Bekering: God of de mens?

Ds. P. Molenaar / 1 reactie

22-04-2016, 14:29

Vraag

Ik heb twee vragen:

1. Het zalig worden wordt vaak geschetst met het voorbeeld van een bedelaar die zijn hand moet uitsteken. Door de wedergeboorte wordt dan de hand van het geloof geschonken (omdat wij van nature deze hand niet hebben). Wat is dan de betekenis van het uitsteken van die hand? En doet God dit, of moet de mens dit doen? Is wedergeboren zijn genoeg, of moet er daarna nog meer gebeuren (kan een wedergeboren mens verloren gaan, want hij heeft het geloof dan toch al?).

2. Ik vind het soms erg verwarrend als de gemeente aangesproken wordt dat zij bekeerd moet worden/moet geloven en dat het niet goed is om jaren onbekeerd te leven/in ongeloof te leven, maar aan de andere kant wordt verkondigd dat mensen zichzelf niet kunnen bekeren/geloven. Mensen worden hier afwachtend door. Aan de andere kant wordt in sommige charismatische bewegingen verkondigd dat de mens zijn hart moet openzetten voor Christus. Door de nadruk zo sterk op de mens te leggen, kan het zijn dat de mens in zichzelf gaat roemen, omdat hij denkt dat hij wel goed is in Gods ogen door te gaan geloven. Door dus de nadruk volledig op Gods werk te leggen, wordt de mens afwachtend, maar door de nadruk nagenoeg op de mens te leggen, gaat deze roemen in zichzelf. Wat is dus de bijdrage van de mens aan het zalig worden?

Antwoord

Beste vrienden, 

Inderdaad best moeilijk en verwarrend. Maar we moeten wel de grote geloofszaken vooral  in de eerste plaats pastoraal benaderen. Dogma’s kun je soms koud en kil beredeneren en daarmee kun je ook de weg tot Christus proberen te barricaderen. Daarmee kom je dan verkeerd uit. Je loopt vast met een beredeneerd en ook een gearriveerd geloof. En je loopt ook vast met een valse lijdelijkheid, door.  We kunnen namelijk ook de klem van het Woord van ons afhouden door de grote leerstukken te beredeneren. Laten we in ieder geval vooropstellen met elkaar: “Werkt uw zelfs zaligheid met vrezen en beven, want het is God, Die in u werkt het willen en werken naar Zijn welbehagen” (Filippenzen 2:12,13). Dat is de gouden regel in de geloofsbeoefening. Laten we ook vooral deze  geloofsstukken in het verband van de Bijbel plaatsen. Wanneer je dat niet doet, loop je kans toch de geloofsstukken uit haar verband te rukken.

Allereerst  zou ik willen zeggen dat we moeten worden als een kind om de grote geloofsgeheimenissen te leren verstaan. Het is niet zonder reden dat Jezus dat een en andermaal zei dat we het Koninkrijk Gods moeten ontvangen als een kind (Mattheus 18 en 19). Ik raad aan eens Mattheüs 18 en biddend te onderzoeken. De discipelen moesten dat ook leren. Ze moesten worden als een kind. Diezelfde aanhankelijkheid en ontvankelijkheid hebben wij nodig. Een kind moet steeds weer opnieuw geleerd worden. Zo kun je ook de wedergeboorte zien: worden als een kind. In Roemenië hoorde ik een keer van een predikant: “Psalm 42 is het lied van de wedergeboorte. De schreeuw naar God is al het begin van het nieuwe leven”! Zoals  een kind dus schreeuwt naar het leven bij de geboorte, zo schreeuwt de zondaar tot God, omdat hij de Heere zoekt tot zaligheid. Dat voorbeeld vond ik treffend. 

Ik denk namelijk dat de vraagstelling- goed bedoeld uiteraard- wel erg leerstellig is. Pas op dat de boze daarvan geen gebruik maakt om bepaalde stukken uit de Bijbel tegen elkaar uit te spelen en je van de klem van het geloof af te houden. De Bijbel leert ons dat we in alles in het geloof van God afhankelijk zijn en dat Hij  ook alles doet, maar tegelijk stelt het Woord  ons ook in alles verantwoordelijk voor de HEERE . Tegelijk belijden we dat Hij alles doet, want zonder Zijn wil kan ik me noch roeren, noch bewegen. Ik zou het bekende woord van Augustinus kunnen  gebruiken: God geeft wat Hij beveelt en beveelt wat Hij geeft. Zo heeft Augustinus de rijkdom van de genade ontdekt. Het geloof is geen systeem, maar een gave. 

Daarom neem ik liever wat Bijbelse voorbeelden, zoals dit eerste voorbeeld van worden als een kind. Hoe kleiner we worden voor God, hoe groter God wordt in ons leven. We kennen waarschijnlijk wel de Gereformeerde Dogmatiek van de bekende Professor Bavinck, die altijd nog actueel is en alles op rij zet van de grote vragen van het geloof. Deze beroemde professor zei op zijn sterfbed: “Met mijn dogmatiek kan ik niet zalig worden. Ik wordt alleen zalig door de genade van Christus.” Daarmee kon hij sterven Maar ik noem nog een Bijbels voorbeeld: denk eens aan de Kananese vrouw (Mattheus 15:21-28). Zij vroeg om hulp voor haar dochtertje. Zij kwam met die nood tot de Heere Jezus. De discipelen zeggen dat Jezus deze vrouw maar moet wegsturen. Hoor dan bovendien wat Jezus zegt,  Hij lijkt ermee in te stemmen: “Ik ben niet gezonden dan tot de verloren schapen van het huis Israëls.” Jezus wijst ook haar af als zij vraagt om ontferming voor haar dochtertje. Want Jezus zegt tot haar, dat het niet betamelijk is het brood van de kinderen aan de hondjes te geven. En wat zegt zij? “De hondjes eten toch ook van de brokjes die vallen van de tafel van hun heer.” De heidenen werden vaak honden genoemd. Wat gaat Jezus ontdekkend met deze vrouw om.

We vinden dat misschien wel hard. Loopt ze nu weg of wordt ze boos? Neen, maar ze laat dit Jezus haar zeggen en ze vernedert zich. Ze behoorde niet tot het uitverkoren volk. Dat beaamt ze van harte. Het betekent, dat ze helemaal Jezus heilig gelijk geeft, maar toch neemt ze de toevlucht tot Hem en blijft bij de Heere aandringen. Wat een heerlijk antwoord krijgt ze: “Groot is uw geloof. U geschiede, gelijk gij wilt.” Neen, geen kruimeltjesgeloof , maar een groot geloof! Ze gaat niet dogmatische of theologische vragen stellen: ‘Waarom horen we niet tot het uitverkoren volk?’  Maar in haar nood stelt ze zich tevreden om de geringste plaats bij Jezus te hebben. En de Heere geeft antwoord op het gebed. De Kananese vrouw heeft niets gedaan, dan alleen maar roepen: “Heere ontferm u over ons”,  en ze kreeg antwoord op het gebed. We moeten daarom niets  en doen ook  niets van onszelf, maar de Heere doet alles. Tegelijk zeg ik dat de Heere zo vriendelijk nodigt. Hij is gewillig en maakt ons ook nog gewillig. Alles in Hem! Hij heeft de Kananese vrouw al lang in het oog gehad en wist wat er in haar leefde. Bid dan maar: “Zie of bij ons een schadelijke weg is en leid ons op de eeuwige weg” (Psalm 139).
 
Geloven betekent “amen zeggen op”: je zegt amen op je eigen verlorenheid en je zegt amen op al het werk van God in Christus door de Heilige Geest. Zo is ook de lijn van de Heidelbergse Catechismus. De twaalf geloofsartikelen zijn wel eens voorgesteld als twaalf touwen waarmee de Heere alles schenken wil aan arme zondaren. Wel zo is het ook na ontvangen geloof. We blijven zondaren. Lees Romeinen 7 maar eens na. Paulus zegt daar ook,  nadat hij het geloof heeft ontvangen: “Ik ben vleselijk, verkocht onder de zonden.” En ook: “Als ik het goede wil doen, ligt het kwade mij bij.” Daarom blijft de oproep tot bekering voor heidenen en ook voor christenen. We hebben een eerste bekering nodig en ook een dagelijkse bekering. 

Gods kind weet van een onvolkomen leven. Hij blijft vlees, maar in Christus ontvangt hij alles. Christus wordt meer in zijn leven en hijzelf wordt minder.  Lees daarom eens aandachtig Romeinen 7. Eigenlijk is de Romeinen brief wel heel leerzaam: Iemand heeft eens gezegd: “Romeinen 6 is de les.” Gestorven met Christus en opgestaan in een nieuw leven. “Romeinen 7 het leven”: Het gaat in dat hoofdstuk over de strijd van het geloof, die er blijft, daar we zondaren zijn. “Romeinen 8 is de kracht.” Alles ligt namelijk in het werk van de drie-enige God. We worden zalig,  omdat de Heere ons meer zoekt, dan dat wij Hem zoeken. Hij heeft meer dorst naar een zondaar dan dat een zondaar ooit dorst heeft naar de Heere. Zo ben ik volgens Luther “tegelijk zondaar en tegelijk rechtvaardig”, als ik in de Heere mag geloven.

Ik zou de Bijbel maar biddend lezen. Diezelfde dingen vind je ook steeds terug in de Bijbel tot vermaning en vertroosting. Daarbij denk vooral ook aan Filippenzen 3: “Ja gewisselijk, ik acht alle ook alle dingen schade en drek te zijn om de uitnemendheid van Christus Jezus mijn Heere, om Wiens wil ik al die dingen schade gerekend heb en acht die drek te zijn opdat ik Christus moge gewinnen...” Lees die gouden woorden maar verder in dat hoofdstuk en je vindt een rijke schat!

Ds. P. Molenaar, Lunteren

Ds. P. Molenaar

Ds. P. Molenaar

  • Geboortedatum:
    22-05-1945
  • Kerkelijke gezindte:
    PKN (Hervormd)
  • Woon/standplaats:
    Lunteren
  • Status:
    Actief
  • Bijzonderheden:
    Emeritus
1 reactie
Jeremiah
03-05-2016 / 12:02
De oproep voor gebed om bekering is ontstaan door een bepaalde rechtzinnigheid te combineren met enkele Bijbelteksten die daar goed bij lijken te passen, en als uitwerking daarvan is men gaan redeneren, redeneren, redeneren. En het gebed om bekering lijkt dan de juiste “oplossing” te zijn om enerzijds recht te doen aan de oproep van bekering uit de Bijbel en anderzijds aan onze doodsstaat. Men denkt: “God moet het doen” dus dan is automatisch het tegenovergestelde: “de mens kan niets doen”. De grote moeite die ik hier mee heb is dat de Heere Jezus, de discipelen en de profeten de oproep: “bid maar veel om bekering” nooit hebben gedaan. Die hebben gezegd: bekeerd u! Als eis. Als bevel. Ik kan de oproep om te bidden voor bekering ook niet in mijn Bijbel terugvinden. Er is er 1 is die de valse lijdelijkheid die vaak ontstaat geweldig vindt: de aartsleugenaar van de beginne, de duivel. In een ijver om zo rechtzinnig en zo zuiver Schriftuurlijk te zijn zijn er bepaalde standpunten ontstaan die met de Bijbel in de hand ook wel enigszins te beredeneren zijn. Allemaal waarheden maar het probleem hiervan is dat het beredeneerde waarheden zijn met ons menselijke verstand, maar God zegt juist:

“Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE. Want gelijk de hemelen hoger zijn dan de aarde, alzo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen, en Mijn gedachten (hoger) dan uw gedachten.”

Wij zullen geoordeeld worden naar de geopenbaarde wil van de Heere, niet naar de verborgen wil en raad. En de geopenbaarde wil van de Heere staat vrij duidelijk in de Bijbel: bekeerd u!

Christus kan geen mensen zaligmaken die onbekeerd zijn. Alleine en Owen hebben hierover geschreven:

“In het algemeen wordt dit door ieder voor waar aangenomen dat Christus macht heeft om ons te zaligen als Hij wil; ja, wie zal Zijn macht om ons zalig te maken betwisten, alhoewel wij in de zonde en het ongeloof blijven voortleven? En velen verwachten dat Hij het zal doen, omdat zij geloven dat Hij daartoe machtig is als Hij wil. Maar werkelijk Christus kan het niet, Hij heeft zodanige macht niet: Hij kan geen ongelovige, onboetvaardige zondaren zalig maken, want dit kan Hij niet doen zonder Zichzelf te verloochenen, tegen Zijn woord te handelen en Zijn eigen heerlijkheid teniet te doen. Laat niemand zichzelf behagen met zulke ijdele inbeeldingen. Christus heeft de macht om zalig te maken al diegenen, en slechts die, die door Hem tot God gaan. Zolang gij in zonde en ongeloof blijft leven, kan Christus Zelf u niet zalig maken.”

Veel duidelijker en Bijbelser zoals Ds van Campen het uitlegt heb ik het niet gezien:

https://www.youtube.com/watch?v=1aqt8OanKtI&feature=youtu.be

Ds Pauwe: U dient zich onmiddellijk te bekeren!

Ds Vergunst (ger gem) God roept ons toe: “Bekeert u!” Hij eist dat wij ons bekeren van onze wegen, gedachten, keuzen, etc. Het is goed dat we in gebed worstelen om Hem te gehoorzamen. Maar laten we niet vergeten dat ons “gebed voor bekering” geen vervanging is voor onze gehoorzaamheid om ons te bekeren van onze zonden. Ik ben weleens bang dat met het “Bid maar veel om een nieuw hart” de klem wordt verminderd die juist uit het Woord van God spreekt. God eist van ons bekering.

Ds Tanis (ger gem) U hebt geen recht om onbekeerd te zijn

Ds IJsselstein (ger gem) Ach, bekeer u toch!

Ds Vreugdehil (ger gem) Je dient je onmiddellijk te bekeren.

Ds Verweij en Ds AF Honkoop (ger gem) U kunt zich niet bekeren? Heeft u het wel eens geprobeerd dan?

Ds Driessen (ger gem) Bekeerd u, en u zal er achter komen dat het God was die het in u werkte.

Hallesby: Worden wij niet vermaand ons te bekeren? Hoe kan ik mij dan bekeren? Wij, zondige mensen kunnen ons hart niet veranderen.

Maar wat wij wel kunnen, is heel eenvoudig. Het is dit: wanneer de Geest van God ons begint te overtuigen van zonden, moeten wij ons laten overtuigen van zonden en de waarheid erkennen van hetgeen de Bijbel zegt in betrekking tot ons uiterlijk leven zowel als tot ons hart. Als dit gedaan wordt, vindt een grote verandering plaats; een verandering, die het gevolg is van onze eigen besliste keuze.

Brakel: God roept en nodigt niet alleen met de belofte tot zaligheid, maar Hij gebiedt het ook: Bekeert u en gelooft het Evangelie!

Gray: Ongeloof vertoont zich onder de schone schijn van de ene of andere deugd, als nederigheid en tederheid, hewel men er beter van zou kunnen zeggen, dat het hoogmoed en onwetendheid is onder de dekmantel van nederigheid.

McCheyne: U denkt altijd dat u zich moet bekeren en dat u uw leven moet beteren om uzelf het medelijden van de Zaligmaker waardig te maken. Leer toch dat de Zaligmaker kwam voor goddelozen, voor hen die zich niet bekeren en geloven.

Boston: In feite is het ‘vragen en bidden’ slechts een poging van de mens om vanuit zichzelf iets te bewerkstelligen dat God aangenaam zou zijn. Het zijn mensen die een hoge dunk hebben van hun plichten en de daarmee tot God gaan. Het is niets anders dan het zoeken van het heil in het verbond der werken.

Kohlbrugge: Zuchten om een verbrijzeld hart om genade is niets anders dan zuchten om de zonde in de hand te houden, een zalig willen worden zonder zichzelf te willen overgeven. De mens roept gewoonlijk om genade en verschuilt zich daarbij achter zijn niets-zijn, achter zijn machteloosheid.

Kohlbrugge: ik kan niet, ik heb niets, ik ben niets zeggen is de zwaarste zonde. Het is een teken dat wij ons niet aan het Woord willen onderwerpen.

Bonar: Ik moet wachten, mijzelf voorbereiden, de middelen gebruiken en bidden dat ik in staat mag worden om weer terug te keren (te geloven) Nee! U moet niet wachten, u moet opstaan en tot uw Vader gaan, en niets anders doen dan geloven in het getuigenis dat God van Zijn Zoon getuigt.

Bonar: Zij willen niet rusten op iets, zonder al hun eigen werken in aanmerking te nemen, maar zij denken dat het een rechte en veilige weg is om op het biddende, werkende en vrome IK te rusten.

Calvijn: Wij moeten geloven eer wij bidden: want met bidden geven wij getuigenis van de genade die God ons belooft van Hem te verwachten. Wie de beloften niet geloofd die bidt geveinsdelijk.

Erskine: Het hoogmoedige en wettische hart kan er echter niet toe komen Christus en het eeuwige leven voor niets aan te nemen.

Erskine: Ongeloof is te herkennen aan dat het voortdurend -en dat onder de schone schijn van nederigheid- opkomt voor de zaak van het ongeloof.

Terug in de tijd

In een antwoord van ds. Pronk aangaande de verspreiding van de mensheid over de aarde mis ik nog een belangrijk aspect. ...
geen reacties
21-04-2006
Mijn vriendin (21 jaar) en ik (22 jaar) hebben nu 2,5 jaar verkering. Ik heb al sinds het begin van deze relatie twijfel...
geen reacties
21-04-2014
Enkele jaren geleden ben ik tot bekering en geloof gekomen en is Christus aan mij geopenbaard. Wat ervoer ik veel van Zi...
geen reacties
21-04-2008
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering