Oneens over verzekeren voor ziektekosten

Ds. G. van 't Spijker / geen reacties

05-12-2008, 00:00

Vraag

Er is al veel geschreven over verzekeren, maar ik wil het volgende nog kwijt. Mijn man en ik zijn nu meer dan tien jaar getrouwd en hebben een goed huwelijk, maar op één punt worden we het niet met elkaar eens; over verzekeren voor ziektekosten. Hij is geheel gemoedsbezwaard, terwijl ik een andere mening ben toegedaan. Het moeilijke hieraan vind ik, dat we in het begin van ons trouwen wel verzekerd waren, maar later heeft hij alles opgezegd. Persoonlijk vind ik het onverantwoord om in deze tijd geen ziektekostenverzekering af te sluiten. Iedereen weet dat grote operaties, chemokuren, etc. onnoemelijke bedragen met zich meebrengen. De dokters doen hun werk en moeten betaald worden!

Nu mijn eigenlijke vraag; maakt het uit waar het geld vandaan komt? Hetzij van een verzekering, van de diaconie, of van mensen die met je meeleven (bekenden of onbekenden). Samen kunnen we hier wel goed over praten, en vragen ook in gebed Gods’ weg en wil hierover, maar tot op de dag van vandaag komen we er niet goed uit. Mijn man zou enkel ter wille van/voor mij (en onze kinderen) weer een verzekering afsluiten. Maar nu worstel ik ook met de vraag in hoeverre ik mijn man moet gehoorzamen en moet accepteren dat hij gemoedsbezwaard is of mag ik proberen hem over te overtuigen van mijn mening? Ik kijk uit naar uw reactie.

Antwoord

In de eerste plaats wil ik mijn respect en mijn dankbaarheid betuigen voor het feit dat u beiden zeer trouw aan Gods geboden wilt zijn. Uw man uit dit door consequenties te verbinden aan zijn gemoedsbezwaren, u uit dit door uw eventuele bereidheid uw man te volgen, ook als u innerlijk zijn mening niet deelt.

U noemt als uw eigenlijke vraag of het uitmaakt waar het geld vandaan komt. Ik wil er niet aan tornen dat dit uw eigenlijke vraag is, maar eigenlijk heb ik het gevoel dat de eigenlijke vraag is, of het beslist verkeerd is als een mens een verzekering afsluit. U schrijft dat u het niet met elkaar eens bent over deze zaak, de discussie gaat nog door. Als één van de argumenten wordt dan aangevoerd dat het eigenlijk niets uitmaakt waar het geld vandaan komt. Als je toch weet dat er betaald wordt, is de diaconale zorg ook een vorm van verzekering. Ik ben bang dat dit een onzuivere discussie is. Tegen het einde van mijn antwoord zal blijken waarom ik dat denk. De wezenlijke vraag is, of verzekeren in feite een aantasting is van Gods majesteit.

Het is verschrikkelijk moeilijk daarover nog eenvoudig te discussieren, omdat enkele mensen die enorm veel geestelijk aanzien genieten, hierover hun mening hebben uitgesproken. Niemand zal graag zeggen dat dominee Zusenzo verkeerd geoordeeld heeft, gewoon omdat die dominee door zeer velen op een voetstuk gehouden wordt. Het feit dat hij en anderen van soortgelijk gewicht dit gedacht hebben, is doorslaggevend geworden, ondanks het feit dat men, dus ook één van hen, het gewoon helemaal mis kan hebben.

Aan de vraag of verzekeren in feite een aantasting is van Gods majesteit is, zitten twee aspecten.

1. In de eerste plaats de vraag of wij in het algemeen voorzieningen mogen treffen voor komende moeilijkheden. Ik denk dat we dat wel mogen. Ik verwijs naar een aantal bijbelse voorbeelden. Zie bijvoorveeld Gen 41: 33v, waar Jozef adviseert om voorraadschuren te bouwen en om een voorraad op te bouwen voor de komende moeilijke tijden. Verder is er Jacob, die zijn familie en kudden in groepen indeelt, Gen 32: 7v, in verband met komende moeilijkheden. Ook zien we Rubenieten een altaar bouwen met het oog op mogelijk komende moeilijkheden, Joz 22: 24v.
Ik las dat iemand Job 12:6b aanhaalde om te laten zien dat voorzieningen treffen slecht is. Ik denk dat deze aanhaling geheel ten onrechte geschiedt. Laten we ons niet verkijken op het woord verzekerdheden; dat woord heeft niets met onze verzekeringen te maken, het gaat om de vraag of men zich op een zondige wijze veilig voelt tegenover God, en dat is heel wat anders dan de vraag of we voorzorgsmaatregelen mogen treffen.

We zien Nehemia voorzorgsmaatregelen treffen; Neh 2: 12; Neh 4: 9v,16v. In Mat 25: 1v treffen de wijze maagden de juiste voorzorgsmaatregelen. In Joh 20: 19 zijn het de discipelen die voorzorgsmaatregelen treffen, en in Hand 23: 23v wordt Paulus door voorzorgsmaatregelen beschermd.

Het nemen van voorzorgsmaatregelen is niet verdacht. Een agrariër schaft een beregeningsinstallatie aan om die te gebruiken zodra het nodig is. Onze autogordel mogen we ook zien als een wettige voorzorgsmaatregel. Ook het aanbrengen van extra sloten bij ramen en deuren valt hieronder, evenals het installeren van een firewall op een PC. Wij moeten zaken die wij vervoeren goed vastbinden. Het sluiten van een verdrag om elkaar te hulp te komen bij een mogelijke vijandige aanval kan ook als een voorbeeld genoemd worden.

Nu weet ik wel dat we met het laatste voorbeeld in de buurt van een extra dimensie komen. Juda sloot verbonden, soms met Egypte, soms met anderen, omdat het niet op de Heere wenste te vertrouwen. Zodra we op een zondige manier ons veilig willen weten tegenover God zijn we helemaal verkeerd bezig. Overigens bestaat de zonde van Juda hierin dat het zich niet binnen het verbond met de Heere wenste te bewegen. Het is niet altijd zo, dat het sluiten van een verdrag om elkaar te hulp te komen verkeerd is. Het is wel verkeerd als het verbond met God geweld aangedaan wordt. Ik hoop dat uit de voorbeelden blijkt dat we ook voorzorgsmaatregelen kunnen nemen zonder te zondigen. En wat vooral van belang is: in Deut 22: 8 verplicht de Heere ons tot het nemen van voorzorgsmaatregelen! Daar gaat het over veiligheidsmaatregelen op het dak van een huis, maar het mag duidelijk zijn dat het ook breder geldig is wanneer het hier geldig is.

Het lijkt mij een vastgestelde zaak: van ons mag verwacht worden dat wij voorzorgsmaatregelen treffen, maar we mogen er geen zondige bedoeling bij hebben.

Aan deze zaak zitten twee aspecten, schreef ik. Daarom nu het tweede:

2. Betekent Gods voorzienigheid, dat we alles maar moeten afwachten? Het lijkt mij zonneklaar dat dit niet het geval is. We zouden een heel verkeerd idee van voorzienigheid koesteren als we dat meenden. De Heere regeert alle dingen, werkelijk alle dingen, om Zijn raad te volbrengen. Hij kan elk schepsel in Zijn dienst nemen. Hij kan alles wat Hij nodig vindt, laten gebeuren. De Heere heeft volstrekt geen verkeerde bedoelingen. Hij vergeet Zijn volk ook niet. Overigens moeten wij niet van te voren proberen te achterhalen wat de Heere precies zou bedoelen. Dat zijn Zijn zaken, wij kunnen ze niet eens doorgronden. Wij kunnen en mogen niet vooruitlopen op Gods voorzienigheid. Wij hebben ons met onze eigen zaken te bemoeien.

De Heere geeft ons dingen te doen, Hij geeft ons ook dingen te laten. Wat we in ons dagelijks leven te doen hebben, zullen we doen, en wat we te laten hebben moeten we laten. De Heere geeft ons een maatschappelijke ordening, om daarbinnen met verstand, inzicht, kennis en vaardigheid te functioneren. Hij verbiedt ons niet om het een aangenaam te vinden en het ander onaangenaam. Integendeel, Hij geeft ons ook gelegenheid om te genieten. Wij mogen op een christelijke wijze onze dagen doorbrengen. Daarbij kunnen wij onmogelijk overzien wat Gods bedoeling is. We kunnen en mogen daar dan ook nooit op vooruit lopen. We zullen daarom doen wat onze hand vindt om te doen, er rekening mee houdend, dat wij geneigd zijn tot alle kwaad, zodat we niet klakkeloos bezig zijn.

Dus niet een afwachtende houding aannemen. Wel beseffen, dat de Heere altijd bij machte is ons leven een volkomen andere wending te geven dan wij ooit konden verzinnen. Laten we grondig beseffen dat wij nooit in staat zijn om Gods hand te keren. Overigens, als we ons het eigendom van de Heere mogen weten, kunnen we er op vertrouwen dat God ons geen kwaad zal doen. Dat wil niet zeggen dat we niet door de Heere door diepe dalen geleid zullen worden. We mogen ons wel afhankelijk van Hem weten.

Voor mij lijkt vast te staan dat Gods voorzienigheid ons niet tot een afwachtend leven noopt, maar juist tot een leven dat we bewust voor Zijn aangezicht leven. We zoeken dan te doen wat we behoren te doen en we streven er naar te laten wat we behoren te laten. Daarbij is nog veel ruimte voor vreugde en leed, voor genieten en afschuw.

Zo heb ik de twee aspecten nagelopen die naar mijn idee vastzitten aan de vraag of verzekeren een aantasting van Gods majesteit is.

Uit het feit dat God ons Zelf in Zijn Woord wijst op de noodzaak van voorzorgsmaatregelen, leid ik af dat deze niet in conflict hoeven te komen met Zijn voorzienigheid. Er zijn verboden voorzorgsmaatregelen, zoals het negeren van Gods verbond en het in plaats daarvan hulp zoeken bij Egypte, zoals Juda deed. Ik denk dat we verzekeren niet hoeven te rangschikken onder verboden voorzorgsmaatregelen. Ik denk dat verzekeren een afspraak is waarbij je financiële hulp koopt voor het geval je die nodig hebt. We tasten daarmee niets aan. Voor mijn besef ligt dit op hetzelfde niveau als de aanschaf van een beregeningsinstallatie. Als diaconale hulp dezelfde hulp biedt (met precies dezelfde uitkomst), is verzekeren een overbodige zaak. Ik vrees overigens dat diaconale hulp en verzekeren niet exact dezelfde uitkomst hebben. Diakenen en kerkleden zijn niet vrij van willekeur. Bovendien heb je bij verzekeren een welomschreven afspraak, en bij diaconale hulp niet. Het idee “het maakt niet uit... verzekeren of diaconale hulp” is daarom niet juist. Hier ziet u dus waarom ik het vergelijken van diaconale hulp en verzekeren een onzuiver element in de discussie vind. Ze zijn niet gelijkwaardig of inwisselbaar.

Wie zich verbeeldt door verzekeren zich te kunnen indekken tegen Gods voorzienigheid heeft het helemaal mis. De Heere is bij machte de verzekering uit te schakelen, of iets anders te sturen dan datgene waarvoor je hulp hebt gekocht. Wanneer je je verzekert met het idee: ik tref een voorzorgsmaatregel om te voorkomen dat ik meer geld moet uitgeven dan ik kan, hoeft daarmee niet te zondigen en tast niet bij voorbaat Gods majesteit door Zijn voorzienigheid te onderschatten. Wanneer je je verzekert met het idee: nu kan me niks meer gebeuren, zondigt daarmee door Gods voorzienigheid te onderschatten. De stelling: zodra ik me ga verzekeren geef ik daarmee te kennen dat ik mij van God onafhankelijk wil maken, lijkt me niet juist. Ik respecteer dat iemand in haar of zijn gemoed bezwaard is, omdat die het gevoel of het idee heeft tegen God te zondigen door zich te verzekeren. Ik denk wel dat zo iemand dat gevoel of idee alleen kan hebben door een misverstand, waarbij de zaak gecompliceerder wordt doordat hooggeschatte personen hun opvattingen als een schibbolet tussen de mensen hebben geplaatst.

Misschien wil iemand nog een onderscheid maken: je kunt en moet voorzorgsmaatregelen treffen als je zeker weet dat de problemen zich zullen voordoen, je moet ze niet treffen als je niet zeker weet of de problemen zich voordoen. Het gaat te ver dit uitgebreid te analyseren. Ik heb al genoeg ruimte in beslag genomen. Laat ik volstaan met te zeggen dat dit onderscheid moeilijk vol te houden is.

Aan het slot schrijft u: Mijn man zou enkel ter wille van/voor mij (en onze kinderen) weer een verzekering afsluiten. Maar nu worstel ik ook met de vraag in hoeverre ik mijn man moet gehoorzamen en moet accepteren dat hij gemoedsbezwaard is of mag ik proberen hem over te overtuigen van mijn mening? Ik kijk uit naar uw reactie.

Ik denk op grond van het voorgaande dat gemoedsbezwaren op een gecompliceerd misverstand berusten. Daarom vind ik ook dat u met de nodige liefde mag proberen hem te overtuigen. De zaak ligt gevoelig omdat uw man mogelijk vindt dat hij metterdaad zondigt als hij een verzekering afsluit. Hij zondigt echter pas als hij denkt daarmee God in Zijn voorzienigheid te kunnen aantasten. Wij kunnen dat echter nooit ofte nimmer, en het kopen van financiële hulp op zich genomen hoeft niet als zodanig gezien te worden. Misschien speelt bij hem het ontzag voor eerbiedwaardige sprekers een grote rol. Van dat ontzag is vaak misbruik gemaakt: “Ja, maar Gods kinderen zeggen... “. Met alle respect, ook Gods kinderen kunnen zich met de beste bedoeling vergissen. Hun mening hoeft een gewone zuivere overweging niet uit te schakelen.

Ik hoop u met dit antwoord te hebben mogen dienen. Ik heb bewust niet gesproken over vertrouwen op God, omdat ik van mening ben dat anderen daarmee te snel komen en daarmee de feitelijke argumentatie bemoeilijken. Vertrouwen op God is een zaak van levensbelang voor iedereen. Alleen ligt de problematiek van het vertrouwen op God niet slechts op het terrein van de voorzorgsmaatregelen. Die problematiek is veel breder. Daarom wordt de argumentatie bemoeilijkt als we dat vertrouwen in onze overweging betrekken. We mogen God op Zijn Woord geloven. Dan zal dat Woord ook niet vaag, maar concreet op ons van toepassing zijn.

Ds. G. Van ‘t Spijker

Ds. G. van 't Spijker

Ds. G. van 't Spijker

  • Geboortedatum:
    17-12-1943
  • Kerkelijke gezindte:
    Christelijk Gereformeerd
  • Woon/standplaats:
    Baarn
  • Status:
    Inactief
  • Bijzonderheden:
    Emeritus

Tags in dit artikel:

verzekering
geen reacties

Terug in de tijd

Ik ben gevraagd om mee te gaan naar een concert van Sela. De predikant die in onze gemeente stond zei altijd dat opwekki...
geen reacties
05-12-2012
Sinds een aantal weken ruikt mijn urine erg onfris. Dit is niet alleen 's ochtends. Ik gebruik geen vitaminepillen. Kan ...
geen reacties
05-12-2012
Is het zinvol en bijbels om me laten besnijden? Ik maak deze overweging persoonlijk omdat ik me wil weren tegen pornover...
6 reacties
05-12-2013
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis
design website door design website by Mooimerk
hosting website door hosting website by STH Automatisering