Meelevend lid worden van kerk

Ds. P. Molenaar / geen reacties

29-10-2018, 14:54

Vraag

Ik ben belijdend lid van dezelfde kerk als mijn man. Nu wil ik graag meelevend lid worden van deze kerk en mijn man belijdend lid laten blijven en onze kinderen dooplid. Ik voel me na vijf jaar nog steeds niet thuis in de kerk en loop iedere keer tegen onbegrip aan omdat ik vanuit een andere hoek in de kerk ben gekomen. Ik zie een kerk nooit als de ware kerk omdat ik vind dat die alleen bij God te vinden is. Als kind ging ik nooit naar de kerk. Mijn man wilde wel en zodoende ben ik gaan zoeken en kwam ik samen met mijn man uit in de kerk waar we nu zitten. Ik ben het met de leer van de kerk eens, maar niet met het ‘meegaande’ karakter van ongeveer 70 procent van de leden. Zou meelevend lid worden voor mij een optie zijn? Of begrijp ik het verkeerd?

Antwoord

Dat is een wat moeilijke vraag. In de eerste plaats is het al moeilijk als je openbare belijdenis in de gemeente hebt afgelegd en vervolgens na vijf jaar aangeeft geen belijdend lid meer te willen zijn, maar meelevend lid. Met de openbare belijdenis des geloofs heb je het ja-woord gegeven in de eerste plaats voor God,  maar wel in die kerk die geen zaak van mensen is maar van de Heere, al voel  je jezelf er niet zo thuis. Kerk betekent toch: “wat des Heeren is”, dus de plaats en eigendom van God.  Hoe was het in het begin toen je de belijdeniscatechese volgde in je gemeente? Je hebt daarin toen een keuze voor Gods aangezicht gedaan. Je lidmaatschap opzeggen vind ik een zware keuze. Dáár, in die kerk, heb je immers in gemeenschap met die kerk belijdenis voor Gods Aangezicht mogen afleggen. Die belijdenis geldt als een eed voor God.

Je hebt moeite met het meegaande karakter van ongeveer 70 procent van de leden van die  gemeente. Je loopt ook  steeds aan tegen onbegrip. Tegelijk geef je, denk ik, aan, dat je het met de leer van de kerk eens bent. Op de leer van apostelen en profeten is de kerk ook gebouwd. We weten dat de kenmerken van de ware kerk zijn:  de rechte bediening van het Woord en van de sacramenten en van de handhaving van de kerkelijk tucht. Dat kenmerk vertoont dus de gemeente waar je meeleeft, maar waar je jezelf niet echt thuis voelt. Wanneer de rechte prediking en de rechte bediening van de sacramenten plaatsvinden, met de handhaving van de kerkelijke tucht mogen we ons niet aan de gemeente onttrekken. De kerk is niet een instelling van mensen, maar van God Zelf.

Je mag het ook als een leiding van God zien  dat je in die kerk bent gekomen. De Heere gebruikt middelen en wegen om je te trekken naar de kerk en ook in die kerk te leiden.  De kerk is de werkplaats van de Heilige Geest. We kunnen daarom de kerk niet verwisselen als een jasje dat je uittrekt en zo weer een ander aandoet in een gemeente die anders voelt. Wanneer je bepaalde dingen in je kerk mist of zaken die je bezwaren, bespreek het dan met de kerkenraad of met de predikant. In een gezin kunnen wel eens dingen scheef lopen: als vader of moeder de dingen anders en volgens jou verkeerd zien, dan moet je toch proberen tot een open gesprek te komen. Zo is het ook in de kerk, het huisgezin van de Heere. De kerk is, ondanks alle kleinmenselijke dingen die er kunnen zijn,  toch een moeder. Als er vragen zijn,  dan moeten die aan moeder gesteld worden.

Het is waar dat we moeten oppassen om ermee te schermen dat we de ware kerk zijn, maar de kerk is wel een openbaring van het lichaam van Christus, hoe zwak een kerk ook is. Opvallend is dat de apostelen bij de evangelieverkondiging altijd eerst de synagoge opzochten in de heidenlanden met Joodse nederzettingen. Daar lagen de boekrollen van het Oude Testament. Daarom zochten de apostelen de synagoge eerst op om daar het Evangelie te verkondigen. Zo werd vanuit de gebroken gestalte van de Oudtestamentische  bedeling, daar het Evangelie eerst verkondigd. Pinksteren had eveneens plaats bij de tempel, de plaats waar het Woord gepredikt werd. Daar waren de apostelen steeds. Zouden we dan niet veel, meer dan de apostelen die steeds in aanvaring kwamen met de synagoge en de tempel die de Messias verwierpen, proberen in gemeente te blijven als daar de rechte bediening van het Woord, van het Evangelie van Jezus Christus, nog steeds plaats vindt, al heeft de gemeenten niet altijd een levende uitstraling? 

Oude kerkvaders en ook Calvijn hebben ons op grond van de Bijbel geleerd dat de kerk een moeder is. Helaas is die moeder wel eens in veel dingen nalatig en heeft ze niet de uitstraling die  we  graag zouden zien. Maar als moeder niet haar plaats inneemt die ze zou moeten innemen, moeten we haar dan niet op grond van de Schrift daarop eerst aanspreken? Daarom heb je voor Gods Aangezicht een plicht om de kerk op haar verantwoordelijkheid te wijzen. Heel  sterk hebben Calvijn en ook de oude kerkvaders de kerk een plaats als moeder gegeven. Ze  zeiden zelfs: “Wie de kerk niet heeft tot een moeder, kan God niet hebben tot een Vader.” Hoe voorzichtig moeten we dan omgaan met de kerk, waarin we onze belijdenis hebben afgelegd!

Verder zou ik willen waarschuwen voor wat in onze tijd veel gebeurt, dat we kerkelijk veel gaan shoppen. We gaan nu eens naar deze en dan weer naar die kerk en naar die predikant die de dingen zo duidelijk en mooi zegt. We moeten oppassen voor een verwend christendom. Iedere predikant heeft zijn eigen gave. De Heere geeft juist predikanten met minder talentvolle gaven nog wel eens bijzondere zegeningen op het Woord. Daarom doe liever niet mee met kerkelijk shopgedrag. Uitbrekende schapen, zegt het spreekwoord, worden niet vet. De beste weg is om te bidden voor  de kerk en ook voordat je met het gezin opgaat naar de kerk om een zegenrijke bediening. De Psalmen zingen, de Bijbel horen en de gebeden met elkaar zijn al rijke zegeningen. 

Tenslotte zou ik, zo  zul je begrijpen, niet mijn lidmaatschap opzeggen, niet alleen in verantwoordelijkheid tegenover de Heere maar ook in verantwoordelijkheid tegenover je eigen gezin. Hoe moeilijk toch als we als gezin gescheiden gaan optrekken in het kerkelijk leven. Kun je dan nog wel over de wezenlijke dingen met elkaar spreken? Vaak heeft dat ook een verkeerde uitstraling.  Hoe komt dat over bij onze kinderen? Ik vrees dat het voor de kinderen moeilijk wordt om echt kerkelijk mee te doen met de gemeente waar ze gedoopt zijn. Je bevordert daardoor dat de liefde voor de eigen gemeente afneemt. Ik heb daarvan veel wrange vruchten gezien, zo dat de kinderen op de duur geen enkele liefde meer hadden voor een kerk en afhaakten.

In de kerk zijn er veel gebreken. Wie denkt niet aan de misbruikzaken in alle kerken? Maar als het goed is, breng je niet  de verkeerde dingen van je gezin op straat. Zo moeten we ook met de kerk als moeder handelen. Daarom bid voor je gemeente! Er is een drieslag: liefde tot God, liefde tot het Woord van God en liefde voor de gemeente Gods. Overdenk dit alles eens biddend voor Gods Aangezicht! Ik hoop dat je dit alles toetst aan het Woord. Zo hebben we een vast fundament onder onze voeten. Probeer dat alles ook goed  door te spreken met je man. Het is zo belangrijk in de geestelijke dingen een eenheid te vormen. Bid daarom maar veel!

Ds. P. Molenaar,
Lunteren

Ds. P. Molenaar

Ds. P. Molenaar

  • Geboortedatum:
    22-05-1945
  • Kerkelijke gezindte:
    PKN (Hervormd)
  • Woon/standplaats:
    Lunteren
  • Status:
    Actief
  • Bijzonderheden:
    Emeritus

Tags in dit artikel:

belijdeniskerkkeuze
geen reacties

Terug in de tijd

Gericht aan predikant Rietveld. U citeerde de Didache, mij verder onbekend. Daarin wordt aangegeven te dopen in stromend...
geen reacties
29-10-2015
Mijn man en ik denken erover om bewust geen kinderen te krijgen. Met als reden om in plaats daarvan pleegkinderen op te ...
3 reacties
29-10-2011
Is het goed (vanuit christelijke visie) om zwartwerken en zaken die het daglicht niet kunnen verdragen (bij goede kennis...
11 reacties
29-10-2013
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering