Moeilijke Bijbelgedeelten

Ds. K. van den Geest / 1 reactie

28-07-2017, 15:16

Vraag

Ik heb twee vragen over twee Bijbelgedeelten:

1. De eerste gaat over Daniel 10:20-27. Ik begrijp dat gedeelte niet. Zou u daar uitleg over kunnen geven, in het bijzonder vers 24-27. Wat wordt er bedoeld met al die weken en bijvoorbeeld in vers 26 dat de Messias na 62 weken zal uitgeroeid worden?

2. Dit gaat over Psalm 143, waar in vers 12 een nogal heftige tekst staat voor mijn idee, die gaat als volgt: “: En roei mijn vijanden uit, om Uw goedertierenheid, en breng hen om, allen, die mijn ziel beangstigen; want ik ben Uw knecht.” En breng hen allen om? Is dat wat God wil? Hoe kan deze tekst verbonden worden met “Heb uw naaste/vijanden lief?”

Antwoord

Deze Bijbelgedeelten zijn complex, ik probeer toch een begin van een antwoord te formuleren. Wie zich hier echter in wil verdiepen kan vele boeken raadplegen en vele verschillende verklaringen vinden. Ik maak een keuze.

Ad 1: Deze verzen en dit gedeelte vinden we niet in Daniël 10 maar in 9. Het volgt op het gebed van Daniël, waarin hij bidt om vergeving voor de zonden van zijn volk, die tot Gods oordeel van de ballingschap geleid hebben. Deze zal, ook volgens Jeremia, 70 jaar duren. Wat de engel Gabriël komt ‘uitleggen’, heeft betrekking dus op de periode daarna: de terugkeer, herbouw van de tempel en de komst van de/een gezalfde. Verder gaat het ook over de periode daarna.

Nu worden deze verzen zeker als de moeilijkste van het hele Oude Testament gerekend. Ik volg daarom een verklaring die vrij gangbaar is. “Zeventig zeventallen” (ook wel vertaald met weken): daarmee wordt aangesloten bij die 70 jaren van ballingschap. De zeventig weken worden vaak verklaard als zeventig perioden van telkens zeven jaren, wat tot een tijd van 70 x 7 = 490 jaren zou leiden. Toch wordt dit door andere verklaarders betwijfeld. De voornaamste reden hiervoor is dat er geen enkele aanwijzing in de tekst is, dat het om ‘jaarweken’ zou gaan. Exacte berekeningen lopen doorgaans stuk. Zo is de Bijbeltekst niet bedoeld, het lijken eerder symbolische getallen: zeven is altijd een getal van heelheid in het Oude Testament. Het moet hier meer gaan om de chronologie van een hele periode, niet om de exacte berekening van een bepaald tijdstip of van één gebeurtenis. Bij de zeventallen gaat het dus eerder om tijdsperioden die in Gods raadsplan afgebakend en vastgesteld zijn, maar die voor mensen niet te voorspellen of te berekenen zijn. Wel wil deze profetie de mensen waarschuwen wat er zal gaan gebeuren: een periode (“62 weken”) van wederopbouw-onder-verdrukking (men kan denken aan de periode beschreven in Ezra/Nehemia). Deze zal beginnen met het aantreden van een vorst die vaker ‘Gods gezalfde’ wordt genoemd, en met wie naar alle waarschijnlijkheid de Perzische koning Cyrus of Kores is bedoeld.

Vanaf vers 26 gaat het vervolgens over een volgende periode, na die z.g. ‘62 weken’. Weer gaat het over een gezalfde, en nu volg ik de verklaring die zegt dat hier zonder twijfel Jezus Christus moet zijn bedoeld. “Maar het zal niet voor Hemzelven zijn”, zegt de Statenvertaling, daarbij Hemzelven met hoofdletter schrijvend en dus verwijzend naar de Messias Jezus. De verklaring van deze woorden is lastig, er zal zoiets bedoeld zijn als dat Hij geen helper krijgt: niemand neemt het voor Hem op, Hij wordt door iedereen verlaten.

De volgende regels hebben dan zonder twijfel betrekking op de Romeinen, die Jeruzalem met de tempel zullen verwoesten, zie ook Luc. 21:20; dit is in het jaar 70 gebeurd. Het hier aangekondigde “einde” wordt door velen verklaard als het einde van het volk Israël, dat zal omkomen in de “overstromende vloed”. Het Joodse volk zal door oorlogen geteisterd worden en daarin omkomen als zelfstandige natie. Altaar en tempel zullen door de heidenen worden ontheiligd en ontwijd. Moeilijk is de uitleg en vertaling van “Over de gruwelijke vleugel zal een verwoester zijn”. In de Korte Verklaring wordt vertaald: “en op een vleugel van gruwelen zal een verwoester zijn”. Dit moet betrekking hebben op de ontwijding van de tempel door de Romeinen, als zodanig het moment waarop het definitieve van Israël en Israëls tempeldienst een feit is.
 
Ad 2: Deze tekst is een gebed om de wraak van God over de vijanden van Zijn koninkrijk. In het Oude Testament vinden we daar vele voorbeelden van, zeker in de Psalmen, zelfs een geliefde Psalm als 139. Het is onvoldoende dit af te doen als ‘oudtestamentisch’, omdat ook in het Nieuwe Testament sprake is van wraak van God (zie Openbaring, of Mattheus 24). Er is een oordeel Gods aan het einde der tijden. David (of degene die de psalm in naam van David dichtte) weet van Gods wraak over de vijanden van zijn Gezalfde en volk. Deze vijanden zijn niet alleen nationale vijanden van Israël, maar vijanden van Gods rijk en als zodanig dus geestelijke volgelingen van Satan.

Tegelijk is hier veel meer over te zeggen dan in dit bestek mogelijk is. Er zijn de laatste tijd goede boeken verschenen over de toorn en wraak Gods, over ‘geweld in de Bijbel’. Dit staat in ons besef in contrast met “heb uw naaste lief”, zeker. Deze opdracht hebben wij als christenen, als navolgers van Christus. Wij zijn niet geroepen Gods toorn en wraak uit te voeren, Hij zal deze zelf doen komen op zijn tijd. Wij moeten onze naaste liefhebben, juist ook door hen te waarschuwen voor het naderende oordeel. Want wie tot Hem vlucht zal gered worden.
 
Ds. K. van den Geest

Ds. K. van den Geest

Ds. K. van den Geest

  • Geboortedatum:
    12-10-1957
  • Kerkelijke gezindte:
    Gereformeerd Vrijgemaakt
  • Woon/standplaats:
    Deventer
  • Status:
    Actief

Tags in dit artikel:

DaniëlOude Testament
1 reactie
Jesaja40
28-07-2017 / 16:26
Aangaande Psalm 143 het volgende:

De tekst spreekt voor zich en doet geen enkele afbreuk aan wat er staat. Integendeel zelfs, want wie zijn dan de vijanden van David. Dat zijn de mensen die tegenover hem staan en proberen hem te vernietigen. Dat is niet alleen zijn schoonvader Saul, maar ook alle anderen die zich tegen hem verzetten. David verwacht het hier van de Eeuwige, die hij, zoals hij gewend was, hem dagelijks aanbid om redding en genade. Hij vraagt om wijsheid en inzicht en bescherming tegenover zijn tegenstanders.

Eigenlijk draait David hier de rol om: hij vraagt aan de Eeuwige om bescherming en dat het lot wat zijn vijanden hem aan willen doen op hun eigen hoofden neer zal komen. Het is de diepste wens van David dat hij mag leven voor het aangezicht van G’d.

Doen de vijanden van David ook een beroep op G’d om hem te doden? Was David niet de gezalfde koning van Israël? Heel terecht bid David om zijn bescherming en het uitroeien van allen die tegenover hem staan. Is dat legitiem? Ja, want David weet dat hij de kinderen van Israël als voorbeeldig vorst dient. De vraagsteller noemt het een heftige tekst. Maar wat is heftiger: het doden van David de gezalfde koning of het gebed dat David het straffen van de vijand in de handen van G’d legt.

Ik zou op geen enkele wijze deze tekst willen verbinden met je naaste/vijanden lief te hebben.

******
De jaarweken in Daniël zijn te complex voor een antwoord. Wel is het zo dat het gehele boek Daniël te maken heeft met mijn volk en de wijze waarop zij door middel van gezichten inzicht krijgen in politieke zaken die hen zullen overkomen.

Terug in de tijd

Onlangs hoorde ik van een stel dat van plan is een kindje te adopteren, dat zij in hun eigen kerk (Oud. Ger. Gem. in Ned...
geen reacties
27-07-2002
Mijn man en ik hebben vijf kinderen. Een daarvan komt na zijn huwelijk niet meer thuis. Hij heeft radicaal het contact m...
26 reacties
27-07-2010
Na een spannend begin van onze relatie in 2010 komt er een hard eind aan het huwelijksgeluk midden 2015 . Ik ben al 6 ja...
3 reacties
27-07-2015
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering