Calvijn en zijn visie op de zondag

Ds. G.K. Terreehorst / geen reacties

22-12-2017, 14:56

Vraag

Als ik de Institutie van Calvijn lees dan valt mij bij de behandeling van het vierde gebod op dat zijn visie op de zondag afwijkt van de opvatting in bijvoorbeeld reformatorische kerken. Onderstaand heb ik een -mijns inziens duidelijk- gedeelte van de Institutie gekopieerd. Calvijn neemt hier duidelijk afstand van de sabbatdag als verplichte rustdag (refererend naar Paulus). Het belangrijkste voor hem is dat mensen niet zeven dagen in de week hoeven te werken (voldoende rust hebben) en de mogelijkheid hebben om naar de kerk te komen op zondag, maar ook eventueel op een andere dag. Calvijn schijnt er ook geen probleem mee gehad te hebben om op zondag (na de middagdienst) naar zijn vakantiebestemming te reizen (wat duidelijk zou blijken uit brieven van hem (onderzoek van dhr. Selderhuis). Augustinus en Luther hingen volgens mij soortgelijke opvattingen aan.

In veel christelijke kerken worden ‘s zondagsochtends de Tien Geboden gelezen. Is er bekend door wie/wanneer dit ingevoerd is? Daarnaast schijnt Petrus Datheen bij het vertalen van de Heidelbergse Catechismus (zondag 38) de link gelegd te hebben tussen zondag en sabbatdag, iets wat niet in de Duitse brontekst stond. Is er bekend waarom dit gedaan is? Wilde hij hier afwijken van de Reformatoren en bijvoorbeeld de Puriteinen volgen?

Institutie:

“Trouwens niet zonder oordeel des onderscheids heb en de ouden de dag, die wij de dag des Heeren noemen, in de plaats van de sabbat gesteld. Want daar het einde en de vervulling van die ware rust, waarvan de oude sabbat een afschaduwing was, gelegen is in de opstanding des Heeren, worden de Christenen juist op die dag, die aan de schaduwen een einde gemaakt heeft, vermaand, dat zij niet in schaduwachtige ceremoniën moeten blijven hangen. En toch hang ik niet zo aan dat getal van zeven, dat ik de Kerk zou willen binden aan het houden daarvan. Immers ik zal de kerken niet veroordelen, die andere dagen bestemd willen houden voor hun samenkomsten, mits zij zich slechts onthouden van bijgeloof. En dat zal gebeuren, wanneer ze gewijd worden alleen aan de onderhouding der tucht en der wel ingerichte orde. De hoofdinhoud is: zoals de Joden de waarheid geleerd werd onder een beeld, zo wordt ze ons zonder schaduwen aangeprezen: ten eerste, dat wij ons gehele leven lang een voortdurende rust van onze werken beoefenen, opdat de Heere daardoor in ons door zijn Geest werke; vervolgens dat een ieder afzonderlijk, zo dikwijls als hij tijd heeft, zich naarstig oefene in een vrome erkenning van de werken Gods; en ook, dat wij allen tezamen onderhouden de wettelijke orde der kerk, die ingesteld is tot het horen des Woords, de bediening der sacramenten, en het houden der openbare gebeden; in de derde plaats dat wij hen, die ons ondergeschikt zijn, niet onmenselijk met werk overladen. Zo verdwijnen de beuzelpraatjes der valse profeten, die in de vorige eeuwen het volk gedrenkt hebben met de Joodse opvatting 1), terwijl ze niet anders aanbrachten dan dat afgeschaft is, wat in dit gebod ceremonieel was (dat noemen zij in hun taal de waardering van de zevende dag), maar dat blijft, wat tot de zeden behoort, namelijk de onderhouding van een dag in de week. En toch is dit niet anders dan tot krenking der Joden de dag veranderen, en dezelfde heiligheid van de dag in de geest houden; immers dan blijft ook voor ons nog dezelfde betekenis der verborgenheid in de dagen, die bij de Joden bestond. En wij zien voorzeker, wat zij met zulk een leer bereikt hebben. Want zij, die hun instellingen aanhangen, overtreffen de Joden driewerf in grove en vleselijke bijgelovigheid aangaande de sabbat, zodat evenzeer op hen van toepassing zijn de berispingen, die men leest bij Jesaja (Jes. 1:13) als op hen, die de profeet in zijn eigen tijd bestrafte. Verder moet vooral deze algemene leer vastgehouden worden, dat, opdat de godsdienst onder ons niet in verval gerake of verslappe, de heilige bijeenkomsten ijverig moeten waargenomen worden en men de uiterlijke hulpmiddelen, die van belang zijn tot het bevorderen van de dienst van God, moet verzorgen.”

Antwoord

Beste vragensteller, 

Je stelt een heel aantal vragen rondom de zondagsheiliging en je raakt daarbij aan een vrij ingewikkelde discussie rondom de uitleg van het vierde gebod. Die discussie  gaat niet alleen over de vraag wanneer we die dag moeten houden, maar ook over de vraag hoe we die dag invullen. Kort gezegd is de vraag: is de zondag alleen een ‘vierdag’ waarop we naar de kerk gaan of is het ook een ‘rustdag’ waarop we niet werken en die we anders invullen dan de andere dagen. Ofwel: moeten wij ons nog houden aan het vierde gebod of is dit met de komst van de Heere Jezus vervuld en afgeschaft? Het is onmogelijk om hier aan heel deze discussie recht te doen. Ik wil met name verwijzen naar het boek van dr. R. van Kooten, “Heiligt Mijn Naam en Mijn dag”. Hierin wordt vrij uitgebreid de ontwikkeling van het denken over de zondagsheiliging beschreven. Heel helder geeft hij aan hoe de Heere Zelf het ritme van zes dagen werken en één dag rusten in de schepping heeft gelegd, al direct aan het begin van de wereld. Later werd deze dag tevens een ‘vierdag’, een dag om de Heere in het bijzonder te dienen. Het vierde gebod sluit aan bij deze scheppingsorde en kan dus niet als ‘slechts’ tijdelijk worden gezien. Ook wij mogen zo één dag in de week van ‘vieren’ en ‘rusten’ hebben. Verder puntsgewijze enkele opmerkingen die een aanzet kunnen geven tot het beantwoorden van je vragen:

-De visie van Calvijn op de zondagsheiliging is niet zo eenvoudig te duiden. Een enkel citaat uit de Institutie is daarvoor niet voldoende. Uit de Institutie lijkt dat hij de zondag niet als verplichte dag wilde instellen, maar uit zijn commentaar op Genesis blijkt weer dat hij de rustdag wel als een blijvende regel zag voor alle mensen. Calvijn richt zich vooral tegen een slaafs en wettisch naleven van het sabbatsgebod en wees erop dat we het dienen van de Heere niet moeten beperken tot de zondag. Of zoals van Kooten zegt: “Het maakt ook nog groot verschil of wij op vleselijke wijze die ene dag net zo 'gewoon' willen maken als de andere zes, of dat wij op geestelijke wijze de overige zes net zo 'bijzonder' willen maken als die ene! Het laatste is eerder Calvijn's bedoeling dan het eerste.” En: “Ik geloof dat wij Calvijn zowel onrecht doen, als wij hem erelid willen maken van een vereniging die een sabbatistische zondagsviering voorstaat, als ook wanneer wij hem maken tot partijganger van hen die het na de morgendienst voor gezien houden om heerlijk te gaan surfen of zeilen.”

-Wat betreft de catechismus: Petrus Datheen heeft inderdaad het woordje ‘sabbat’ toegevoegd. In het Duitse origineel lezen we: “dat ik in het bijzonder op de rustdag/feestdag (‘Feiertag’) tot de gemeente van God...” In het Nederlands lezen we: “dat ik in het bijzonder op de sabbat, dat is de rustdag, tot de gemeente van God...” Hij lijkt daar inderdaad meer aansluiting te zoeken bij de oudtestamentische invulling van de sabbat, dan Ursinus. De catechismus spreekt enkel over de zondag als een ‘vierdag’ en niet over de zondag als ‘rustdag’. Zacharias Ursinus, één van de auteurs van de Heidelbergse Catechismus, schrijft dat God niet al het werk verbiedt, maar alleen dat wat de dienst van God en het gebruik van de kerkdienst verhindert (Zacharias Ursinus, Het Schatboek deel 2, blz. 330).

-Ten derde wat betreft het lezen van de Tien Geboden in de morgendienst. Aangezien nergens in de Bijbel staat hoe de eredienst precies vorm moet worden gegeven zijn er veel verschillen. En kunnen we niet zomaar zeggen dat dit of dat fout is. Wel is het goed om na te denken waarom we het doen zoals we het doen. Wat betreft de Tien Geboden: vanaf de Vroege Kerk hebben de Tien Geboden bijna altijd wel een plaats gehad ergens in de liturgie. Het is tijdens de Reformatie dat de Tien Geboden een meer vaste plaats krijgen in de Gereformeerde liturgie. ‘Onze’ liturgie is gebaseerd op een liturgie die in de Nederlandse vluchtelingen gemeente in Londen werd gebruikt. De Tien Geboden worden tijdens de morgendienst gelezen, meestal direct na de eerste Psalm. In deze orde hebben de Tien Geboden vooral de functie van het brengen tot verootmoediging en schuldbelijdenis. Het is mooi om aansluitend een boetpsalm te zingen waarin de gemeente haar schuld richting God belijdt. Zo vormen de tien geboden de opmaat naar de evangelieverkondiging. 

Ik zou ten slotte nog willen zeggen: laten we -los van alle discussie- vooral de grote waarde van een rustdag inzien. Juist in een tijd waarin alles zeven dagen per week doorgaat en iedereen maar voortjaagt, is het een grote zegen als er een dag is waarop je niets hoeft te doen. De rustdag is één van de grootste gaven van de HEERE aan deze wereld. Een dag die anders is dan de andere dagen van de week. Laten we die dag gebruiken als een feestdag waarop we samen de Heere mogen groot maken in Zijn dienst en als gezin en familie bij elkaar mogen zijn. Dan is het geen krampachtige en benauwende verplichting maar een heerlijke vrijheid. Laten we niet de zondag ontheiligen door haar tot een gewone dag maken, maar alle gewone dagen heiligen tot eer van God.

Kand. G. K. Terreehorst

Ds. G.K. Terreehorst

Ds. G.K. Terreehorst

  • Geboortedatum:
    23-05-1986
  • Kerkelijke gezindte:
    Hersteld Hervormd
  • Woon/standplaats:
    IJsselstein
  • Status:
    Actief

Tags in dit artikel:

Calvijnsabbatzondag
geen reacties

Terug in de tijd

Elke dag bedenk ik wel dat ik bekeerd moet worden. Soms wil ik het, maar vaak wil ik het ook niet. Ik wil eigenlijk niet...
8 reacties
21-12-2009
Kan hoogmoed samen gaan met een bekering? Mijn vader is volgens hem begin dit jaar stilgezet, maar je hoort bij hem nooi...
5 reacties
21-12-2012
Mijn vader heeft mij heel veel pijn gedaan met dingen. Ik kan hem dat niet vergeven en houd bewust afstand! Hij heeft al...
13 reacties
21-12-2012
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering