De enige ware vertaling

Gereformeerde Bijbelstichting / geen reacties

27-05-2016, 13:05

Vraag

Aan de GBS. Waarom zou de Statenvertaling de enige ware vertaling zijn, terwijl er daarvoor al zes andere vertalingen in het Nederlands zijn verschenen zoals: Delfse bijbel, 1477; Vorsterman bijbel, 1528-1531; Liesveltbijbel, 1542; Leuvense bijbel, 1548; Biestkensbijbel, 1560; Deux-aes bijbel,1562. Ik ben benieuwd hoe jullie daar over denken.

Antwoord

De Statenvertaling is niet de ‘enige ware vertaling’. Dat beseften de Statenvertalers zelf ook heel goed! Als je een Statenvertaling met kanttekeningen leest, dan valt op dat de vertalers in de kanttekeningen regelmatig zeggen: “Dit woord kan ook vertaald worden met...” of iets dergelijks. Bij hun vertaalwerk hebben ze veel bronnen gebruikt: verschillende andere vertalingen zoals de Engelse King James Bijbel en de Duitse Piscatorbijbel, en natuurlijk woordenboeken, Bijbelcommentaren en edities van de grondtekst. Ze konden daarom ook de vertaalkeuzes van anderen zien, en vaak verwijzen ze daarnaar in de kanttekeningen. Bovendien is het bekend dat de tekst van de Statenbijbel voor een groot deel teruggaat op zijn voorganger: de Deux-Aesbijbel. Dat was een bewuste keuze, omdat men zich niet onnodig wilde verwijderen van deze Bijbel, die in die tijd erg geliefd was bij de mensen. Alleen als bleek dat de Deux-Aesbijbel een bepaalde tekst niet goed vertaald had, werd de tekst veranderd.

Wat is de bijzondere meerwaarde van de Statenvertaling, vergeleken met de andere vertalingen die genoemd worden? Een korte blik in de geschiedenis kan ons aan een antwoord helpen. De Bijbel was in de Middeleeuwen niet beschikbaar in de volkstaal; de mensen werden bewust dom gehouden! Wel was er hier en daar een vertaling van bijvoorbeeld het boek Psalmen of een vertaling van enkele geschiedenissen uit de Bijbel, maar vaak was dat meer een ‘navertelling’ (‘Historiebijbel’ genoemd) van de inhoud van de Bijbel dan dat het een letterlijke vertaling was. Met de komst van de Reformatie kreeg het volk de Bijbel weer terug in handen. Vooral Luther heeft daar veel voor betekend met zijn Duitse vertaling van de Bijbel. Het eerste Nederlandse gedrukte boek was de Delftse Bijbel. Het bijzondere was dat men nu een volledige vertaling van het Oude Testament (zonder de Psalmen) had; een zegen! De tekst was echter nog wel gebaseerd op Middeleeuwse Historiebijbels en de Vulgata (Latijnse vertaling van de Bijbel uit de 4e eeuw). Andere Nederlandse vertalingen gingen gebruikmaken van de reformatorische Bijbel van Luther, die uit de grondtalen vertaalde. Voorbeelden daarvan zijn de Liesveltbijbel maar ook de Deux-Aesbijbel. Dat zijn twee Bijbels die door gereformeerden in Nederland gebruikt werden -waar zij soms de brandstapel voor op moesten!- en tot veel zegen geweest zijn.

Echter, nog steeds had men nu een ‘indirecte vertaling’ die eerst via een andere taal vertaald moest worden (bijv. het Duits). Bovendien was Luthers methode van vertalen niet altijd erg letterlijk. Er gingen in de Nederlanden steeds meer stemmen op om een Bijbel te mogen hebben die én geheel rechtstreeks vanuit de grondtalen zou worden vertaald én die zo letterlijk mogelijk het origineel volgde. Met de komst van de Statenbijbel in 1637, die door zowel kerk als overheid begeerd en met verwondering ontvangen werd, werd die wens vervuld. De letterlijkheid van de vertaling zien we terug in voorbeelden als: “En God zag het licht, dat het goed was” en “Doch Hij antwoordende zeide ...”. De Duitser Piscator, die door de Statenvertalers erg gewaardeerd werd, schreef: “Het gaat er niet om welk Duits [of Nederlands] woord ons beter in de oren klinkt. De Heilige Schrift is ons namelijk door God niet gegeven opdat onze oren door de lieflijke klank van woorden gestreeld zouden worden, maar opdat onze harten verlicht zouden worden met de zaligmakende kennis Gods.” We moeten recht doen aan de taal van de Schrift, dat is Gods taal. Alleen door die taal zo nauwgezet mogelijk te volgen in de vertaling, krijgen we een betrouwbare vertaling en kunnen we werkelijk “God in het Nederlands horen spreken”, zoals ds. Bogerman het zei (de voorzitter van de Dordtse Synode en vertaler van het Oude Testament).

Samengevat: de voorgangers van de Statenbijbel zijn vaak tot zegen geweest. Met de komst van de Reformatie verschenen er steeds meer Bijbels in de eigen taal. In het begin waren deze nog niet zo letterlijk en ook niet direct uit het Hebreeuws en Grieks vertaald. Met de komst van de Statenbijbel had men een nationale Bijbel die wel voldeed aan die eisen, en die veel verklarende aantekeningen (kanttekeningen) bevatte van een rijke inhoud. Met dit alles beschouwen we de Statenvertaling nog steeds als de meest betrouwbare vertaling die in het Nederlands voorhanden is. Wat de overige Bijbels betreft die in de vraag genoemd worden: De Vorstermanbijbel werd vermoedelijk vooral gebruikt door een middengroep die zich wel aangetrokken voelde door het nieuwe op godsdienstig gebied (de Reformatie), maar bij de Roomse kerk liever niet onder verdenking van ketterij wilde komen. De Leuvense Bijbel was een rooms-katholieke vertaling, die uit de Latijnse Vulgata vertaald werd. De Biestkensbijbel werd vooral gebruikt door lutheranen en doopsgezinden.

Met vriendelijke groet,
Christiaan Bremmer,
Wetenschappelijk medewerker GBS

Gereformeerde Bijbelstichting

Gereformeerde Bijbelstichting

  • Kerkelijke gezindte:
    Divers
  • Woon/standplaats:
    Leerdam
  • Status:
    Actief

Tags in dit artikel:

Statenvertaling
geen reacties

Terug in de tijd

Kunnen er redenen zijn, oorzaken dat je verliefdheidsgevoelens 'blokt'? Bijvoorbeeld je mag iemand graag, maar je voelt ...
geen reacties
27-05-2006
Mijn man en ik zijn nu ruim een jaar getrouwd. Waar ik tegen op zie (buiten de vruchtbare dagen om) is gemeenschap. Prob...
geen reacties
27-05-2006
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering