Het vergeestelijken van het Oude Testament

Ds. D. van der Wal / geen reacties

06-09-2018, 12:14

Vraag

Ik heb een vraag met betrekking tot het vergeestelijken van het Oude Testament. Op -volgens mij- slechts een klein aantal plaatsen in het Nieuwe Testament wordt een Oud Testamentische geschiedenis vergeestelijkt, dan wel aangehaald ter verduidelijking van hetgeen de NT-schrijver probeert duidelijk te maken. Een voorbeeld hiervan is Galaten 4. Nu valt mij op dat in (veel) reformatorische kerken heel veel OT-geschiedenissen vergeestelijkt worden. Vorige week zondag hoorde ik bijvoorbeeld een preek over de raaf en de duif die de ark van Noach verlieten. De raaf kwam niet meer terug, maar de duif wel. De raaf is de zondaar (kwam niet terug), maar de duif zocht de ark der behoudenis wel op. Ik lees overigens in de Bijbel dat de duif na de derde keer ook niet meer terug kwam... Nu lijkt deze vergeestelijking direct uit Matthew Henry te komen.

Nu lees ik in andere antwoorden dat er niet meer vergeestelijkt mag worden dan dat de Bijbel zelf doet, maar wat is “niet meer”? Iemand als Matthew Henry vergeestelijkt het OT vrijwel volledig en wordt veel geraadpleegd door dominees, is mijn indruk. Daarnaast zijn er in de GBS-bijbels veel hoofdletters ingevoegd die er in de grondtekst (en de originele Statenvertaling) niet staan. Mag al dit vergeestelijken, of is dit de Bijbel laten buikspreken?

Nu vermoed ik dat in veel preken het schriftonderzoek (heel) beperkt is. Om een voorbeeld te noemen: De OT-profetiëen waar in bijvoorbeeld Mattheus 1 en 2 naar verwezen wordt, worden met Kerst niet of nauwelijks onderzocht, is mijn indruk. Ik heb in de loop der tijd veel Kerstpreken (van verschillende dominees) gehoord en dit is me steeds meer gaan opvallen. Zou het echte onderzoeken van de Bijbel (zoals onder andere Calvijn deed) niet meer centraal moeten komen te staan of ben ik hierin te kritisch?

Antwoord

Als ik jouw vragen probeer samen te vatten kom ik uit bij de vraag: tot hoe ver mag je het Oude Testament ‘vergeestelijken’. Dat wil zeggen: een diepere betekenis zoeken achter de eigenlijke tekst die voor ons ligt. Ik zeg bewust “tot hoe ver” want je verwijst er al naar (Galaten 4) dat het Nieuwe Testament dit ook al doet. Ook op andere plekken in het Nieuwe Testament komen we deze manier van geestelijk omgaan met teksten tegen. Te denken valt aan de Hebreeënbrief waarin wij meerdere voorbeelden hiervan tegenkomen. Maar ook op vele andere plekken in het Nieuwe Testament zien we een bepaalde manier van omgaan met het Oude Testament die wij zien als vergeestelijken of iets nauwkeuriger omschreven: typologie. 
 
Daarmee bedoelen we te zeggen dat er in het Oude Testament voorafbeeldingen of schaduwen te vinden zijn van de Messias, Jezus Christus. De Heere Jezus laat dit zien als Hij in Johannes 3:14 op Zichzelf wijst aan de hand van het Oud-Testamentisch verhaal van Mozes en de koperen slang (Num. 21:6-9). Johannes Calvijn schrijft in zijn commentaar op Johannes 5:39 het volgende: “de Schriften moeten met die begeerte gelezen worden om Christus daarin te vinden. Wie van dit doel afwijkt, al vermoeit hij zijn ganse leven met leren, zal nooit tot de kennis van de waarheid komen. Want wat wijsheid kunnen wij hebben buiten de wijsheid Gods?”
 
Dus dat het gebeurt is een gegeven. Maar hoe moeten wij daarmee omgaan? Dat is een vraag die de Kerk al eeuwenlang heeft beziggehouden. En een blik op de kerkgeschiedenis leert ons dat je er veel manieren zijn om op dit terrein uit de bocht te vliegen. De grens tussen vergeestelijken, typologie en de allegorese is maar een dun lijntje. 

Nu zou ik ontzettend veel kunnen schrijven hierover, maar ik wil mij in dit antwoord beperken. Ik maak hier dankbaar gebruik van wat Sidney Greidanus aanreikt in zijn boek “Preaching Christ from the Old Testament”. Hij wijst predikanten erop dat de volle raad Gods (Hand. 20:27) verkondigd moet worden in het licht van Christus. Dit betekent niet dat je Christus in het Oude Testament kunt ‘inlezen’ als het er niet over gaat. Maar wel dat je op zoek moet naar de juiste wegen om Christus te verkondigen van uit het Oude Testament. 

Het begint hiermee dat je de tekst verstaat in zijn eigen historische context. Wat staat er en wat betekende dat voor de eerste hoorders ervan? Wie heeft de tekst geschreven en aan wie is het gericht? Wanneer is het geschreven en waarom? Dit soort vragen moeten eerst beantwoord worden voordat je als prediker verder kunt en mag kijken.
 
De volgende stap is het kijken naar het begrijpen van deze tekst in het geheel van de canon en heilshistorie. Want in het Oude Testament zien we een ontwikkeling van de heilshistorie die toewerkt naar en uitloopt in Christus. Welke plaats neemt deze tekst in als je naar het geheel kijkt van Gods Woord en hoe verhoudt deze specifieke geschiedenis zich tot de ontwikkelingen van de heilshistorie. 

Als ik een voorbeeld mag geven: David en Goliath. Als je preken leest over deze geschiedenis valt op hoe snel men de stap maakt naar het hier en nu. David wordt dan al snel een voorbeeld van moed en dapperheid. Maar als je deze tekst in zijn context bekijkt en de bovenstaande vragen gebruikt zie je dat daar niet het zwaartepunt ligt. Het gaat om Israëls nationale geschiedenis. David, de door de Heere uitgekozen koning verlost Israel en zorgt voor veiligheid in het beloofde land. De kern is dat David op de Heere vertrouwt, het is dan de Heere Zelf die de vijanden van Zijn volk vernietigt en zo zorg draagt voor de toekomst van Zijn volk. God die Zelf Zijn volk verlost... In het licht van het Nieuwe Testament komt er een naam naar voren: Jezus Christus! Hij is het die Gods volk volkomen verlost! Bij David en Goliath zien we de gevolgen van de moederbelofte uit Gen. 3:15. 
 
Naast deze heilshistorische weg wijst Greidanus in zijn boek nog andere manieren aan. Ik noem ze hier zonder ze uitgebreid te behandelen: 
-Belofte-vervulling: Specifieke Oudtestamentische beloften die vervuld zijn in Christus.
-Typologie: Gebeurtenissen of personen die een voorbeeld of schaduw van Christus vormen.
Analogie: Het verband tussen Gods volk in het Oude en in het Nieuwe Testament in en door Christus. 
-Lengtegraadthema’s: De verkonding van het heil van God welke door de Bijbel heenloopt.
-Contrast: Verschillen tussen het Oude en Nieuwe Testament die ontstaan zijn door de komst van Christus. 
 
Bij de voorbereiding van een preek moet je dus op zoek gaan naar welke van de bovenstaande wegen de tekst die je voor je hebt zich beweegt. Als ik het bovenstaande heel kort moet samenvatten: De Schrift zelf (de heilshistorische lijnen en ontwikkelingen) wijst wegen die de preek moet gaan.
 
Je noemt in je vraag een aantal uiteenlopende zaken waar ik kort op in wil gaan: In het geval van de preek over de raaf en de duif is het voor mij vanaf deze plek lastig om daar iets over te zeggen. Ik ken de context van de vergelijking niet en hoe het gezegd is. Ik zou je aanraden om met de desbetreffende predikant contact op te nemen. Dat helpt jou (en hem) verder in deze situatie dan dat ik er wat over zou schrijven. 

Als het gaat over de GBS en het gebruik van hoofdletters wilde ik alleen opmerken dat er in de grondtaal van het Oude en het Nieuwe Testament geen hoofdletters staan. Elke hoofdletter die je tegenkomt in welke vertaling dan ook is een keuze van de vertaler of uitgever. Ik weet zeker dat de Gereformeerde Bijbelstichting je hier veel meer over kan vertellen dan ik, dus als je meer wilt weten daarover zou ik willen aanraden met hen contact opnemen.

Wat je aan het einde van jouw vraag schrijft pakte mij op een bepaalde manier. Je schrijft dat je “vermoed dat in veel preken het schriftonderzoek (heel) beperkt is.” Dat zijn woorden die ik zelf niet voor mijn rekening zou willen nemen. Dat het misschien zo over kan komen kan ik mij in sommige situaties nog wel voorstellen. Maar elke predikant die oprecht gelooft dat hij door de Heere geroepen is om dienaar van het Goddelijke Woord te zijn moet dat Woord serieus nemen. En serieus nemen wil zeggen dat je het de tijd en aandacht geeft waar het recht op heeft. De verkondiging van Gods Woord is niet iets wat je even tussen de bedrijven door doet. Het is de voornaamste taak die je hebt. En natuurlijk, niet alle predikanten zijn gelijk. Net zoals er slordige bakkers en slagers zijn zullen er ongetwijfeld ook slordige predikanten zijn (helaas!). Maar om te stellen dat in “veel preken het schriftonderzoek (heel) beperkt is” gaat mij te ver. Wel zou je dat idee kunnen krijgen, maar om te toetsen of dat idee klopt zou ik aanraden om vooral in gesprek te gaan. En daarin is het vaak de toon die de muziek maakt, maar als je oprecht geïnteresseerd en met de beste bedoelingen een predikant benadert met deze vragen kan er veel moois gebeuren! 

Mijn antwoord is aan de lange kant geworden, maar je snijdt in je vragen een wezenlijk punt aan. Namelijk de bediening van Gods Woord in het midden van de gemeente van Christus. Dat was, dat is en dat blijft het kloppende hart van de Kerk hier op aarde! En dat verdient serieus genomen te worden! 

Ds. D. van der Wal

Ds. D. van der Wal

Ds. D. van der Wal

  • Geboortedatum:
    06-05-1987
  • Kerkelijke gezindte:
    Christelijk Gereformeerd
  • Woon/standplaats:
    Aalten
  • Status:
    Actief

Tags in dit artikel:

vergeestelijken
geen reacties

Terug in de tijd

Hoe moet je het achtste vers uit Psalm 139 (onberijmd) vertalen: "Of bedde ik mij in de hel, zie, Gij zijt daar"?
7 reacties
06-09-2010
Sinds drie jaar gebruik ik Mirena vanwege het feit dat ik om medische redenen niet zwanger mag worden. Via de verloskund...
geen reacties
06-09-2006
Ik stelde eerder de vraag 'Kinderen van het vlees en kinderen der belofte' en ben erg blij met de duidelijke uiteenzetti...
geen reacties
06-09-2019
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering