Berijmde Psalm 139

Ds. A.K. Wallet / 1 reactie

23-09-2019, 08:45

Vraag

Ik heb een vraag over Psalm 139:4. “Al voer ik op naar ‘s hemels trans, daar zijt Gij, daar vertoont G’Uw glans; Al daald ik zelfs ter helle neder, daar vond ik ook Uw aanschijn weder.” Ik snap hier echt niks van! Wie kan mij dit vers uitleggen?

Antwoord

Beste vrager,

Het valt niet mee als je in de kerk een psalm moet zingen en je begrijpt die niet. Psalmen zijn uitingen van dichters en hebben dan ook wel dichterlijke woorden. Nu zijn de woorden die jij aanhaalt uit de berijmde psalm, dus dan geldt het dichterlijke wel dubbel.

Eerst in de onberijmde psalm en later ook nog weer in de berijmde psalm. Onberijmd lezen we: “Zo ik opvoer ten hemel, Gij zijt daar; of bedde ik mij in de hel, zie Gij zijt daar” (SV). HSV: “Al steeg ik op naar de hemel, zie, U bent daar; of legde ik mij neer in de hel, zie U bent daar.” Ps.139 is de psalm van  de alwetendheid en de alomtegenwoordigheid van de HEERE. Daar zet ook de berijmde psalm mee in: Niets is o Oppermajesteit, bedekt voor Uw alwetendheid. En in het tweede vers: “Gij omringt mijn gaan en mijn liggen.” Dus wat wij ook maar denken, het is bij de HEERE bekend. Maar ook waar wij ook zijn op deze aardbol, Hij is daar ook.

Die alomtegenwoordigheid van God (dat God overal is) wordt ook in het vierde vers beleden. “Waar zou ik Uwe Geest ontvlien, waar zou m’o HEER’,Uw oog niet zien?” Dus we kunnen  geen plekje vinden, of de HEERE weet ons te vinden.

Dan lezen we die moeilijke regels: “Al voer ik op naar ’s hemels trans.” Met andere woorden: al zou ik zo hoog mogelijk gaan, God kan ik niet ontvluchten. Trans betekent hier: het hoogste, de hemel. Daar waar God Zijn glans vertoont, dat is de heerlijkheid van God. En dan zegt de dichter het andere uiterste, dat is de hel. Dieper weg kan niet. Maar ook daar weet God mij te vinden. Letterlijk kan dit niet, even naar de hel of naar de hemel gaan om God te ontvluchten, maar David, als dichter, noemt hier twee uitersten. Maar hoe hoog of hoe diep ik ook zou gaan, ”daar vond ik ook Uw aanschijn weder.” 

De profeet Amos (9:2) heeft ook zo’n regel: “Al groeven zij tot in de hel, zo zal Mijn hand ze van daar halen, en al klommen ze op  in de hemel, zo zal Ik ze vandaar doe nederdalen.”
 
Lees nu dit vers nog eens een paar keer over  en je zult deze nu best begrijpen. Hopelijk krijg je dan ook meer zicht op de HEERE. Als we Hem liefhebben is het een grote troost dat HIj echt overal is. Als de dominee dit vers nog eens laat zingen, dan zing je nu van harte mee.
 
Hartelijke groeten,
Ds. A. K. Wallet

Ds. A.K. Wallet

Ds. A.K. Wallet

  • Geboortedatum:
    17-06-1939
  • Kerkelijke gezindte:
    Christelijk Gereformeerd
  • Woon/standplaats:
    Schoonrewoerd
  • Status:
    Actief
  • Bijzonderheden:

    emeritus

Tags in dit artikel:

Psalmen
1 reactie
hvdijk66
25-09-2019 / 11:21
Beste Vragensteller,

Je hebt een mooi antwoord gekregen. Ik hoop van harte dat de boodschap van deze prachtige psalm tot in je hart mag doordringen. Ik ben zelf erg geraakt door onderstaande weergave. Misschien helpt het jou ook. Ik bid je Gods zegen toe.

U kent mij door en door,
Heer, u weet wie ik ben
en u weet waar ik zit en waar ik slaap.
U weet vandaag al wat ik morgen denk.
U volgt mij altijd, overal.
Geen stap kan ik verzetten zonder u.

Ik ben een open boek –
u leest wat ik verzwijg.
U hebt de hand, o Heer, op mij gelegd
en u bent naast mij, altijd om mij heen.
U sluit mij in. Dit is te veel
en veel te groot. Ik kan er echt niet bij.

Waar moet ik heen? Kan ik ooit aan u ontsnappen?
Waar moet ik heen om te ontglippen aan uw Geest?
Al klom ik hoog tot in de hemel – daar bent u.
Al viel ik in het graf – daar bent u ook.

Al vloog ik weg met de vleugels van het zonlicht,
al vloog ik weg, al vloog ik weg zo ver ik kon –
dan komt u mij nog achterna. U blijft bij mij.
U pakt mijn hand en wijst mij zelf de weg.

Riep ik de nacht te hulp:
'Verslind mij, slok mij op.
Laat het maar donker zijn. Het licht mag uit',
zelfs dan hebt u mij zo gevonden, Heer.
De nacht is zonneklaar voor u.
U kijkt zo door het aardedonker heen.

U hebt mijn kern gevormd.
U hebt mij toegedekt,
toen ik nog rustig in mijn moeder sliep.
Het is een wonder, u hebt mij gemaakt.
Geen mens weet hoe het is gegaan.
Pas nu zie ik dat u het was, mijn God.

Vanaf dag één, Heer, hebt u mij kunnen lezen.
Vanaf dag één was ik voor u een open boek.
U zag mij in het aardedonker, kende mij,
al had ik nog geen lichaam en geen naam.

Ik sta versteld van wat u hebt bedacht:
veel te veel en veel te groot voor mij.
Geen mens kan uw gedachten tellen, Heer.
Wie telt de korrels zand in die woestijn?
Als ik ontwaak, zal ik nog bij u zijn.

Doe ze maar weg! Laat verdorven mensen sterven!
Doe ze maar weg! Ik wil geen moordenaar meer zien!
Zij doen alsof uw naam een grove leugen is.
Zij dromen dat uw vijand machtig is.

God, wat een haat – en zou ik hen dan niet haten?
God, wat een haat – ik word onpasselijk van hen.
Ik walg van mensen die u willen haten, Heer.
Vanaf vandaag zijn zij mijn vijanden.

Heer, ken mij door en door
en kijk maar in mijn hart.
Het boek ligt open, Heer. U leest het maar.
U weet dat ik uw weg wil volgen, Heer.
Laat mij niet gaan als ik verdwaal,
maar zoek me op. Ik wil u achterna.

Terug in de tijd

Thuis krijg ik (15 jaar) een strenge opvoeding en wordt er nooit over seks gesproken. Nu hebben enkele leerlingen op sch...
2 reacties
23-09-2020
Ik heb een vraag over gezinsuitbreiding waar ik maar niet uitkom. Graag zou ik deze willen voorleggen aan een arts. Enke...
5 reacties
23-09-2014
Ik ben 19 jaar. Een poosje geleden is er iets vervelends gebeurd, waaraan ik nog vaak terug denk. Voortdurend heb ik las...
geen reacties
23-09-2013
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering