Welkom bij God na periode van afvalligheid
Ds. A. van Vuuren | Geen reacties | 28-10-2026| 12:19
Vraag
Ik ben in een warm christelijk gezin opgegroeid. Tot ongeveer mijn 19e levensjaar ben ik altijd mee naar de kerk gegaan en heb ik ook echt geloof gehad in de Heere Jezus als mijn redder. Toch ben ik gaandeweg afgedwaald en gaan leven zoals men dat in de wereld doet. Zo rond mijn 30e kwam ik tot inzicht wat voor zooitje ik ervan had gemaakt. Ik was op het verkeerde pad beland. Na dit Inzicht heb ik God om vergeving gevraagd. Ik heb mijn leven omgekeerd en ben er elke dag mee bezig om gehoorzaam te zijn aan de Heere.
Ik ben gedoopt en heb een fijne gemeente gevonden waar ik onderdeel van uitmaak. Ergens is dit wel een bekend verhaal denk ik? Ik moet denken aan de gelijkenis van de verloren zoon in Lucas 15. Nu kwam ik laatst in Hebreeën terecht en heb ik een vraag over specifiek Hebreeën 6: 4-6. Ik krijg het wel een beetje benauwd van deze tekst als ik eerlijk ben. Dit klinkt als mijn verhaal. Ik ben in de kerk opgegroeid. Ik wist van het offer van de Heere Jezus en toch ben ik ‘afgevallen’. Is er dan geen weg voor mij terug? Accepteert God het nog wel als ik oprecht spijt heb van mijn dwalingen en niets liever wil dan weer terug te keren?
Na wat onderzoek begrijp ik dat een mogelijke interpretatie is dat dit gaat om de Joden van die tijd, die wisten van het nieuwe verbond door het offer van Jezus aan het kruis en toch teruggingen naar het oude verbond met het offeren van dieren, etcetera. Ik vind het erg lastig, want het staat er heel stellig geschreven. “Onmogelijk”. Maar goed, hoe definieer je dan “afvallig”, wanneer bereik je die grens? Doen wij niet allemaal tekort aan wat God van ons verwacht? Petrus heeft Jezus verloochend en is vervolgens een hele belangrijke leider geworden. In Lucas 15 staan voorbeelden van situaties die dit idee eigenlijk weerspreken? De verloren zoon heeft er ook bewust voor gekozen om zijn vader te verlaten en er zo een rommeltje van te maken. Toch is de vader enorm blij dat hij na alles terugkomt, en hij is ook weer welkom!
Goed, veel overwegingen over dit onderwerp, maar de uiteindelijke vraag voor mij is: ben ik nog welkom bij de God de Vader na mijn periode van afvalligheid?
Antwoord
Beste vraagsteller, buiten het zijn in Christus kan noch wil ik niemand gerust stellen. Maar mogelijk kan ik het middel zijn om onnodige vrees bij je wegnemen. Uitlegkundig kunnen we Hebreeën 6: 4-6 mijns inziens niet beperken tot joden-christenen die terugvallen in de offerdienst van het Oude Testament. Er valt vanuit dat tekstgedeelte veeleer een link te leggen met de onvergeeflijke zonde tegen de Heilige Geest (Mattheus 12: 32). Ook wel de lastering tegen de Heilige Geest genoemd.
Enkele citaten van Calvijn in dit verband: "Vloekt ergens een ongelovige tegen God, het is als of een blinde tegen de muur loopt. Maar niemand lastert de heilige Geest dan die door de Geest dusdanig is verlicht van zijn Goddeloze weerspannigheid bij zichzelf overtuigd is." En dus zonder inkeer daarmee door gaat (A.v.V.). "Het is een zonde met open ogen, tegen de indrukken en overtuigingen van het hart in. Christus wordt gelasterd en Zijn bloed, het enige redmiddel ter zaligheid wordt als dodelijk vergif geminacht. Nota bene met smaak een tijd lang geluisterd naar preken en onder de indruk geweest van geestelijke zegeningen, maar toch heel anti geworden.
"We noemen die zonde onvergeeflijk, omdat zo iemand niet meer om vergeving zal vragen. Er doet zich dan een onomkeerbaar verhardingsproces voor"
We noemen die zonde onvergeeflijk, omdat zo iemand niet meer om vergeving zal vragen. Er doet zich dan een onomkeerbaar verhardingsproces voor. Eens heb ik het bij iemand op huisbezoek zo gevoeld en ik huiverde.
Van iets dergelijks is ook sprake in Hebreeën 6 en ook in 1 Johannes 5 waar gesproken wordt van de zonde tot de dood. Wie in deze zonde vervalt verhardt zich steeds meer en denkt er nooit meer over om zich tot God te bekeren. Hij/zij verlangt dus ook niet naar vergeving. Het is een definitief afvallig worden. Zo een wordt nooit meer gevoelig voor de geestelijke dingen.
De bekende Oudtestamenticus A.H. Edelkoort heeft eens gezegd: “Wie deze zonde heeft gegaan, die tobt er niet over; en wie er over tobt, die heeft haar niet begaan.” Zo een wordt nooit meer gevoelig voor de geestelijke dingen. Bedenk dat, want de duivel wil ons maar wat graag in de wanhoop drijven… daar gebruikt hij zelfs zo'n Bijbeltekst als in Hebreeën 6 voor. Wanhopen aan onszelf en eigen zelfredzaamheid is prima, maar wanhoop nooit aan God en zijn genade.
Ter geruststelling: jouw verhaal lezend durf ik wel te stellen dat jij die zonde (nog) niet hebt begaan.
"Denk niet gering over je zonde, maar denk nog veel groter over Gods genade en Zijn ontferming in de Heere Jezus"
Wees dus niet als Kain, die uitriep: “Mijn zonde is te groot om vergeven te worden.” Denk niet gering over je zonde, maar denk nog veel groter over Gods genade en Zijn ontferming in de Heere Jezus. De Heere is goed en gaarne vergevende zegt de dichter van Psalm 86. Niemand die berouw heeft en vergeving vraagt wordt door Hem afgewezen.
Je noemt de verloren zoon uit Lukas 15. Maar denk vooral aan die wachtende vader. Zo staat de hemelse Vader te wachten om genadig te zijn, staat er in Jesaja 33. Hij trekt verloren zonen en dochters naar zich toe door Zijn Woord en Geest. Hij slaat zijn Vaderarmen dan om je heen. En dat alles omwile van onze lieve Heiland die we bij je aanprijzen. Zijn bloed reinigt ons van alle zonde! Leef daaruit tot je troost!
Met groet en heilbede.
Ds. A. van Vuuren
Dit artikel is beantwoord door
Ds. A. van Vuuren
- Geboortedatum:02-11-1948
- Kerkelijke gezindte:PKN (Hervormd)
- Woon/standplaats:Capelle a/d IJssel
- Status:Actief
Bijzonderheden:
Emeritus-predikant
Bekijk ook:


