Het beeld is bepalend geworden

Dr. C. A. van der Sluijs / 10 reacties

17-02-2016, 15:16

Vraag

Aan ds. Van der Sluis. Zijn we in de reformatorische gezindte niet erg bezig wat niet mag, dan met wel mag? Dit mag je niet doen op zondag, dat kledingstuk mag je niet aan, doe hier niet aan mee... I.p.v.: wees gastvrij, wees vriendelijk, wees zorgzaam... Het lijkt wel dat het goed zit wanneer je maar veel dingen laat, op veel dingen tegen bent, je een goede rechtse refo bent, terwijl er vergeten wordt dat je iets moet uitdragen.

Antwoord

Ja, je hebt gelijk. Onder invloed van de Westerse cultuur, sinds de jaren zestig van de vorige eeuw, die in toenemende mate een beeldcultuur is geworden, is het accent verschoven van geloven naar zien. Niet in het minst ten aanzien van de prediking van het Woord van God. Niet het woord of het Woord van God, maar het beeld is bepalend geworden voor ons welzijn en voor ons welbevinden. Daarom hebben we de dingen graag zo veel mogelijk op zicht, want dan spelen we meer op zeker. Nu zijn de dingen aangaande het Koninkrijk van God allerminst een spel. En zo speels zijn we nu eigenlijk ook weer niet. Maar we kunnen natuurlijk nooit weten hoe dat zit met de 'speling van het lot', ook als het gaat over God. En dan gaat het eigenlijk over de uitverkiezing. Daar heeft een mens zo maar geen zicht op. Het lijkt ons daarom wel zaak nog te redden wat er te redden valt, dat wil zeggen om zo veel mogelijk zichtbaar te maken. Niet onmogelijk dat het onzichtbare toch nog zo veel mogelijk zichtbaar wordt. Althans in de uitleving van ons leven, zoals we dat bij voorkeur noemen. Daaraan zal te zien zijn wat eigenlijk onzichtbaar is. Per slot van rekening leven we vandaag in het visuele tijdperk en al we gaan we dan niet zo mee met de tijd, we ontkomen daar natuurlijk nooit helemaal aan. De onzienlijke dingen aangaande het Koninkrijk der hemelen brengen we toch graag, als het even kan, zo veel mogelijk in kaart. Want wat we zien, kunnen we tellen en wie gezien wordt, telt mee! En niemand ziet eigenlijk dat dit zichtbaar maken van de gereformeerde theologie en prediking tegelijk de voorbode is van hun naderende einde. Slechts één enkele óverbelichting nog en men kent en vindt hun standplaats zelfs niet meer! 

Want sinds de Reformatie hebben theologie en prediking het 'zien' en het 'zichtbare' in het Koninkrijk van God altijd structureel verweven met het geloof. Zo hebben Luther en Calvijn en anderen ons dit geleerd in navolging van de kerkvader Augustinus. Daarop bestond en bestaat nog altijd zelfs de innerlijke en innige variant van 'niet zien, en nochtans geloven'. Naarmate het geloof onder ons begon te kwijnen en langzamerhand zelfs helemaal begon te verdwijnen, begon dit 'zien' steeds meer een eigen te leven te leiden. Echter losgemaakt uit haar geloofselement moest het gaan verkommeren. Op den duur sloeg het om in zijn tegenbeeld. Toen we meenden te zien, werden we blind, zonder dit uiteraard zelf te zien.

Bij gebrek aan geloof werd het nu nodig om zo veel mogelijk zichtbaar te gaan maken. Aldus werd de reformatorische traditie aangekleed met zoveel mogelijk 'zichtbaarheden'. Deze zichtbaarheden werden zo veel leven toegeschreven, dat zij in zichzelf begonnen te geloven en aldus ook geloof eisten. Vervolgens werden deze zichtbaarheden weer zoveel leven toegeschreven, dat ze ook naar hun eigen aard begonnen te leven en zich weer met andere zichtbaarheden paarden, waarop deze zichtbaarheden weer andere zichtbaarheden baarden. Uiteraard waren alle volgende kleinere en soms veel jongere zichtbaarheden genetisch bepaald dan wel erfelijk belast. Het mag dan ook worden verwacht dat hun vruchtbaarheidsfactor in toenemende mate met onvruchtbaarheid zal worden geslagen, zodat deze gehele 'schepping' op het alleronverwachts in het absolute niets zal verdwijnen. Het nihilisme in de wereld en in onze gereformeerde wereld vormen immers een spiegelbeeld van elkaar! En dan draait het om onwezenlijke vormloze normen en wezenlijk normloze vormen.

Ondertussen zijn we nog in toenemende mate bezig aan te zien wat voor ogen is en we hebben er totaal geen erg in dat onze levenssfeer zwanger is van beeldendienst. En wel zodanig dat we eigenlijk doorlopend geknield liggen voor het ene of voor het andere beeld. Want zichtbaarheden geven ons zichtbaar genoegen! Dan gaat het om beelden van voorgangers die ons het Woord Gods verkondigd hebben of dit nog altijd doen. Daarbij is het gedenken blijkbaar omgeslagen in verbeelden. Vanzelfsprekend gaat het dan niet om personen met verbeelding. Want verbeelding gaat nu eenmaal niet samen met genade. Althans zo’n  beeld hebben wij daarvan. Daarbij verbeelden we ons dat hun zienswijze wel van groot en van doorslaggevend gewicht moet zijn. God heeft in Zijn wet het maken van beelden verboden, maar dat betekent natuurlijk heel wat anders. Een en ander is niet weinig beeldbepalend geworden voor onze manier van leven, want er moet natuurlijk zo veel mogelijk te zien zijn van dat wat we voorstaan of belijden. Het zal duidelijk zijn dat deze laatste twee woorden elkaar vertalen. Althans zo zien wij dat. En als God het niet verhoedt, wordt dit onze ondergang.

Met vriendelijke groet, 
Ds. C. A. van der Sluijs

Dr. C. A. van der Sluijs

Dr. C. A. van der Sluijs

  • Geboortedatum:
    14-09-1942
  • Kerkelijke gezindte:
    PKN (Hervormd)
  • Woon/standplaats:
    Veenendaal
  • Status:
    Actief

Tags in dit artikel:

christenenreformatorisch
10 reacties
pannenkoek
17-02-2016 / 15:57
Wij zeggen altijd dat de hoofdzaken en de bijzaken omgedraaid worden.

Donkere kleding, lange haren, geen broeken en geen leggings. (wil ik verder geen discussie over losmaken) we mogen dit en dat niet, maar als je vraagt naar de kern, dan zijn ze niet thuis. Kennen wij God al als Vader, en onze Verlosser? Dáár gaat het om!
Heinrich
17-02-2016 / 20:01
geweldig mooi antwoord.
Omega
17-02-2016 / 20:42
Wonderschoon stukje proza ook!
Lecram
17-02-2016 / 21:59
Toch heeft het leven als christen alles te maken met zaken die zichtbaar zijn. De gehele bijbel is daar duidelijk over. Alleen ziet God niet naar uiterlijk vertoon, maar naar het hart. God heeft een beeld van ons hart!
Daarbij kijkt Hij of wij aan het BEELD van Zijn Zoon gelijkvormig zijn geworden (Romeinen 8:29). Jezus roept ons in Mattheus 5:16 op om ons licht te laten SCHIJNEN, zodat de mensen onze goede werken ZIEN. Onze GOEDE WERKEN moeten dus zichtbaar worden. Als nog nooit iemand onze goede werken heeft gezien, mag je je oprecht afvragen of je wel een kind van God bent.
Wat zijn de goede werken? Alles wat uit de vrucht van de Geest (Galaten 5) voortkomt. Paulus heeft dat gedetailleerd uitgewerkt in o.a. Romeinen 12.
michelsinke
17-02-2016 / 22:41
Mooi antwoord, knap geschreven. Maar waarschijnlijk niet te volgen voor de 'eenvoudige' lezer.
CrA
18-02-2016 / 10:53
Wat ds. Van der Sluijs m.i. probeert aan te geven is, dat alles wat een mens doet zonder het geloof waardeloos voor God is. Hiermee keurt hij al die uiterlijkheden niet af, maar ze moeten geen doel op zichzelf zijn of worden.
Jeremiah
18-02-2016 / 14:42
Mooi antwoord van de dr. Goed om over na te denken. Zonder tradities kan niemand leven maar er is veel scheefgroei.
Jello
18-02-2016 / 19:51
Ik denk dat in dit niet eenvoudig te verstane antwoord van dr van der Sluijs misschien wel deze les zit: wees eenvoudig.

Niet alleen eenvoud in je kleding, maar ook eenvoud in je spreken.
In je redeneren kun je de rede eren.

Onze hoogmoed kan helaas in alles zitten.
jackr
19-02-2016 / 00:07
Interessante vraag! Ingewikkeld antwoord...;-)
Gerard
20-02-2016 / 12:22
https://www.youtube.com/watch?v=EQ-d12gWRgI

Jak 2:14-18 "Wat voor nut heeft het, mijn broeders, als iemand zegt dat hij geloof heeft, en hij heeft geen werken? Kan dat geloof hem zalig maken? Als er nu een broeder of zuster zonder kleding zou zijn en gebrek zou hebben aan dagelijks voedsel, en iemand van u zou tegen hen zeggen: Ga heen in vrede, word warm en word verzadigd, en u zou hun niet geven wat het lichaam nodig heeft, wat voor nut heeft dat dan? Zo is ook het geloof als het geen werken heeft, in zichzelf dood."

Jakobus roept hier niet op tot weldadigheid en al helemaal niet op tot weldadigheid om iets te verdienen, maar hij illustreert hiermee dat iets te zeggen of te belijden zonder dat het praktische uitwerking heeft, van nul en geen betekenis is en in bijbelse zin geen geloof is.

Geloof is je volledig toevertrouwen aan je de Heere Jezus. Waar dat gebeurt ontstaat leven en daarmee een veranderd leven en een veranderde levenshouding, tegenover de dingen van de wereld en tegenover anderen. Maar waar dit toevertrouwen ontbreekt is er alleen een dood geloof dat gepaard gaat met dode werken.

Terug in de tijd

Ik ben opgegroeid in een christelijk gezin en daar ben ik dankbaar voor. Maar in mijn tienerjaren wilde ik niet meer mee...
2 reacties
17-02-2015
Eigenlijk durf ik deze vraag helemaal niet te stellen en ik heb er lang over nagedacht. Pas preekte de dominee in onze k...
10 reacties
17-02-2014
Sinds vier jaar heb ik last van maagklachten. Het begon met veel keelpijn, brandende lippen en keel en opkomend maagzuur...
1 reactie
17-02-2010
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering