meer nodig want het bloed is gevloeid tot verzoening voor de zonde. Nu geen offerdienst meer want het offer is gebracht. Ons Pascha is voor ons geslacht (1 Kor. 5:7). Wij zien dan ook dat Christus onder de nieuwe bedeling onbloedige tekenen en zegelen instelt, namelijk voor de doop en het avondmaal.

 

f. Bediening van het genadeverbond.

i. We hebben vastgesteld dat het onder zowel de oude als de nieuwe bedeling om hetzelfde genadeverbond gaat. Aan wie is het bediend? Onder de oude bedeling aan Abraham en zijn nageslacht en zelfs allen die bij zijn huis hoorden, tot de knechten toe (Gen. 17:12). Het blijkt duidelijk dat ook de kinderen het teken van dit verbond moesten dragen en besneden worden op de achtste dag.

ii. Waarom zouden de kinderen onder de nieuwe bedeling dan worden uitgesloten? Het is hetzelfde verbond. Het is zelfs een beter verbond (Heb. 8:6) en een heerlijker bediening (2 Kor. 3:8).

iii. Kennelijk was voor dit verbond geen voorafgaand geloof vereist bij de kinderen. Aan hen werd de belofte van het genadeverbond toegezegd. Petrus bevestigt en herhaalt 3 iv. dat nog maar eens op de Pinksterdag (Hand. 2:39). God handelt met Zijn volk verbondsmatig. Als volk. Niet als vereniging. Dan horen de kinderen er ook bij.

iv. Hoe kan het een beter verbond en heerlijker bediening zijn als de kinderen van de verbondsvoorrechten worden uitgesloten? En als zij er niet van worden uitgesloten, waarom zouden zij dan het teken ervan niet mogen dragen? De inhoud van het genadeverbond wordt immers ook aan hen beloofd en toegezegd.

 

g. Het is een principiële notie bij het genadeverbond dat de genade van God uitgaat. Daarom moet ook de (belofte van) genade betekend en verzegeld worden. In de kinderdoop komt er een streep onder die belofte en dit verbond te staan.

 

h. Het is ook een principiële notie dat we de Schrift met de Schrift uitleggen en belijden dat er geen innerlijke tegenstrijdigheid in Gods Woord bestaat. Als we dan het voorgaande vaststellen moeten alle overige leerstellingen ook binnen dit kader hun plaats krijgen.

 

DE ZOGENAAMDE HUISTEKSTEN

 

5. In het NT komen we nogal eens de term ‘huis’ tegen i.v.m. de doop. Dan staat er b.v. dat Lydia gedoopt werd, en haar huis (Hand. 16:15). Soms staat er dat iemand gedoopt werd en al de zijnen, zoals bij de stokbewaarder (Hand. 16:33).

a. Het is waar dat b.v. bij de stokbewaarder aangetekend staat dat hij met heel zijn huis aan God gelovig was geworden.

b. Maar dan blijft toch nog de vraag wat we onder die huisteksten moeten verstaan. Moeten wij hier denken dat hier sprake is van gezinnen met alleen volwassenen, misschien ook knechten en dienstmaagden, zonder dat er kinderen aanwezig waren? Of mogen we hier toch ook veronderstellen dat er ook kinderen in die gezinnen waren, en dat deze dan ook gedoopt zijn geworden?

 

6. Het is opvallend dat onder de oude bedeling er ook in soortgelijke termen gesproken werd.

a. Zo moest Abraham ook zijn hele huis, met iedereen die erbij hoorde, ook de knechten, besnijden en zoals we weten hoorden daar ook de kinderen, jongetjes, bij.

b. En aangezien het over hetzelfde genadeverbond gaat, zij het dan een nieuwe (maar toch ook betere) bedeling, moeten we dan nu veronderstellen dat de kinderen van dit genadeverbond uitgesloten worden en het teken daarvan niet mogen dragen.

c. Terwijl Petrus toch tot de Joden zegt in Hand. 2:38: U komt de belofte toe, en uw kinderen, nl. de belofte van genade krachtens het genadeverbond.

d. Welke reden zou er dan toch kunnen zijn om de kinderen het teken van het verbond te onthouden waartoe ook zij behoren, waarvan de beloften ook hen toekomen?

 

Vanuit de kerkhistorie

 

7. De voorstanders van de geloofsdoop stellen dat de geloofsdoop de Bijbelse instelling is en de kinderdoop niet. Als dat zo is moet de geloofsdoop dagelijkse praktijk zijn geweest in de Bijbelse tijd en daarna maar zijn we ergens op een verkeerd spoor beland nl. dat van de kinderdoop.

 

8. We weten dat wijziging in dooppraktijk van gemeenten een gevoelige zaak is zoals de leer aangaande de doop een gevoelige zaak is onder ons. Wij zijn gewend de kinderdoop te gebruiken. Maar stel nu dat gemeenten die tot nu toe de kinderdoop voorstonden overgaan naar de praktijk van de geloofsdoop, de kranten zouden er vol mee staan, het zou niet zonder aandacht blijven in kerkelijk Nederland en in de betreffende gemeenten zou heel wat commotie ontstaan.

 

9. Het is niet onrealistisch om te veronderstellen dat het omgekeerde ook het geval is. Gemeenten waar sinds jaar en dag de geloofsdoop plaatsvindt gaan nu over tot de kinderdoop. Het zou heel wat teweeg brengen.

 

10. Welnu, het feit dat wij zulke commotie in het kerkelijke leven in de kerkgeschiedenis niet aantreffen leert ons dat er nooit zo’n overgang van geloofsdoop naar kinderdoop is geweest. De kinderdoop was de normale praktijk in gemeenten en dat is het altijd gebleven.

 

Vanuit de logica

 

11. Het verweer tegen bovengenoemde uitleg van de zgn. huisteksten is dat wij nu iets veronderstellen zonder dat dit expliciet in de Bijbel wordt gezegd, i.c. dat hier ook kinderen bij hoorden of konden horen indien zij er zouden zijn.

 

12. Toch houdt deze redenering geen stand. Want ook de voorstanders van de geloofsdoop veronderstellen wel dingen die in de Bijbel niet expliciet genoemd worden. Zij menen met ons dat ook vrouwen welkom zijn aan het Heilig Avondmaal hoewel dat nergens expliciet in de Bijbel staat genoemd of toegestaan.

Lees meer artikelen over:

kinderdoopvolwassendoop

Mis niks, abonneer je op onze WhatsApp en wekelijkse nieuwsbrief

Dit artikel is beantwoord door

Ds. A. Kot

  • Geboortedatum:
    25-12-1966
  • Kerkelijke gezindte:
    PKN (Hervormd)
  • Woon/standplaats:
    Huizen
  • Status:
    Actief
90 artikelen
Ds. A. Kot

Bijzonderheden:

Bekijk ook:

 

 

 


Dit panellid heeft meerdere artikelen geschreven
Geen reacties
Je kunt niet (meer) reageren op dit bericht. De reactiemogelijkheid is niet geactiveerd of de uiterste reactietermijn van 1 maand is verstreken.

Terug in de tijd

Z.s.m. trouwen

Mijn vriend en ik hebben 4,5 jaar verkering. Hij is 20 en ik net 18. We houden zielsveel van elkaar en zijn ook veel met het geloof bezig. We zijn beiden van de Ger. Gem. We hebben al gemeenschap geha...
Geen reacties
22-01-2013

Mail van vriendin gehad

Ik ben een jongere en ik kreeg onderstaande mail van mijn vriendin met dit bericht en ik wil haar helpen maar weet niet hoe ik moet reageren: "Ik ben echt de grootste zondaar die er bestaat. Ik vind h...
3 reacties
22-01-2013

Vakantie naar Turkije

Hoe staan gereformeerde mensen tegenover moslims? Ik ga regelmatig met vakantie naar Turkije. De mensen daar lijken me niet te verschillen van ons. Zou u naar Turkije gaan?
2 reacties
22-01-2018
design website door design website by Mooimerk website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis hosting website door hosting website by STH Automatisering
Stel hier
een vraag