Het geloof online beleven

mr. J.H. Doeven / geen reacties

04-05-2021, 11:26

Vraag

Los van de bediening van de sacramenten, wat maakt het eigenlijk voor verschil als je online of fysiek een dienst bijwoont? Ook al heeft het fysiek bijwonen van een dienst natuurlijk onze voorkeur. Maar wat maakt het dit allemaal waard om daarmee de afkeuring van de wereld over ons af te roepen. Is het dan toch niet een beetje egoïstisch?

Het geloof kan toch ook online beleefd worden? Want de verbondenheid met Jezus overschrijdt toch grenzen van tijd en ruimte? Dat is in essentie de betekenis van het lege graf, denk ik: wij nemen deel aan Zijn opgestane lichaam. Dus ik kan bij wijze van spreken ook in mijn duffe studeerkamer lichaam van Christus zijn, verbonden met mensen die niet fysiek bij mij zijn.

Antwoord

Als ik de vraag goed heb begrepen, gaat het over twee zaken:

  1. Is het bij elkaar komen als gemeente belangrijk?
  2. Hoe moeten we dat zien in het licht van het dringende advies van de overheid om in corona-tijd niet of met heel weinig gemeenteleden in een kerkgebouw samen te komen met het oog op besmetting.

Ad 1. Voor beantwoording van deze vraag ga ik allereerst te rade bij het Woord van onze God. In het Oude Testament moest het volk Israël drie keer per jaar tijdens de hoogtijfeesten Pasen, Pinksteren en de Grote Verzoendag opgaan naar de tabernakel en later de tempel. In verschillende Psalmen (o.a. 84 en 122) vind je dat terug. Wie kon moest gaan. 
 
Een ander voorbeeld is te lezen in Leviticus 14 en 15. Wie onrein was geweest, moest na zijn of haar reiniging een reinigingsoffer brengen, op het brandofferaltaar in de tabernakel en later de tempel. Lees ook Lukas 2: 22-24. Waarom daar en niet in de woonplaats of daar in de buurt? Omdat God had gezegd dat Hij woont in Zijn huis (tabernakel en tempel) en Hij daar vanaf het verzoendeksel op de ark tot het volk zou spreken (Exodus 25:22). Het spreken van God was de reden dat God Zijn volk Israël regelmatig wilde zien in de tabernakel/tempel. Deze lijn zet zich voort in het Nieuwe Testament. Lees Lukas 2: 41. Jezus gaat met Zijn ouders elk jaar met Pasen naar de tempel. Daar woonde God en was de offerdienst. 

In de loop van de tijd ontstonden synagogen, een plaats waar de toen bestaande Bijbelboeken (de boekrollen) bestudeerd werden en uit de Heilige Schrift gepreekt werd. Je leest in de Evangeliën regelmatig dat Jezus op de sabbat in de synagoge preekte (Markus 6: 2; Lukas 4: 15-16 -naar Zijn gewoonte op de dag van de sabbat-, Lukas 4: 31). Doordeweeks preekte Hij op andere plaatsen, bijv. op een berghelling gezeten of zittend in een bootje.
 
Over de plaats van het gebed lezen we in Johannes 4: 21-24 wat de Heere Jezus daarvan zegt. We moeten God aanbidden in Geest en waarheid, waar dan ook. Thuis, onderweg, in de kerk. Maar gezamenlijk bidden leerde Hij ons in het Onze Vader. Hij leerde niet “Mijn Vader Die in de hemelen is “, maar “Onze Vader Die in de hemelen is.”

In het boek Handelingen zie je een verdere ontwikkeling wat betreft de plaats van samenkomen van de gemeente. Men komt op de eerste dag van de week samen in de opperzaal naast het feit dat ze ook in de tempel en bij de huizen leerden. Paulus gaat altijd eerst voor in de synagogen. Maar hij sprak ook op het strand van Efeze en in Rome gebruikt hij zijn woonplaats (huis) om te preken. 

Uit al deze Schriftgegevens is te halen dat God tot Zijn volk/gemeente wil spreken vanuit een centrale plaats, een samenkomst. Natuurlijk spreekt Hij ook tot mensen alleen, maar de hoofdlijn is “Aldaar zal Ik tot u spreken, van boven het verzoendeksel, in de bijeenkomst van het volk/gemeente”.

In de kerkdienst krijgt door middel van de prediking de bediening der verzoening gestalte. Oudtestamentisch: Woord en offer plus gezamenlijk gebed en ontvangen van de zegen, nieuwtestamentisch: de prediking (=Woord en bloedloos offer) plus gezamenlijk gebed en ontvangen van de zegen. En vergeet de verootmoediging voor God en de lofverheffing van God door de gemeente door middel van het zingen van de Psalmen, de Bijbelse liederen van het Verbond, ook niet. 

Natuurlijk kun je dit allemaal in je eentje doen. Maar God wil in een grote gemeente geëerd worden (Psalm 22:4, Psalm 22: 23-26). Want Hij werkt verbondsgewijs. God zoekt gemeenschap en wil dat wij ook gemeenschap met Hem en met elkaar zoeken. Als je uit een kolenvuur een kooltje apart zet, dooft dat kooltje uit. Zo is het ook met de christelijke gemeente. Gods gemeente is één lichaam en vormt het lichaam van Christus. Lees 1 Korinthe 12: 12-27. 

De essentie van het lege graf is de overwinning door Christus van de dood en het graf, omdat Hij alles heeft voldaan. Maar Hij zei niet: “Nou kunnen mijn discipelen en de volgelingen het zelf wel af, want zij nemen nu toch deel aan Mijn opgestane lichaam”? Hij zocht Zijn discipelen en de vrouwen gelijk op om ze te zeggen dat Hij leeft (= Woordverkondiging). Hij zocht hun gemeenschap en onderwees hen om hun geloof te versterken, hun de weg naar Galilea te wijzen en hun Zijn opdracht te geven (Mattheus 28: 18-20). Dus in je duffe studeerkamer zitten lichaam van Christus te wezen miskent de noodzaak van gemeenschap der heiligen, Gemeente des Heeren te zijn, samen met anderen één Lichaam van Christus te zijn.

Alleen wanneer er een wettige reden is om niet naar de samenkomst van de gemeente te komen, bijv. ten gevolge van ziekte of gebreken, of om op te passen op de kleine kinderen, mag je de samenkomst nalaten. Zonder wettige reden je kerkgang naar Gods huis achterwege laten is tegen Gods Woord. Lees Hebreeën 10:25. Ook vraag en antwoord 103, eerste gedeelte (Zondag 38) is daarover duidelijk: “...en dat ik inzonderheid op de sabbat, dat is op de rustdag, tot de gemeente van God naarstig kom om Gods Woord te horen, de sacramenten te gebruiken, God de HEERE openlijk aan te roepen en de armen christelijke handreiking te doen.”

Waar de gemeente vergaderd is rond Gods Woord en de ambten aanwezig zijn, is de werkplaats van de Heilige Geest. En om nog niet meer te noemen, Christus Zelf zegt dat Hij in het midden is waar twee of drie in Zijn naam vergaderd zijn. Is dat dan gebonden aan een gebouw? Nee, samenkomen in de open lucht onder ambtelijke leiding is net zo goed “als gemeente van Christus samenkomen”. Moet de gehele gemeente samenkomen? In beginsel wel, tenzij er dringende redenen zijn om een gedeelte te laten samenkomen.

Tot slot, ik ben van mening dat het luisteren naar de prediking van Gods Woord samen met de gemeente van Christus (Zijn lichaam) van even groot belang is als het eten van ons dagelijks voedsel. Brood voor het hart én brood voor het lichaam. Helaas wordt dit in onze huidige maatschappij niet meer erkend en worden kerkdiensten op dezelfde lijn geplaatst met concerten, museumbezoek, voetbalwedstrijden, etc., nl. (geestelijke) ontspanning. En wij slagen er kennelijk niet in om duidelijk te maken dat er wezenlijk onderscheid is tussen die activiteiten en dat de kerkgang van wezenlijke betekenis is voor een christen.

Ad 2. Er kunnen zich situaties voordoen waarin kerkgang niet mogelijk is, hetzij voor de hele gemeente hetzij voor een gedeelte van de gemeente. Te denken valt aan oorlogssituaties, overstromingsgevaar of overstromingen, uitbraak van besmettelijke ziekten. De kerkenraad moet zich in die situaties afvragen of kerkdiensten dan door moeten gaan. Ook de overheid geeft in dergelijke noodsituaties voorschriften en adviezen, zoals een goede overheid betaamt. Daarbij moeten beide, kerkenraad en overheid wel hun eigen grenzen in acht nemen. Een beroep op de vrijheid van godsdienst door de kerken om hun eigen gang te gaan is onjuist. Een regelgeving door de overheid die volledige beperkingen oplegt aan particulieren en particuliere organisaties zoals kerken is eveneens onjuist. En daar ontstaan spanningen die alleen in goed overleg kunnen worden opgelost. Een verbod op kerkgang voor alle kerken is buitenproportioneel. Een kerkgebouw vol kerkgangers gaat met het oog op het welzijn van de kerkgangers en van de medeburgers mede in het licht van de adviezen en regelgeving van de overheid over de grenzen heen. Maar wanneer de kerkgangers zich aan de regels van de overheid voor alle samenkomsten houden (bijv. handen ontsmetten, mondkapje dragen tijdens het lopen in het kerkgebouw, 1,5 meter afstand houden, namen registeren) en de kerkenraad erop laat toezien dat dit ook gebeurt, zie ik niet in waarom in een kerkgebouw met 2000 zitplaatsen geen of slechts 30 kerkgangers mogen geworden toegelaten. 
Laten we anderzijds ook dankbaar zijn dat de huidige techniek ons in staat stelt, dat we vanuit onze huiskamer kunnen meeluisteren/-kijken met de kerkdienst in het kerkgebouw waar ambten en prediking aanwezig zijn, maar laten we voorkomen dat we deze noodoplossing gewoon gaan vinden.

Ik ben van mening dat een samenkomst met alle gemeenteleden thuis die online meeluisteren/-kijken zonder psalmgezang, waar de predikant vanuit de consistorie preekt, geen samenkomst van de gemeente is in de zin van Gods Woord. Laten er toch altijd kerkenraadsleden en gemeenteleden aanwezig zijn. Laat het altijd mogelijk zijn om in het kerkgebouw te zingen, op wat voor manier dan ook. De gemeente is dan helaas verdeeld over kerkgebouw en huiskamers, maar ervaart erg weinig het wezenlijke van het samenzijn als gemeente, nl. de gemeenschap met elkaar als leden van het lichaam van Christus. Laten dan de woorden van Psalm [berijmd] 42 vers 2  de onze worden:

“Mijn benauwde ziel versmelt, 
als zij zich voor ogen stelt,
hoe ik onder stem en snaren
feest hield met Gods blijde scharen”. 

En laat die nood samen met de nood van ons volk en van de hele wereld aanleiding zijn onze gebeden tot God te zenden om Zijn hulp af te smeken, ons lering te laten trekken uit de boodschap van de Heere die Hij via deze epidemie ons doet horen en om ons uit de nood te verlossen. Want God waarschuwt ons door deze pandemie zeker. In de dagen van Noach, toen de mens zich verhief en zich oppermachtig waande (lees Genesis 6: 1-7), liet God de mensen 120 jaar weten dat Zijn oordeel eraan kwam. En lijkt onze tijd soms ook al niet wat op de tijd van Noach? Geeft God ons nu ook niet een signaal af dat Zijn komst nadert, maar dat Hij Zijn komst ten oordeel nog uitstelt, omdat Hij niet wil dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen (2 Petrus 3: 3-11). Nog is genadetijd! 

J. H. Doeven

mr. J.H. Doeven

mr. J.H. Doeven

  • Geboortedatum:
    01-08-1947
  • Kerkelijke gezindte:
    Gereformeerde Gemeenten
  • Woon/standplaats:
    Houten
  • Status:
    Actief
  • Bijzonderheden:

    Was 42 jaar lang ouderling.

Tags in dit artikel:

coronaviruskerkdienst
geen reacties

Terug in de tijd

Zelf ben ik protestants, ook zo opgevoed. De laatste tijd lees ik steeds vaker boeken uit andere geloofsculturen. Laatst...
geen reacties
04-05-2013
Ik ben een vrouw van 51 jaar, ben ongetrouwd en woon bij Dordrecht. Ik voel me best wel alleen en wil graag een groepje ...
7 reacties
04-05-2013
Mag ik op bijbelse grond trouwen? Ik ben een jonge moeder van 27 jaar met twee jonge kindjes. Inmiddels ben ik ruim vijf...
1 reactie
04-05-2015
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering