Leeruitspraken Gereformeerde Gemeenten

Ds. G.A. van den Brink / geen reacties

16-01-2023, 15:36

Vraag

Aan ds. Van den Brink. Uw stelt in het antwoord op vraag 'Hypercalvinisme heeft goud uit handen laten vallen' dat de leeruitspraken van de Gereformeerde Gemeenten bedoelen dat het aanbod van Christus valt onder het werkverbond. U zegt dat de strekking van het zesde artikel is dat God eist en dat de mens niet aan deze eis kan voldoen. Dat zie je inderdaad terug in de prediking van sommige predikanten uit de Ger. Gem.

Er zijn predikanten die Christus aanbieden met de disclaimer: “maar u kunt het niet geloven omdat u niet wilt.” Ook zegt men dan vaak: “Christus moet u eerst worden geopenbaard.” Op dat moment functioneert het aanbod van genade inderdaad onder het werkverbond. Als je dan bij de desbetreffende dominees doorvraagt naar de concrete betekenis van de Christusopenbaring, wordt daar vaak geen helder antwoord op gegeven. Het blijft vaak hangen in wat algemeenheden en gevoelskwesties. Dus in de praktijk zie ik inderdaad dat het aanbod van Christus bij veel predikanten onder het werkverbond valt.

Maar uit uw antwoord is mij niet helemaal duidelijk waarom dit ook uit de leeruitspraken zou blijken. Zou u misschien nader kunnen toelichten waarom deze uitspraken zo gezien moeten worden? En zou dat eventueel ook kunnen aangevuld worden met citaten waaruit blijkt dat de leeruitspraken zo geïnterpreteerd moeten worden?


Antwoord

Beste vragensteller,

Goed dat je hierop doorvraagt. Ik zie allerlei goede redenen voor mijn interpretatie dat 1931 de aanbieding van Christus ziet als onderdeel van het werkverbond. Sterker nog, ik zie geen goede redenen om deze interpretatie te vermijden.

1. De artikelen zijn geschreven als kritiek op de drieverbondenleer en belijden daartegenover slechts twee verbonden. Het zesde artikel staat in dezelfde polemische context. Het ligt niet voor de hand om artikel 6 los te maken van het feitelijke onderwerp, namelijk de verbondsleer. Volgens de drieverbondenleer behoort het aanbod van genade bij het genadeverbond. Hiertegen maakt 1931 bezwaar en zegt: tot het werkverbond. 

2. De synode-uitspraken van de Ger. Gem. in de jaren daarna, evenals de persoonlijke opvattingen van ds. Kersten onderstrepen mijn interpretatie. Lees het onlangs verschenen boekje “Van jongs af aan geleerd” maar, om dit voor Kersten te zien. Telkens weer kom je  binnen de Ger. Gem. de volgende tweedelingen tegen, waarbij het eerste behoort bij het werkverbond, het tweede bij het genadeverbond:
 

a. Alle mensen  |  alleen de uitverkorenen

b. Op grond van de schepping  |  op grond van de herschepping

c. Eis van geloof en bekering  |  gave van geloof en bekering

d. Geen recht om te geloven  |  wel recht om te geloven

e. Aanbieding van Christus  |  schenking van Christus

f. Aanbieding van de verbondsweldaden  |  bezit van de verbondsweldaden

g. Verantwoordelijkheid   |  vergeving

h. Uitwendige roeping  |  inwendige roeping

i. Voorstellen  |  beloven

j. Algemene voorzienigheid  |  bijzondere voorzienigheid

k. Algemene genade  |  bijzondere genade

l. Wil van het bevel  |  wil van het besluit 

 

Uitspraak 6 van de synode bevat meerdere van deze begrippen: verantwoordelijkheid, elk mens, schepping, eis van God, aanbieding. Waar voorstanders van de drieverbondenleer deze begrippen zouden scharen onder het genadeverbond, kiest 1931 voor de andere optie - het werkverbond.

3. Ds. C. Steenblok heeft de 6 artikelen van 1931 ondertekend toen hij overkwam naar het kerkverband van de Gereformeerde Gemeenten en ze vervolgens met veel overtuiging verdedigd. Na de scheuring in 1953 heeft hij betoogd in zijn boekje “De bestaansgrond der gemeenten” dat hij met zijn visie de voortzetting was van de Ledeboerianen en Kruisgemeenten; en ik denk dat hij daarin gelijk heeft. Ds. C. Harinck constateert: “Vanuit de Kruisgemeenten bestond een diep geworteld wantrouwen tegen het algemeen aanbod van genade in de prediking” (in: “De prediking van het evangelie”, 285). Steenblok citeert een vroegere predikant die stelde dat Judas de enige apostel was die Jezus aanbood; want Judas bood hem aan voor 30 zilverlingen bij de overpriesters. Elke predikant die Jezus aanbiedt, is ook een Judas.

4. De praktijk van de prediking in de Ger. Gem. en de GGiN wijst het uit, zoals jijzelf ook constateert: Christus wordt voorgesteld (aangeboden) met bevel van geloof en bekering, met het doel om het oordeel van de hoorders te verzwaren. De leeruitspraken bevatten geen enkel aanknopingspunt voor de overtuiging dat Christus wordt aangeboden met het doel om Hem aan te nemen. Het enige doel dat wordt genoemd, is om de verantwoordelijkheid groter te maken. Als dit artikel bedoeld was als een soort tegenwicht tegen de voorgaande leeruitspraken, dan had dát er moeten staan (sowieso had het er moeten staan, om het bijbelse doel van de aanbieding van Christus te verwoorden!). Het staat er echter niet en dan moeten we het er ook niet in lezen. 

5. Is een andere interpretatie mogelijk? Ds. C. Harinck verwijst graag naar artikel 6 om een algemeen en onvoorwaardelijk aanbod te hanteren. Die intentie waardeer ik;  maar hij kan dat alleen door ervan uit te gaan dat er sprake is van tegenstrijdigheden. Dat vindt hij ook van de Dordtse Leerregels: “Wij treffen in de Dordtse Leerregels geen kloppend systeem aan. Logisch bezien is het vol van tegenstrijdigheden. [...] Rationeel kloppen de zaken niet” (idem, 31). Zo’n benadering doet echter noch Dordt, noch 1931 recht. Zouden gehele synodes niet hebben ingezien dat de artikelen inconsistent zijn? We moeten zowel Dordt als 1931 als een samenhangende eenheid lezen; dan alleen doen we de schrijvers recht.

Kortom, de leeruitspraken van 1931 bevorderen de gedachte dat Christus wordt aangeboden met het doel om de schuld van de hoorders te vergroten. De bijbelse bedoeling, namelijk om alle hoorders te brengen tot het aannemen van Christus, wordt verzwegen. Als de Ger. Gem. dit laatste wel wil belijden, zou het een goede zaak zijn om dat (alsnog) synodaal vast te leggen.

Met hartelijke groet,

Ds. G. A. van den Brink

Lees ook de reactie van ds. C. Harinck in 'Leeruitspraken Ger. Gem. en aanbod van genade'

Ds. G.A. van den Brink

Ds. G.A. van den Brink

  • Geboortedatum:
    05-01-1974
  • Kerkelijke gezindte:
    Hersteld Hervormd
  • Woon/standplaats:
    Apeldoorn
  • Status:
    Actief
  • Bijzonderheden:

    Emeritus-predikant. Sinds september 2020 als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de TUA.

    Bekijk ook:

Tags in dit artikel:

aanbod van genadeverbondsleer
geen reacties

Terug in de tijd

Aan de heer F. J. Bijzet. Ik ben een man van 31 jaar en heb nog nooit een relatie gehad. Sinds enige tijd heb ik leuke c...
geen reacties
16-01-2014
Ik vind het erg moeilijk in ons kerkverband. Maar vooral in onze plaatselijke gemeente. Er zijn veel foute gedachten en ...
geen reacties
16-01-2006
Misschien een beetje gekke vraag, maar heeft een zygote vanaf de conceptie een ziel? Ik snap heel goed dat we vanuit voo...
geen reacties
17-01-2018
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering