Roofdieren voor de zondeval (2)

dr. ir. Wim de Jong / geen reacties

15-01-2016, 08:00

Vraag

Uw antwoord op mijn vraag (roofdieren voor de zondeval) heeft bij mij weer nieuwe vragen opgeroepen. U stelt dat roofdieren wel andere dieren opaten. Echter, in Genesis 1 vers 30 staat: "aan al het gedierte der aarde ... heb ik al het groene kruid tot spijze gegeven". Ook lezen we dat er nog geen dood was voor de zondeval. Hoe kan dit dan wel bij dieren het geval zijn geweest? Alles was volmaakt.

Antwoord

Planten en dieren zijn niet als losse eenheden geschapen, maar zijn op ingenieuze wijze met elkaar verbonden tot een samenhangend, uiterst complex en tot in ontelbare details op elkaar afgestemd weefsel van voedselketens en ecosystemen. Daarbinnen wordt in talloze hindernisraces de natuurlijke gang der dingen van verval tegengewerkt (zie mijn vorige antwoord). Een belangrijke rol spelen de talloze combinaties van jagers en prooien, die zodanig op elkaar zijn afgestemd dat alleen de minst beschadigde exemplaren zich kunnen voortplanten. Voorbeelden van combinaties van jagers en prooien zijn: panters en bokjes, baardwalvissen en microscopisch kleine kreeftjes, bacteriën en microben, sluipwespen en insecten, vogels en schildpadden, vleesetende planten en insecten, anemonen en visjes, schuttersvissen en insecten.

De bijbel vertelt dat de door God geschapen plantenwereld en dierenwereld 'goed' waren. Er wordt geen melding gemaakt van onsterfelijkheid van de dieren na hun schepping, binnen of buiten de Hof van Eden. En evenmin vertelt de bijbel dat de zondeval van de mens en het sterfelijk worden van de mensen, tot gevolg had dat nu ook de dieren sterfelijk werden, terwijl ze dat voorheen niet waren. 

Gen.1: 29-30 kan gelezen worden als deel van Gen.1: 26-31 dat gaat over de schepping van de mensen. Binnen dit kader wordt verteld dat God aan de mensen zaden en vruchten als voedsel geeft, maar niet het groene kruid; dat is voor de dieren. Na de zondvloed wordt dat anders. Dan staat God volgens Gen.9: 3 toe dat de mensen ook vlees gaan eten en ook het groene kruid. 

Gen.1: 30 kan ook gelezen worden als een op zichzelf staande mededeling dat de dieren het groene kruid als voedsel kregen. Die mededeling kan vervolgens versmald worden tot de conclusie dat de dieren uitsluitend het groene kruid aten. Daarbij wordt voorbijgegaan aan de omringende tekst die gaat over de schepping van de mensen en wat hun voedsel was, en wordt niet de relatie gelegd met Gen.9: 2-3. Probleem bij deze manier van lezen van Gen.1: 30 is, dat de ingenieuze samenhang en afstemming tussen planten en planten, tussen planten en dieren, en tussen dieren en dieren niet door God geschapen zou zijn. Die zou dan pas ontstaan zijn na de zondeval. Maar hoe ontstond na de zondeval dan die ingenieuze samenhang en afstemming, waaronder de zorgvuldige afstemming tussen jagers en prooien? Ontstond die zomaar vanzelf, en komen we daarmee niet dicht bij een evolutiegeloof? Of ging God opnieuw scheppen? En hoe verhoudt zich dat met Gen.2: 2 waarin verteld wordt dat God klaar was met scheppen en ging uitrusten?

dr. ir. Wim de Jong

dr. ir. Wim de Jong

  • Geboortedatum:
    12-07-1956
  • Kerkelijke gezindte:
    PKN (Hervormd)
  • Woon/standplaats:
    Delft
  • Status:
    Actief
  • Bijzonderheden:

    Werkzaam als adviseur en onderzoeker van innovatie en verandering bij INI-Consult, respectievelijk INI-Research.

geen reacties

Terug in de tijd

Twee vragen aan seksuoloog C. den Hamer. Als ik het goed begrijp denken ook seksuologen die bij Eleos werken verschillen...
geen reacties
14-01-2014
Mijn vriend en ik zijn bijna twee jaar bij elkaar en we hebben geslachtsgemeenschap voor het huwelijk. Hij ziet dat niet...
geen reacties
14-01-2009
Er staat in de Bijbel: wie zoekt die vindt, wie klopt zal opengedaan worden. Er staan nog meer teksten in de Bijbel die ...
geen reacties
15-01-2019
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering