De betrouwbaarheid van de Bijbel

dr. ir. Wim de Jong / geen reacties

19-02-2021, 16:06

Vraag

Waarom gaan wij er op voorhand al vanuit dat de Bijbel waar is, dat de Heilige Geest de bijbelschrijvers geïnspireerd heeft en dat de Bijbel Gods Woord is? Normaal gesproken, als je de waarheid over iets wil weten, ga je onbevooroordeeld onderzoeken doen naar de feiten, verifieer je deze en trek je op basis daarvan de conclusies. Als het gaat om de Bijbel lijkt de conclusie al vast te staan en worden er m.i. bewijzen gezocht om dat te staven. Zaken die problematisch zijn worden middels constructies zo gebogen dat het toch in het voordeel van de Bijbel uitvalt.

Ik geloof al vele jaren, ben diaken en ouderling geweest, maar deze vooringenomenheid kost mij steeds meer moeite om te geloven. Als ik bid om helderheid, zie ik voor mijn gevoel steeds meer zaken die het tegendeel bewijzen, terwijl ik zowel argumenten voor als tegen onderzoek. De argumenten die tegen het getuigenis van de Bijbel zijn lijken steeds sterker te worden. Als God wil dat ik de waarheid leer kennen, waarom dan dit?

Antwoord

Beste vragensteller,

Hoe heerlijk zou het voor Christenen zijn als ze konden beschikken over een aantal inscripties op een materiaal dat op aarde niet voorkomt, maar dat uit de hemel is neergedaald, waarin God zich openbaart, met daaronder Zijn handtekening. Maar helaas, Christenen moeten het doen met een door mensen geschreven boek -de Bijbel- met daarin teksten die duizenden jaren oud zijn, en die op sommige plaatsen zijn gehavend door vertaal- of overschrijf-fouten of door toevoegingen van latere redacteuren.

1. Jezus, de betrouwbare getuige
Christenen geloven dat door de teksten van de Bijbel heen de stem van God te horen is en dat daarom de woorden van de Bijbel niet zomaar woorden zijn, maar dat de Bijbel het Woord van God is. De Bijbel is inderdaad een kwetsbaar en aangevochten boek: geschreven door mensen, duizenden jaren geleden en hier en daar beschadigd. Maar onderaan dat boek staat een handtekening: Jezus, het Levende Woord. Hij heeft al de profetieën in de Bijbel over de Messias, te beginnen met Gen. 3: 15, vervuld. Evenals het schriftelijke Woord is ook het Levende Woord kwetsbaar en aangevochten: het begint Zijn leven liggend in een voederbak en sterft hangend aan een kruis. Maar dat is niet het smadelijke einde van het Levende Woord. Vanaf de derde dag na de begrafenis van Jezus veranderen zijn weggekropen, bange, gedesillusioneerde leerlingen in openlijk en overal de opstanding van Jezus verkondigende apostelen, die niet bang zijn voor geweld, opsluiting en zelfs de dood. Hun boodschap dat Jezus door God is opgewekt als teken van Zijn komende Koninkrijk, is geen product van een langzaam evolutieproces -zoals veel theologen beweren- maar is er van de ene dag op de andere, en verspreidt zich daarna als een lopend vuur binnen het toenmalige Romeinse wereldrijk. Geïnspireerd door talrijke ooggetuigen van de opgestane Jezus en door wonderen en tekenen in de naam van Jezus (zie het boek Handelingen), groeit de groep van zijn navolgers binnen 20 jaar uit tot een belangrijke maatschappelijke factor in grote delen van het Romeinse rijk. Deze Christenen, zoals ze genoemd worden, worden gerespecteerd door hun leefwijze, hun omgang met elkaar, en door de verzorging van hun stadgenoten bij epidemieën. Maar ze zijn ook staatsgevaarlijk, omdat ze weigeren om de keizer als god te vereren. Dertig jaar na de kruisiging van Jezus (in 64 na Christus) krijgen de Christenen van keizer Nero de schuld van een grote brand in Rome. Een groot aantal van hen wordt gekruisigd en zelfs aangestoken als brandende fakkels, onder wie ook vrouwen, omdat zij alleen Jezus Christus willen aanbidden, hun opgestane Heer. Begin daarom je onderzoek naar de betrouwbaarheid van de Bijbel bij de handtekening onderaan de Bijbel: bij Jezus. En laat je bij het bestuderen van wat deze betrouwbare getuige heeft gezegd en gedaan, helpen door een goede gids, die ook ingaat op de bezwaren van de bijbel-kritiek; bijvoorbeeld Tom Wright [1,2]

2. De Theologische Evolutie Theorie
Natuurlijke processen zijn vervalprocessen, maar toch geloven veel mensen dat natuurlijke processen steeds grotere en ingewikkelder moleculen kunnen maken, cellen, organismen, planten en dieren. Aansluitend op deze evolutietheorie is ook een theologisch evolutietheorie ontwikkeld: “Nadat de apen uit de bomen waren geklommen, kregen ze steeds meer hersens en gingen ze elkaar verhalen vertellen, die steeds mooier werden. Sommige verhalen gingen over hoe de mensen -zoals ze zichzelf noemden-  waren ontstaan. Die verhalen schreven ze niet op, want schrijven konden ze niet. In één groepje van mensen  -de nakomelingen van Israël- ontstond een bijzonder verhaal: er waren niet talloze goden, maar er was maar één god, schepper van hemel en aarde. Nadat de Israëlieten in ballingschap waren weggevoerd naar Babel in 597 v. Chr. gingen ze hun eigen verhalen vermengen met de verhalen die ze in Babel hoorden, en tenslotte gingen ze dat nieuwe verhaal opschrijven om een eigen identiteit als volk te krijgen. Zo zijn de boeken van Mozes ontstaan. Na de ballingschap zijn de andere boeken van het Oude Testament, ook na een lang proces van mythe vorming en aanpassing aan de eisen van de priesterkaste, opgeschreven en toegevoegd aan de boeken die in Babel waren geschreven.”
  
Deze theologische evolutietheorie gaat echter voorbij aan het feit dat in het Oude Nabije Oosten tijdens het eerste en tweede millennium voor Chr. schrijven heel gewoon was. Zelfs de kleinste handelstransactie werd genoteerd. Brieven, contracten en kronieken werden op kleitabletten vastgelegd en familiegeschiedenissen werden in de vorm van pakketten kleitabletten doorgegeven aan een volgende generatie. Zo’n pakket werd afgesloten met de mededeling: “Dit is de geschiedenis van.” Deze afsluitende mededelingen zijn verspreid over het boek Genesis terug te vinden. Ook blijkt uit het taalgebruik van de eerste vijf boeken van het Oude Testament dat de schrijver/redacteur een Egyptische achtergrond heeft. De theorie dat er tot de ballingschap alleen maar mondelinge overlevering was, is in strijd met de feiten. Ze is bedoeld om ruimte te scheppen voor een evolutieproces en voor de theorie dat wat de Bijbel vertelt over de geschiedenis van Israël grotendeels verzonnen en totaal onbetrouwbaar is. 

Ten tijde van Jezus was Israël onderdeel van het Romeinse wereldrijk. Informatie ging er snel rond: een brief kon in dertien dagen van het ene uiteinde van het rijk verzonden worden naar het andere uiteinde. Landvoogd Pilatus moest, net als alle andere landvoogden, elke twee weken een schriftelijk rapport over de stand van zaken in zijn domein sturen aan keizer Tiberius. Dat rapport werd waarschijnlijk opgesteld door een joodse schrijver. Veel joodse jongens konden de Thora lezen en konden schrijven. In het gevolg van Jezus zullen er toehoorders geweest zijn, die elke dag opschreven wat Jezus die dag gezegd had, gebruik makend van de nieuwe informatietechnologie die beschikbaar was gekomen. Ten tijde van Jezus werd de boekrol namelijk vervangen door het boek (codex), met bladzijden van perkament of papyrus; een boek was handzaam en goedkoop en aantrekkelijk voor jonge mannen als Markus om te gebruiken. Uit de vele kleine details in de evangeliën blijkt dat wat Jezus zei of deed door ooggetuigen werd opgetekend. Boeken met deze dagelijkse aantekeningen konden snel gekopieerd en verspreid worden. Ook Paulus gebruikte ze en was daardoor goed geïnformeerd over wat Jezus gezegd en gedaan had. Aan het slot van zijn tweede brief aan Timotheus  vraagt hij hem om de “codexen” en zijn jas mee te brengen die hij heeft vergeten mee te nemen (2 Tim 4: 13).  De gangbare theologische theorie dat de evangeliën pas 30, 40 of 50 jaar na de dood van Jezus zijn opgetekend, is dus in strijd met de feiten. Doel ervan is om ruimte te scheppen voor een proces van mythevorming en daarmee voor de opvatting dat de evangeliën grotendeels verzonnen zijn en totaal onbetrouwbaar.

Een belangrijk onderdeel van de theologische evolutietheorie is dat mensen de god scheppen die ze nodig hebben. Eerst zouden we in de Bijbel te maken hebben met een boze en bloeddorstige stamgod, maar geleidelijk transformeert deze in een god die de hele wereld lief heeft. Zorgvuldig onderzoek laat echter zien dat het Oude en Nieuwe testament inhoudelijk nauw met elkaar verweven zijn en een onlosmakelijk geheel vormen, en dat de God van Abraham, Izaäk en Jacob dezelfde is als de God van Jezus [3].

Van de belangrijke teksten uit de oudheid (bijvoorbeeld de Ilias en Odyssee van Homerus) hebben we meestal maar een paar handschriften. Ze zijn vaak beschadigd en veel tekstgedeelten zijn onzeker. Wat betreft de evangeliën is de situatie volkomen anders: van elke passage hebben we duizenden handschriften.  Tussen de handschriften zijn de afwijkingen klein, en ze betreffen geen hoofdpunten van het evangelie. Er is geen evolutie aanwezig.

3. De moderne archeologie
Wat de Bijbel vertelt over de geschiedenis van Israël, wordt ondersteund door de meest recente, algemeen aanvaarde archeologische gegevens over de opgravingen in Israël en zijn buurlanden. Belangrijk daarbij is dat de Uittocht gedateerd wordt op 1400 v. Chr., het jaar waarin farao Amenhotep II en zijn oudste zoon stierven [4]. Ook belangrijk is dat het woord “eleph” niet vertaald wordt met duizend maar met familie(groep) [5]. Het slavenvolk Israël bestond uit ongeveer 20.000 personen, en de Bijbel noemt Israël het kleinste onder alle volken (Deut. 7:6-8). In een periode dat Egypte en Assyrië in verval waren, kon Israël zich vestigen in Kanaän en onder David (1000 v. Chr.) en Salomo tot grote bloei komen. Na Salomo zette het verval in. 

4. Geloof en wetenschap
Een vaak gebruikt argument tegen de betrouwbaarheid van de Bijbel, is dat de wetenschap allang heeft aangetoond dat God niet bestaat. De Bijbel als Woord van God is dus onzin. Met dit argument proberen naturalisten en atheïsten om de wetenschap voor hun eigen geloofskarretje te spannen, namelijk hun geloof dat God niet bestaat.

Wetenschappelijke theorieën moeten echter weerlegbaar en daarom toetsbaar zijn. God is niet een laboratorium in te slepen om te onderzoeken en ligt daarom buiten het bereik van de wetenschap. De wetenschap kan niets zeggen over het al dan niet bestaan van God.

Nu kan iemand tegenwerpen dat wat we niet kunnen onderzoeken niet bestaat. Maar dat argument is niet valide. Inderdaad kunnen we een aantal dimensies van onze werkelijkheid onderzoeken, maar dit sluit niet uit dat er dimensies kunnen bestaan die we (nog) niet kunnen waarnemen en onderzoeken. Het argument dat de wetenschap allang heeft aangetoond dat God niet bestaat, is dus onjuist. 
 

Referenties:

1. Tom Wright (Wikipedia)
2. Tom Wright, De Bijbel voor Iedereen.
3. Pieter Lalleman. 2018. De verborgen eenheid van de Bijbel. Buijten & Schipperheijn.
4. J.G. van der Land. 1993. Van Abraham tot David. De oudste geschiedenis van het volk Israël.
5. Zie verder:  goedbericht.nl/zeshonderd-duizend

Dr. ir. W. M. de Jong

dr. ir. Wim de Jong

dr. ir. Wim de Jong

  • Geboortedatum:
    12-07-1956
  • Kerkelijke gezindte:
    PKN (Hervormd)
  • Woon/standplaats:
    Delft
  • Status:
    Actief
  • Bijzonderheden:

    Werkzaam als adviseur en onderzoeker van innovatie en verandering bij INI-Consult, respectievelijk INI-Research.

Tags in dit artikel:

christendomwaarheid
geen reacties

Terug in de tijd

Aan ds. Vergunst, n.a.v. 'Merk en veldteken van Christus'. U refereert aan de NGB (althans, de vragensteller) en noemt G...
geen reacties
20-02-2018
Ik heb een probleem. Of anders gezegd: het is me duidelijk geworden dat ik blijkbaar een probleem heb. Ik ben nu 1,5 jaa...
geen reacties
19-02-2007
Sinds een aantal maanden heb ik een hele lieve, zorgzame vriend. We praten samen heel wat af en groeien zo steeds meer n...
3 reacties
19-02-2010
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering