Zwijgen van de vrouw bij openbare vergaderingen

Ds. H. D. Rietveld / geen reacties

27-04-2016, 13:01

Vraag

Ik heb een vraag over het verstaan van de kanttekeningen bij de Statenvertaling als het gaat om het zwijgen van de vrouw in de gemeente. De kanttekening bij 1 Kor. 14:34 (Kanttekening 14) spreekt over de “openbare vergaderingen.” Wordt met openbare vergaderingen de erediensten bedoeld? Mag een vrouw dan wel catechese geven? Dat zijn toch ook “openbare vergaderingen”? Ik vind het moeilijk om hier, op grond van de Schrift, een onderbouwd antwoord op te geven. Ik hoop dat u me verder kunt helpen.

Antwoord

Inderdaad zal Paulus met het spreken of zwijgen “in de gemeente” de openlijke samenkomst van de Nieuwtestamentische gemeente bedoelen. Daar is in hoofdstuk 14 van zijn brief aan de christenen in Korinthe zijn hele vermaning immers op gericht. In de verzen 4, 5, 12, 19, 23, 28 en 34 heeft Paulus steeds de gemeente wanneer zij samenkomt in haar eredienst op het oog. Alles zal met een zekere orde moeten gebeuren. Dan alleen zal het stichtend, geloofsopbouwend zijn voor de gemeente. Het valt dus op dat Paulus alles zet in het kader van de orde. Dan moeten ook zij die in tongen spreken zwijgen als er geen uitlegger is. En zij die profeteren zullen niet door elkaar spreken maar een ander voor laten gaan. Niemand moet het hoogste woord willen hebben. In dat kader brengt Paulus het zwijgen van de vrouwen ter sprake.     

Ook in het OT waren er vrouwen profetes. Daar behoort ook nog de oude Anna uit Luk. 2:6 bij. In het NT wordt de profetie genoemd in het kader van de charismatische gaven van de Heilige Geest aan de gemeente. Ook vrouwen deelden in deze gave. Zie bijv. Hand.21:9 de vier dochters van Filippus de evangelist. Paulus noemt ze ook in 1 Kor. 11:5 (iedere vrouw die bidt of profeteert). Maar nergens in het kader van de openbare samenkomst. Ook voor het openlijk beoordelen van de aanwezige profetie in de gemeente hebben vrouwen te zwijgen. In 1 Tim. 2:12 zegt Paulus hetzelfde wanneer hij de vrouw niet toelaat te leren (= les te geven) of over de man te heersen. 

Wat het catechiseren betreft is het de vraag of catechisatie altijd een ambtelijk karakter heeft (gehad) en ook of die als een officiële openbare vergadering moet worden beschouwd. Er is in de reformatorische traditie verschil van opvatting. In de oudchristelijke kerk was er geen officieel onderricht aan de kinderen van de gemeente. Wel werd aan de oudere jeugd en aan buitenkerkelijken catechese gegeven (Augustinus). Globaal gesteld kwam er pas bij de Reformatie meer aandacht voor het onderwijs aan kinderen. Calvijn wees op de noodzaak van bijbels onderricht allereerst in de gezinnen (ouders), vervolgens in de scholen (meesters) en ook in de kerk (al dan niet de predikanten). Behalve predikanten waren er nl. ook catechiseermeesters. Dat waren geen ambtsdragers/ouderlingen. Predikanten gaven wel catechetisch onderwijs aan oudere gemeenteleden die al dan niet belijdenis wilden doen of al gedaan hadden. In grotere gemeenten wordt de catechese ook door ouderlingen of bevoegde gemeenteleden (bijv. onderwijsmensen) gegeven, die daarvoor door de kerkenraad zijn aangesteld en onder diens ambtelijke verantwoordelijkheid vallen. Dat dit ook door vrouwen kan worden gedaan is iets van de laatste tijd. 

We lezen in het NT een voorbeeld van particuliere catechese wanneer Aquila èn zijn vrouw Priscilla, samen de welsprekende Jood Apollos met zijn grote Schriftkennis horen maar hem “de weg Gods nauwkeuriger uitlegden” (Hand. 18:2, 24v). Ook oudere vrouwen konden hun jongere seksegenoten onderwijzen (Tit.2:4), al zal dat blijkens de context niet zozeer de leer als wel de levenspraktijk van de christenvrouw zijn geweest.

Wie deze bijbelse gegevens leest moet bedenken dat ze zijn geschreven voor christenen die in de maatschappij waarin ze leven geen aanstoot moeten geven. Vrouwen moeten niet provocerend willen optreden zodat het Evangelie wordt gelasterd. Dat is de hoofdlijn die ook voor nu geldt.

Daarbij is het de vraag hoe dit in onze huidige tijd moet worden toegepast, want alles wat lijkt op een ten achterstelling van de vrouw in de kerk wordt door de wereld gelasterd. Nu behoeven we daar niet zo beducht voor te zijn, want voor ons moet het van groter gewicht zijn of het voor de Heere verantwoord is. We blijven m.i. het veiligst door de lijn van het NT aan te houden. 

Ds. H. D. Rietveld

Ds. H. D. Rietveld

Ds. H. D. Rietveld

  • Geboortedatum:
    06-11-1947
  • Kerkelijke gezindte:
    Christelijk Gereformeerd
  • Woon/standplaats:
    Nijkerk
  • Status:
    Actief
  • Bijzonderheden:

    emeritus

Tags in dit artikel:

positie van vrouwvrouw in ambt
geen reacties

Terug in de tijd

Aan dhr. B. Bolier. Kunt u mij uitleggen wat het verschil is tussen een ontsluiting van Christus en de openbaring van Ch...
geen reacties
27-04-2020
Voor God kiezen, is dat in de eerste plaats iets wat je met je verstand of met je gevoel of met je wil behoort te doen? ...
geen reacties
27-04-2009
Ik heb acht maanden verkering en af en toe ruzie met mijn vriend over alcoholgebruik, enz. Hij geeft veel dingen voor mi...
geen reacties
27-04-2005
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering