Visie op het verbond

Ds. R. van de Kamp / geen reacties

20-05-2011, 10:36

Vraag

Ik ben nog steeds dooplid van de Ger. Gem. Er is mij al meerdere malen gevraagd waarom ik nog steeds geen belijdenis heb gedaan, maar ik zit met vragen over het aanbod van genade en de plaats die de uitverkiezing daarbij inneemt. Ik weet dat er binnen de Ger. Gem. een aantal officiële leeruitspraken zijn: 1. Het verbond der genade staat onder de beheersing van de uitverkiezing ter zaligheid; 2. Het wezen van het verbond geldt alleen de uitverkorenen; 3. Aard en wezen van het verbond der verlossing en het verbond der genade zijn één; 4. God heeft het genadeverbond opgericht met Christus als het Hoofd van al de Zijnen. Met sommige uitspraken hiervan heb ik moeite. Nu ben ik een aantal keren met een vriendin meegeweest naar de kerk, bij u onder de prediking. Dat vond ik erg fijn; ik heb goed kunnen luisteren. Ik krijg de indruk dat u het aanbod van genade anders ziet, maar ik kan me daarin vergissen. Zou u mij uw visie hierop weer willen geven? Bij voorbaat hartelijk dank.

Antwoord

Beste vraagsteller,

De leeruitspraken van de Ger. Gem., zoals je ze hebt verwoord, kan ik ook onderschrijven. En daar zit gelijk ook het probleem. Wat wordt er nu precies mee bedoeld? Wij zijn geneigd om alles in één zin af te doen. Maar in de theologie moeten wij altijd met twee woorden spreken. Met andere woorden: er is ook een andere kant. Als het gaat over de prediking en het karakter van de prediking wil ik voornamelijk op de eerste leeruitspraak ingaan: Het verbond der genade staat onder de beheersing van de uitverkiezing der zaligheid. Deze uitspraak heeft alles te maken met de visie op het verbond. En als ik het over het verbond heb, dan bedoel ik het genadeverbond. Onze visie op het verbond is bepalend voor heel veel zaken: visie op de prediking, op de gemeente, op de sacramenten enz.

De HEERE sloot een eeuwige verbond met Abraham en zijn zaad (Gen 17: 7). En in zijn zaad zullen gezegend worden alle volken der aarde (Gen. 22: 18). De HEERE schenkt Zijn beloften aan degenen met wie Hij een verbond sloot (Hand 2: 39). De voorwaarde van het verbond en dus om de goederen van dat verbond in je bezit te krijgen, is geloof en bekering. De beloften krijgen alleen hun vervulling in de ware gelovigen. Dit wordt helder verwoord in het klassieke doopformulier: "… zo worden wij ook weder van God door den Doop vermaand en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid, namelijk, dat wij deze enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest, aanhangen, betrouwen en liefhebben van ganser harte, van ganser ziele, van gansen gemoede en met alle krachten, de wereld verlaten, onze oude natuur doden en in een nieuw Godzalig leven wandelen." Het verbond belooft! God zal niet jouw God zijn of wil dat zijn, maar belooft het te zijn! Dat kan alleen in een weg van waarachtige bekering en geloof. Daarom moeten de beloften "zonder onderscheid verkondigd en voorgesteld worden, met bevel van bekering en geloof" (DL II, 5). Dus de HEERE moet niet iets doen. Hij heeft alles gedaan. Alle dingen voor de zaligheid zijn gereed!

Maar de HEERE eist waarachtige bekering van jou en mij! Dus dat de HEERE een verbond met jou sloot is enerzijds een groot voorrecht en anderzijds een grote verantwoordelijkheid. Ik ben erg bang voor een verbondsautomatisme. Verbondsautomatisme betekent dat als iemand geboren is op de erve van het verbond, gedoopt is en belijdenis heeft gedaan ook aan het Heilig Avondmaal mag deelnemen en er daarmee is. Ik ben bang dat veel mensen zich daarmee tevreden stellen. Ik ben echter nog veel banger voor de verbondswraak! "Hoeveel te zwaarder straf, meent gij, zal hij waardig geacht worden, die de Zoon van God vertreden heeft, en het bloed des testaments (Grieks: verbond) onrein geacht heeft, waardoor hij geheiligd was, en de Geest der genade smaadheid heeft aangedaan (Hebr 10: 29)?" Dit is van toepassing als wij onder het verbond leven en nog onbekeerd zijn. Ontzaggelijk! Als wij dat op ons in laten werken! Als wij daar de ernst van zouden verstaan, dan kunnen we niet meer onbekeerd verder leven. Dat is ook de ernst die in de prediking moet doorklinken.

Nu is er nog iets anders aan de hand. In het Oude Testament was Israëls het verbondsvolk. Zijn alle Israëlieten bekeerd geworden? Lees 1 Kor 10: 1–6. Daar maakt Paulus aan de gemeente van Korinthe duidelijk wat het betekent om onder het verbond te leven. Dat geldt dus ook voor jou! "Maar in het meerder deel van hen heeft God geen welgevallen gehad; want zij zijn in de woestijn ter nedergeslagen" (1 Kor 10: 5). Dus er zijn tweeërlei kinderen van het verbond. En dan komen we bij de uitverkiezing. Uiteindelijk worden alleen diegenen zalig, die de HEERE daar van eeuwigheid toe verkoren heeft. (Is dat nog steeds een ergernis voor je of heb je de uitverkiezing, door genade, al leren bewonderen?). Dus niet het al of niet in het verbond zijn, bepaalt of wij zalig worden maar of wij uitverkoren zijn of niet. De vraag vervolgens is hoe zich dan uitverkiezing en verbond tot elkaar verhouden. Daar hebben wij allerlei dogmatische constructies voor bedacht. Zo wordt er gesproken over de bediening en het wezen van het verbond of het uitwendig of inwendig in het verbond zijn. Sommige theologen hanteren hierbij het onderscheid tussen het verbond der genade en het verbond der verlossing en leren, samen met het werkverbond, drie verbonden. Dit alles is om dogmatisch de verhouding tussen verbond en verkiezing te benoemen. En dat is nodig om de zaken te kunnen doordenken op grond van Gods Woord, en niet aan het dwalen gaan.

Ik heb weleens het gevoel dat het verbond in onze dagen heeft in moeten leveren ten opzichte van de verkiezing. Daardoor is het gevaar groot dat het verbond niet meer of onvoldoende Bijbels functioneert. Dit heeft in de eerste plaats gevolgen voor de prediking. De verbondswraak wordt dan niet of nauwelijks meer gepreekt. De eis van bekering en geloof gaat dan meer klinken als een wens. "Mocht de HEERE", enz.  Dit heeft ook gevolgen voor de bediening van de sacramenten. De bediening van de Heilige Doop en Heilig Avondmaal worden van elkaar losgemaakt, terwijl het beide verbondszegelen zijn. Men is bang om zich een oordeel te eten en drinken aan het Heilig Avondmaal, en daar is alle reden toe, maar is niet bang om zich een oordeel te dopen of te verdrinken in het doopvont! Ook bij de bediening van de Heilige Doop gaat het erom of wij het lichaam van Christus onderscheiden. Als het verbond niet bijbels functioneert dan heeft dit gevolgen voor de gemeente, het lichaam van Christus (zie 1 Kor 12). Wij behoren alleen tot de gemeente als wij het ware geloof bezitten. Hoe gaan wij om met doen van openbare geloofsbelijdenis? Is dat belijdenis van het geloof of van de leer? Zijn dan alle belijdende leden in de Hersteld Hervormde Kerk allemaal het ware zaligmakende geloof deelachtig? Was het maar waar! Maar het is het nodig dat wij de eis daarvan vast blijven houden. Dat eist het verbond van jou en van mij!

Ik kan helaas maar kort zijn en moest een heleboel dingen laten liggen. Ik hoop echter dat je iets van de rijkdom van het verbond en ook van de ernst hebt geproefd.

Gode en Zijn genade in alles bevolen,
Ds. R. van de Kamp

Ds. R. van de Kamp

Ds. R. van de Kamp

  • Geboortedatum:
    26-09-1960
  • Kerkelijke gezindte:
    Hersteld Hervormd
  • Woon/standplaats:
    Putten
  • Status:
    Inactief

Tags in dit artikel:

kerken en godsdiensten
geen reacties

Terug in de tijd

Aan ds. Harinck. Ik zat van het voorjaar in Haamstede in de kerk en daar preekte u uit Johannes 5:6: “Wilt u gezond word...
geen reacties
20-05-2019
Mijn vriend en ik zijn te ver gegaan in onze relatie. Nu gaan we trouwen omdat ik zwanger ben. Heel moeilijk allemaal. M...
geen reacties
20-05-2009
Wij lazen laatst in de kerk Lukas 21. Vers 26 sprak mij aan: "En den mensen het hart zal bezwijken van vrees en verwacht...
3 reacties
20-05-2010
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering